De Kleine Mote

Heuvelland

Toeristische Dienst: Sint-Laurentiusplein 1 8950 Heuvelland (Kemmel) +32 57 45 04 55

Het Bezoekerscentrum ‘Het Heuvelland’ gebruikt moderne audiovisuele middelen om u de verschillende aspecten van het landschap hier op een actieve manier te laten ontdekken. Ga terug in de tijd. Ontdek het ontstaan van onze “bergen”. Ontmoet Kelten, Romeinen, lakenhandelaars, landbouwers… Kijk toe hoe de mens het landschap heeft gevormd en vervormd.

https://www.toerismeheuvelland.be/

Heuvelland

Heuvelland is een dunbevolkte plattelandsgemeente in de Belgische provincie West-Vlaanderen.

Oorspronkelijk was dit een bosrijk gebied. Vele eeuwen akkerbouw maar ook zware gevechten in de Eerste Wereldoorlog hebben het uitzicht totaal veranderd. Bij het einde van de Groote Oorlog stond nog nauwelijks een boom recht. Nu zijn vooral de heuveltoppen bebost met eik, beuk en tamme kastanje en er wordt een politiek van herbebossing gevoerd, waardoor de overgebleven bossen opnieuw uitgebreid en eventueel aaneengesloten worden.

Deelgemeenten Heuvelland

Acht kleine dorpjes (De Klijte, Dranouter, Kemmel, Loker, Nieuwkerke, Westouter, Wijtschate en Wulvergem), tussen de Belgische kleinstedelijke kernen Ieper en Poperinge; vlakbij de Franse grens en metropool Rijsel (Lille).

Reliëf

De gemeente ligt in een reliëfstreek die het West-Vlaams Heuvelland en het Franse Houtland omvat:

  • zuidelijke heuvelkam (van Bailleul over Nieuwkerke en Ploegsteert naar Wulvergem) met Ravelsberg (80m), Zwarte Molen (80m), Walletjes (60m), Helling van Nieuwkerke (65m), Rozenberg (63m) en Kraaiberg (50m);
  • centrale heuvelkam (van Waten over Cassel, Boeschepe, Westouter, Reningelst, De Klijte en Dranouter naar  Kemmel) met Watenberg (72m), Kasselberg (176m), Wouwenberg of Mont des Récollets (161m), Katsberg (150m), Boeschepeberg (139m), Kokereelberg (125m), Zwarteberg (152m), Vidaigneberg (138m), Baneberg of Molenberg (140m), Rodeberg (129m), Sulferberg (88m), Goeberg (83m), Scherpenberg (125m), Monteberg (115m), Kemmelberg (156m) en Letteberg (92m);
  • hoogte van Wijtschate-Zillebeke met Helling van Wijtschate (82m), Helling van Mesen (65m), Hill 60 (60m) en Hill 62 (62m).

Bezienswaardigheden

Dranouter

Gelegen op de zuidhelling van de Kemmelberg en de Zwartemolenberg.

Voornamelijk landbouwgemeente en woongebied voor pendelaars naar het Ieperse.

Archeologische vondsten uit het Neolithicum en uit de Romeinse periode, vnl. kruiken en munten, wijzen op een vroege bewoning.

De oudste benaming Drawenoltra is waarschijnlijk afgeleid van een persoonsnaam en het woord altare of altaar.

De parochie Dranouter bestond reeds vanaf 1113. Relatieve bloeiperiode van lichte draperie in de eerste helft van de 15de eeuw. In 1568 werd de inboedel van de kerk stukgeslagen door hervormingsgezinden, die tevens de kerken van Reningelst, Loker, Kemmel en Nieuwkerke hadden aangedaan.

Geboorteplaats van de geleerde Pieter Platevoet (1552-1622), genaamd Petrus Plancius, vermaard mathematicus-aardrijkskundige en één van de organisatoren van de Indische compagnieën; uitgeweken omwille van zijn geloofsovertuigingen in 1585 naar Amsterdam.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Dranouter volledig vernield. Het dorp werd na de Eerste Wereldoorlog grosso modo wederopgebouwd naar vooroorlogse aanleg.

[F] Experience Museum

Dikkebusstraat 234 Dranouter +32 57 44 69 33

Het [F] Experience Museum was sinds 2003 een toonaangevende trekpleister met een multimediaal belevingsparcours rond folk en volksmuziek. De geschiedenis, de instrumenten, de liederen en de liedboeken, de dansen, de muzikanten en de festivals.

Het museum oogde niet meer modern en het verhaal van het [F] Experience Museum raakte uitverteld. In het gebouw komt een nieuw concept: ‘De Klankmakerij’. Het wordt een doe-museum waar je al spelend kennis kan opdoen over muziek en over de regio. Eind 2020 – begin 2021 zullen de eerste bezoekers kunnen worden verwelkomd.

Calvariekruis

Zwarte Molenstraat / Kauwakkerstraat, Dranouter.

Calvarie Dranouter Zwartemolenstraat

Op de Walletjes (Zwarte Molen) werd in 1909 een Calvariekruis geplaatst als herdenking aan drie priesters, omgebracht tijdens de beeldenstorm door de bosgeuzen onder leiding van Jan Camerlynck. E.H. Lootens, de toenmalige pastoor van Dranouter, liet dit calvariekruis oprichten.

Processie

Sinds 1909 is er op de 3de zondag van september jaarlijks een bedevaart vanuit de kerk van Dranouter naar het calvariekruis, ter nagedachtenis van de drie martelaars van Reningelst.

Herdenkingstekens

Behalve het Calvariekruis werd, iets verder in de Eikelstraat, later een Kruistombe opgericht. Glasramen in de kerk van Nieuwkerke en een wandtapijt in de kerk van Dranouter herinneren eveneens aan de moord op de geestelijken.

De vermoorde priesters werden in 1923 opgegraven.


Jan Camerlynck

Jan van de Camere, alias Camerlynck, geboren te Hondschoote, ca. 1528, zoon van een zekere Franchoys, een saaiwerker in Hondschoote.

