De Kleine Mote

Art Brut

Art brut is een genre in de kunst, erkend sinds de 20e eeuw. Het gaat niet om een stijl maar om zeer verschillend werk van -bijna altijd autodidactische- kunstenaars die de regels van de conventionele kunstwereld niet kennen of negeren of afwijzen en buiten de marges daarvan, min of meer geobsedeerd, hun eigen vormtaal en thematiek vervolgen.

Art-brut kustenaars vinden hun eigen technieken uit en vervaardigen, puur voor zichzelf, werken waar een ‘onrustbarende vervreemding’ van uitgaat.

Sommige Art brut-kunstenaars lijden aan psychische stoornissen en verblijven in inrichtingen of gevangenissen.

De Franse kunstschilder Jean Dubuffet introduceerde het begrip Art Brut in 1948 toen hij de Compagnie de l’Art Brut stichtte, samen met de geestelijk vader van het surrealisme André Breton en Jean Paulhan.

Dubuffet omschreef Art Brut als “...allerlei producties (tekeningen, schilderijen, haakwerken, gemodelleerde of gesculpteerde figuren, enz.) met een spontaan en inventief karakter, die zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van de gewone kunst of van culturele voorschriften en die voortkomen van duistere personen, die vreemd zijn aan de professionele artistieke milieus...”. Voor hem stond Art Brut (“opération artistique toute pure, brute, réinventée dans l’entier de toutes ses phases par son auteur, à partir seulement de ses propres impulsions“) tegen over Art Culturel, de gevestigde kunst die nooit ‘puur’ kon zijn.

De Compagnie de l’Art Brut organiseerde geruchtmakende exposities van Adolf Wölfli, Aloïse Corbaz en anderen.

De roem van de eerste generatie Art brut-kunstenaars heeft ertoe geleid dat er tegenwoordig een grotere belangstelling is ontstaan. In vele klinieken is beeldende therapie nu een geaccepteerde behandelmethode. De gegroeide acceptatie heeft geleid tot een toename van presentaties in kunstgaleries en musea.

In België zijn er drie musea met een belangrijke collectie Art Brut: het Museum Dr Guislain in Gent, het MADmusée in Luik en het Musée L in Louvain-la-Neuve . In Nederland herbergt de Hermitage Amsterdam het Outsider Art Museum. In Frankrijk heeft Lille Musee d’Art Moderne een gehele, grote, vleugel aan Art brut gewijd.

Het belangrijkste museum bevindt zich in Lauzanne, la Collection de l’Art Brut is internationaal vermaard. Dit museum werd geopend in 1976, dankzij de verzameling werken die Dubuffet aan de stad schonk. Sindsdien is de collectie steeds verder uitgebreid en omvat nu meer dan de 60.000 werken van meer dan 400 auteurs.

Outsider Art

Roger Cardinal lanceerde de term Outsider Art, in zijn geschrift “Cultural Conditioning,” (1972). M. Thévoz in  l’Art Brut : “Outsider art staat in een antagonistische relatie met de cultuur. Deze kunstenaars blijven fundamenteel asocialen, zowel met betrekking tot hun omgeving als met betrekking tot hun culturele context”. Outsider art genereert hierdoor een wervelende stroom van nieuwe werelden, die uit de mens en de materie ontspringen. Haar taal is die van de subversiviteit, de weerspannigheid van het individu en de weerbarstigheid van de materie.

De begrippen Art Brut en Outsider Art dekken ongeveer dezelfde lading.

Outsider Music

De term werd midden van de jaren 90 van de vorige eeuw door muziekhistoricus Irwin Chusid gebruikt werd om liedjes en composities aan te duiden van muzikanten die buiten de commerciële muziekindustrie stonden, doordat zij ofwel geen muzikale opleiding hadden ofwel de conventies afwezen. Chusid stelt twee voorwaarden aan outsidermuziek:

  1. Authenticiteit, oprechtheid en echtheid. De artiest doet een eerlijke artistieke uiting. Hierdoor worden komische acts uitgesloten.
  2. Gebrek aan zelfbewustzijn. De artiest heeft niet door hoe anders zijn muziek is in vergelijking met de mainstream. Hierdoor wordt experimentele muziek uitgesloten.

