De Kleine Mote

Oorlogsslachtoffers eerste wereldoorlog

Er zijn weinig betrouwbare statistieken beschikbaar over het aantal oorlogsslachtoffers van de eerste wereldoorlog. Veel statistisch cijfermateriaal is vervuild door dubbeltellingen, onnauwkeurige administratie, onjuiste samenvoegingen en/of onnauwkeurigheden bij de rubricering van het verwerkte cijfermateriaal. In Duitsland werden lichtgewonden bijvoorbeeld niet in de statistieken opgenomen maar in Groot-Brittannië weer wel.

De doden van de oorlog tellen werd nog bemoeilijkt door de Spaanse griep die uitbrak in 1918-1919. De oorsprong van het virus lag trouwens niet in Spanje maar naar alle waarschijnlijkheid in de Verenigde Staten, de troepentransporten naar Europa zorgden voor de verspreiding. Toen de griep in 1920 eindelijk was uitgeraasd, was bijna een op de drie aardbewoners ziek geweest: dat wil zeggen 500 miljoen mensen op een wereldbevolking van 1,8 miljard. Van de zieken zijn er naar schatting 50 tot 100 miljoen overleden (waarvan 30.000 tot 80.000 Belgen)  –veel meer slachtoffers dan de Grote Oorlog zelf.

In België vielen naar schatting ongeveer 600.000 dodelijke slachtoffers, militairen en burgers, van alle nationaliteiten. De meesten daarvan vielen in de Westhoek.

Wat vast staat: het aantal dode militairen in Wereldoorlog I was hallucinant: 5.5 miljoen bij de geallieerden en 4.0 miljoen bij de centralen. Volgens een schatting zou er gemiddeld in Frankrijk 1 dode soldaat per 29 inwoners gevallen zijn, in Duitsland 1 dode soldaat per 35 inwoners, in Groot-Brittannië 1 dode soldaat per 66 inwoners, en in Rusland 1 gesneuvelde per 111 inwoners. Aan het einde van de oorlog waren er miljoenen oorlogsweduwen en miljoenen kinderen die geen vader meer hadden.

Oorlogsslachtoffers eerste wereldoorlog

Wat opvalt, is het lage percentage gesneuvelden voor België en voor VS.

Het percentage voor de Verenigde Staten is verklaarbaar omdat de Amerikaanse troepen pas in juni 1918 inzetbaar werd geacht voor de gevechten in de frontlijn.

Tussen maart en november 1918 hebben in totaal 221.000 man Amerikaanse troepen daadwerkelijk aan de strijd deelgenomen. Generaal Jack Pershing, opperbevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten, heeft altijd geweigerd zijn troepen af te staan als versterkingen voor de Franse en Britse troepen. Dit tot grote ergernis van de betrokken bevelhebbers.

Naar verhouding zijn de Amerikaanse verliezen zelfs aan de hoge kant: hun onervarenheid als operationele eenheid heeft toch veel slachtoffers geëist.

Belgische militaire slachtoffers

Het officieel aantal Belgische gesneuvelden in de Eerste Wereldoorlog is een onderschatting. Het herziene cijfer komt op ca. 36 000, waarvan 1/3 overleed ten gevolge van ziekte.

De grootste verliezen werden geleden vóór het Belgisch leger half oktober 1914 in de Westhoek aankwam: zo’n 8.500 soldaten sneuvelden tijdens de eerste dag van de Slag om Luik, bij de gevechten in Oost-Brabant half augustus, de twee uitvallen uit Antwerpen en het beleg van de vesting Antwerpen.

Ook de tijdens eerste twee weken, tussen 18 en 31 oktober, tot de onderwaterzetting van de IJzervlakte, kwamen nog eens 3.765 Belgische militairen om.

