De Kleine Mote

Ieper

Toeristische Dienst, Lakenhallen – Grote Markt 34, 8900 Ieper +32 57 239 220 toerisme@ieper.be

https://www.toerismeieper.be/

Ieper menenpoort

Geschiedenis

Oude vermeldingen van Ieper gaan terug tot de 11de eeuw.  Rond 1170 werden door Filips van de Elzas stadsrechten toegekend.  

Keure

In de vroege middeleeuwen was het volk ‘horig’, lijfeigenen geketend aan de grond en onderworpen aan de wil van de landvorst.

Vanaf einde 11de eeuw verleenden vooruitziende vorsten – om de economische ontwikkeling te bevorderen – aan steden een ‘keure’ of  ‘vrihede’.

In de “core” schonk de landvorst aan de stad enige rechterlijke, wetgevende, fiscale en militaire autonomie op voorwaarde dat de stad haar verplichtingen aan de vorst zou nakomen.

Dit betekende onder meer dat stedelingen belastingvrijstellingen kregen en berecht werden door hun gelijken. De  stad was een afzonderlijk rechtsgebied waarin de oude ‘heerlijke rechten’ niet langer golden.

De stad had een zekere zelfstandigheid maar het oppergezag van de landvorst bleef van kracht, het nakomen van de verplichtingen tegenover de vorst was altijd de basisvoorwaarde voor de privileges.

De stadskeure – waarborg van de stedelijke vrijheid –  werd in het stadhuis of belfort bewaard. Dat belfort was de architectonische manifestatie van een opkomende burgerlijke onafhankelijkheid van feodale en religieuze invloeden, hét teken van de de macht der burgerij.

Het verlenen van keures gebeurde in alle regio’s. In de Lage Landen werden de eerste stadsrechten in de elfde eeuw verleend, met Hoei (1066) als vroegst gekende voorbeeld. In het graafschap Vlaanderen kreeg Aire-sur-la-Lys waarschijnlijk de eerste keure, gevolgd door Sint-Omaars (1127). Belangrijk was de Grote Keure van Filips van de Elzas (rond 1170) waarbij de zeven grote Vlaamse steden (Atrecht, Brugge, Dowaai, Gent, Ieper, Rijsel en Sint-Omaars) een uniform stadsrecht kregen gebaseerd op dat van Atrecht. Die rechten werden nadien ook aan kleinere Vlaamse steden verleend.

Steden werden ook welvarend. Telkens de landvorst centen en soldaten nodig had voor een kruistocht of oorlog, richtte hij een ‘bede’ aan de steden. In ruil vroegen en kregen die steden meer privileges. Elke nieuwe graaf moest nu zweren die vrijheden te respecteren. Tegen de 14de eeuw was het privilege een recht geworden.

Toen de nationale belastingen werden ingevoerd, kon de landvorst een professionele leger financieren en werden de vrije steden in de 16de eeuw een voor een weer in het gareel­ gedwongen. Vrijheid werd opnieuw een gunst, toege­staan door de heerser, in al zijn grootmoedigheid. Dat wijzigde pas met de Franse revolutie.

Lakenindustrie

Ieper kende in de 13e eeuw een bloeiperiode dankzij de lakenindustrie, het was (na Gent en Brugge) de derde stad van Vlaanderen. In die periode werd de Lakenhalle met belfort gebouwd, net als het Vleeshuis en verschillende patriciërshuizen.

In de 14e eeuw kende Vlaanderen enkele handelsconflicten met Engeland en kwam de lakennijverheid in moeilijkheden. Er ontstonden verschillende liefdadigheidsinstellingen ten behoeve van de armen en werklozen, zoals het Sint-Catharinagodshuis, het Sint-Jansgodshuis, het Bellegodshuis en het Sint-Thomasgasthuis buiten de stad.

Het economisch verval zette zich verder door in de 15de en 16de eeuw. De stedelijke textielindustrie stortte in en Ieper kon niet concurreren met Gent om te profiteren van de transit-handel tussen Brugge (onbetwistbaar handelsknooppunt tussen Noordwest-Europa en de Middellandse Zee) en de regio’s die via de Leie te bereiken waren (Henegouwen, Rijsels Vlaanderen en Artesië). Zonder een rechtstreekse aansluiting op de Leie was de stad veroordeeld om vanaf de late middeleeuwen te vegeteren als regionaal centrum. Het kanaal dat Ieper zou verbinden met de Leie is er nooit gekomen.

