De Kleine Mote

Rijsel (Lille) [35 km]

Toeristische Dienst Place Rihour, Lille +33 8 91 56 20 04

www.lilletourism.com

Rijsel of Lille, beide namen verwijzen naar ‘eiland’, in het Frans ‘L’île’ en in het Nederlands Ter isele. De site van Rijsel is inderdaad haast een eiland bij de samenvloeiing van Bucquet en Deûle.

Geschiedenis

Rijsel was een Vlaamse stad (deel van de Bourgondische en Spaanse Nederlanden) tot hij in 1667 door verovering werd opgenomen in Frankrijk.

Vermoedelijk ontstond de stad uit een villa van de graven van Vlaanderen.

In de 11e eeuw was de villa uitgebouwd tot het Hôtel de la Salle (Zaalhof). Het ‘castrum islense’ was het grootste van Vlaanderen maar ook een van de laatst gebouwde kastelen van het graafschap. Een keure uit 1066 preciseert een en ander: rond het ‘castrum’ zijn er de buitenwijken, de ‘suburbium’ en de markt (forum). De stad Rijsel bestond dus al voor de burcht werd gebouwd; dat verklaart ook de atypische niet-centrale ligging van het kasteel.

Het zaalhof bevond zich op een hoge motte op de oever van de laatste bocht van de Deule (niemand weet trouwens wat er nu eerst was, de bocht in de rivier of het castellum). Het beschikte over een donjon en over een extensie, die vermoedelijk op palen in de rivier was gebouwd.

Hier verschanste graaf Boudewijn V van Vlaanderen zich in 1054, toen keizer Hendrik III tegen hem optrok.

In 1055 stichtte hij er, met zijn vrouw Adela van Mesen het seculiere Sint-Pieterskapittel, dat hij in 1066 een groot charter verleende (de geestelijken krijgen een terrein van 10 hectare) en hij laat de Sint-Pieterskerk bouwen. Na zijn dood wou de graaf in het koor van zijn collegiale kerk begraven worden. Zijn tombe werd in 1334 vernield bij een brand en vervangen door een marmeren plaat die verdween toen de kerk werd afgebroken in 1810.

Het kasteel kende heel wat verbouwingen en uitbreidingen maar werd begin 16de eeuw gesloopt; het was vervangen door het Palais Rihour. Ook de St Pieterskerk verdween.

De stad maakte in de 19e eeuw een grootschalige industrialisatie door, nu is het de kern van een metropolitaan gebied met 1,2 miljoen inwoners en de hoofdstad van de regio Hauts-de-France.

Bouwkundig en cultureel erfgoed

Rijsel heeft een opmerkelijk bouwkundig en cultureel erfgoed:

  • Grote Markt, een juweeltje van Oud-Rijsel, 24 huizen rond een charmante binnenplaats.
  • Stadhuis met Belfort
  • De Oude Beurs, Vlaamse barokstijl, 17e eeuw
  • Place Rihour met het gotische Palais Rihour
  • Theaterplein met de Opera
  • Hospice Comtesse, een 13e-eeuws hospitaal
  • Palais des Beaux-Arts, een van de grootste kunstmusea van Frankrijk
  • Vauban citadel,  de ‘koningin der citadellen’, in 17e-eeuw gebouwd in opdracht van Vauban
  • Notre-Dame de la Treille-kathedraal
  • Porte de Paris, triomfboog gebouwd ter ere van ‘zonnekoning’ Lodewijk XIV
  • Euralille, gebouwd naar een ontwerp van onder anderen Rem Koolhaas, Jean Nouvel, Christian de Portzamparc en Claude Vasconi
  • Euralille winkelcentrum

Paleis voor Schone Kunsten

Place de la République 59000 Lille

Op het Louvre(Parijs)  na het belangrijkste museum van Frankrijk wat betreft de rijkdom aan collecties. Het herbergt prestigieuze collecties van schilderijen, beeldhouwwerken, tekeningen en keramiek.

www.pba-lille.fr

Museum van L’Hospice Comtesse

Place Augustin Laurent 59033 Lille

Het oud hospitaal, opgericht in de 13e eeuw door de Gravin Johanna van Vlaanderen: de  ziekenzaal, de kapel, het gemeenschapsgebouw en de slaapzaal. Dit museum bevat ook schilderijen, meubilair en kunstvoorwerpen.

mhc.lille.fr

Museum voor Natuurgeschiedenis en Geologie

19 rue de Bruxelles 59000 Lille

Geologische, zoölogische en etnografische collecties.

https://mhn.lille.fr/

Notre-Dame-de-la-Treille, kathedraal

Pl. Gilleson, 59800 Lille

Neogothisch, opgericht tussen 1897 en 1947. De Rijselse architect Charles Leroy nam de kathedralen van Reims en Chartres als voorbeeld; het gebouw is meer dan 123 meter lang en heeft twee klokkentorens van meer dan 115 meter hoog. De werken begonnen in 1856 maar sleepten anderhalve eeuw aan.

