De Kleine Mote

Wat overblijft

Camiel van Breedam

www.camielvanbreedam.com

Wat overblijft

Tentoonstelling “ce qui subsiste / what remains / was übrig bleibt” opgedragen aan Jos en Kaat Thevelin; in Flanders Fields, 10 juli 2009 – 04 oktober 2009.

Gasmaskers en dode bladeren

| Jan Van Hove – De Standaard

Camiel Van Breedam maakt kunst met afval- materiaal. Fietskettingen, kachelpijpen, kapotte schoenen: deze man doet er mooie dingen mee. Protest tegen oorlog en geweld is een leidmotief in zijn werk, dat deze zomer getoond wordt in Ieper.

Het museum In Flanders Fields in de Lakenhalle van Ieper nodigt elk jaar een kunstenaar uit om een nieuw werk te maken en te tonen. De collectie van het museum, die de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog vertelt op een plek die in die gruwelijke periode compleet werd verwoest, krijgt dankzij de inbreng van de hedendaagse kunstenaars telkens nieuwe impulsen. Het initiatief leverde al prachtige kunstwerken op, zoals de dode paarden van Berlinde de Bruyckere, die op foto’s uit de Eerste Wereldoorlog zijn geïnspireerd.

Dit jaar nodigde het museum Camiel Van Breedam (Boom, 1936) uit. Hij maakte in de jaren 1960 en 1970 naam met werken die uit afvalmateriaal zijn opgebouwd. Een groot deel van zijn oeuvre vormt een aanklacht tegen oorlog en geweld.

Het onrecht dat de Amerikaanse Indianen werd aangedaan, gaat hem evenzeer aan het hart als de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog die hij in de Westhoek leerde kennen. Van Breedam is een kleurrijke figuur in onze kunst, ook letterlijk, want hij is van kop tot teen in het rood gekleed, omdat hij dat nu eenmaal zo’n fijne kleur vindt.

Wat overblijft, zoals de tentoonstelling van Van Breedam heet, bestaat uit twee delen. Beneden in de Lakenhalle is een overzicht van zijn werk over het thema oorlog te zien. Boven, geïntegreerd in de permanente collectie van het museum, staat de prachtige nieuwe installatie J’ai rendez-vous avec vous, die hij speciaal voor Flanders Fields maakte.

Executiepalen

‘Dit nieuwe werk is een monument voor de doden’, zegt Van Breedam. ‘Het bestaat uit zeven beelden die je als grafzuilen kunt beschouwen. Daarrond liggen gasmaskers en dode bladeren. Terwijl ik bezig was het werk op te stellen, gebeurde er iets vreemds. Ik werd aangesproken door een bezoekster die me zei dat zo ontroerd was door mijn beelden, omdat die haar aan executiepalen deden denken. Ik schrok daar een beetje van, omdat ik het zelf nooit zo bekeken had. Maar ik vond het wel goed, want kunstwerken zijn gelukkig nooit eenduidig. Elke toeschouwer kan er nieuwe betekenissen aan geven.’

Van Breedam is opgegroeid in de Rupelstreek. De teloorgang van de steenbakkerijen, de scheepswerven en de fabrieken in zijn streek heeft hem diep getroffen. ‘Het is alsof er een aanslag op je jeugd wordt gepleegd’, zegt hij. ‘Het is de vernietiging van een wereld die je dierbaar is.’ Heel zijn beeldend werk staat in het teken van het verlies.

Veel dankt hij aan de kunstenaar Octave Landuyt, die hem leerde tekenen en schilderen. Landuyt bracht hem gevoel voor compositie bij, maar Van Breedam zou dat op een andere manier gebruiken dan door te tekenen of te schilderen. Hij voelde zich aangetrokken tot allerlei ruwe materialen, waarmee hij reliëfs en assemblages begon te maken. Die voorkeur kwam niet uit de lucht vallen: zowel de vader als de grootvader van Van Breedam waren loodgieter en koperslager. Hun atelier fascineerde hem van kindsbeen af.

Indianen

Zo groeide het werk van Van Breedam uit wonderlijke combinaties van nederige objecten. Borstels, buizen, schroeven, lepels, knoken, veren, golfplaten, machineonderdelen, inktpotten: je kunt het zo gek niet opnoemen, of het zit wel ergens in een beeld van Camiel Van Breedam. ‘We gooien vandaag zoveel weg’, zegt hij. ‘Ik hou van dingen die al een leven hebben gehad. Ze hebben een eigen poëzie.’

