De Kleine Mote

Ieper

Toeristische Dienst, Lakenhallen – Grote Markt 34, 8900 Ieper +32 57 239 220 toerisme@ieper.be

https://www.toerismeieper.be/

Ieper menenpoort

Geschiedenis

Oude vermeldingen van Ieper gaan terug tot de 11de eeuw.  Rond 1170 werden door Filips van de Elzas stadsrechten toegekend.  

Ieper kende in de 13e eeuw een bloeiperiode dankzij de lakenindustrie, het was (na Gent en Brugge) de derde stad van Vlaanderen. In die periode werd de Lakenhalle met belfort gebouwd, net als het Vleeshuis en verschillende patriciërshuizen.

In de 14e eeuw kende Vlaanderen enkele handelsconflicten met Engeland en kwam de lakennijverheid in moeilijkheden. Er ontstonden verschillende liefdadigheidsinstellingen ten behoeve van de armen en werklozen, zoals het Sint-Catharinagodshuis, het Sint-Jansgodshuis, het Bellegodshuis en het Sint-Thomasgasthuis buiten de stad.

Het economisch verval zette zich verder door in de 15de en 16de eeuw. De stedelijke textielindustrie stortte in en Ieper kon niet concurreren met Gent om te profiteren van de transit-handel tussen Brugge (onbetwistbaar handelsknooppunt tussen Noordwest-Europa en de Middellandse Zee) en de regio’s die via de Leie te bereiken waren (Henegouwen, Rijsels Vlaanderen en Artesië). Zonder een rechtstreekse aansluiting op de Leie was de stad veroordeeld om vanaf de late middeleeuwen te vegeteren als regionaal centrum. Het kanaal dat Ieper zou verbinden met de Leie is er nooit gekomen.

Het calvinisme in en om Ieper kende een groeiende aanhang en in 1566 brak in de regio de Beeldenstorm uit, met de Ieperse hagenpreker Sebastiaan Matte en de Ieperse augustijnermonnik Jakob de Buysere (De Buzere), als voornaamste aanstokers.

De calvinisten grepen in 1578 even de macht maar de ‘Ieperse republiek’ eindigde toen Farnese in 1584 de stad innam. De protestanten kregen een vrije aftocht en veel Ieperlingen trokken naar het noorden.

In de tweede helft van de 17de eeuw werd Ieper een vestigingsstad, deel van Vauban’s Pré Carré.

Ieper was in 1914 een onbelangrijk provinciestadje, zonder enig strategisch belang. En toch werd het een brandpunt in de Eerste Wereldoorlog, en wel omwille van de heuvels rond de stad. De heuvels van Zonnebeke tot de Kemmelberg bleken geschikt om de Duitse opmars tegen te houden (en omgekeerd, zoals de Slag bij Passendale in 1917 zou aantonen).

Die heuvels vormden een gordel waarrond bijna vier jaar een lange reeks gevechten plaatsvonden die gegroepeerd worden in vier “Slagen rond Ieper”.

Tijdens de volledige duur van de Eerste Wereldoorlog was de stad dus aan drie zijden omringd door Duitse troepen – de Britse verdedigers noemden deze boog in het front de Ypres Salient, de “Ieperboog”.

Ondanks die vier groots opgezette veldslagen die aan 500.000 soldaten het leven kostten, bleef Ieper uit handen van de Duitsers. De stad werd echter geheel verwoest.

Dit zijn luchtbeelden van Ieper uit 1919, dankzij AI ingekleurd en voorzien van hogere resolutie en framerate.

Na de oorlog werd de stad weer teruggebracht in de vooroorlogse staat, grotendeels met geld van de Duitse herstelbetalingen. De wederopbouw, onder leiding van architect Jules Coomans duurde meer dan veertig jaar.

Jules Coomans (1871-1937) werkte vanaf 1895 als stadsarchitect van Ieper. Al voor de Eerste Wereldoorlog bestudeerde en restaureerde hij er de monumenten. Zijn vooroorlogse bouwtekeningen zouden hem helpen bij de latere wederopbouw van het historische stadscentrum, met onder andere de Lakenhalle en de Sint-Maartenskerk.

Stadswandelingen

Ieper – Stadswandeling  6,60km vlak.