In 1999 werd de gevel, ontworpen door Pierre-Louis Carlier en Peter Rice, voltooid: een transparante marmeren sluier met een rozet die de opstanding van Christus voorstelt. Het glasraam werd ontworpen door Ladislas Kijno, het bronzen portaal door Georges Jenclos.

Naast de kathedraal staat nog een klokkentoren uit 1874, Le Campanile.

Binnen in de kathedraal bevindt zich een polychroom stenen beeld van Notre Dame de la Treille.

Notre-Dame-de-la-Treille, beeld

Het beeld dateert uit de twaalfde eeuw en is gemaakt uit polychromeerde witte steen, terwijl de hoofden van Maria en Christus uit marmer zijn.

Het beeld stond oorspronkelijk in de Sint-Pieterskerk, die had het in de eerste helft van de 13e eeuw verworven.

In 1304 (na de Slag bij Pevelenberg) werd Rijsel gebrandschat, de kerk gaat mee in de as en van het beeld restte niet meer dan het hoofd.

Als gravin Margaretha van Male in 1405 in de kerk wordt begraven, laat Filips de Goede (Hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen) de kapittelkerk herbouwen en het beeld tot aan de enkels restaureren.

Het beeld werd in de Sint-Pieterskerk beschermd door een hekwerk in verguld smeedijzer, dat hekwerk diende om de wensen en votiefgaven van de gelovigen vast te maken. Notre-Dame de la Treille was immers een mirakelbeeld dat bezetenen bevrijdde en ongeneeslijk zieken, verlamden en pestlijders genas. Er kwamen pelgrims uit heel Europa.

Paus Alexander IV richt in het midden van de 13e eeuw de broederschap van Notre-Dame de la Treille op, de grote families van de regio zijn vereerd om er deel van uit te maken.

In 1269 richtte gravin Margaretha van Constantinopel een jaarlijkse processie op (die plaats vond tot aan de Franse Revolutie) en vanaf 1270 vonden in juni elk jaar feesten plaats ter ere van de Heilige Maagd.

Na een nieuwe reeks wonderen wordt de stad officieel toegewijd aan de Notre Dame de la Treille: “Insula Civitas Virginis”. Het gemeentebestuur plaatst symbolisch de sleutels van de stad op het altaar bij het offertorium van de wijdingsmis, 28 oktober 1634.

In 1635 wordt de Oostenrijkse keizer Ferdinand II lid van de broederschap van Notre-Dame de la Treille, voordat hij een beslissende slag in de Dertigjarige Oorlog won.

In 1667 zwoer Lodewijk XIV, na zijn succesvolle belegering van Rijsel, in de kapel van Notre-Dame de la Treille de privileges te behouden en de gebruiken van de stad te respecteren. Tevens maakte hij de restauratie van het beeld af door er de twee ontbrekende voeten aan toe te voegen.

De Sint-Pieterskerk werd in 1792 (Oostenrijkse belegering) zwaar beschadigd en volledig afgebroken. De kapelaan Alain Gambier vindt het wonderbaarlijke beeld terug en verbergt het in een riool om het dan toe te vertrouwen aan de parochie van Sainte-Catherine du Vieux-Lille waar het standbeeld en de cultus vergeten raakt in een donkere hoek van de kerk.

In 1842 wordt de cultus tot Notre-Dame de la Treille hersteld, het beeld komt in de kapel van de zeer Heilige Maagd Maria in de Sint-Katrienkerk. In 1854 volgt een uitbundige eeuwfeestviering van het van de eerste mirakels.

Met de zegen van de zalige paus Pius IX worden plannen gemaakt om een ​​nieuwe kerk te bouwen om de Notre-Dame de la Treille te huisvesten en er wordt een terrein gekocht: de oude kasteelmotte, op de plek waar Lille werd gesticht.

Notre-Dame de la Treille wordt ook de patroonheilige van de gloednieuwe Katholieke Universiteit van Lille, opgericht in 1875.