Hij trouwde er en ging zich met zijn vrouw in Brugge vestigen. Na het overlijden van zijn echtgenote en hun tienjarige zoon in 1561/62 aan de pest, keerde hij terug naar het Westkwartier. Omstreeks die periode moet hij ook gestopt zijn met naar de eucharistie en de biecht te gaan, vanwege zijn overgang naar het calvinisme. In 1566 was hij bij de eersten die hagenpreken bijwoonden.

Op vraag van het consistorie van Hondschoote werd hij lijfwacht van de predikant Sebastiaan Matte. Hij assisteerde Matte, gewapend met een hellebaard, tijdens de openingsakte van de Beeldenstorm op 10 augustus in Steenvoorde. In de nacht van 15 op 16 augustus was hij onder het dertigtal Hondschotenaren dat het zwaarbewaakte Ieper wist binnen te dringen om er beelden te breken. Vervolgens voerde hij een troep aan die hetzelfde deed in Diksmuide. In Brugge liep het fout: Camerlynck werd gevangen gezet maar hij kreeg genade en kwam weer op vrije voeten.

Rond 3 januari 1567 was hij terug in zijn geboortestreek. In maart plunderde hij met 25 à 30 man het huis van de pastoor van Steenwerck. Daarna vergezelde hij Matte via Engeland naar Hendrik van Brederode in Vianen. Hij werd door de consistories van Londen en Sandwich uitgekozen om de weg vrij te maken voor een invasie. De taak van Camerlynck bestond eruit een groep te leiden die het Westkwartier zou zuiveren en in beroering brengen door een terreurcampagne ter voorbereiding van de eigenlijke invasie door Engelse ballingen en Franse hugenoten.

Van november 1567 tot februari 1568 gingen de bosgeuzen van Camerlynck over tot mishandeling en uitmoording van priesters en gerechtsdienaren. Na “oorsnijdingen” van priesters op 22 en 28 november in Houtkerke en Oostkappel, doodden de bosgeuzen op 3 december drie gerechtsdienaren in een vuurgevecht. Ze legden de kerk van Steenwerck in de as en brachten de pastoor van Houtkerke een tweede bezoek dat hem het leven kostte. Op 8 januari overvielen en vermoordden ze nog eens zeven of acht gerechtsdienaren in Roesbrugge.

Op 11 januari 1568 gijzelde een groep bosgeuzen, onder Camerlyncks leiding, de pastoor Judocus Hughesoone, de onderpastoor Robertus Ryspoort en de koster Jan Breufkin van Reningelst; ze plunderden de kerk en trokken beladen met de kerkschatten via Loker naar Dranouter, waar ze eveneens de pastoor Jacobus Panneel gevangen namen en de kerk in brand staken. De rooftocht ging verder langs Kemmel, Nieuwkerke, Niepkerke en terug Nieuwkerke. Daar moesten de priesters hun geloof afzweren en zweren geen missen meer op te dragen, maar ‘ze stierven nog liever’. Het drietal uit Reningelst werd na een schijnproces verminkt en geëxecuteerd op verloren maandag 12 januari. Enkel de pastoor van Dranouter werd niet vermoord.

Ook op 27 januari hielden Camerlyncks bosgeuzen een bloedige strooptocht door het land maar hun guerilla wist geen algemene opstand te ontketenen en ontaardde bij momenten in banditisme tegen particulieren.

Wat het invasieplan echter definitief fnuikte, was de arrestatie van de edelman Hannescamps op 9 februari. Hij bekende onder tortuur, waardoor de autoriteiten tegenmaatregelen konden treffen. Zonder steun waren de 80 à 90 bosgeuzen van Camerlynck geen partij voor de soldaten en Camerlynck bracht zich met zes man in veiligheid in Boulogne en stak over naar Engeland, waar hij enige maanden bleef.

Op 20 september 1568 landde Camerlinck met zestien gezellen in Oostende, met de bedoeling het eerdere plan van terreur en invasie te hernemen. Bendelid Jacques Ebrecht werd echter op 25 september te Loker aangehouden en sloeg twee dagen later door onder tortuur. Zo slaagden de autoriteiten er in om Camerlynck en twaalf bendeleden op 28 september 1568 te verrassen in Kaaster. Na een hevig gevecht werden ze ingerekend en overgebracht naar Ieper voor hun proces.

Op 2 oktober opende het proces voor de vierschaar van Ieper. Tijdens uitgebreide verhoren, met de nodige foltering, gaf Camerlynck blijk van ontgoocheling in zijn opdrachtgevers, door wie hij zich bedrogen voelde. De bosgeuzen ondernamen nog een vergeefse poging om hem en zijn kompanen uit de gevangenis te bevrijden. Op 20 november aanhoorde hij zijn vonnis; alle mannen werden ter dood veroordeeld en de zwaarste straf was voor Jan Camerlynck: nadat zijn beide oren werden afgesneden, werd hij rond de markt van Ieper gesleept en op elke hoek van het plein gegeseld en met een gloeiend ijzer gemerkt, om ten slotte “met cleenen viere” te worden verbrand (op het schavot gebonden met boven zijn hoofd een ketel brandende pek die op zijn lichaam druppelde en een klein vuur aanstak dat hem levend verbrandde).

Zijn terechtstelling maakte na twee jaar van geweld een einde aan de activiteiten van de bosgeuzen in die streek.

Het dossier van zijn proces is bewaard in het Rijksarchief te Kortrijk.

Oorlogskerkhoven Dranouter

  • Dranoutre Military Cemetery, Victoriastraat
  • Dranouter Churchyard, Planciusplein

Kemmel

Spilgemeente van het Heuvelland op de noordoost-helling van de Kemmelberg, hoogste getuigeheuvel.

 en kerk

Het grondgebied was reeds bewoond tijdens de prehistorie. Een belangrijke nederzetting was gelegen op de Kemmelberg: de top was omgeven door een gracht en wal, die een gebied van 350 bij 90 meter breedte omsloten. Ook in de Romeinse periode was het gebied bewoond.