Zijn verontwaardiging over wat hij de ‘barbaarse’ afbraak van de Rupelstreek noemt, maakte de kunstenaar gevoelig voor het onrecht in de samenleving. Veel van zijn werk is een vorm van protest tegen uitbuiting, geweld en oorlog. Zo maakte hij zijn bekendste installatie, Het concilie van Wounded Knee, als reactie op de opstand van de Sioux-Indianen in 1973. Het is nog steeds een aangrijpend werk, waarin de verslagen Indianen, gehuld in sjofele jutezakken en omgeven door hun totems, als een hoopje menselijke ellende bij elkaar zitten.

‘De Indianen zijn voor mij het ultieme symbool van het geweld dat de ene mens pleegt op de andere’, zegt Van Breedam. ‘Zelfs vandaag begrijpen de meeste Amerikanen niet hoe slecht zij die mensen behandeld hebben. Het blijven tweederangsburgers.’

Ook de Eerste Wereldoorlog duikt geregeld op in het werk van Van Breedam, een trouwe bezoeker van de Westhoek. Het gebruik van afvalmaterialen in zijn werk sluit trouwens indirect aan bij de trench art, de kunst die op basis van oorlogsschroot gemaakt werd door de soldaten in de loopgraven, door krijgsgevangenen en burgers. Restmaterialen van de oorlog zoals granaathulzen, kogels en drinkpullen werden verwerkt tot souvenirs. In de assemblages van de Boomse kunstenaar herken je verwijzingen naar de oorlog zoals een witte vlag, een valscherm of het silhouet van een Britse ‘tommy’.

Expliciet zijn die verwijzingen zelden. Het werk van Van Breedam is weerbarstig en geeft zich niet onmiddellijk prijs. Het zit ook vol paradoxen. Er zit kwaadheid in en melancholie, maar ook humor en speelse effecten. En hoewel hij meestal ruwe en banale materialen gebruikt, hebben zijn beelden een hoog poëtisch gehalte, een warmte die zeldzaam is. Het is kunst zoals het leven zelf.

‘Wat overblijft’ van Camiel Van Breedam, tot 4/10 in het In Flanders Fields Museum, Lakenhalle, Grote Markt 34, Ieper, dagelijks van 10 tot 18 uur.

de kringloop van Camiel Van Breedam

eliane van den ende03 augustus 2009 – Indymedia (dewereldmorgen)

‘Nie Wieder Krieg’ klonk ‘t na de oorlog. Käthe Kollwitz tekende met deze woorden een vlammende affiche voor de Duitse Pacifisten. Edoch! Oorlog en de randschade zijn nog altijd wezenlijk in de Westhoek. Het ‘In Flanders Fields Museum’ evoceert weergaloos die diepe ‘tristesse’ van ‘den Grooten Oorlog’ en nodigt elke zomer een hedendaagse beeldende kunstenaar uit om zijn mijmeringen over oorlogsgeweld – toen en nu – bloot te geven. Dit jaar stelt Camiel Van Breedam een tweeledige tentoonstelling voor: ‘Wat overblijft’ is even gelaagd als zijn werk.

‘J’ai rendez-vous avec vous’, een herwerkte installatie van Camiel Van Breedam, een van de werken tegen oorlog en geweld in het Flanders Fields Museum in Ieper

‘Het Concilie van Wounded Knee’ is een kamergrote installatie uit 1973, nu eigendom van de Vlaamse gemeenschap. In de heropstelling in het ‘In Flanders Fields Museum’ is deze ‘Memorial’ van de beruchte slachtpartij op Indianen in de Verenigde Staten indrukwekkend, beangstigend en tegelijkertijd olijk. Negen menselijke figuren, in jute ‘zakkengoed’, zitten mistroostig, onderuitgezakt op kerkstoelen rond een lijkbaar. Een opperhoofd murmelt op een troon de reünie voor en kijkt uit op een soortement altaar met een fronton als ‘God ziet u, hier vloekt men niet!’. Hoewel; de lijkkist lijkt wel sterk op een instrumentenkist, een cellovalies.
Veel van Camiel van Breedams werk heeft een ambivalente en zelfs humoristische inslag. Milde ironie die verdriet doet verteren. Triestigheid om wat wegebt of weggesmeten wordt: mensen en dingen. Gramschap daarover.
‘We come back after the war’ is een achteloos weggesmeten vensterluik met grijsblauw afbladderende verf, zelfs niet ‘bio’ genoeg om op de brandstapel terecht te komen. Van Breedam vatte het in een wit kader en een raam opent zich in de hersenen van de toeschouwer.
Een paar latten wrakhout, meer is ‘En wat nu, kleine man?’ niet. Een houten vierpikkel met daarboven op een keukenvergiet is een verrassende ‘Unsichermachungsdetector’. Een kromgeslagen nagel aan een ijzerdraadje, een golvende ijzerplaat op een vaalblauwe sokkel in een wit kastje evoceert ‘De weg naar Boesinghe’ en de bijhorende foto van een kapotgeschoten huis met de richtingaanwijzer naar Boesinghe maakt duidelijk dat we niet kunnen zeggen dat we ‘het nooit geweten hebben’.
‘De Engelse soldaat’, op een geamputeerde schoenleest, evoceert een van de zovele ‘tommies’ die naar ‘Flanders Fields’ trokken ‘where the poppies grow’. De klaprozen die Engelsen rond 11 november nog altijd op hun revers spelden. Rood van de klaprozen. Rood van het bloed. Rood van de inkt waarmee Camiel Van Breedam schrijft. Rood van de Roodhuiden, van de brandweerauto’s. Rood van de thermos en de kleren die Van Breedam altijd en immer draagt. Rood van zijn ongebleekt sociaal engagement.