Naïeve kunst

Ook naïeve kunst is een genre in de beeldende kunst (meestal schilderkunst), gekarakteriseerd door een naïeve en soms kinderlijk aandoende manier waarop het onderwerp wordt uitgebeeld en de technieken worden gebruikt.

Naïeve kunst wordt soms tot de Art Brut gerekend. De genres kunnen dicht bij elkaar liggen maar er zijn wezenlijke verschillen: naïvisten zijn vaak autodidact maar ze overtreden bewust en opzettelijk de perspectief-regels die sinds de renaissance van kracht waren in de schilderkunst (iets dat verder weg is, wordt kleiner weergegeven en naarmate iets verder weg staat, zie je minder detail en vervagen de kleuren).

De naïvisten gebruiken geen of een verwarrend perspectief; ze gebruiken duidelijke kleurvlakken waarbij één voorwerp vaak ook maar één kleur heeft, of het nu op de voorgrond staat of op de achtergrond; de voorwerpen en personen zijn allemaal even gedetailleerd en personen krijgen uitdrukkingsloze gezichten.

Naïeve kunst wordt toegepast vanaf de 18e eeuw als een romantische reactie op wat door de beoefenaars werd ervaren als culturele decadentie en oververfijning. Naïeve kunst komt overal ter wereld voor.

De eerste naïeve schilders waren vaak anoniem, al zijn de Prenten van Épinal wel bekend geworden. De naïeve kunst kreeg bekendheid met de expositie van het werk van Henri Rousseau op de Salon des Indépendants in 1884. In 1937 kwam er meer bekendheid met de eerste grote expositie van Les maîtres populaires de la réalité in Parijs. Men noemde ze Les maîtres vanwege de hoge technische kwaliteit van de werken, populaires om de schijnbare eenvoud van voorstelling, de la réalité om de figuratie.

Het genre wordt tegenwoordig serieus genomen, er bestaan zelfs opleidingen voor.

Lucienne Peiry:

Les créateurs d’art naïf voisinent avec les auteurs d’Art Brut par l’originalité et l’inventivité qui animent pareillement leurs productions. Issus généralement d’un milieu populaire, ni les uns ni les autres n’ont suivi de formation artistique: ils disposent d’une culture simple, souvent rudimentaire, et s’engagent dans la création avec spontanéité. Mais les peintres naïfs se réfèrent à l’art traditionnel et officiel auquel ils empruntent les sujets (paysages, portraits et scènes de genre), les procédés de figuration (perspective linéaire ou aérienne) et la technique (peinture à l’huile sur tableau de chevalet). Tout en étant autodidactes, ils rêvent de palmes académiques, d’intégration, de reconnaissance, et sont attirés par l’institution muséale. Ils aspirent à la consécration culturelle et sociale. A l’inverse, l’auteur d’Art Brut ignore les instances culturelles, les normes et valeurs de l’art officiel, ou s’y montre indifférent voire réfractaire.

Kinderlijke kunst

We spreken van ‘kinderkunst’ als de kwaliteit van het werk van een kind die van de volwassene benadert.

Schilders als Miró hebben een kinderlijke onbevangenheid geveinsd in hun kleuren en vormen, maar hun precieze constructie van de grafische ruimte bestaat niet in het werk van kinderen. Nog een groot verschil: het werk van de kinderen is identiek, ongeacht de periode waarin het werd gemaakt; het volgt de evolutie van het kind (krabbelen, pre-symboliek, symboliek, realisme). Het werk van volwassenen verschilt naargelang de periode waarin het werd gemaakt; het volgt de evolutie van de geschiedenis, het maakt deel uit van een cultuur die in de loop van de tijd blijft veranderen.