Kemmel komt voor het eerst voor in 916 onder de naam Kemlis; etymologisch afgeleid van het Latijnse culmen (top). Kemmel bezat reeds een kerk in de 9de eeuw.

Tijdens de beeldenstorm werd deze verwoest. Voornamelijk tijdens de 15de en de 16de eeuw was Kemmel bekend om zijn lakennijverheid.

Kemmel werd tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig verwoest: rond de Kemmelberg, een strategisch belangrijk punt, werd hevig gevochten (de slag van Kemmel 25 april 1918). Na de Eerste Wereldoorlog werd heropgebouwd naar vooroorlogse aanleg.

Reeds sinds het vierde kwart van de 19de eeuw is Kemmel een toeristisch centrum met voornamelijk vakantieverblijven voor de Noordfranse burgerij; toeristische attrakties waren onder meer de houten uitkijktoren met berekooi op de Kemmelberg (1880) en het doolhof gelegen ten oosten van de kerk. In 1890 werd “Le syndical d’initiative Kemmel en avant” opgericht.

De grot Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes (gebouwd door M. Tatoux, rocailleur à Lille) gelegen in het park van het voormalige kasteel, was een belangrijk bedevaartsoord. Ook die oorspronkelijke grot werd vernield tijdens WOI, er kwam een nieuwe grot in de Nieuwstraat, schuin tegenover huis nrs. 34 en 36.

kemmel grottelourdes_belgique11

Na de Eerste Wereldoorlog kende het fronttoerisme, mede onder impuls van de Belgische Touring Club een opgang. Thans neemt het dagtoerisme sterk toe. De landbouw is echter nog de voornaamste bestaansbron van Kemmel. Thans woondorp voor pendelaars naar Ieper en Kortrijk.

Westhoek jaren 50 VRT (Kemmel – Dikkebus)

https://ytcropper.com/cropped/hV5e7fd1679ba6d

Park en kasteel De Warande

Bergstraat 24, Kemmel.

Het bestaande kasteel werd tijdens de eerste wereldoorlog verwoest. De burgemeester van Kemmel (Jacques Bruneel de la Warande) liet in 1925 een nieuw bouwen, iets zuidelijk van het oude kasteel.

Het kasteel werd opgetrokken in neo-renaissancestijl. Als bouwmateriaal werd gele baksteen toegepast. Op de balustradetrap vindt men de wapenschilden van de families Bruneel en Montalembert (echtgenote Bruneel).

In 1926 werd het Warandepark aangelegd, 16 ha groot, gelegen op de helling van de Kemmelberg. Het park telt een groot aantal bijzondere bomen, zowel exotische bomen als ook bomen die groot van afmeting zijn. Via de Kasteeldreef sluit dit park aan op het oude Kasteelpark.

In 1979 werd het kasteel in gebruik genomen als gemeentehuis van Heuvelland. Het Warandepark werd een gemeentelijk park.

De Ontsnapping (Eric Nagels)

In het voorjaar van 2020 werden aan het rondpunt de Polka in Kemmel drie renners geplaatst uit de kunstcollectie De Ontsnapping van Eric Nagels. Naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de Ronde van Vlaanderen in 2013 verschenen toen 72 reuze speelgoedrenners uit polyster in het Vlaamse straatbeeld. Voor de kunstenaar was dit een verwijzing naar zijn jeugdjaren toen hij de felgekleurde plastic speelgoedrennertjes, die in de jaren 1960 of ’70 in de trommels met waspoeder zaten,  verzamelde.

Belvedère

Kemmelbergweg 38, Kemmel.

De uitkijktoren-Belvédère, 170 meter boven de zeespiegel, biedt adembenemende uitzichten en werd in 2004 beschermd als monument.

Vanaf de late 19de eeuw maakte het West-Vlaamse heuvelland opgang als toeristische regio. De streek werd vooral bezocht door de Noord-Franse burgerij.

In 1889 werd op de top van de Kemmelberg, in plaats van de windmolen, een pittoresk uitkijktorentje gebouwd: een houten bouwsel met onderaan een berenkooi als attractie.

Na de verwoesting tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de toren in 1924 heropgebouwd in baksteen, samen met een aanleunende woning en gelagzaal.

Commandobunker Kemmel

Lettingstraat 64, Kemmel.

Deze uiterst geheime site, in zijn oorspronkelijke staat en perfect bewaard, is een zeldzame getuigenis van de Koude Oorlog in België.  Aan de hand van foto’s, filmbeelden, objecten, uniformen en uitrustingsstukken dompelt de bunker ons vandaag in sfeer van de Koude Oorlog.

De bunker van de Kemmelberg werd in het begin van de jaren vijftig gebouwd, als commandocentrum voor de luchtverdediging van vijf landen (België, Frankrijk, Groot-Brittannië, Luxemburg en Nederland).

De bunker zelf, 15 meter diep, meet 30 meter op 30 meter. Muren van twee meter dik. Een vlottend betonnen dak van 73 bij 60 meter, variërend van dikte tussen 1,15 m en 2,9 m met een koperen omhulsel als afscherming tegen een elektromagnetische puls. Tussen dat dak en de bunker bevindt zich een laag grond die fungeert als schokdemping tijdens bombardementen. Ook de buitenmuren boden bescherming tegen een elektromagnetische puls. Er was een nooduitgang voorzien naar een flank van de Kemmelberg.

Wegens de realisatie van een geïntegreerd luchtverdedigingssysteem door de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) werd het bouwwerk echter nooit voor zijn oorspronkelijk doel gebruikt.

Bovendien was de bunker bij voltooiing van de bouw, technologisch al achterhaald. Zo is hij bijvoorbeeld niet bestand tegen een aanval met nucleaire, biologische of chemische wapens.

In de jaren zestig werd de bunker omgebouwd tot het hoofdkwartier van de Generale Staf van de Belgische Strijdkrachten in geval van conflict: bij een aanval van het Rode Leger zou de bunker voor de NAVO het zenuwknooppunt van de Benelux worden. Om de commandobunker 24 uur per etmaal operationeel te houden werd een team van 600 militairen ingezet; drie ploegen van 200 mensen.