Calvinisme

Het calvinisme in en om Ieper kende een groeiende aanhang en in 1566 brak in de regio de Beeldenstorm uit, met de Ieperse hagenpreker Sebastiaan Matte en de Ieperse augustijnermonnik Jakob de Buysere (De Buzere), als voornaamste aanstokers.

De calvinisten grepen in 1578 zelfs even de macht maar de ‘Ieperse republiek’ eindigde toen Farnese in 1584 de stad innam. De protestanten kregen een vrije aftocht en veel Ieperlingen trokken naar het noorden.

Vestingingstad en WO1

In de tweede helft van de 17de eeuw werd Ieper een Franse vestigingsstad, deel van Vauban’s Pré Carré.

Ieper was in 1914 een onbelangrijk provinciestadje, zonder enig strategisch belang. En toch werd het een brandpunt in de Eerste Wereldoorlog, en wel omwille van de heuvels rond de stad. De heuvels van Zonnebeke tot de Kemmelberg bleken geschikt om de Duitse opmars tegen te houden (en omgekeerd, zoals de Slag bij Passendale in 1917 zou aantonen).

Die heuvels vormden een gordel waarrond bijna vier jaar een lange reeks gevechten plaatsvonden die gegroepeerd worden in vier “Slagen rond Ieper”.

Tijdens de volledige duur van de Eerste Wereldoorlog was de stad dus aan drie zijden omringd door Duitse troepen – de Britse verdedigers noemden deze boog in het front de Ypres Salient, de “Ieperboog”.

Ondanks die vier groots opgezette veldslagen die aan 500.000 soldaten het leven kostten, bleef Ieper uit handen van de Duitsers. De stad werd echter geheel verwoest.

Dit zijn luchtbeelden van Ieper uit 1919, dankzij AI ingekleurd en voorzien van hogere resolutie en framerate.

Na de oorlog werd de stad weer teruggebracht in de vooroorlogse staat, grotendeels met geld van de Duitse herstelbetalingen. De wederopbouw, onder leiding van architect Jules Coomans duurde meer dan veertig jaar.

Jules Coomans (1871-1937) werkte vanaf 1895 als stadsarchitect van Ieper. Al voor de Eerste Wereldoorlog bestudeerde en restaureerde hij er de monumenten. Zijn vooroorlogse bouwtekeningen zouden hem helpen bij de latere wederopbouw van het historische stadscentrum, met onder andere de Lakenhalle en de Sint-Maartenskerk.

Stadswandelingen

Ieper – Stadswandeling  6,60km vlak.

De stadswandelroute Ieper laat je kennismaken met de grootste blikvangers die de kattenstad te bieden heeft. Laat je meeslepen in het indrukwekkende verleden van de stad via de historische gebouwen die je langs het parcours passeert. Je ontdekt heel wat gezellige steegjes, pleintjes en de groene Vaubanvestingen. Via de brouwerij Kazematten en de Menenpoort eindig je op de Grote Markt waar je in de musea nog meer te weten komt over Ieper. Start aan de Lakenhalle, de route is bewegwijzerd met in de grond bevestigde klinknagels.

https://www.westtoer.be/sites/westtoer_2015/files/westtoer/doen/routes/stadswandelroute_ieper.pdf

Ieper – Vestingsroute 2.60km  vlak

De vestingen van Ieper zijn de best bewaarde van België. Hun verhaal begint in de elfde eeuw, toen de stad ontstond aan de oevers van de Ieperlee. Eerst waren de vestingen niet meer dan een aarden wal met grachten. Later kwamen er stenen muren en torens. Nog later groeiden ze uit tot een complex geheel van bastions, voorversterkingen, grachten en muren. Onthaalcentrum De Kazematten biedt ook een gratis tentoonstelling over tien eeuwen vestingen in Ieper. Start aan De Kazematten, Bollingstraat 1, 8900 Ieper, de route is bewegwijzerd.

