De Kleine Mote

Je winkelwagen

Veurne

Toeristische dienst Grote Markt 29, 8630 Veurne +32 (0)58 33 55 31

Veurne

http://www.toerisme-veurne.be/

Veurne (Frans: Furnes) is een stad met ruim 12.000 inwoners in de Belgische provincie West-Vlaanderen. Ondanks het geringe inwoneraantal is de stad een regionaal centrum voor de Westkust en Westhoek, samen met steden als Ieper, Poperinge en Diksmuide.

Geschiedenis

Het gebied, waar de stad nu is opgetrokken, was vroeger een zoutwinningsgebied.

Veurne werd voor het eerst vermeld in 877 als Furnu en zou mogelijk zijn ontstaan rondom één der burchten die door de Graaf van Vlaanderen eind 9e eeuw tegen de invallen van de Vikingen werden opgericht. In de 10e eeuw vielen de Vikingen de stad daadwerkelijk aan, waarna de (ronde) burcht werd uitgebreid. De terp in het Sint-Walburgapark is nog een overblijfsel van deze burcht. Dit alles verklaart het cirkelvormige verloop van de straten.

Omstreeks 870 werden de relieken van Sint-Walburga naar Veurne overgebracht. Omstreeks 1100 schonk graaf Robrecht II van Jeruzalem bovendien een relikwie van het Heilig Kruis. Vanaf ongeveer 1060 was er daarnaast sprake van een handelsnederzetting ten oosten van de burcht.

In de 14de eeuw werd Veurne omwald. Het was zelfs een van de best verdedigde steden van Vlaanderen. De welvaart, deels gestoeld op de lakenhandel, liep echter einde 13e eeuw terug, omdat de verhoudingen tussen Vlaanderen en Engeland slechter waren geworden.

In 1566 en 1578 werden kerken en kloosters verwoest door beeldenstormers. Vanaf 1586 kwam er een nieuwe opbloei, waarbij onder meer de Grote Markt met aanpalende gebouwen werd aangelegd. In 1621 werd de nieuwe Sint-Niklaasabdij gebouwd. Omstreeks 1644 kwam er door oorlogen en epidemieën een einde aan de welvaartsperiode.

Van 1668-1713 stond Veurne onder Franse bezetting, het werd één van de vestigingssteden van Vauban’s Pré Carré. De middeleeuwse versterkingen werden afgebroken en in 1706 vervangen door nieuwe versterkingen, naar ontwerp van Vauban. Al deze versterkingen werden door keizer Jozef II in 1783 ontmanteld.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was in de stad het hoofdkwartier van het Belgisch leger gevestigd.

Veurne beleeft eind oktober 1914 enkele bange dagen, de Duitse troepen bereiken de Westhoek. Koning Albert I en de legertop opereren vanuit het Stadhuis van Veurne; het Belgisch leger wil stand houden aan de IJzer maar dit dreigt te mislukken.

Tot, in de nacht van 28 op 29 oktober 1914, de plannen van Veurnenaar Karel Cogge worden uitgevoerd en de IJzervlakte tussen Nieuwpoort en Diksmuide wordt geïnundeerd. Het Duitse offensief komt tot stilstand en Veurne zou gedurende 4 jaar dienst doen als ‘Stad achter het front’.

Veurne blijft grotendeels gespaard van grote bombardementen waardoor het leven in de streek niet verdwijnt. Hulpposten en hospitalen worden opgericht, zelfs nobelwinnares Marie Curie verblijft in Veurne. Het onderwijs krijgt een impuls met de bouw van de ‘School van de Koningin’ in Wulveringem, deelgemeente van Veurne. Ondertussen zorgde de aanwezigheid van Belgische troepen maar ook van de (koloniale) Franse troepen voor het nodige vertier in de stad/

De schade blijft ook in de Tweede Wereldoorlog beperkt.

Bezienswaardigheden

Middeleeuwse markt

De Sint-Walburgakerk, Markt Veurne

De kerk is ontstaan uit een 9de eeuwse grafelijke burgkapel die eerst omgebouwd werd tot een romaanse kerk, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. Wellicht in de 10de eeuw kreeg de kerk de relikwieën van Sint-Walburga, waardoor de naam omstreeks 1100 wijzigde tot Sint-Walburgakerk.

Tussen de 13e en 14e eeuw is de kerk verwoest door een brand en weer opgebouwd:  het koorgedeelte in de 14e eeuw, in vroeggotische stijl en het ander gedeelte (afgewerkt met zijbeuken en een kort schip) begin de 20e eeuw in neogotische stijl. Een enig voorbeeld van een groots opgevatte gotische kerk, die onvoltooid bleef: er werd wel een aanzet gegeven tot de bouw van de westertoren, maar deze is nooit voltooid. Hij werd een tijd gebruikt als opslagplaats voor buskruit, en later tot regenwaterbak omgebouwd (Citerne).