Na de Koude Oorlog verloor de bunker zijn militaire nut maar hij werd tot 1995 permanent bewaakt. In dat jaar vond er ondergronds ook de laatste geheime oefening plaats. Na 1995 kwam het toezicht van de bunker in handen van het Competentiecentrum Steunmaterieel en -producten van Ieper.

In 1996 werd het militair domein uit gebruik genomen en in 2009 werd de bunker museaal ingericht door het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis en vervolgens voor het publiek opengesteld.

https://www.klm-mra.be/D7t/nl/content/commandobunker-praktische-informatie

Gedenkzuil Den Engel

Bergstraat, Kemmel.

Deze gedenkzuil wil vooral herinneren aan de vele Fransen die hier in april 1918 vochten tijdens de Slag om de Kemmelberg. Het beeld (in de volksmond ‘Den Engel’) symboliseert de Romeinse overwinningsgodin Victoria. Wat leger ligt het Franse massagraf.

Het monument werd onthuld op 18 september 1932. In 2008 werd het gedenkteken beschermd als monument. In 1970 vernietigde een blikseminslag de gelauwerde Franse helm boven op de zuil.

https://www.flandersfields.be/nl/doen/frans-monument-en-massagraf-kemmelberg

Amerikaanse gedenksteen voor de 27th en 30th division

Kemmelstraat, Kemmel.

Een zware rechthoekige blok op een breed rechthoekig platform herinnert aan de 27ste en 30ste Amerikaanse divisies. Deze divisies van de National Guard vertrokken in mei 1918 naar Frankrijk waar ze de volledige periode van hun dienst overzee aan het Britse leger toegevoegd werden. De 27th division vocht in België aan het oostelijke deel van de lijn rond Poperinge en in de sector rond ‘Dickebusch’. De 30th Division diende in de Canal sector, de Gouy-Norroy sector, the Beaurevoir en Le Cateau sectors, en hielp bij het doorbreken van de Hindenburglijn.

http://www.wo1.be/nl/db-items/amerikaanse-gedenksteen-voor-de-27th-en-30th-division

Obelisk voor de 32ste Franse divisie

Kriekstraat, Kemmel.

Een kleine obelisk herinnert aan de 32ste Franse divisie. De obelisk staat op een betonnen platform dat afgezet is met betonnen paaltjes. Op de voorkant van de obelisk hangt een witmarmeren reliëf met druiventros.

http://www.wo1.be/nl/db-items/obelisk-voor-de-32ste-franse-divisie

Lettenberg bunkers

Lokerstraat ter hoogte van het kruispuntje met de Kattekerkhofstraat.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Brussen-Kemmel-2020-67-van-70-1024x683.jpg

De berg ligt tegen de Kemmelberg aan met een top op 95 meter hoogte.

Op de flank zijn enkele gerestaureerde bunkers van de Britse troepen uit de Eerste Wereldoorlog te zien. De heuvel werd begin 1917 door de Britse “175th Tunneling Company” ondergraven en voorzien van ondergrondse schuilplaatsen (brigade-hoofdkwartier, slaapplaatsen en medische hulppost), de toegang bestond telkens uit een bunker, deze zijn heden ten dage vrij te bezoeken.

http://www.wo1.be/nl/db-items/lettenbergschuilplaatsen

Britse brug over de Kemmelbeek

Hallebaststraat Kemmel / Dikkebus.

Bardenbrug genoemd op vooroorlogse kaarten langs de weg Vierstraat – Hallebast.

Betonnen brug uit de Eerste Wereldoorlog, in september – oktober 1918 in twee fases opgetrokken door de Britse genie, bedoeld als tankbrug, als voorbereiding op het geallieerde Bevrijdingsoffensief, dat op 28 september 1918 van start zou gaan.

Een bewaarde brug, die tijdens de Eerste Wereldoorlog werd opgetrokken voor tanks, is uitermate zeldzaam.

De geallieerden hadden tevergeefs getracht om de Duitse frontlijn, de zogenaamde Vierstraete Ridge te veroveren, tegen een hoge tol aan menselijke slachtoffers. De omgeving van de brug werd zwaar door de Duitse artillerie beschoten. De 245th (Guernsey) Army Troop Company werkte tijdens deze dagen, ondanks deze artilleriebeschietingen, ononderbroken in drie shiften aan de brug. Twee mannen werden tijdens de bouw van deze brug getroffen door een gasaanval.

Eens de regio bevrijd was, meer bepaald vanaf 11 oktober 1918, werd door dezelfde genie-eenheid een tweede keer aan de brug gewerkt en werden steunberen en borstweringen toegevoegd. In deze fase werden inscripties nagelaten, die verwijzen naar de bouwers.

Ontcijferde inscripties “245th (Guernsey) Army Troop Company Royal Engineers 7 August 1918”.

Vreemd genoeg werd op de brug “7 augustus 1918” aangebracht, dit terwijl de eerste fase van de bouw van de brug volgens het oorlogsdagboek afgerond was op 7 september 1918 -het lijkt er op dat er een vergissing is gebeurd bij het aanbrengen van de datum.

De brug is voor een groot deel opgetrokken met Britse geprefabriceerde betonstenen. Het betreft meer bepaald Britse betonstenen, die in de zomer van 1918 in een werkplaats in Arques bij Saint-Omer (Frankrijk) werden vervaardigd ten behoeve van het Britse 2nd Army. Deze betonstenen, vaak in combinatie met geprefabriceerde betonnen balken, werden voornamelijk gebruikt voor de Britse bunkerbouw. De betonstenen en balken waren voorzien van ronde openingen, waarin staven konden geplaatst worden om de stenen en balken te verankeren. De gleuven aan boven- en onderzijde maakten het horizontaal plaatsen van ijzers tussen de rijen mogelijk.

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/97669

Franse militaire begraafplaats Ossuaire

Bergstraat, Kemmel.