Battlefield 1914-1918 – Iepers Oorlogsverleden

Van donderdag 27 mei 2021 tot zondag 31 december 2023.

Een spel op smartphone om al wandelend binnen de stadsmuren het oorlogsverleden Ieper te leren kennen. Diverse check-points waar een vraag moet worden beantwoord en waar bevattelijke historische informatie met unieke foto’s, dagboekfragmenten en korte illustrerende uittreksels uit historische documenten wordt verstrekt.

Duur: gemiddeld 2,5 uur.

Met één voucher kun je spelen met je hele gezin. Kostprijs: €14.99

Ideaal om te combineren met een bezoek aan het In Flanders Fields Museum én het bijwonen van de Last Post: dit drieluik geeft je een complete onderdompeling in het oorlogsverleden van de stad.

Bezienswaardigheden

Westhoek jaren 50 VRT (Ieper)

https://ytcropper.com/cropped/hV5e7fd2f8e5612

De Grote Markt met middeleeuwse uitstraling

De Lakenhalle

De oorspronkelijke lakenhal werd gebouwd in neogotische stijl tussen ongeveer 1230 en 1304. Het was, in de veertiende eeuw, het grootste burgerlijk gebouw in de westerse wereld ten noorden van de Alpen. Ieper was in die tijd zeer beroemd en welvarend vanwege de goede kwaliteit van het laken (stof vervaardigd uit wol, ingevoerd vanuit Engeland, en verkocht over heel Europa en het Midden Oosten). De lakenhallen waren de verhandelingsplaats van laken. In elke deuropening onder aan het belfort werd het laken verkocht.

Het gebouw werd tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig vernield en later weer opgebouwd, een heel getrouwe reconstructie die pas in 1967 voltooid werd; tijdens de Tweede Wereldoorlog lagen de werken stil. Onderaan de lakenhallen zijn de originele stenen nog zichtbaar, deze zijn de grootste. Hoe meer men naar boven gaat, hoe kleiner de stenen worden.

Belfort

Een belfort of hallentoren is een middeleeuwse wachttoren met een stormklok, gebruikt om vanuit dit hoog punt de wijde omgeving in de gaten te houden om bij onraad (vijand of brand) de klok te luiden. Dit type toren werd vaak op of aan een stadhuis of lakenhalle gebouwd, meestal werden daar ook de stadsklokken gehangen en de Keure – waarborg van de stedelijke vrijheid – werd er bewaard.

Vanaf 1250 werd het 70 meter hoge belfort gebouwd op de lakenhallen. In de toren bevindt zich een beiaard met 49 klokken met een totaal gewicht van 11.892 kg. Om het kwartier speelt een automatisch spel het Iepers Tuindaglied. Kwart voor en kwart na het uur speelt een korte versie, op het half uur een langere, en op het uur zelf speelt het volledige lied.

Ook dit gebouw werd tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar beschadigd. Zonder eigenlijk consensus wordt dit hoofdelement in de periode 1928-1934 gestabiliseerd, gerestaureerd en heropgebouwd onder leiding van Jules Coomans met integratie van de behouden benedenbouw, beschadigde overwelfde doorgang en “Donkerpoort” (zie bouwnaden); navolging van het vooroorlogse uitzicht, vernieuwd parement en bekroning, symbolische dierenfiguren inbegrepen. Plechtige inhuldiging door Leopold III op 29 juli 1934.

Het beeldenprogramma wordt uiteindelijk beperkt tot het Onze-Lieve-Vrouwebeeld, de beeltenis van het legendarische stichterpaar Boudewijn IX en Margareta van Champagne en de eigentijdse vorsten Albert I en Koningin Elisabeth (zuidwand belfort).

Het Nieuwerck

Aan de oostzijde van de Lakenhallen stond vroeger het Gulden Halleke, dat in 1360 in hout was opgetrokken.

Dit houten bouwwerk werd in 1618 afgebroken en vervangen door het Nieuwerck opgetrokken, een gebouw dat tot 1794 fungeerde als schepenhuis. Het gebouw rust op een spitse bogenrij en heeft grote kruisramen en klassieke kerkramen. Dit zorgt ervoor dat het gebouw tamelijk gotisch aandoet, ware het niet van de versieringen in de boogvelden en aan de topgevels die duidelijk neigen naar de renaissance.