Crypte Sint-Pieterskerk

In de 11de eeuw stichtte Boudewijn , graaf van Vlaanderen, het seculiere Sint-Pieterskapittel en hij liet hij de Sint-Pieterskerk bouwen. In de 13e eeuw werd de Romaanse kapittelkerk Sint-Pieters omgebouwd tot een gotische kerk met veel grotere afmetingen. De kapittelheren inspireerden zich op de kathedraal van Soissons.

De definitieve vorm van de kapittelkerk werd bereikt in 1504 met de creatie van een gotisch gewelf, maar in de 16e eeuw werd ook nog een doksaal toegevoegd.

Plattegrond Sint-Pieterskerk

Vandaag resten enkel de grondvesten van de romaanse crypte (11de eeuw): toen het oude palais de justice werd afgebroken om het nieuwe te bouwen, werd die crypte ontdekt. Er resten slechts fragmenten die bovendien enkel op ‘Journées du Patrimoine’ kunnen bezocht worden (bereikbaar middels een trap vanaf de rue des Prisons).

Van het klooster van het kapittel rest niet meer dan twee bogen in een privétuin op de Place du Concert. Ook de kelder van het kapittelgebouw is nog intact onder de kelder van een hotel op dezelfde plaats.

Citadel

avenue du 43ème régiment d’infanterie, Lille

Volgens Vauban “de mooiste en de meest volmaakte citadel van het Koninkrijk”. In elk geval een meesterwerk op het gebied van de vesting- en stedenbouw en van de Franse architectuur. Het is een echte stad in de stad, omringd door vijf bastions die een vijfpuntige ster vormen. De citadel wordt wel de ‘Koningin onder de citadellen’ genoemd.

De Koninklijke Poort leidt naar de Wapenplaats, omringd met zandstenen gebouwen in de klassieke Rijselse stijl). Er is een monument voor de patriotten die hier in 1915 werden geëxecuteerd.

De citadel is nog steeds militair terrein. De gebouwen dienen als hoofdkwartier van het Snel Interventiekorps van het Franse leger. Bezoeken is dus niet mogelijk maar de buitenkant is bezienswaardig en in het park rond de citadel is lekker wandelen en of fietsen. Er is ook een kleine groene dierentuin met vogels, zoogdieren en reptielen in themaruimtes (gratis toegang).

Gebouwd nadat Rijsel in 1667 door Franse troepen op de Spanjaarden werd veroverd als deel van de Pré Carré. Vauban maakte de bouwplannen; typisch daarbij is dat geen enkele muur door de vijand kon worden benaderd zonder dat zij beschoten kon worden door soldaten achter een aangrenzende muur.

Vauban koos de locatie bij de samenvloeiing van Bucquet en Deûle (een zijrivier van de Leie) om een vijandelijke belegering zo moeilijk mogelijk te maken: de drassige bodem was een extra natuurlijk verdedigingsmiddel. Bovendien kon, met een systeem van sluizen en waterpoorten, de esplanade (de open vlakte tussen de citadel en de stad) binnen 48 uur onder water worden gezet.

Er waren twee muren die de stad en de citadel verbonden en deze maakten onderdeel uit van de vestingmuur. Vauban maakte de verbindingsmuren met opzet zwak, ze konden snel worden afgebroken als de vijand de stad had bezet en via de muren de citadel wilde aanvallen.

De citadel is tweemaal belegerd. In 1708 slaagden de Spanjaarden: de stad gaf zich over in oktober, de citadel in december -vanwege een gebrek aan voedsel en munitie. In 1792 belegerden de Oostenrijkers de stad, maar slaagden er niet in de stad en citadel in te nemen.

Fort Mons-en-Baroeul

Vlakbij Rijsel, in Mons-en-Baroeul, werd in 1878 een imposant fort gebouwd ter bescherming van Rijsel (architect Séré de Rivières, de ‘Vauban’ van de 19de eeuw). Vijf jaar na de voltooiing waren er al nieuwe, zwaardere explosieven die het fort eigenlijk nutteloos maakten. Het fort werd wel nog door het leger gebruikt, onder meer om een eenheid transmissie en een sectie postduiven in onder te brengen. 48 uur voor aanvang van de Eerste Wereldoorlog werd het gedeclasseerd; zowel tijdens de eerste als de tweede wereldoorlog huisvestte het de Duitse bezetter.