De stadswandelroute Ieper laat je kennismaken met de grootste blikvangers die de kattenstad te bieden heeft. Laat je meeslepen in het indrukwekkende verleden van de stad via de historische gebouwen die je langs het parcours passeert. Je ontdekt heel wat gezellige steegjes, pleintjes en de groene Vaubanvestingen. Via de brouwerij Kazematten en de Menenpoort eindig je op de Grote Markt waar je in de musea nog meer te weten komt over Ieper. Start aan de Lakenhalle, de route is bewegwijzerd met in de grond bevestigde klinknagels.

https://www.westtoer.be/sites/westtoer_2015/files/westtoer/doen/routes/stadswandelroute_ieper.pdf

Ieper – Vestingsroute 2.60km  vlak

De vestingen van Ieper zijn de best bewaarde van België. Hun verhaal begint in de elfde eeuw, toen de stad ontstond aan de oevers van de Ieperlee. Eerst waren de vestingen niet meer dan een aarden wal met grachten. Later kwamen er stenen muren en torens. Nog later groeiden ze uit tot een complex geheel van bastions, voorversterkingen, grachten en muren. Onthaalcentrum De Kazematten biedt ook een gratis tentoonstelling over tien eeuwen vestingen in Ieper. Start aan De Kazematten, Bollingstraat 1, 8900 Ieper, de route is bewegwijzerd.

Bezienswaardigheden

Westhoek jaren 50 VRT (Ieper)

https://ytcropper.com/cropped/hV5e7fd2f8e5612

De Grote Markt met middeleeuwse uitstraling

De Lakenhalle

De oorspronkelijke lakenhal werd gebouwd in neogotische stijl tussen ongeveer 1230 en 1304. Het was, in de veertiende eeuw, het grootste burgerlijk gebouw in de westerse wereld ten noorden van de Alpen. Ieper was in die tijd zeer beroemd en welvarend vanwege de goede kwaliteit van het laken (stof vervaardigd uit wol, ingevoerd vanuit Engeland, en verkocht over heel Europa en het Midden Oosten). De lakenhallen waren de verhandelingsplaats van laken. In elke deuropening onder aan het belfort werd het laken verkocht.

Het gebouw werd tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig vernield en later weer opgebouwd, een heel getrouwe reconstructie die pas in 1967 voltooid werd, tijdens de Tweede Wereldoorlog lagen de werken stil. Onderaan de lakenhallen zijn de originele stenen nog zichtbaar, deze zijn de grootste. Hoe meer men naar boven gaat, hoe kleiner de stenen worden.

Belfort

Een belfort of hallentoren is een middeleeuwse wachttoren met een stormklok, gebruikt om vanuit dit hoog punt de wijde omgeving in de gaten te houden om bij onraad (vijand of brand) de klok te luiden. Dit type toren werd vaak op of aan een stadhuis of lakenhalle gebouwd, meestal werden daar ook de stadsklokken gehangen.

De stadskeure – waarborg van de stedelijke vrijheid-werd in het belfort bewaard. In de “core” schonk de landvorst aan de stad de rechterlijke, wetgevende, fiscale en militaire autonomie indien de stad haar verplichtingen aan de vorst zou nakomen, die wel het oppergezag behield.

Het belfort is zo de architectonische manifestatie van een opkomende burgerlijke onafhankelijkheid van feodale en religieuze invloeden, hét teken van de de macht der burgerij.

Ieper verkreeg rond 1170 van Filips van de Elzas stadsrechten. Vanaf 1250 werd het 70 meter hoge belfort gebouwd op de lakenhallen. In de toren bevindt zich een beiaard met 49 klokken met een totaal gewicht van 11.892 kg. Om het kwartier speelt een automatisch spel het Iepers Tuindaglied. Kwart voor en kwart na het uur speelt een korte versie, op het half uur een langere, en op het uur zelf speelt het volledige lied.

Het Nieuwerck

Aan de oostzijde van de Lakenhallen stond vroeger het Gulden Halleke, dat in 1360 in hout was opgetrokken.