Art Brut is geen kinder(lijke) kunst.

Lucienne Peiry:

L’art enfantin est également un proche cousin de l’Art Brut puisque leurs auteurs dessinent, peignent et modèlent librement, entretenant une relation naturelle avec l’expression artistique. Aucun d’entre eux ne se considère comme un artiste et chacun privilégie généralement la fabrication plus que le résultat. Les enfants, comme les auteurs d’Art Brut, ne recherchant pas les modèles culturels, leurs œuvres – inventives – proposent des solutions novatrices. Elles présentent entre elles des parentés thématiques (figures humaines et animales, architectures, paysages), stylistiques (multiplicité de points de vue, variation d’échelles, schématisme, etc.) et techniques (usage de matériaux récupérés, assemblage, bricolage). Mais l’auteur d’Art Brut développe une verve créative enrichie d’une expérience humaine et existentielle, ainsi que de capacités de concentration et de ténacité dont seul un adulte dispose. Il donne ainsi naissance à une production artistique organisée, et dont le système a été conçu, souvent de manière obsessionnelle, au fil de nombreuses années et par le biais de dizaines, de centaines, voire de milliers de compositions.

Primitieve kunst

Art Brut mag niet verward worden met ‘primitieve kunst’.

Primitieve kunst is een verouderde kolonialistische term, de uitdrukking van de superieure westerse beschaving ten opzichte van de onontwikkelde wilde. Tegenwoordig wordt vaak tribale kunst gezegd, in het Frans art premier. In feite gaat het om volkskunst uit een bepaalde regio, daarom spreekt men liever over traditionele volkskunst.

In de kunsthandel worden kunstvoorwerpen die gemaakt zijn voor 1960 (Papoea-Nieuw-Guinea), voor 1930 (Afrika) en voor 1800 (Zuid-Amerika) tot de primitieve kunst gerekend. Het betreft dan artefacten gemaakt door leden van een inheemse bevolkingsgroep met weinig of geen alfabetisering, gemaakt omwille van een rituele functie of gewoon als gebruiksvoorwerp, niet ‘louter voor de schoonheid’. De ‘kunstenaars’ voerden slechts hun ambacht uit en waren gebonden aan strikte regels. De voorwerpen en de versieringen kwamen voort uit een lange traditie waarbij de elementen van de cultuur werden afgebeeld en elke afbeelding zijn eigen betekenis had.

Primitieve kunst is een belangrijke inspiratiebron geweest voor verschillende kunststromingen aan het begin van de 20e eeuw. (primitivisme)

Primitieve kunst wordt ook vandaag nog gemaakt, kunstwerken die gemaakt worden in traditionele culturen die een nog levende traditie hebben.

Lucienne Peiry:

Des analogies sont évidentes aussi entre certaines œuvres d’Art Brut et des œuvres d’art primitif ou d’art premier, dans les sujets qui s’y développent, les styles, les résolutions techniques, ainsi que dans l’intense vitalité et la force d’expression qui s’en dégagent. Les artistes d’Afrique, d’Asie, d’Océanie et des Amériques créent néanmoins selon des procédés établis qui appartiennent à leur culture, et qui se transmettent de génération en génération. Suivant des modèles qui les inscrivent dans un cadre, ils se distinguent fondamentalement des auteurs solitaires de l’Art Brut, qui réalisent des œuvres orphelines.

Geen duidelijke aflijning

Nogmaals or Lucienne Peiry:

“Il existe toutefois des exceptions ainsi que des cas limites. L’ Art Brut doit être envisagé comme un pôle, ainsi que l’a précisé Jean Dubuffet. Certaines expressions – comme l’art naïf, l’art enfantin, l’art primitif, mais aussi l’art populaire ou les graffiti –, tout en étant foncièrement distinctes de la radicalité de l’Art Brut, en sont plus ou moins proches : il y souffle le même vent.”