DADA

Rood ook van de muren van de tentoonstelling ‘Wat overblijft’. 76 werken uit de periode 1962- 2007 staan in een dubbel circuit : een rode en een zwarte omloop. Toevallig de kleuren van het anarchisme? Anarchie die zo vaak met chaos wordt verward. Bij Van Breedam ontstaat uit de chaos van weggesmeten brol, een nieuw (wereld)beeld: anarchie die wezenlijk bestaat uit respect, uit het nemen van eigen verantwoordelijkheid, uit een teder verzet tegen onverschilligheid, uit mededogen, uit het samenhorigheidsgevoel van een einzelgänger, uit warme vriendschap,…
Die vriendschap met notaris Jos Thevelin, aan wie het sfeervolle tentoonstellingsboek werd opgedragen, leerde Van Breedam de Westhoek kennen. Bij het begin van de tentoonstelling hangt een portret van zijn vriend, de notaris: een paar schoenzolen met gaten erin, schoenen die de notaris blijkbaar nog altijd droeg, en daarnaast een paar overschoenen zoals de soldaten begin 20ste eeuw droegen. Rondom de gaten van de zolen is een ijzerdraad gewikkeld… als een bril. Voeten zien veel,… als ze stappen. Dat soort absurde humor is erg verwant met de kunststroming ‘DADA’ die in Zwitserland als reactie tegen de eerste wereldoorlog ontstond. Ook Dadakunstenaars maakten in de jaren 20 collages met ‘objets trouvés’ en gaven er een nieuw leven aan. Zowat 50 jaar geleden was Van Breedam in België een pionier in die assemblagekunst, het samenbrengen van waardeloze rommel tot een sprekend, universeel geheel. Overleven is nieuw leven uit een verworpen verleden. In het boek noemt Piet Chielens, coördinator van het In Flanders Field Museum, de artiest ‘kunstenaar tegen het verlies’.

KRINGLOOPWINKEL

Teloorgang van mensen en dingen zoals ook in de grote installatie in 1986 op het dorpsplein van Watou : militair materiaal en totempalen met als titel ‘ Reagan, waarom worden niet alle Indianen vermoord met yperiet?’. De naam van de Amerikaanse president moest echter uit de titel verdwijnen maar het statement met de ‘cross over’ linken blijft niet minder pregnant. Vooral met de gasmaskers die uitgeteerde mensentronies lijken. Die maskers liggen ook onderaan de 7 totempalen van de ‘gerecycleerde’ installatie ‘J’ai rendez-vous avec vous’ dat middenin het feitelijke museum van de eerste wereldoorlog prijkt. Deze herwerking van een vroeger beeld verwijst naar een gedicht van de Amerikaanse soldaat/dichter Alan Seeger, die in 1916 omkwam en ook naar een lied van Georges Brassens. Van Breedam heeft ook een swingend bestaan, een (deel)leven dat een brug slaat tussen New Orleans en zijn geboortedorp Boom. De streek van de verkommerde steenbakkerijen. Rood van de baksteen, van de dakpannen. Rood van woede om mensonterende miserie, van verzet tegen verprutste nijverheid,…Desolaatheid in landschappen en in mensen.
Die virtuele klei koestert en herbruikt Van Breedam. Met spullen van vroegere hulp. Dingen met een sprekend verleden, dingen sprekend over het heden, dingen met een toekomst, zeker zekerst. Want die toekomst bloeit uit het kunstwerk. Het kunstwerk tovert voor achteloos weggegooide dingen een nieuwe bestaansreden.
Weemoed neemt weerwraak, zo hoort ‘t.

De tentoonstelling ‘Camiel Van Breedam; wat overblijft- ce qui reste – what remains’ is tot 4 oktober te zien in het ‘In Flanders Fields Museum’ in de Lakenhallen in Ieper;  www.inflandersfieldsmuseum.be; 


Bij de tentoonstelling hoort een ingehouden sobere catalogus, uitgegeven door het Mercatorfonds. Vast een collectorsitem.
Van 18/10 tot 19december staat werk van Camiel Van Breedam in het Braempaviljoen van het Middelheimpark in Antwerpen