De Kleine Mote

Mesen

Toeristisch Informatiepunt, Markt 1 +32 (0)57 22 17 14

http://www.mesen.be/

Het infopunt bevindt zich in het voormalige stadhuis, een beschermd pand dat volledig werd gerestaureerd, een voorbeeld van wederopbouwarchitectuur. De bezoeker krijgt er een volledig beeld van Mesen door de eeuwen heen, maar centraal staat de Eerste Wereldoorlog. De aanloop naar de eerste gevechten, de Nieuw-Zeelanders tijdens de Mijnenslag om Mesen en de enorme symbolische waarde van de Ierse Vredetoren zijn maar enkele van de thema’s die worden belicht.

Kleinste stad van België

Met amper 1000 inwoners is Mesen de kleinste stad van België. Omdat Mesen een West Vlaamse faciliteitengemeente is, kan het ook niet fuseren met andere gemeenten: ofwel zijn daar geen faciliteiten, ofwel maken ze deel uit van de provincie Hengouwen.

Eigenaardige gemeentebegrenzing: opvallend klein grondgebied (358 hectare), bovendien ligt het noordelijk deel van de bebouwde kom op grondgebied Wijtschate en ligt een deel van het grondgebied (de “enclave van Mesen”) volledig afgesplits van de rest van Mesen, omcirkeld door Ploegsteert en Wijtschate.

Merkwaardige geschiedenis

Mesen wordt voor het eerst vermeld in de 11de eeuw als villa in het bezit van de graaf van Vlaanderen.

Adelheid van Mesen

Adelheid van Mesen stichtte er in 1057 het eerste vrouwenklooster in Vlaanderen: 30 benedictinessen van Onze-Lieve-Vrouw met daaraan verbonden een kapittel van 12 kanunniken om de kerkdiensten te leiden. In 1060 werd het klooster tot Abdij verheven. In 1067, na de dood van haar echtgenoot, bezocht Adelheid Rome en kreeg zij van paus Alexander II toestemming om de rest van haar leven door te brengen als benedictines. Zij trok zich als non terug in de abdij van Mesen, waar zij in 1079 overleed. Ze werd in de crypte begraven.

Geschiedkundig is Adelheid bekend als Adela van Frankrijk, dochter van koning Robert II van Frankrijk, verloofde van hertog Richard III van Normandië die overleed in 1027, getrouwd in 1028 met graaf Boudewijn V van Vlaanderen, moeder van Boudewijn VI van Vlaanderen en van Mathilde van Vlaanderen, echtgenote van Willem de Veroveraar, hertogin van Normandië koningin van Engeland.

Gunstige ligging

Het was geen toeval dat de gravin van Vlaanderen juist daar een abdij stichtte. Mesen had, voor de handel, een unieke geografische ligging: de kortste weg over land tussen het bekken van de Schelde en het bekken van de IJzer. Belangrijk want vrachtvervoer verliep liefst per schip, het was gemakkelijker, veiliger en voordeliger dan vervoer over land. De goederenstroom tussen nijverheidsstad Ieper en de economie van de Scheldevallei (Dowaai, Kamerijk, Valencijn, Doornik, Gent, Antwerpen) moest ofwel een grote omweg over water maken (Ieperlee, Noordzee, Schelde) ofwel 10 km over land naar Mesen om daar via de Douve de Leie en de Schelde te bereiken.

Bovendien lag Mesen op de weg Rijsel – Ieper – Torhout – Brugge én op heirweg Kassel, Wervik, Kortrijk, Doornik; dus met goede verbinding naar Boonen (Boulogne), St Omaars, Dowaai, Kamerijk (Cambrai), Valencijn, Gent, Antwerpen…

Mesen had dan ook al een belangrijke “foor”. Binnen de cyclus van de jaarmarkten was Mesen de laatste jaarmarkt voor de winter en het nabijgelegen Ieper de eerste. De stad Mesen was hierdoor een belangrijke overwinteringsplaats voor de handelaren. De abdij kreeg (oorkonde van Robrecht den Fries) als opdracht om werk te maken van het onderhoud van een gasthof voor de handelslui en pelgrims.

Abdij met grote onafhankelijkheid

De abdij kreeg grote onafhankelijkheid.

De financiële autonomie  werd verzekerd door de grote schenkingen bij de oprichting (veel landgoederen, de OLV kerk en de Tiend).