Na de ‘Slag om de Kemmelberg’ (april 1918) bleef een groot aantal Franse gesneuvelden op het slagveld achter. Van de meer 5.000 gesneuvelde officieren, onderofficieren en soldaten werden slechts 57 personen geïdentificeerd. Allen werden ten ruste gelegd in dit massagraf.

http://www.wo1.be/nl/db-items/frans-massagraf-op-de-kemmelberg

Oorlogssite Kemmel

  • Lokerstraat – Betonconstructie (2)

Oorlogskerkhoven Kemmel

  • Godezonne Farm Cemetery, Kriekstraat
  • Irish House Cemetery, Savaardlindestraat
  • Kemmel Chateau Military Cemetery, Nieuwstraat
  • Kemmel No.1 French Cemetery, Vierstraat
  • Klein-Vierstraat British Cemetery, Molenstraat
  • La Laiterie Military Cemetery, Kemmelstraat
  • Lindenhoek Chalet Military Cemetery, Gremmerslinde
  • Suffolk Cemetery, Kriekstraat
  • Kemmel Churchyard, St.-Laurentiusplein

Loker

Grensgemeente, gedeeltelijk op de westflank van de Kemmelberg, aan de voet van de Rodeberg met de Scherpeberg volledig op het grondgebied.

Voornamelijk landbouwgemeente en woongebied voor pendelaars; thans enige toeristische activiteiten.

Loker komt voor het eerst voor in 1072 onder de benaming Lokerne. Etymologisch betekent het heldere beek, of is het afgeleid van het middelnederlandse Lok (Lok = ad of omheining).

Loker, gelegen nabij de heerbaan Cassel-Kortrijk was reeds bewoond ten tijde van de Romeinen; een brandrestengraf, op de mote de Galooie wijst op deze aanwezigheid.

De Galooie, mote gelegen ten zuidwesten van de dorpskom, aan de voet van de Rodeberg nabij de Galooiebeek, werd door de heren van Loker uitgekozen als versterking. In een eerste fase werd de mote verhoogd, omwald, en voorzien van een toren in vakwerkbouw. Na korte tijd, in de 12de eeuw, werd de houten constructie vervangen door een gele bakstenen toren. In de eerste helft van de 16de eeuw geraakte de vesting in onbruik.

Loker werd tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig verwoest, voornamelijk tijdens het Duits offensief in maart 1918. Na de oorlog werd het dorp grosso modo naar vooroorlogse aanleg wederopgebouwd,

Tehuis Stichting Godtschalck

In 1872 gesticht als tehuis voor zieke ouderlingen; in 1896 omgebouwd tot weeshuis “St-Antonius” en thans home voor verwaarloosde kinderen. Heropgebouwd in 1927 naar ontwerp van architect De Saegher (Poperinge).

Gedenkkruis voor Major William Redmond

Godtschalckstraat, Loker.

Major W.H.K. Redmond ligt begraven onder een gebeeldhouwd kruis binnen een perkje afgebakend door ijzerzandsteen.

In 1914 krijgt de Irish National Party, onder leiding van de invloedrijke nationalist John Redmond, eindelijk een wet door het Britse parlement die het langverwachte zelfbestuur vorm moet geven. Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt wordt de wet uitgesteld.

Redmond blijft loyaal tegenover de Britten en roept zijn landgenoten op om dienst te nemen in de 16e Ierse Divisie. Zijn broer William, prominent parlementslid voor de Irish Party, ondersteunt deze rekruteringscampagne voluit. In een bevlogen toespraak vanop het balkon van het Imperial Hotel in Cork engageert hij zich met de legendarische woorden ‘old as I am, and grey as are my hairs, I will say: don’t go, but come with me’. William Redmond wordt kapitein, later majoor, bij het zesde bataljon Royal Irish Regiment. Hij blijft ook actief in het Britse parlement. In zijn laatste indrukwekkende tussenkomst in Westminster roept hij de Ieren op om een voorbeeld te nemen aan de samenwerking in de frontlijn tussen de voornamelijk protestantse 36ste Ulster divisie en de hoofdzakelijk katholieke 16de Ierse Divisie.

Tijdens de mijnenslag van 7 juni 1917 raakt hij bij de bevrijding van Wijtschate gewond door granaatscherven. Een voormalig politiek tegenstander, soldaat John Meeke, snelt ter hulp. Hij neemt het 56-jarige parlementslid op zijn schouders en probeert hem te evacueren. Bij deze poging wordt hij zelf geraakt maar slaagt er toch in de majoor door collega’s te laten wegbrengen. Kort daarna sterft William Redmond in een hulppost in Dranouter. Hij wordt begraven in de kloostertuin van Loker. De Ierse nationalist, die op het einde van zijn leven steeds meer pleitte voor verzoening, ligt nog altijd in een eenzaam graf.

http://www.wo1.be/nl/db-items/gedenkkruis-voor-major-william-redmond

Demarcatiepaal

Demarcatiepaal n° 7 (Dikkebusstraat) en n° 8 (Kemmelbergweg)

Oorlogssite Loker

  • Scherpenbergweg – Britse schuilplaatsen (6)
  • Zavelaarstraat – Britse betonnen verdedigingsconstructies (3)

Oorlogskerkhoven Loker

  • La Clytte Military Cemetery, Reningelststraat
  • Locre Hospice Cemetery, Godtschalckstraat
  • Locre No.10 Cemetery, Dikkebusstraat
  • Loker Churchyard, Dikkebusstraat

Nieuwkerke

Grensgemeente gelegen aan de taalgrens, de Leie en de Franse grens.

Nieuwkerke komt voor het eerst voor in 1080 onder de benaming Nova ecclesia. Deze plaats behoorde aanvankelijk toe aan de abdij van Zonnebeke. Er was reeds een kapelanie in 1271. Nieuwkerke behoorde tot de kasselrij Belle (Bailleul), en, tot de kasselrij Waasten sinds het grensverdrag (1769) tussen de Oostenrijkse Nederlanden en Frankrijk cf. vier bewaarde grenspalen met dubbele arena en drie relies gelegen aan de Mitoyen-, de Zak-, de Eikel- en de Zwartemolenstraat (Dranouter).