Uiteindelijk kocht de stad het in 1972 en kreeg het een nieuwe bestemming: bibliotheek, ludotheek, repetitielokalen, projectiezaal, openluchttheater,…

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-10.png

https://fortdemonsenbaroeul.blogspot.com/

Art Nouveau Mons-en-Baroeul

Een aanrader voor wie Rijsel bezoekt en graag Art Nouveau huizen ziet: in Mons-en-Baroeul en meer specifiek in de rue Henri-Poissonnier, de rue Charles De Gaulle en de rue Pasteur staan prachtige façades die dateren van begin 20ste eeuw.

Mons-en-Barœul is helemaal vergroeid met de verstedelijking van de grootstad Rijsel. Tot in de 19de eeuw was het landelijk gebied met verspreide hoeves, langs de weg van Rijsel naar Roubaix. Pas in 1844 werd het kerkelijk een parochie.

Zoo van Rijsel

Parc Zoologique de Lille, Avenue Mathias Delobel Lille, +33 3 28 52 07 00

Elke dag behalve dinsdag open van 10 tot 17 uur (winter) of 18 uur (zomer) of 19 uur (zomer weekend).

Het dierentuin (open vanaf 13 juni) is open op winter elke dagen (behalve op dinsdag) van 10 tot 17uur, op zomer elke dagen op week (behalve op dinsdag) van 10 tot 18uur, op weekend van 10 tot 19uur.

Een dierentuin van 3,5 hectare, geopend in 1950. De citadel van Rijsel vormt de wand van de dierentuin, terwijl de andere kant wordt begrensd door een zijarm van de Deule. Het nabij gelegen Parc de la Citadelle staat op zijn beurt nog eens voor 70 hectare groen, en dit alles op een paar minuten wandelen van het centrum.

Op vandaag zijn dat 350 verschillende species, waarvan drie kwart bedreigde  diersoorten. Neushoorns, gibbon- en kapucijnaapjes, papegaaien, zebra’s, spinnen, slangen vind je er in kooien, open ruimtes en in een verduisterde ruimte.

Kinderen zijn er koning. Succesnummers zijn het apeneiland en de Afrikaanse terreinen. Schrik ook niet als een pauw je voor de voeten loopt.

Monument au pigeon voyageur

avenue Mathias Delobel, 59800, Rijsel (ingang van de zoo)

Het monument “Au pigeon voyageur” is ter ere van de ongeveer 20.000 postduiven die omgekomen zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook de gefusilleerde duivenmelkers (duiven houden was verboden tijdens de Eerste Wereldoorlog) worden er geëerd als helden van het verzet.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is IMG_1111.jpg

Ook in Brussel (rue Locquenghien) staat een groot monument ter ere van de militaire duiven en hun verzorgers uit de Eerste Wereldoorlog. Deze duiven waren immers erg belangrijk voor de communicatie: vaak het enige communicatiemiddel voor de grotere afstanden en voor de communicatie met het front waar de telefoonlijnen voortdurend waren doorgesneden.

Naar ruwe schatting zijn meer dan 100.000 duiven gebruikt, waarvan zo’n 95% de boodschap metterdaad heeft afgeleverd. Dit hoge succes-percentage was het gevolg van twee eigenschappen van de postduif: enerzijds dat wonderlijke vermogen om altijd het thuishonk terug te vinden, anderzijds de hoge vliegsnelheid. Zelfs voor een scherpschutter viel het niet mee er een uit de lucht te halen. Sommige roofvogels hadden daar minder moeite mee. In de loop van de oorlog werden dan ook valken en haviken naar het front gebracht om duiven neer te halen. Bovendien werden duiven steeds per twee (met dezelfde boodschap) gelost om de slaagkans te verhogen.

De Franse heldenduif Vaillant kreeg een Croix de Guerre. Ze werd op 4 juni 1916 losgelaten op fort Vaux tijdens de Slag bij Verdun, met in een kokertje de volgende boodschap: Wij bezwijken langzamerhand onder gasaanvallen. We moeten dringend ontzet worden. Dit is mijn laatste duif. Getekend, commandant Raynal.
De duif keerde eerst terug naar het fort omdat er te veel gas hing maar de tweede poging lukte wel; het is te zeggen, Vaillant kwam door de vijandelijke linies en leverde het bericht af maar viel, vergiftigd door het gas, stervend zijn hok binnen en het fort viel uiteindelijk toch in Duitse handen. Vaillant ontving postuum medailles, een monument en werd opgezet in het Franse legermuseum.