De geestelijke autonomie werd afgekocht van bisschop Drogo van Terwaan: in ruil voor land te Pernes aan de kerk van Terwaan, zag hij af van alle batige en andere rechten die hij als bisschop op de OLV Kerk bezat; de zusters mochten vrij de abdis kiezen en de kloosterlingen en de kanunniken zouden gratis gewijd worden. De proost van het kapittel was ondergeschikt aan de abdis.

De wereldlijke autonomie werd verleend toen koning Filips 1° van Frankrijk, pupil van voogd Boudewijn V van Vlaanderen, de ‘libertas’ (stadsrechten) schonk aan de abdij. De abdis werd aldus “gravin en dame van Mesen, vorstin van Croisettes, dame van Noordschote, Zuidschote en Deulemont”. In elk van die gebieden bezat de abdis de heerlijke jurisdictie, een baljuw en een schepenbank. Mesen had bijgevolg een wat afwijkend rechtstelsel t.a.v. het omliggende gebied. De gemeenschap en haar goederen stonden wel onder bescherming van de graaf van Vlaanderen maar de abdis was rechtstreekse verantwoording aan de Franse koning verschuldigd, niet aan de graaf van Vlaanderen. Dit komt nog steeds tot uiting in het wapen en de vlag van Mesen die een Franse lelie voorstellen.

Hoogtepunt

Mesen was op het hoogtepunt van zijn macht in de 11e-12e eeuw. Toen was het – met zijn jaarmarkt – een knooppunt in de lakenindustrie, samen met steden als Rijsel, Ieper en Torhout. Ook de lederindustrie speelde een rol.

Tot in 1164 -toen een tweede kerk werd gesticht, de Sint-Niklaaskerk, exclusief voor de stedelijke bevolking- was de abdij niet alleen verantwoordelijk voor de zielenzorg van de pelgrims en handelaars, maar ook voor die van de parochianen: de deken van het kapittel was ook pastoor.

Omstreeks 1200 werd het stadje omwald. In de tweede helft van de 13e eeuw werd de omgrachting uitgebreid, maar in de 14e eeuw stagneerde de bloei, zowel door politieke onlusten als door het deels verzanden van de Douvebeek. Mesen verliest aan belang ten voordele van zijn Waalse buur Waasten, gunstiger gelegen aan de Leie.

Relikwieën van de Abdij van Mesen

De Abdij van Mesen zou drie waardevolle relikwieën in het bezit gehad hebben.

Sint Sidronius

Over het leven en martelaarschap van Sint Sidronius is niets bekend maar paus Alexander II schonk zijn relieken aan Adela van Vlaanderen toen zij hem in 1067 in Rome bezocht, na het overlijden van haar man. Zij bracht de kostbare schat onder in de abdij van Mesen toen ze zelf intrad.

De Drie Maagden

De relikwieën van de Drie Maagden werd later verworven maar hadden enkel lokaal belang: de abdij slaagde niet in een actieve, winstgevende verering van deze relikwieën.

In Kaaster (Frans Vlaanderen) lukte dat wel: de kapel van de Drie Maagden staat er nog altijd en is een van de oudste en belangrijkste cultusplaatsen van de Westhoek. De cultus van de Drie Maagden van Kaaster gaat terug tot de oeroude Indo Europese matronen cultus.

Ook de Kelten eerden de drie matronen of gezusters die volgens de oude mythologische verhalen in bronnen of rivieren woonden of onder de aarde. Met de zonnewenden of bij bijzondere evenementen verschenen ze even tot de levenden om nadien telkens terug te verdwijnen. De wijze maagden voorspelden de toekomst en bepaalden het lot van elke sterveling.

Tijdens de kerstening gaf de kerk de voorkeur om de oude cultusplaatsen, geankerd in het volksgeloof en in het collectief geheugen van de mensen, te recupereren. En zo vindt men overal in Europa oude verhalen rond de Drie Gezusters die op een of andere wijze vermoord en/ of begraven werden. Zo ook in Kaaster waar in de 9e eeuw op de oude cultusplaats de drie heidense maagden in hun eigen offerput werden ‘begraven’ en een christelijke kapel werd gebouwd.

Heilig kruis

De belangrijkste (en meest rendabele) relikwie was een splinter van het heilig kruis. Volgens een legende kreeg abdis Adela de H. Kruisrelikwie van Willem van Mesen (vaak foutief William of Malines genoemd).