Piet Chielens, conservator van het In Flanders Field Museum: “Het is duidelijk dat het Franse leger in die maanden de Belgen gered heeft. Toen het kleine Belgische leger half oktober in de Westhoek aankwam had het al zo’n 8.500 soldaten definitief verloren. Dat betekent dat er zeker nog eens evenveel of meer militairen gewond of krijgsgevangen waren. Als dat uitgeputte en gedecimeerde Belgische leger aan de IJzer toekomt heeft het nog minder dan 70.000 manschappen over. En het krijgt het geen tijd om uit te rusten. In twee weken, tussen 18 en 31 oktober komen nog eens 3.765 Belgische militairen om.”

“Als het aan dat tempo was doorgegaan, had het Belgisch leger zich ofwel moeten overgeven of ophouden te bestaan. De Franse tussenkomst en de onderwaterzetting van de IJzervlakte brachten de redding. De Franse rol was vooral belangrijk in Diksmuide en bij Nieuwpoort, maar ook elders vulden ze de gaten in de bressen aan het Belgische front.”

“Nog een keer zijn de Belgische verliezen vrij aanzienlijk: 166 doden op 10 november, de dag dat Diksmuide in Duitse handen valt. Maar ook daar zijn het de Fransen die de grootste klappen krijgen, met een verlies van 600 manschappen.”

“Daarna begint voor het Belgische leger de periode van de zogenaamde ‘Heilige Wacht aan de IJzer’, vier jaar lang, tot het Bevrijdingsoffensief in 1918. Gemiddeld vallen er in die periode gemiddeld 10 à 15 doden per dag. De sector die de Belgen verdedigen is vrij klein en er vinden geen grote aanvallen plaats. Velen sterven niet door wapengeweld, wel door ziekte, maar verdere analyse moet duidelijk maken hoe veel precies.”

Eens de stellingenoorlog begint, vallen er minder slachtoffers. “Op een gewone dag vielen langs het Belgische front van zo’n 80 kilometer lang hooguit 150 doden. Van zodra dat meer is en je gaat uitzoeken waarom, ontdek je dat er die dag wel ergens zwaar gevochten is of dat er een vreselijk ongeval is gebeurd, bijvoorbeeld een munitiedepot dat is ontploft.”

Chinese oorlogsslachtoffers

Chinese Labour Corps

De legerleiding beseft dat, met de hallucinante verliezen, er veel meer manschappen nodig zullen zijn om de ongeziene uitputtingsslag winnen. Op het thuisfront worden die schaars na de invoering van de dienstplicht: de oorlogsindustrie en de landbouwsector hebben zelf nood aan extra handen en de vrouwen zijn al massaal in de gapende bres gesprongen.

Het vele volk , nodig voor het werk aan en achter het front, wordt in het neutrale China gevonden. In 1915 haalde Frankrijk al 40.000 Chinezen; tussen 1916 en 1917 komen er daar +90.000 bij in Britse dienst: het Chinese Labour Corps. De meeste rekruten zijn voornamelijk boeren en arbeiders, aangetrokken door een loon dat 4 keer hoger ligt. Ze ondertekenen ze een contract van 3 jaar en krijgen ze een identificatienummer. Er werd compensatie voor de familie voorzien in geval van blijvend letsel of overlijden; voeding, huisvesting, medische zorg en repatriëring werd gegarandeerd.

De Chinezen worden ingezet voor het begraven van gesneuvelde soldaten en de aanleg of het herstel van wegen en loopgraven,  constructie- en afbraakwerken, werken aan spoorwegen, laden en lossen van schepen en treinen, arbeid op het land, opruimen van slagvelden waaronder onontplofte granaten, aanvoer van munitie en ander oorlogsmateriaal.

Zelfs wanneer China in 1917 partij kiest voor de Entente, mogen de arbeiders nog steeds niet bewapend en als strijders ingezet worden. Maar nu voeren ze dichter bij het front werkzaamheden uit en staan ze vaker bloot aan artillerievuur en oorlogsgeweld.