Dit houten bouwwerk werd in 1618 afgebroken en vervangen door het Nieuwerck opgetrokken, een gebouw dat tot 1794 fungeerde als schepenhuis. Het gebouw rust op een spitse bogenrij en heeft grote kruisramen en klassieke kerkramen. Dit zorgt ervoor dat het gebouw tamelijk gotisch aandoet, ware het niet van de versieringen in de boogvelden en aan de topgevels die duidelijk neigen naar de renaissance.

Van het Nieuwerck stonden, na de Eerste Wereldoorlog, enkel nog de zuilen. Pas begin jaren 50 werd het weer opgebouwd en het deed tot 2016 dienst als stadhuis met de raadszaal, de kabinetten van burgemeester, schepenen en stadssecretaris, en een aantal administratieve diensten. Nu wordt de voormalige raadszaal nog steeds gebruikt voor huwelijken en stedelijke vieringen.

Klein Stadhuis

Naast het Nieuwerck werd in 1623 ook een conciërgewoning in gelijkaardige stijl herbouwd.

Het Vleeshuis

Het Vleeshuis werd gebouwd om de verkopers van geslachte dieren de mogelijkheid te geven op een overdekte plaats handel te drijven.

De benedenverdieping is vroeggotisch, omstreeks 1275 opgetrokken en de bovenverdieping is laatgotische uit 1530, met twee trapgevels. Beide gebouwen werden compleet vernield tijdens WO I.

Sint-Maartenskerk

Vandenpeereboomplein, 8900 Ieper

Was de kathedraal van het bisdom Ieper dat bestond van 1561 tot 1801. Ook dit gebouw werd na de Eerste Wereldoorlog opnieuw opgebouwd, maar met een hogere tot torenspits dan voorheen -de huidige toren is 102 meter hoog.

Rijselstraat

Tempelierssteen

Het Tempelierssteen, ook wel Hooghuis of Oude Post genoemd, is een reconstructie van een gotisch steen uit de veertiende eeuw. De middeleeuwse kern ervan is bewaard.

Hoewel de Tempeliers een grote aanwezigheid hadden in Ieper (een commanderij vanaf 1131, 70 ha eigendom, een weekmarkt en een jaarlijks Ascencioenfeest), is er geen grondslag om dit gebouw met hen in verband te brengen. Het is gebouwd als lijnwaadhal, wat meteen de grote gelijkenissen met de lakenhal op de Grote Markteen verklaart.

Aan het einde van de 19e eeuw was het gebouw in verval. Het werd als brouwerij gebruikt en de eigenaar had een deel ervan laten ombouwen tot eigen woning. Daarvoor was een hoektoren opgeofferd en een moderne gevel geplaatst.

In 1897 verwierven de Posterijen het gebouw. De overheid liet het verbouwen tot de veronderstelde oorspronkelijke grootte. In zijn nieuwe functie zou het een postkantoor worden met woning voor de postmeester; het opende op 29 mei 1903.

In de Eerste Wereldoorlog werd Ieper compleet verwoest, de deels overeind staande gevel van het Tempeliershuis was één van de weinige overgebleven herkenningspunten.

Het pand werd na de oorlog herbouwd en in februari 1923 ging het postkantoor er terug open. In 1996 verliet De Post het gebouw en kwam het leeg te staan.

De straatgevel is zeven traveeën breed en bekroond door een gekanteelde borstwering. Hij is versierd met drielobtraceringen die onderaan eindigen op gebeeldhouwde kraagstenen. Ook de spitsboogvensters hebben drielobtraceringen. Op de hoeken zijn twee arkeltorentjes te zien. Hun spitsen eindigen op een dubbele kruisbloem en dragen een windwijzer. Op het zadeldak, met enkele dakkapelletjes, staat een vorstkam. Het bijzondere dakgebinte is uitgevoerd in notelaar. Links en rechts zijn spuwers voorzien.

Sint-Pieterskerk

Na de wederopbouw, gotisch-romaans. Oorspronkelijk een bedehuis, gesticht in 1073 door Robrecht de Fries, graaf van Vlaanderen. In de 12e -13e eeuw werd het een romaanse kerk, toegewijd aan St Pieter. In de 16e eeuw werd die verbouwd tot een gotische hallenkerk. Tijdens de eerste wereldoorlog werd de kerk volledig vernietigd, enkel de gewelven bleven hierbij gespaard. Bij de wederopbouw werden de gespaard gebleven muurdelen geïntegreerd in de nieuwe kerk, de gotische bovenbouw van de toren werd vervangen door een romaanse toren.