Die Willem was nauw betrokken bij de activiteiten in het Heilig Land, maar dat was lang na het overlijden van de abdis: hij was Prior van de Kerk van het Heilig Graf van 1127 tot 1130 en Latijns Patriarch van Jeruzalem  van 1130 tot 1145. Hij ontmoette er wel graaf Diederik van Vlaanderen (achterkleinzoon van Adela, die zelf het relikwie van het Heilig Bloed naar Brugge zou hebben gebracht) en de heilige abt Bernard van Clairvaux.

Het is dus mogelijk dat Willem de relikwie naar Mesen bracht maar het is onmogelijk dat hij ze aan Adela zou hebben gegeven.

Robrecht de Fries, graaf van Vlaanderen en zoon van Adela is een andere mogelijkheid. Hij trok tussen 1086 en 1091 op pelgrimstocht naar Jeruzalem. Dit was nog voor de eerste kruistocht en de relatie tussen christenen en Sarazenen was nog niet dramatisch slecht, dus een klein leger volstond. Robrecht koesterde een droom om in Vlaanderen een veilige kopie van Jeruzalem te creëren, een economische en lucratieve aantrekkingspool voor de westerse pelgrims. Een splinter van het heilig kruis zou zeker een aanbidding waard zijn en wie zou twijfelen aan de authenticiteit als de graaf van Vlaanderen het van meebrengt uit het Heilig Land?

Zijn kleinzoon, Diederik van de Elzas, trok vier keer naar het Heilig Land en bracht de relikwie van het Heilig Bloed mee.

In elk geval behoorde het Fragmentum Crucis niet tot de schenkingen bij de stichting van de abdij. Een deel van deze relikwie werd later door een kanunnik van Doornik gestolen.

Verval

De lakennijverheid kon de stad in de 15de eeuw nog even welvarend houden, in die periode worden nog een Vleeshuis, een halle en een stadhuis opgetrokken maar vanaf het midden van de 16de eeuw zette het verval definitief in en komt de stad de grote ontvolking door de godsdienstoorlogen niet meer te boven.

In de 2e helft van de 16e eeuw werd Mesen nog even een belangrijk calvinistisch centrum, maar na de herovering door Alexander Farnese weken vele wevers uit naar Engeland en trad opnieuw verval in.

In de 17de eeuw werd Mesen wel een druk bedevaartsoord, vanwege de vele mirakelen die naar verluidt geschiedden op voorspraak van Onze-Lieve-Vrouw van Mesen. Daardoor kan de abdij toch zijn grootsheid haar behouden. Maar het aantal inwoners is fel gedaald en in 1685 wordt de Sint-Niklaaskerk gesloopt, de gelovigen kunnen (opnieuw) terecht in het oude kanunnikenkoor naast de abdij.

Koninklijk Gesticht

Onder het bewind van keizerin Maria Theresia werd de abdij in 1776 opgeheven. In de abdijgebouwen werd het Koninklijk Gesticht van Mesen, dat tot taak had de kinderen van gesneuvelde en invalide soldaten op te vangen en op te voeden, gevestigd. De abdijkerk werd parochiekerk, nu gewijd aan Sint-Niklaas. Het kapittel bleef bestaan.

Eerste Wereldoorlog

Tijdens de 19e eeuw bleef Mesen een betrekkelijk onbetekenende plaats. In de Eerste Wereldoorlog komt het stadje in het oog van de storm te liggen. De frontgemeente ligt op een strategische hoogte, de heuvelrug van Mesen – “Messines Ridge” – domineert duidelijk de lager gelegen omgeving. Er werd dan ook hevige strijd geleverd om de heuvelrug, die met tal van tunnels en militaire versterkingen versterkt was:

  • Op 1 november 1914 werd Mesen, na zware beschietingen, door de Duitsers bezet.
  • Op 7 juni 1917 brak de hel er los door het tot ontploffing brengen door de Geallieerden van 19 dieptemijnen, met een totale lading dynamiet van bijna 500.000 kg.
  • Daarna barstte de Tweede Slag om Mesen los (van 14-17 juni 1917) en werd Mesen door Nieuw-Zeelandse troepen heroverd.
  • Vanaf april tot 28 september 1918 kwam Mesen, vanwege het Lenteoffensief, weer in Duitse handen, maar in november van dat jaar werd Mesen bevrijd.