Tijdens de middeleeuwen kende Nieuwkerke een bloeiende lakennijverheid; de wolwevers verkochten hun produkten in eigen hallen te Ieper, Antwerpen en Gent. Nieuwkerke was een belangrijk centrum met een grote kerk, een ruime marktplaats waar wekelijks markt werd gehouden, een hal met stadhuis, en een kasteel (gelegen op een terp ten zuiden van de kerk en verwoest in 1477 door de Fransen).

De lakenindustrie, sinds 1427 gekenmerkt door een lichte recessie ten gevolge de beperkende maatregelen van Filips de Goede, kende een ware terugval ten tijde van de godsdienstoorlogen. In 1582 vernietigde een geweldige brand de ganse gemeente, talrijke lakenwevers weken definitief uit naar Engeland.

In 1608 waren stadhuis, hal en kerk wederopgebouwd; geleidelijk hernam de weverij van lichte wollen stoffen, “bayen” genaamd; deze textieltraditie bleef, naast de vlas- en linnenindustrie, doorleven tot in de Franse tijd. De hal en het stadhuis werden in 1647 nogmaals verwoest door de Fransen; de in 1648 heroprichte zogenaamd “Halle-jong”, was gelegen op de westkant van de Markt en werd afgebroken in 1844.

Thans voornamelijk landbouwactiviteit en woongemeente voor pendelaars.

De gemeente werd tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig verwoest en wederopgebouwd naar het aanlegplan van architect F. Tilley (Elsene). De vooroorlogse configuratie werd behouden: een dorpskom met centraal plein, gedomineerd door de parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw.

Oorlogssite Nieuwkerke

  • Westhovestraat – Betonnen constructie Westhof Farm

Oorlogskerkhoven Nieuwkerke

  • Kandahar Farm Cemetery, Nieuwkerkestraat
  • Maple Leaf Cemetery, Zakstraat
  • Westhof Farm Cemetery, Eikelstraat
  • Nieuwkerke Churchyard, Markt

Westouter

Grensgemeente.

Naar het zuiden toe, begrensd door beboste heuvels, onder meer de Vidaigne- (137 m), de Bane- (143 m) en de bekendste, de Rodeberg (benaming afgeleid van bruin-rood ijzerhoudend zand).

Tussen de Vidaigne- en Rodeberg strekt zich het Hellegat uit, 8 ha grote beboste ravijn met variërende boomsoorten en rijk bronnengebied, met ontspringende Hellegatbeek.

Oudste vermelding (1089): Wistaltare, etymologisch te verklaren als “altaar naar het westen gericht” (wat ongewoon is voor een Rooms katholieke kerk waar het altaar typisch op het oosten staat).

Voormalig leen gehouden van heerlijkheid Belle; bestuurlijk en fiscaal geïntegreerd in kasselrij Belle, die in Franse handen kwam in 1678 (Vrede van Nijmegen). Bij decreet van 11 oktober 1781 werden Westouter en de heerlijkheid Vleminckhove naar Vlaanderen overgeheveld.

Hoewel het dorp tijdens WO I onbezet gebied was, werd het fel beschoten en grotendeels vernield.. Wederopbouw grosso modo teruggaand op vooroorlogs patroon.

Kerk Sint-Eligius

In 1089 was Westouter al een zelfstandige parochie. De kerk was aanvankelijk een romaanse kruiskerk die in de loop der eeuwen gotisch was verbouwd tot een driebeukige hallenkerk.

In 1794 werd de kerk geteisterd door een brand. In de periode 1805-1807 vatte men de herstellingswerken aan waarbij men de kerk ook vergrootte.

Tijdens WO I werd de kerk zwaar beschadigd. Enkel de achthoekige romaanse toren bleef enigszins bewaard.

De huidige neogotische kerk kwam tot stand in 1922-23 (architect J. Coomans) op de oude grondvesten. Het werd herbouwd als een driebeukige hallenkerk in typische gele polderbaksteen.

Tympaan

Het basrelief in het kerkportaal is een keramisch werk van de Poperingse kunstenaar Lucien De Gheus. Het herinnert aan de veilige terugkeer van alle Westouterse gedeporteerden na de Tweede Wereldoorlog. Pastoor Albert Ghesquière schonk het in 1957 aan de kerk naar aanleiding van zijn gouden priesterjubileum.

Laatste avondmaal

‘Het Laatste Avondmaal’ van de Oostenrijker Hans-Heinz Göll werd in 1958 in het keramiekatelier ‘Perignem’ in Beernem als voorpaneel voor een altaar gecreëerd. In 2008 schonk Elisabeth Vandeweghe het aan de parochiekerk.

Biechtstoel

Links achteraan de kerk bevindt zich de oudste van de drie aanwezige biechtstoelen. Deze 17de-eeuwse eikenhouten biechtstoel schittert in zijn eenvoud. De twee andere dateren uit 1924.

Vier evangelisten

De vier evangelisten afgebeeld in het houtsnijwerk zijn – samen met de Christus uit de lezenaar – restanten van de preekstoel uit 1925, die in 1970 werd ontmanteld. Van links naar rechts ontmoeten we Marcus (leeuw), Matheus (engel), Lucas (stier) en Johannes (arend).

Zonnelied

In zes schilderijtjes geeft de Westouterse kunstenares Jenny Heyman haar interpretatie van het ‘Zonnelied’ van Franciscus van Assisi.

Orgel

Het orgel werd gebouwd door Jules Anneessens (1920-29).

’t Schelleken

Met ‘Je fus fet en lan 1597’ vertelt het oudste en kleinste klokje van de kerk dat het in 1597 werd gegoten. Het is te oud en te broos geworden om nog naast haar jongere zus en broers Maria-Rosa (1929), Eligius (1929) en Donatus (1977) te functioneren.

Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Czestochowa

Kruispunt Bellestraat/Schomminkelstraat, Westouter.

Westouter werd op 6 september 1944 bevrijd door de Eerste Poolse Pantserdivisieter. Ter nagedachtenis van de bevrijding werd een bergstenen kapelletje opgericht in het centrum.