Na de oorlog werden ze ook nog ingezet bij het ontgraven van slachtoffers, het aanleggen van oorlogsbegraafplaatsen en opruimen van de talrijke ruïnes: pas in de loop van 1919 worden de Chinese compagnieën één voor één teruggetrokken en gerepatrieerd.

Hoewel zij niet voor militaire taken werden ingezet, liepen zij door de aard van hun werk soms grote risico’s omdat zij zich dikwijls dicht in de buurt van het front of in het bereik van de artillerie bevonden.

Wanneer ze bij die werken het leven laten, worden ze dikwijls bijgezet op de militaire begraafplaatsen in de buurt. Hun graf vermeldt hun nummere, pas later werd (soms) een naam toegevoegd.

Dat is wat gebeurde met nr 1301 (Chang Chi Hsuen) die begraven ligt op CROONAERT CHAPEL CEMETERY.

Nr 43913 (Wὺ Ēnlύ, Zhāng Hόng’ān) ligt begraven op WESTOUTRE BRITISH CEMETERY en stierf op kerstdag 1917. Hij werd doodgeschoten door de Royal Welch Fusiliers die de orde kwamen herstellen bij een massale vachtpartij tussen Chinezen en dronken Nieuw-Zeelandse soldaten. Officieel heet dit “a fracas at Zwarteberg/Mont Noir”.

Niemand weet hoeveel Chinezen in Franse dienst het leven lieten: de Fransen hielden geen bestand bij van de Chinese slachtoffers, hun graven liggen of lagen her en der verspreid over kerkhoven in Frankrijk.

De Chinezen in Britse dienst kwamen terecht op de grote Britse Commonwealth begraafplaatsen in Noord-Frankrijk en België, hun grafstenen dragen de vermelding ‘Chinese Labour Corps’, in de regel gevolgd door het registratienummer van de overleden arbeider en diens datum van overlijden. Er zijn vier verschillende opschriften (“A noble duty bravely done”, ” A good reputation endures for ever”, “Faithful unto death” en “Though dead he still liveth”). Allen Engelse vertalingen van traditionele Chinese zegswijzen voor gesneuvelde soldaten.

In Noyelles-sur-Mer is er een Chinees kerkhof. Een begraafplaats voor Chinese arbeiders, gestorven terwijl ze in dienst waren van het Britse rijk. Het kerkhof wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission.

Chinese herdenkingssite Busseboom

Hoek Visserijmolenstraat / St.-Jansstraat, 8970 Poperinge

In Poperinge staan twee monumenten die de inzet van de Chinese Labour Corps tijdens de Eerste Wereldoorlog herdenken. Het zijn de eerste en wereldwijd voorlopig de enige monumenten die hulde brengen aan deze specifieke groep WO 1-arbeiders.

Het eerste monument is het beeld ‘de sjouwer’, een bronzen sculptuur van Jo Bocklandt en zijn shelter, een subtiel uitgekiend houten paviljoen van de hand van designer Stefan Schöning. Het beeld is zo geplaatst dat het uitkijkt over de voormalige begraafplaats van dertien Chinese arbeiders. Zij kwamen om tijdens een bombardement op het kamp nabij Busseboom, op 15 november 1917.

Het tweede monument is een kunstwerk dat aansluit bij de Chinese culturele traditie, een bronzen beeldengroep met drie Chinese arbeiders, ontworpen door kunstenares Yan Shufen en geschonken door de Chinese ambassade.

Beide monumenten werden op 15 november 2017 onthuld, honderd jaar na het bombardement op Busseboom. De twee monumenten worden via een wandelpad met elkaar verbonden. Dertien hoogstambomen verwijzen op hun beurt naar de dertien omgekomen Chinese arbeiders.

De site is voorzien van informatieborden met historische foto’s en kaartmateriaal. Zo kom je meer te weten over het Chinese WO 1-verhaal.

https://www.toerismepoperinge.be/nl/chinese-herdenkingssite-busseboom