De stad werd volledig vernield in de Eerste Wereldoorlog. De rijke archieven van de Abdij gaan verloren. Soldaten uit alle hoeken van de wereld lieten er hun leven. Eén der in Mesen gelegerde soldaten was Adolf Hitler, die de ruïnes van de abdijkerk nog geschilderd heeft. Het origineel hangt in een Russisch museum, een kopie is te vinden in het museum van Mesen.

Adolf Hitler zou in de Eerste Slag om Ieper (november 1914 gewond zijn geraakt aan zijn voorhoofd door een kogelschampschot. Daarom droeg hij zijn haar met een bles om het litteken op zijn voorhoofd te verbergen. Hij werd verzorgd op de Bethlehem Farm, in de Rijselstraat.

Wederopbouw

In 1922 waren de meeste bewoners teruggekeerd en werd het stadje herbouwd, ook de abdijkerk. Maar de abdij niet: het verzamelde geld voor de heropbouw werd gebruikt om het klooster van de kanunnikessen Sint Augustinus te Lede aan te kopen en het Koninklijk Gesticht werd in 1919 verplaatst naar Oost-Vlaanderen.

Vredesstad

Mesen profileert zich als “de kleine vredesstad”:

Vredesbeiaard

De Vredesbeiaard bevindt zich in de toren van de St Niklaaskerk. De PAX-klok werd gezegend en ingeluid door paus Johannes-Paulus II bij zijn bezoek aan Ieper op 17 mei 1985. De installatie van de beiaard gebeurde op 1 juni 1986. De vele klokken van dit carillon werden geschonken door groepen, verenigingen of landen van over de hele wereld. Zo zijn er onder andere de klokken Scotland, Canada, Australia, Nova Zelandia, Germania, …

Om het kwartier speelt muziek van de naties die in de oorlog betrokken waren.

Japanse vredespaal

Op 17 september 1989 werd de Japanse vredespaal op de Markt ingehuldigd. Deze paal werd aan de stad geschonken door de Japanse Vredesbeweging. Het was mevrouw Mié Tabé, een kunstenares uit Hiroshima, die de vredespaal onthulde met de prachtige boodschap : “Moge vrede heersen op aarde”.

The Island of Ireland Peace Park, Mesen

Dit is een van de merkwaardigste herdenkingsplaatsen van de Eerste Wereldoorlog. De site is het laatste oorlogsmonument dat in de Westhoek werd opgericht en is een van de weinige, die aandacht heeft voor de bijdrage van de Ieren aan de Groote Oorlog.

Het ‘Ierse vredespark’ wil een nationaal gedenkteken zijn waarbij alle Ieren herdacht worden die omgekomen zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog, en dit zonder rekening te houden met afkomst, religie of militaire eenheid.

Aan de basis van dit initiatief ligt ‘A Journey of Reconciliation Trust’, een vereniging waarin een groep mensen zetelt, afkomstig uit zowel de Republiek als uit Noord-Ierland, met zowel katholieke / nationalistische als protestantse / unionistische achtergronden. Met hun vredespark willen ze verwijzen naar de Mijnenslag van 7-14 juni 1917, toen twee Ierse divisies met tegengestelde politieke achtergrond – namelijk de katholieke ‘16th (Irish) Division’ en protestantse ’36th (Ulster) Division’ zij aan zij vochten in de omgeving van Wijtschate.

Er werd gezocht naar een typisch Iers symbool, dat geen van beide partijen tegen het hoofd kon stoten. De ‘Round Tower’ is gebaseerd op de torens, die vermoedelijk in de 10de eeuw werden gebouwd door de Kelten als verdedigingswerk tegen de Vikingen. De onvolledige cirkelvormige aarden wal aan de zuidelijke rand van het park verwijst naar de prehistorische cirkelvormige ringforten die her en der in Ierland worden aangetroffen. De beplanting van het park bestaat voor een groot deel uit taxussen, een typische funeraire boom, die in het Engels ook wel eens wordt aangeduid met ‘Irish Yew’. Op de talud liggen 9 arduinen balkvormige blokken,  in drie groepen van telkens drie stenen, met daarop poëtische teksten. Op een boogvormige hardstenen zuil hangt langs de binnenkant (kant van de toren) op een bronzen plaat de tekst ‘Peace Pledge’ met op de achterkant, de naam van Ierse steden. Vlakbij de toren staan 3 hardstenen balkvormige zuilen met afgeschuinde bovenkant met op de bovenkant de naam van de divisie (10th Irish Division, 16th Irish Division en 36th Ulster Division en op de voorkant het aantal doden, gewonden en vermisten.