In de kapel bevindt zich een halfverheven reliëf (keramiek) met voorstelling van zogenaamde “Zwarte Madonna van Czestochowa”, vervaardigd door Bruno Recki, een Poolse beeldhouwer die als soldaat aan de bevrijdingsoperatie deelnam.

Lourdesgrot

Rodebergstraat, bereikbaar via wegje links van nr. 25

De Lourdesgrot (1875) van wijlen pastoor Louis Nollet op de oostelijke top van Rodeberg is nog steeds een druk bezocht bedevaartsoord.

De grot is vnl gebouwd in bergstenen (poudingues), gekocht op de Catsberg.

De grot was veel schoner toen dan op heden: in 1882 werd, om de bedevaarders in ’t droge te stellen, het vorenste gedeelte bijgezet en het nuttige kwam het schone bederven.

De ijzeren afsluiting in de grot, alsook het ijzeren hek aan de ingang, zijn gemaakt en gezet geweest door de paters Trappisten van West-Vleteren en bijzonderlijk door broeder Lucas.

Het groot Christusbeeld, dat staat aan de linkerkant van de ingang van de kapelhof, is in gebakken potaarde van drie stukken. Het Christusbeeld was een geschenk van Abt Alberic en gemaakt door een van zijn paters van Sint-Sixtus.

Hotel Kosmos

Rodebergstraat 53, Westouter

Hotel gelegen op de Rodeberg met een panoramisch zicht op de vallei van de Hellegatbeek en de dorpskom van Westouter.

Tijdens het interbellum ontluikt het toerisme op de Rodeberg, om na de tweede wereldoorlog een hoge vlucht te nemen.

Het gasthof Kosmos startte klein, in 1934, als jeugdhotel, in toen nog volledig landelijke omgeving: een modernistisch gebouw van drie bouwlagen onder platdak, naar ontwerp van architect J. De Brabandere (Ieper). Twee jaar (1936) later werd het gebouw in noordelijke richting uitgebreid met een eetzaal . In de jaren 1960 en 1970 werd het gebouw verschillende malen vergroot door toevoeging van café/restaurant en veranda. Het gebouw werd in 2004 geklasseerd als beschermd monument.

De site werd  een recreatiegebied op de Rodeberg; behalve hotel Kosmos kwam er ook Home Zeewind (4 ruime slaapzalen, kamers, en een sanitair blok), Home Boskant (48 kamers), een muziekcafé, tennisveld, voetbalveld en  openluchtzwembad.

De Kosmos was zeer gekend en genoot een goede naam, een heel bekende plaats voor jongeren, CM-kampen, jeugdbewegingen of bosklassen – voornamelijk geliefd om z’n openluchtzwembad.

Dit zwembad werd gebouwd in de jaren 60 en telde na enkele verbouwingen drie zwembaden, bubbelbad, twee glijbanen, fonteinen, springplank, cafetaria en ligweide. Een unieke ligging op de helling van de Rodeberg, omgeven door bos en met panoramisch zicht.

Maar de unieke ligging van het zwembad werd ook de doodslag voor het complex: in 2002 werd de vergunning van het zwembad ingetrokken wegens “niet toegankelijk voor hulpdiensten”. De sluiting van het zwembad werd voor het hotel fataal, het aantal overnachtingen daalde en in 2005 legde de uitbater de boeken neer.

Het complex werd aan haar lot overgelaten en verloederde. In 2008 was er zelfs brandstichting in het beschermde torengebouw. Uiteindelijk, in 2009, werd De Vlaamse Land Maatschappij (VLM) eigenaar (ondertussen Agentschap Natuur en Bos).

Behalve het geklasseerde hoofdgebouw, werd alles gesloopt: de site werd natuurgebied, van het zwembad rest alleen een aardevlakte op de bergflank.

Maar voor de bovensite -het hotel- blijft het zoeken naar een herbestemming. De site staat als recreatiezone in de bestemmingsplannen, permanente bewoning kan dus niet, enkel een invulling van verblijfsrecreatie en toerisme is mogelijk. En het gebouw is geklasseerd. Deze beperkingen en de hoge kostprijs om het verloederde gebouw op te knappen, schrikt blijkbaar kandidaten af.

Standaardmolen Lijstermolen

Lijstermolendreef, Westouter

De Lijstermolen is een windmolen vlakbij het restaurant “landhuis ’t Molenhof” en de kabelbaan Cordoba.

De houten windmolen is een staakmolen. Hij werd rond 1801–1805 opgericht op de Lijsterhoek in Beernem en was tot 1947 actief. In 1957 kocht de gemeente Westouter de molen, de opbouw gebeurde van 1958 tot 1960 en op 21 juli 1961, de feestdag van Sint Victor, de patroonheilige van de molenaars, werd de molen ingehuldigd. De molen draaide weliswaar bij die inhuldiging, maar hij werd nooit effectief in gebruik genomen.

Tijdens een storm in 1990 raakte de molen beschadigd, de gemeente voerde toen slechts de meest noodzakelijke herstellingswerken uit. Nu is de staart krom getrokken, zodat de molen niet meer gebruikt kan worden.

De molen werd op 2004 beschermd als monument, samen met de omgeving als dorpsgezicht. Sindsdien werden er voor molen en omgeving plannen en studies gemaakt. In 2020 werden de nodige subsidies voorzien zodat de restauratie van de molen en de omgeving mogelijk wordt.

De gemeente hoopt voldoende vrijwilligers te vinden om de molen weer tot leven te wekken en de werking ervan uit te bouwen.

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/32734

Gedachtenistuin vluchtelingen

Hellegatstraat, op 300 meter van de kerk van Westouter.

Ter herinnering aan de vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog en in andere oorlogen.

Het is een mooie plek midden in de natuur waar bezoekers tot rust komen en even kunnen nadenken. Op een wand in kastanjepalen zie je een kaart met een aantal algemene vluchtroutes, een dertigtal persoonlijke vluchtroutes van families en een gedicht van Charles Ducal over vluchtelingen vandaag.