Er waren meerdere beroemde duiven in de Eerste Werldoorlog. De bekendste Duitse duiven was de “Kaiser”, hij werd gevangen door de Amerikanen in 1918 en naar Amerika overgebracht waar hij veel nakomelingen kreeg die geweldig presteerden in de postduivensport. Beroemde geallieerde duiven waren Spike, Big Tom, Lord Adelaine, Steady, President Wilson, Colonels Lady en de beroemdste van allemaal: Cher Ami.

“Cher Ami” was een blauwkras doffer, ingezet door de U.S. Army Signal Corps in Frankrijk. Hij bezorgde 12 belangrijke boodschappen binnen de Amerikaanse sector bij Verdun. Op zijn laatste tocht, in oktober 1918, werd Cher Ami geraakt door vijandelijk vuur zowel in zijn borst als in een poot. Hij bereikte niettemin zijn hok. Het kokertje met het bericht bungelde nog net aan het kapot geschoten pootje. Die boodschap was afkomstig van Major Whittlesey’s “Lost Battalion” van de 77th Infantry Division, dat geheel geïsoleerd was geraakt van de andere Amerikaanse troepen en hopeloos onder vuur lag. Cher Ami had de veertig kilometer naar het Amerikaanse hoofdkwartier afgelegd in 25 minuten. Binnen enkele uren konden de Amerikanen het bataljon bevrijden en waren 194 levens gered! Ook Cher Ami werd onderscheiden met het Franse “Croix de Guerre avec Palmes” en overgebracht naar New York voor een heldenontvangst. Hij stierf in 1919 als gevolg van zijn verwondingen en werd opgezet. Later kreeg hij nog een gouden medaille van de Amerikaanse postduivenorganisatie.

Heel dichtbij op zoek naar een vleugje Parijs

Even van de Franse flair genieten? Dat kan in Rijsel, de stad die veel Belgen lokt om er te shoppen. Een extra troef: dit jaar mag Rijsel zich designhoofdstad noemen.

Veerle Windels

De Standaard – Vrijdag 14 augustus 2020

De Grote Markt van Rijsel. Wie ontdekkingen wil doen, kan maar beter de kleine straatjes ten noorden van de Place du       Théâtre induiken. afp

‘U wilt nog ontbijten. We kijken wel even wat we nog in de aanbieding hebben.’ Camille Duval blijkt een duivel-doet-al bij Mama Shelter in Rijsel. Ze brengt gasten naar de tafeltjes op het terras en slaat een praatje met een verdwaalde Spanjaard die de kaart van Rijsel maar niet onder de knie krijgt. Niet veel later staan er croissants en andere ontbijtkoeken voor onze neus en nippen we net iets te gretig van een bloedhete koffie.

Mama Shelter heeft als hippe hotel­keten al strepen verdiend in onder meer Parijs en Marseille en als we Camille mogen geloven, doet de sinds een jaar geopende vestiging van Rijsel het ook erg goed. Hier kom je om (niet te duur) te ­logeren in een redelijk spectaculair kader, maar evengoed om aan te schuiven voor de lunch, tussen zakenmannen en grote families met kinderen. La Bellezza is de perfecte naam van de inhouse Big Mamma Trattoria, met chef Luca die zich met liefde wijdt aan de beste typisch Italiaanse ­gerechten. ‘Kom ­zeker terug met meer tijd’, zegt Camille.

Toegegeven: tot voor kort kende ik de stad niet echt, alleen de beide stations, waar ik tientallen keren de trein naar Gare du Nord in Parijs nam. Via de snelweg de stad inrijden blijft onaangenaam. Overal ligt zwerfvuil dat maar niet opgeruimd raakt en rond de vele architecturale hoogstandjes die het nieuwste deel van de stad kenmerken – denk Rem Koolhaas en Jean Nouvel – heerst de grote leegte.

Mama Shelter heeft als hippe hotelketen al strepen verdiend in Parijs. Francis Amiand

En toch: de stad heeft zich de voorbije jaren ontpopt tot een uitgelezen citytrip­bestemming met lekkere restaurants, in ere herstelde huizen, prachtige musea en winkels die in mode en design grossieren. Euralille is het grote (voor velen te mijden) shoppingcomplex vlak bij Gare Lille-Europe en ook het warenhuis Printemps trekt veel bezoekers op zoek naar een vleugje ­Parijs. Wie net iets interessantere ontdekkingen wil doen, kan maar beter de vele kleine straatjes ten noorden van de Place du Théâtre induiken. Daar waar Le Vieux Lille zich van zijn schoonste kant toont.