Op vier balkvormige hardstenen zuilen staat op de voorkant de naam van een Ierse provincie (Connaught, Leinster, Munster, Ulster).

Binnenin de toren zijn de ‘war memorial books’ van John French (1922) terug te vinden met de namen van ca. 49.000 Ierse mannen die stierven tijdens de Eerste Wereldoorlog. Op de vloer van de toren is het volledige Ierse eiland gegrift, zonder enige scheidingsgrens.

Op 11 november 1998 werd het vredespark ingehuldigd.

http://www.wo1.be/en/db-items/island-of-ireland-peace-park

De Internationale Vredesschool

Geopend in 2001, wil de Internationale Vredesschool jongeren uit de republiek Ierland en Noord-Ierland naar Mesen brengen. Zij zullen er samen nadenken over allerlei zaken waarvoor zij samen oplossingen zullen uitwerken. Eens terug in Ierland zouden zij op dezelfde manier bruggen moeten slaan tussen de verschillende gemeenschappen.

Peace Village Mesen

Een verblijfs- en congrescentrum in de rand van de stad, actief als regiospecifiek educatief centrum met verblijfsaccommodatie voor groepen en gezinnen, die Mesen zelf, maar ook de grensstreek, Frans-Vlaanderen of de omliggende West-Vlaamse heuvelzone aandoen.

Bezienswaardigheden

Sint-Niklaaskerk en Crypte

Mesen St Niklaaskerk

In de volksmond, “de dikkop van Mesen” vanwege de opvallende koepelvormig toren.

Dit is de vroegere abdijkerk (oorspronkelijk toegewijd aan OLV). Toen de echte parochiekerk, toegewijd aan de heilige Nicolaas, in 1685 werd afgebroken, werd het oude kanunnikenkoor in de Onze-Lieve-Vrouwekerk als parochiekerk gebruikt. Na de afschaffing van de abdij in 1776 werd de oude abdijkerk als parochiekerk gebruikt onder het patronaat van Sint-Niklaas.

De basis van de kerk dateert van 1057, maar ze werd in de loop van de tijd ernstig verbouwd en totaal vernield in de Eerste Wereldoorlog. In 1923 begon men het puin te ruimen, in 1928 startte de wederopbouw maar de inwijding gebeurde pas in 1938.

De reconstructie gebeurde allesbehalve getrouw, enkel de toren herinnert aan het vooroorlogse beeld: bij het instorten van de toren waren de afsluitmuren van de Romaanse benedenkerk vrij komen te liggen en de neo-romaanse kruiskerk grijpt terug naar die vroegere romaanse constructie.

Onder het koor van de kerk bevindt zich een romaanse crypte uit de 11de eeuw, de crypte is de begraafplaats van Adela van Mesen.

In de kerk bevinden zich de geelkoperen kroonluchter (met een diameter van 1,94 meter) en wandlampen, die vervaardigd en geschonken werden door Otto Meyer, een Duitse artillerist en overlevende van de slag om Mesen.

New Zealand Memorial Park, site met gedenkteken, gewijd aan de Nieuw-Zeelandse divisie.

Het gedenkteken werd onthuld op 1 augustus 1924 in aanwezigheid van koning Albert en Sir Alexander Russel, gewezen bevelhebber van de Nieuw-Zeelandse afdeling.

http://www.wo1.be/nl/db-items/gedenkzuil-voor-de-nieuwzeelandse-divisie-te-mesen

New Zealand Memorial to the Missing”  Ingang van het “Messines Ridge British Cemetery”.

Tijdens de Tweede Slag om Mesen (1917, Mijnenslag)  zouden 914 Nieuw-Zeelandse militairen de dood vinden, waarvan er 537 niet meer geïdentificeerd konden worden. Het gedenkteken bestaat uit een Cross of Sacrifice op een ronde heuvel bedekt met gras en met een natuurstenen muur afgeboord. De heuvel stelt de vroegere molenterp voor die zich op deze plaats bevond.

http://www.wo1.be/nl/db-items/gedenkteken-voor-de-vermiste-nieuwzeelandse-soldaten

Herdenkingsplaat Lance Corporal Samuel Frickleton

Frickletonplein, Mesen.

Samuel Frickleton was een Nieuw-Zeelandse militair die niet sneuvelde (wel gewond werd) en een Victoria Cross kreeg voor zijn moed in de Slag om Mesen: hij vernietigde twee machinegeweer posten.