Oorlogskerkhoven Westouter

  • Westoutre British Cemetery, Poperingestraat
  • Westouter Churchyard & Extension, Poperingestraat

Wijtschate

Bayernwald

Voormezelestraat 2, Wijtchate.

Duits loopgravenstelsel met twee luisterschachten, gereconstrueerd op basis van archeologisch onderzoek.

Let op: tickets niet ter plaatse verkrijgbaar!

Begeleiding met gids kan aangevraagd worden via toerisme@heuvelland.be

http://www.wo1.be/nl/db-items/bayernwald

Spanbroekmolenkrater (Pool of Peace)

Kruisstraat, Wijtschate.

De Pool of Peace is de grootste, de best ontsloten en de meest bekende krater van de Mijnenslag.

Op 7 juni 1917 (Zero Day) brachten de Britse troepen 19 ondergrondse mijnen tot ontploffing. De gigantische explosies verwoestten de Duitse stellingen en sloegen enorme kraters in het landschap. Bij de gevechten die volgden, heroverden Britse, Ierse, Australische en Nieuw-Zeelandse eenheden de heuvelkam van Wijtschate-Mesen.

De tunnel (521 meter) werd door de 171 Tunnelling Company uitgegraven. Het scheelde trouwens geen haar of de mijn was niet ontploft: de Duitsers ontdekten en vernielden de gang met een dieptebom, drie maanden voor de geplande ontploffing. In allerijl groeven de Britten een nieuwe gang naar de munitiekamer en herstelden de bedrading. Nauwelijks één dag voor Zero Day was de klus geklaard en was de mijn opnieuw in aanslag.

Deze krater (12 meter diep met een diameter van 129 meter) werd een vijver, een prachtig stukje natuur in het glooiende Heuvelland, en een symbool van vrede.

http://www.wo1.be/nl/db-items/krater-11-spanbroekmolen-pool-of-peace

Kruis voor het London Scottish regiment

Ieperstraat, Wijtschate.

Een trapeziumvormige sokkel met daarop een Keltisch kruis in een grijsgespikkeld graniet herinnert aan het London Scottish regiment. Het monument staat binnen een omheining van paaltjes en beplanting.

http://www.wo1.be/nl/db-items/kruis-voor-het-london-scottish-regiment

Gedenkkruis voor de 16th Irish division

Wijtschatestraat, Wijtschate.

Een granieten Keltisch gedenkkruis, bovenop een rotsmassa herinnert aan de 16th Irish division. Op het kruis staat de afbeelding van een klaverblad.

http://www.wo1.be/nl/db-items/gedenkkruis-voor-de-16th-irish-division

Gedenkkruis voor de 19th Western division Mesen 1917

Hoek Rijselstraat/Hollebekestraat, Wijtschate.

Een uitgehouwen, rood beschilderde vlinder op een hardstenen kruis herinnert aan de gesneuvelden van de 19th Western division die vielen in Mesen in 1917.

http://www.wo1.be/nl/db-items/gedenkkruis-voor-de-19th-western-division-mesen-1917

Gedenksteen Lasnier en het 1er Bn. Chasseurs à Pied.

Voormezelestraat, Wijtschate.

Het 1ste Franse bataljon jagers te voet wordt herdacht met een zuil met afgeronde top. Op de voorzijde staat bovenaan een bronzen haan en een hoorn met daarin de letters “I B.C.P.”. Een herinneringstekst in vlakreliëf staat op een bronzen plaat.

http://www.wo1.be/nl/db-items/gedenksteen-voor-het-1ste-franse-bataljon-jagers-te-voet

Oorlogssite Wijtschate

  • Militaire site WOI Bayernwald, Voormezelestraat
  • Gapaardstraat – Duitse artilleriebunker
  • Hollebekestraat – Duitse betonconstructie Oosttaverne Wood
  • Houthemstraat – Duitse betonconstructie met golfplaat Oosttaverne Wood
  • Ieperstraat 4A – Duitse verdedigingsconstructie Onraet Farm (4)
  • Ieperstraat 137 – Duitse bunker
  • Ieperstraat 158 – Duitse constructie Pick House
  • Kroonaardstraat – Duitse betonnen constructie Petit Bois (3)
  • Kruisstraat – Duitse schuilplaats Spanbroekmolen
  • Langwegelken – Betonconstructie Huikerbossen
  • Neerwaastenstraat – Duitse bunker (2)
  • Rijselstraat – Britse schuilplaats, betonnen post Oaten Wood (3)
  • Rijselstraat – Duitse constructie (2)
  • Vierstraat – Duitse betonnen mijnschacht “Dietrich” Wijtschatebos
  • Vierstraat – Duitse betonnen verdedigingsconstructie Unnamed Wood
  • Vierstraat – Duitse verdedigingsconstructie Wijtschatebos (6)
  • Voormezelestraat – Duitse betonnen verdedigingsconstructie Kroonaardbos (6)
  • Wambekestraat 1 – Duitse betonstructie
  • Wulvergemstraat – Britse betonconstructie

Oorlogskerkhoven Wijtschate

  • Militaire site WOI Bayernwald, Voormezelestraat
  • Cabin Hill Cemetery, Waterputstraat
  • Croonaert Chapel Cemetery, Voormezelestraat
  • Derry House Cemetery No.2, Voormezelestraat
  • Lone Tree Cemetery, Kruisstraat
  • Oosttaverne Wood Cemetery, Rijselstraat
  • R.E. Farm Cemetery, Wulvergemstraat
  • Somer Farm Cemetery, Hollebekestraat
  • Spanbroekmolen British Cemetery, Scheerstraat
  • Torreken Farm Cemetery No.1, Langebunderstraat
  • Wytschaete Military Cemetery, Wijtschatestraat

Wulvergem

Oorlogskerkhoven Wulvergem

  • Packhorse Farm Shrine Cemetery, Lindestraat
  • Pond Farm Cemetery, Vrooilandstraat
  • Wulverghem-Lindenhoek Road Military Cemetery, Hooghofstraat
  • Wulverghem Churchyard, Dorpsstraat