Bellegodshuis

Rijselsestraat 38, 8900 Ieper

Door User:LimoWreck – Eigen werk

Een godshuis (of gasthuis, in het Frans Maison de DieuHôtel-DieuHospice, in het Engels Hospice) is een particuliere liefdadigheidsinstelling waar -om godswil- armen, zieken, ouderen en wezen worden verzorgd.

Pas met de Franse Revolutie wordt die caritas vervangen door de staat die zijn verantwoordelijkheid neemt voor de armenzorg met de oprichting van de Burgerlijke Godshuizen (Hospices Civils) en de Burelen van Weldadigheid. Beide instellingen werden na de Eerste wereldoorlog samengevoegd tot de Commissies van Openbare Onderstand, sinds 1976 de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn.

Het Bellegodshuis ontstond in de periode 1270-1274. Het exportverbod van Engelse wol naar Vlaanderen trof de lakennijverheid in Ieper toen hard. Christine van Guînes, weduwe van Salomon Belle, liet haar eigendommen ombouwen voor liefdadige doeleinden. Er kwam een ziekenzaal en een kapel. In 1616 werd een nieuwe kapel gebouwd aan de Rijselstraat (de oude kapel was toen geheel omsloten door het gebouwencomplex).

Chirurgijn Jan Yperman (ca 1260 – 1332) was aan de instelling verbonden. Hij was een een pionier en vernieuwer op vlak van chirurgie en geneeskunde. Het godshuis werd een van de belangrijkste hospitalen in de stad gedurende de middeleeuwen. Door giften groeide het steeds verder, tegen het eind van de 13de eeuw besloeg het de volledig huizenblok.

Het godshuis bleef onder de voogdij van de familie Belle en de nakomelingen tot het eind van het ancien régime. In 1796 kwam het te vallen onder de Burgerlijke Godshuizen die met bejaardenzorg waren belast.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het complex net als de hele stad Ieper verwoest. In de jaren 1920 en 1930 werd het zoveel als mogelijk wederopgebouwd naar de vooroorlogse toestand.

Tot 2018 was het een museum waar de mooiste stukken uit de rijke collectie van het Ieperse OCMW werden tentoongesteld. Nu is die collectie ondergebracht in het Yper Museum. Niet te missen is het schilderij van de Heilige Maagd, omringd door de schenkers Yolente Belle, Joos Bryde en hun kinderen; het werd in 1420 geschilderd en is daarmee één van de oudste schilderijen in België. Naast andere schilderijen van oude meesters bevat de collectie enkele opmerkelijke meubels zoals een unieke linnenpers uit de  17e eeuw en het enige ‘wandtapijt’ in Iepers openbaar bezit: een altaarvoorhangsel uit de 17e eeuw.

Sinds juli 2016 is het gebouw in erfpacht gegeven aan het psychisch revalidatiecentrum Hedera.

Rijselpoort

De stadspoort in het zuiden (vroeger de Mesenpoort genoemd), de oudste en enige nog bewaarde stadspoort die twee bewaarde delen van de Ieperse vestingen verbindt.

De poort stamt uit de 14de eeuw en is afgewerkt met Bourgondische torens. Ze werd meerdere malen verbouwd. In de 17de eeuw liet Vauban de toren verlagen en de hoofdwal verbreden. Na vernielingen in de Eerste Wereldoorlog werd de poort weer heropgebouwd.

De Rijselpoort is een combinatie van een water- en landpoort. Rechts van de poort vinden we de sluiskamer met de sluisdeuren van de beken en vestigingswateren, links van de Rijselpoort is de ingang van de overwelfde zaal. Via deze poort komt de Ieperlee de stad binnen maar de Ieperlee is niet de voedingsbeek voor de vestigingsgrachten.

Sint-Jansgodshuis

Ieperleestraat 31, Ieper.

Een van de weinige gebouwen in de stad die niet werden verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De geschiedenis van het godshuis gaat terug tot de jaren 1270, toen omwille van een uitvoerverbod van Engelse wol de Ieperse lakennijverheid een crisisperiode kende. De Ieperse patriciër Pieter Broederlam en zijn vrouw Beatrix vormden een deel van hun eigendom om tot een godshuis, ten behoeve van de armenzorg. In het zogenaamde “passantenliedenhuis” stonden jarenlang zusters in voor de organisatie en verzorging.