Jaarlijkse processie De Grote Keer

Resten van verdedigingswerken

Australische betonconstructie Armentiersweg

Bovengrondse betonconstructie gelegen op de flank van de heuvelrug van Mesen (“Messines Ridge”), langs de Armentierssteenweg, op circa 200 meter ten zuidwesten van het Ierse Vredespark (van waaruit hij te zien is), op circa 250 meter ten zuidwesten van het “New Zealand Memorial Park” (waar zich 2 Duitse betonconstructies bevinden) en op circa 750 meter ten zuidwesten van de markt van Mesen.

Het gaat om een geallieerde constructie, naar verluidt opgetrokken door Australische eenheden, volgens het opschrift gebouwd in 1917. De Australiërs zijn na de verovering van de “Messines Ridge” in ieder geval in deze streek heel bedrijvig geweest in het bouwen van betonconstructies.

Duitse bunker Nieuwkerkestraat

Gelegen in weide nabij boerderij Nieuwkerkestraat nummer 11, op circa 120 meter ten westen van “Messines Ridge British Cemetery” en op circa 600 meter ten westen van het marktplein van Mesen. De constructie ligt op de westflank van de heuvelrug van Mesen (“Messines Ridge”). Van hieruit is er een panoramisch uitzicht op de omgeving.

Het gaat om een Duitse bunker, die deel uitmaakte van de Duitse 1ste linie. Vanaf de richel konden de Duitsers de lager gelegen vijand beloeren en eventueel beschieten. Dit gebied werd veroverd tijdens de Mijnenslag in juni 1917 en opnieuw door de Duitsers heroverd in het voorjaar van 1918 (Lente-Offensief). De nabijgelegen hoeve “Ferme du Moulin” was een abdijhoeve van het “Koninklijk Gesticht”.

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/12863

Duitse bunkers op New Zealand Memorial Park

De 2 Duitse bunkers in het “New Zealand Memorial Park” markeren de Duitse 1ste linie vooraleer de Mijnenslag van 7 juni 1917 losbarstte.

Bij de meest zuidelijke bunker is het beton van de constructie gegoten tegen een houten bekisting. Vanaf de richel konden de Duitsers de lager gelegen vijand onder vuur nemen.

De andere bunker is opgetrokken met betonblokken, die met mekaar bevestigd waren via ronde staven. Na de oorlog waren dergelijke betonblokken een gegeerd bouwmateriaal voor de plaatselijke bevolking, waardoor bunkers of schuilplaatsen die met betonblokken opgebouwd zijn, een zeldzaamheid geworden zijn.

http://www.wo1.be/nl/jewaserbij/4362/duitse-bunker-german-bunker

[/bg_collapse_level2]

Militaire begraafplaatsen

Messines Ridge British Cemetery, Nieuwkerkestraat

1503 graven van Britten, Australiërs, Nieuw-Zeelanders en Zuid-Afrikanen gesneuveld in 1914-’18: enkel 549 geïdentificeerd.

http://www.wo1.be/nl/db-items/messines-ridge-british-cemetery

Bethleem Farm East Cemetery  Mesen, Rijselstraat

Bethleem Farm East Cemetery werd door Australische eenheden aangelegd nadat de boerderij door de 3rd Australian Division op 7 juni 1917 werd veroverd tijdens de slag om Mesen. Het merendeel van de gesneuvelden stierven op 8 en 10 juni 1917. De begraafplaats bleef in gebruik tot in september 1918. Van de 44 militairen die hier begraven werden, zijn er 10 niet-geïdentificeerden. Eén ‘special memorial’ werd opgericht voor een Australiër “Known to be buried in this cemetery”.

http://www.wo1.be/nl/db-items/bethleem-farm-east-cemetery

Bethleem Farm West Cemetery  Mesen, Rijselstraat

Bethleem Farm West Cemetery werd door Australische eenheden aangelegd nadat de boerderij door de 3rd Australian Division op 7 juni 1917 werd veroverd tijdens de slag om Mesen. Ze bleef in gebruik tot eind 1917 door de 14th (Light) Division. Er liggen nu 165 Commonwealth-militairen begraven en één niet-geïdentificeerde uit de tweede wereldoorlog. Een ‘special memorial’ werd opgericht voor een Australische militair van wie het graf door artillerievuur vernietigd werd.

http://www.wo1.be/nl/db-items/bethleem-farm-west-cemetery