Van het Nieuwerck stonden, na de Eerste Wereldoorlog, enkel nog de zuilen. Pas begin jaren 50 werd het weer opgebouwd en het deed tot 2016 dienst als stadhuis met de raadszaal, de kabinetten van burgemeester, schepenen en stadssecretaris, en een aantal administratieve diensten. Nu wordt de voormalige raadszaal nog steeds gebruikt voor huwelijken en stedelijke vieringen.

Klein Stadhuis

Naast het Nieuwerck werd in 1623 ook een conciërgewoning in gelijkaardige stijl herbouwd.

Het Vleeshuis

Het Vleeshuis werd gebouwd om de verkopers van geslachte dieren de mogelijkheid te geven op een overdekte plaats handel te drijven.

De benedenverdieping is vroeggotisch, omstreeks 1275 opgetrokken en de bovenverdieping is laatgotische uit 1530, met twee trapgevels. Beide gebouwen werden compleet vernield tijdens WO I.

Sint-Maartenskerk

Vandenpeereboomplein, 8900 Ieper

Was de kathedraal van het bisdom Ieper dat bestond van 1561 tot 1801. Ook dit gebouw werd na de Eerste Wereldoorlog opnieuw opgebouwd, maar met een hogere tot torenspits dan voorheen -de huidige toren is 102 meter hoog.

Doek “Het beleg van Ieper in 1383”

In de kerk hangt een groot doek van Joris Liebaert, geschilderd in 1667: “Het beleg van Ieper”

Context

Het beleg van Ieper speelt zich af tijdens de Gentse Opstand: de strijd van de Gentse burgerij tegen de centralistische macht van koning en graaf, met op de achtergrond de Honderdjarige oorlog die de lakenhandel schaadt.

Lapidarium

Vandenpeereboomplein, 8900 Ieper

De overblijvende ruïnes van het Sint-Maartensklooster. Het klooster werd na de Eerste Wereldoorlog niet wederopgebouwd en deze plaats werd behouden als herinneringssite.

Kloosterpoort

Vandenpeereboomplein, 8900 Ieper

De oorspronkelijke Kloosterpoort dateert van ca. 1500. Ze bood toegang tot het domein van de Sint-Maartensproosdij die in 1560 werd afgeschaft, na de oprichting van het bisdom Ieper.

Ze werd in 1780 in classicistische stijl (Ionische zuilen) herbouwd, gedeeltelijk vernield tijdens WO1 en in 1938 gerestaureerd. Ze was oorspronkelijk voorzien van twee grote houten deuren.

De kloosterpoort staat naast de stadsschouwburg.

Saint George’s Memorial Church

Elverdingestraat 1, 8900 Ieper

Anglicaanse herinneringskerk, gebouwd (1927-1929) ter herdenking van de 500.000 Britse soldaten die sneuvelden tijdens Eerste Wereldoorlog gestorven bij de drie gevechten aan de Ieperboog.  

Er is ook een kleine gedenkplaat voor de mannen van het Chinese Labour Corps die stierven tussen 1917 en 1921.

Een stukje Groot-Brittannië in het hart van een Vlaamse stad. Geen museum, maar een levend gebouw dat ten dienste staat van de plaatselijke Britse gemeenschap en de vele duizenden bezoekers die jaarlijks Ieper aandoen. 

Het initiatief kwam van Field Marshal John French, een voormalig opperbevelhebber van de Britse troepen in Ieper.  

Het complex (kerk, school en domineewoning) werd ontworpen door de Londense architect Reginald Blomfield, de ontwerper van de Menenpoort en steekt vol met typisch Britse elementen, zoals tudorbogen en een pad van bakstenen in visgraatverband, uitgevoerd in traditionele gele baksteen waarmee de meeste herenhuizen in de westhoek heropgebouwd zijn na de oorlog. De cordons en ornamenten zijn uitgewerkt in stijlvolle simili- en/of natuursteen. 