Arabesken uit vervlogen tijd

Mijn eerste stop is meestal de boekenmarkt in openlucht, op de riante binnenplaats van de Vieille Bourse, aan de overkant van het grootse operagebouw. Hier is het druk, maar toch kun je genieten tussen tweedehandsboeken over fotografie, architectuur en geschiedenis, oude stadsplannen en ansichtkaarten. Even verderop is het ook al aanschuiven bij patisserie Meert in de rue Esquermoise. Geduld wordt hier gelukkig extra beloond, want de gelagzaal vol arabesken, moulures en spiegels doet denken aan vervlogen tijden – het superbe ­decor dateert van 1839, maar is intussen meermaals opgefrist zonder aan charme in te boeten. Wafels gevuld met vanille uit Mada­gaskar: het is eens iets anders. We zijn lang niet de enigen die overstag gaan.

Authentieke boetieks

Daarna wandelen we verder in een straat die de ­zeventiende- en achttiende-eeuwse huizen aaneenrijgt. De buurt mag dan volgestouwd zitten met shops, wie hier alleen maar wil verdwalen tussen oude gevels en geherwaardeerde plekjes, kan dat probleemloos.

Want ook dat is Rijsel: een stad die iets meer dan driehonderd jaar geleden nog in handen was van eerst de Bourgondiërs, nadien de Habsburgers. Pas in 1667 werd de plek door Lodewijk de veertiende ingelijfd bij Frankrijk. Vandaar de blijvende link met onze cultuur. En het gemak waarmee wij Belgen geregeld naar Rijsel afzakken. Dat doen ze bijzonder graag om te shoppen. Doe gerust de test op onze nationale feestdag. Dan loopt Rijsel vol met Belgen die zich te goed doen aan mode- en designwinkels die nét iets anders bieden dan wat er in eigen land te vinden is.

Zo zijn er een paar steengoede multimerkzaken met Serie Noire (14 Rue Lepelletier) in ­pole­position. Dat is een winkel die grote Belgische en internationale ­designermode verkoopt, maar zelfs alleen al voor het unieke interieur meer dan de moeite is. Ga kijken hoe het oude pand op unieke wijze verbouwd werd zodat oude details bewaard bleven.

Authentiek Frans en bij ons nauwelijks nog te vinden is de collectie van Agnès b. (15 Rue Basse). De laatste jaren is de ontwerpster meer met ­cinema dan met mode bezig: dat maakt haar werk des te interessanter. In de Rue Basse zitten nog meer bijzondere ­modeadresjes. High (op nr. 36) bestaat net geen tien jaar en wordt getekend door een ex-ontwerpster van het iconische jeans­label Girbaud. Bensimon startte jaren geleden met stock américain-artikelen, maar mixt nu mode met design (op nr. 53). Twee multimerkzaken in het topsegment zijn L’Esthète (op nr. 39, met de herencollecties van Versace, Dolce & Gabbana en Philipp Plein in de rekken) en Michel Ruc (op nr. 28, met de dameslijnen van Stella Mc­Cartney, Lanvin, Valentino).

Wie liever design of decoratie spot, komt hier dit jaar helemaal aan zijn trekken. De stad mag zich immers een jaar lang designhoofdstad noemen. In 2004 was de stad nog Culturele Hoofdstad van Europa. Tentoonstellingen, projecten, denktanks: dat is er met het anderhalvemeteren niet echt van gekomen, maar toch is in ­beperkte mate nagedacht over design in een stedelijke context.

Drie keer eten in Rijsel

  • Bloempot, 22 Rue des Bouchers. Chef Florent Ladeyn toont dat hij meer in zijn mars heeft dan als Franse Masterchef het tv-scherm onveilig maken. Zijn ­‘cantine flamande’ zit in een oude schrijnwerkerij, waar hij kookt met plaatselijke producten. Reserveren!
  • Aoyama, 70 Rue de Gand. Een flard ­Japan in Noord-Frankrijk, in een straat die meer middelmatigheid kent dan hoogstaande ‘cuisine’. Denk bento’s, ­ramen en homemade matchacake. ­Serene sfeer door de rustgevende ­setting.
  • Le Coke, 30 Rue Thiers. Heerlijke plek in wat vroeger de chique hoofdzetel van de mijncompagnie van Lens was. Een plek om te genieten van de setting en een ­eerlijke Franse keuken. Je mag er ook cocktails komen drinken.