Stadhuis, Markt Veurne

Het stadhuis is gebouwd in renaissancestijl en opgetrokken in baksteen. Er zijn twee naast elkaar liggende vleugels, elk met een topgevel. De linker, van vier traveeën, is van 1596, de rechter, van vijf traveeën, van 1612. De achtergevel is van 1599.

Het Landshuis, Markt Veurne

Het gebouw is in Vlaamse renaissancestijl, voornamelijk in strakke, classicistische vormen. De dakkapellen zijn weelderiger versierd. In de nissen stonden beelden van de landvoogden Albrecht van Oostenrijk en Isabella van Spanje. In het vierde kwart van de 19e eeuw werden deze vervangen door allegorische beelden die de Vrede en de Gerechtigheid verzinnebeeldden.

Gebouwd in 1613-1621 (als vervanging van het oude Landshuis, dat naast het stadhuis is gelegen) als zetel van het bestuur en het gerecht van de kasselrij Veurne. Later deed het Landshuis dienst als gerechtshof, nu is het een deel van het stadhuis; de vestibule met kruisgewelven en stucwerk van 1719 herbergt het Bureau voor Toerisme.

De toren van het landshuis is het Belfort van Veurne.

Belfort, Markt Veurne

Het belfort maakt deel uit van het complex van het Landshuis dat enige tijd eerder werd voltooid.

Met de bouw van het belfort werd vermoedelijk gestart omstreeks 1617. De toren werd afgewerkt in 1628. Het gebouw bezit een vierkante sokkel met vier verdiepingen. Een achtzijdige bovenbouw met balustrade wordt bekroond door een opengewerkte lantaarntoren en een kleinere peervormige spits.

De Vleeshal, Markt Veurne

De nieuwe Vleeshal, een bakstenen gebouw gebouwd in 1615, laatrenaissancestijl. In 1861 werd dit omgebouwd tot schouwburg.

Het Spaans Paviljoen, Ooststraat

Het voormalige stadhuis van Veurne, in gotische stijl. Het oudste deel is een hoekhuis in gotische stijl dat oogt als een woontoren, gebouwd in 1448-1452. De jongere vleugel van 1530 is in laatgotische stijl.

Na 1536 was het niet langer meer een stadhuis, maar kreeg het andere bestemmingen, zoals de huisvesting van een Spaans garnizoen, wat heeft geleid tot de huidige benaming. Later werd het een Vredegerecht.

De Sint-Niklaaskerk, Appelmarkt

Kerk uit de 12de eeuw, verbouwd in de 15de eeuw. In de toren hangt een klok (’t Bomtje) uit 1379 en een beiaard. Het 13de-eeuwse portaal is opvallend.

Kasteel Beauvoorde

Wulveringemstraat 10, 8630 Beauvoorde (Veurne) +32 (0)58 29 92 29

Kasteel Beauvoorde is een van de best bewaarde geheimen in de Westhoek. Het kasteel is gelegen in het dorpje Wulveringem nabij Veurne en ontstond wellicht in de 12de eeuw.

Het eeuwenoude waterkasteel ziet er nog net zo uit zoals het werd achtergelaten door de zonderlinge romanticus Ridder Arthur Merghelynck. Eind 19de eeuw kocht die het kasteel en liet het restaureren naar 17de-eeuwse normen.

Tijdens een bezoek aan het kasteel bewonder je de schitterende kasteelinterieurs en de prachtige parkomgeving. Het kasteel een unieke uitstraling. Je wordt er ondergedompeld in een nostalgische sfeer, een oase van stilte en schoonheid.

Fietsers en wandelaars zijn welkom in het Frans-Engelse kasteelpark. Speciaal voor gezinnen met kinderen werd een boeiend familieparcours uitgestippeld.

Bij het bezoekerscentrum is een terras waar een natje en droogje te verkrijgen is, kinderen kunnen er zich uitleven op de speelkoer en e-bikes kunnen er hun batterijen opladen. Wie het liever wat sportiever aanpakt kan nog een partijtje Kubb, Petanque of cricket spelen (inbegrepen in toegangsprijs).


http://www.kasteelbeauvoorde.be

Het Bakkerijmuseum

Albert I laan 2, 8630 Veurne

Het museum behandelt de geschiedenis van de bakkerij van circa 1800 tot 1950.