Het huidige gebouw gaat terug tot 1555, en is gebouwd in een overgangsstijl van gotiek naar renaissance.

Het Kruitmagazijn

Esplanade, 8900 Ieper

Een magazijn gebouwd in 1817 door het Nederlandse leger op de fundamenten van een Frans poedermagazijn, die dateerde van 1684. De muren van het bomvrije gebouw zijn 2.5 tot 3 meter dik. Tussen dak en koepelplafond was een buffer van leem aangebracht.

Het kruitmagazijn werd gebruikt om buskruit op te slaan, vandaar ook de naam. De binnenruimte bestond uit 2 verdiepingen en kon in totaal 75 000 kilogram buskruit bevatten. Men stopte het kruit in houten tonnen van elk zo een 57 kilogram. Om vonken te vermijden waren de spijkers, deurhengsels en sloten van brons.

Het kruitmagazijn overleefde de Eerste Wereldoorlog en werd prachtig gerestaureerd. Vandaag wordt het gebruikt als vergaderzaal en opvangplaats voor toeristen.

De Vismarkt en De Vispoort

Vroeger werd er vis verkocht, nu is het een uitgaansbuurt.

De vestingen

Sinds de middeleeuwen werd de stad beschermd door vesten, ze werden verschillende keren aangepast, o.m. door Vauban in 1678 als deel van de Pré Carré. Sinds 1870 werden op de vestingen wandelparken aangelegd en grote delen zijn nog steeds bewaard.

Menenpoort & Last Post

De Poort

Een Romeinse triomfboog, opgericht waar de middeleeuwse oostelijke stadspoort naar Menen stond, als Brits oorlogsmonument met de namen van 54.896 vermiste Britse soldaten, toch al wie vermist werd tot en met 15 augustus 1917 (Slag bij Langemark). De vermisten vanaf 16 augustus 1917 staan vermeld bij het Tyne Cot Memorial.

De Menenpoort staat eigenlijk als het algemene symbool voor de Eerste Wereldoorlog. De Commonwealth War Graves Commission is eigenaar en beheerder van het monument, ontworpen door Sir Reginald Blomfield.

Last Post

Al sinds 1928 wordt elke avond om 20u stipt de “Last Post” geblazen onder de machtige gewelven van de Menenpoort. Van 1 januari tot 31 december, in alle weersomstandigheden.

De Britten brachten, tijdens de inhuldiging van de Menin Gate Memorial in 1927, de eerste uitvoering van de Last Post. Dat maakte grote indruk op de Belgische autoriteiten die een manier zochten om de gesneuvelden blijvend te eren.

In 1928, met de tienjarige herdenking van de oorlog, kwam het Royal British Legion terug naar Ieper, tesamen met heel wat oud-strijders, weduwen en wezen van gesneuvelden en hun familieleden. De hele zomer werd elke avond de Last Post gespeeld.

In 1929 werd uiteindelijk de Last Post Association opgericht en sindsdien klinkt de Last Post elke avond -met een onderbreking tijdens de Duitse bezetting in Wereldoorlog II.

De Last Post is oorspronkelijk het klaroengeschal dat het einde van de werkdag aankondigde, die van oorsprong Nederlandse gewoonte zou zijn overgenomen door Engelse troepen die in de 17e eeuw in de Noordelijke Nederlanden verbleven. De taptoe groeide uit tot een eresaluut, de laatste groet aan de gesneuvelden. Verschillende landen hebben een eigen versie, zoals de Nederlandse Taptoe of het Amerikaanse Taps. De Belgische versie werd in 1919 gecomponeerd door Honoré Hendrickx.

In Ieper wordt de Britse versie uitgevoerd, op ‘Duty Bugles’, instrumenten afkomstig uit het Britse leger, ter ere van de soldaten van het toenmalige Britse Rijk en van de geallieerden die in Wereldoorlog I in de ‘Ypres Salient’ gesneuveld zijn.