De collectie werd initieel geleverd door Walter Plaetinck, een handelsreiziger die bakkersmateriaal verzamelde bij honderden bakkers die hij als klant had. Elf thema’s structureren de collectie: de broodbakkerij, de banketbakkerij, de suikerafdeling, de ijsafdeling, de chocoladezaal, wafel- en hostie-ijzers, het schepwinkeltje, brood in de kunst, speculaas, patakon, bakwagens en broodkarren en de bibliotheek en archief.

https://www.bakkerijmuseum.be/nl/home/

Marie Curie

Er is een recreatieve fietsroute Marie Curie (60 km, vlak) en een stadswandeling met gids.

Stadswandeling Marie Curie

Fietsroute Marie Curie

De beroemde wetenschapster Marie Curie was actief in West-Vlaanderen tijdens WO1. Deze fietsroute bezoek enkele plekken waar ze haar ontdekkingen een praktische toepassing gaf om gewonde soldaten te helpen.

Als de oorlog uitbreekt laat de beroemde Frans-Poolse Maria Salomea Skłodowska-Curie (Nobelprijs 1893 en 1911) haar wetenschappelijk onderzoek naar radium en haar kersverse labo (het befaamde Radiuminstituut in Parijs) voor wat het is en stort zich op de medische radiologie.

Ze begrijpt dat er een grote nood zal zijn aan die nog jonge technologie die toelaat om te zien waar kogels en schrapnel in het lichaam zitten of hoe complex een breuk is. Omdat ze de röntgenstralen vooral in theorie kent (ze doceert dit aan de Sorbonne) gaat ze praktijkervaring opdoen bij de befaamde radioloog dr. Béclère in Parijs.

Haar dochter Irène, net 17 geworden, volgt ondertussen een spoedopleiding tot verpleegster.

In november 1914 trekken moeder en dochter een eerste keer naar het front. Op Sinterklaasavond 5 december 2014 kwamen moeder en dochter Curie voor de eerste keer naar België, op verzoek van dokter Frans Daels.

Voor de oorlog was dokter Daels diensthoofd gynaecologie aan de Gentse universiteit, daar had hij contact met Marie Curie i.v.m. het gebruik van radium bij de behandeling van kanker. Nu was hij vrijwillig arts aan het front.

Marie Curie gaat in op zijn vraag omdat ze de hardnekkige weerstand van ‘brave little Belgium’ onder leiding van koning Albert bewondert. Na dit eerste bezoek volgen er op vraag van koning Albert en koningin Elisabeth nog tien andere.

Marie en Irène brengen de medische radiologie naar de hospitalen aan het IJzerfront en de Ieperboog. Ze onderzoeken patiënten, militairen en burgers.

Marie Curie bezoekt Veurne, Poperinge, Adinkerke, Hoogstade, De Panne, Beveren en Roesbrugge en werkt er intensief samen met de dokters en verpleegsters. Ze installeert apparatuur en geeft bijscholing aan artsen in het befaamde Rode Kruis-hospitaal l’Océan in De Panne en in het Belgian Field Hospital in Hoogstade.

Irène Curie (die in 1935 trouwens zelf de Nobelprijs scheikunde zou ontvangen) neemt in de zomer van 1915 de verantwoordelijkheid voor de radiologie in het Belgian Field Hospital in Hoogstade op zich. Ze blijft er twee maanden en viert er ver van huis en van haar familie haar 18e verjaardag.

Marie Curie zorgt voor de inrichting en uitrusting van 20 mobiele radiologiewagens (“petites Curies”) en 200 vaste toestellen. Van die 20 “petite Curies” zijn er 3 aan het front in België: de “petite Curie nr° 1” komt in Poperinge terecht en de “petite Curie nr° 10” gaat naar het Belgian Field Hospital in Hoogstade.

Zelf hield Marie Curie de “petite Curie E” (genoemd naar de schenker, architect Ewald) voor haar persoonlijk gebruik. Met deze wagen rijdt ze heel de frontlinie in Frankrijk en België af en onderzoekt ze 900-tal patiënten. Ze doet 45 missies, voor dertig missies reed ze naar het front (elf keer in de Westhoek). Alexandre Millerand, de Franse minister van Oorlog, zag erop toe dat Curie met haar radiologiewagens tot vlakbij de frontlinies kon.

Haar inzet voor België leidt tot een blijvende band met koning Albert en koningin Elisabeth die ook na de oorlog zijn vervolg kent. Door de gedeelde ervaringen tijdens de oorlogsjaren wordt koning Albert deel van de kring van intimi rond Marie Curie.

Moeder en dochter stierven aan leukemie, het gevolg van hun levenslange werk met radioactieve elementen.

VRT Westhoek 1950 (Veurne)

https://ytcropper.com/cropped/hV5e7fcdca7752b