De dagelijkse Last Postplechtigheid is vrij en gratis toegankelijk voor iedereen, zonder reservatie vooraf. Het is geen ‘toerist attractie’ maar een ingetogen eresaluut.

http://www.wo1.be/nl/db-items/menenpoort

Saint George’s Memorial Church

Elverdingestraat 1, 8900 Ieper

Een anglicaans kerkje dat in 1928-1929 werd opgetrokken om de 500.000 Britse soldaten te herdenken, die tijdens Eerste Wereldoorlog gestorven waren bij de drie gevechten aan de Ieperboog. Vroeger was er nog de Eton Memorial School voor de kinderen van tuiniers en medewerkers van de Commonwealth War Graves Commission, nu wordt dit gebouw gebruikt als parochiezaal.

Musea

In Flanders Fields Museum

Grote Markt, Ieper.

Gevestigd in de Lakenhallen.

Reeds in 1932 werd hier het eerste oorlogsmuseum opgericht, het Oorlogsmuseum van de Ieperschen Uitsprong door de Brit Murphy.

In Flanders Fields Museum is de ideale aanloop voor een bezoek aan de frontstreek. De museumindeling geeft aan de hand van nieuwe invalshoeken en persoonlijke verhalen een inleiding op het verhaal van de Eerste Wereldoorlog.

De belforttoren maakt een verbinding tussen het binnen- en buitenverhaal. Als bezoeker ontdek je bovenop de toren het landschap als laatste getuige van de oorlog.

http://www.inflandersfields.be

Yper Museum

Grote Markt, Ieper

Elf eeuwen geschiedenis van Ieper: Lakenstad, Middeleeuwse grootstad, Vestingstad, Bisschopsstad, Militaire stad, Verwoeste en wederopbouwstad, Kattenstad, Vredesstad, Westhoekstad,.. Ieper was en is het allemaal.

Ook de collectie van het vroegere Bellegodshuismuseum is hier ondergebracht. Niet te missen is het schilderij van de Heilige Maagd, omringd door de schenkers Yolente Belle, Joos Bryde en hun kinderen; het werd in 1420 geschilderd en is daarmee één van de oudste schilderijen in België. Naast andere schilderijen van oude meesters bevat de collectie enkele opmerkelijke meubels zoals een unieke linnenpers uit de  17e eeuw en het enige ‘wandtapijt’ in Iepers openbaar bezit: een altaarvoorhangsel uit de 17e eeuw.

https://www.ypermuseum.be/

Museum A. Merghelynck

Merghelynckstraat 2, 8900 Ieper

Reconstructie van het gebouw uit 1174. In prachtig geklede salons en boudoirs met originele Franse stijlmeubelen, schilderijen en zilverwerk, gered uit de branden van de Eerste Wereldoorlog. Enkel op reservatie, verplicht met een gids.

http://www.merghelynckmuseum.be

Militaire begraafplaatsen

In ‘groot Ieper’ zijn er heel veel oorlogskerkhoven. Zeker een bezoek waard: Saint-Charles de Potyze, het grootste Frans oorlogskerkhof (uitzonderlijk: mét een mooie, moderne calvarie); Essex Farm Cemetery (Boezinge) met de kanaaldijk en de ”concrete shelters in the Canal Bank”, de plaats waar John McCrae zijn wereldberoemde gedicht ‘In Flanders Fields’ schreef; Bedford House Cemetery (Zillebeke), één van de grootste Britse begraafplaatsen in de Westhoek, met een unieke tuinarchitectuur.

Saint-Charles de Potyze

Essex Farm Cemetery

Bedford House Cemetery

Andere

Tientallen Britse militaire begraafplaatsen liggen in de verschillende Ieperse deelgemeenten, maar ook het stadscentrum telt een aantal Britse begraafplaatsen:

  • Aeroplane Cemetery
  • Belgian Battery Corner Cemetery
  • Duhallow A.D.S. Cemetery
  • Menin Road South Military Cemetery
  • Potijze Burial Ground Cemetery
  • Potijze Chateau Grounds Cemetery
  • Potijze Chateau Lawn Cemetery
  • Potijze Chateau Wood Cemetery
  • Ramparts Cemetery
  • Ypres Town Cemetery
  • Ypres Town Cemetery Extension
  • Ypres Reservoir Cemetery