Blomfield wilde de kerk bouwen op de Rijselpoort omdat dit tijdens de Eerste Wereldoorlog de hoofdingang was voor de aanvoer van gewonden en doden en omdat, naast de Rijselpoort, een Britse begraafplaats ligt (Ramparts Cemetery). Maar er waren praktische bezwaren tegen die locatie en de stad schonk een perceel grond in het centrum. 

Op de top van de voorgevel staat het Cross of Sacrifice, evenwel zonder zwaard. Bijna alle voorwerpen in de kerk werden geschonken ter nagedachtenis van hen die in de Ieperboog vochten. Die inboedel werd tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog verstopt door mensen uit de buurt. 

Het kerkje is gratis te bezoeken.  

https://www.stgeorgesmemorialchurchypres.com/

Eton Memorial School  

Hoek Elverdingestraat en Vandenpeereboomplein, Ieper

Tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was er bij de Saint George’s Memorial Church ook een school voor de kinderen van tuiniers en medewerkers van de Commonwealth War Graves Commission: “because it was believed that these British subjects, unless educated at an English school, would be lost to England”

De school werd  Eton Memorial School genoemd omdat ze werd gesticht door oud-leerlingen van het beroemde Eton College; er hing ook een plaat met de namen van de 342 Etonians die sneuvelden in de Ieperboog met de inscriptie “This school is a memorial of those whose names are written above. It was built by their brother Etonians in the year 1928 in grateful remembrance”

Na de Duitse invasie in 1940 werd de school staff geëvacueerd. Na WO2 keerden slechts weinig Britse families terug naar Ieper. Het had dan ook geen zin om de school te heropenen. Eerst werd het gebouw nog gebruikt als social club voor British Legion leden en War Graves Commission stafleden. Nu wordt het gebruikt als parochiezaal. 

Sint-Jansgodshuis

Ieperleestraat 31, Ieper.

Een van de weinige gebouwen in de stad die niet werden verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De geschiedenis van het godshuis gaat terug tot de jaren 1270, toen omwille van een uitvoerverbod van Engelse wol de Ieperse lakennijverheid een crisisperiode kende. De Ieperse patriciër Pieter Broederlam en zijn vrouw Beatrix vormden een deel van hun eigendom om tot een godshuis, ten behoeve van de armenzorg. In het zogenaamde “passantenliedenhuis” stonden jarenlang zusters in voor de organisatie en verzorging.

Het huidige gebouw gaat terug tot 1555, en is gebouwd in een overgangsstijl van gotiek naar renaissance.

Rijselstraat

Tempelierssteen

Het Tempelierssteen, ook wel Hooghuis of Oude Post genoemd, is een reconstructie van een gotisch steen uit de veertiende eeuw. De middeleeuwse kern ervan is bewaard.

Hoewel de Tempeliers een grote aanwezigheid hadden in Ieper (een commanderij vanaf 1131, 70 ha eigendom, een weekmarkt en een jaarlijks Ascencioenfeest), is er geen grondslag om dit gebouw met hen in verband te brengen. Het is gebouwd als lijnwaadhal, wat meteen de grote gelijkenissen met de lakenhal op de Grote Markteen verklaart.

Aan het einde van de 19e eeuw was het gebouw in verval. Het werd als brouwerij gebruikt en de eigenaar had een deel ervan laten ombouwen tot eigen woning. Daarvoor was een hoektoren opgeofferd en een moderne gevel geplaatst.

In 1897 verwierven de Posterijen het gebouw. De overheid liet het verbouwen tot de veronderstelde oorspronkelijke grootte. In zijn nieuwe functie zou het een postkantoor worden met woning voor de postmeester; het opende op 29 mei 1903.

In de Eerste Wereldoorlog werd Ieper compleet verwoest, de deels overeind staande gevel van het Tempeliershuis was één van de weinige overgebleven herkenningspunten.

Het pand werd na de oorlog herbouwd en in februari 1923 ging het postkantoor er terug open. In 1996 verliet De Post het gebouw en kwam het leeg te staan.

De straatgevel is zeven traveeën breed en bekroond door een gekanteelde borstwering. Hij is versierd met drielobtraceringen die onderaan eindigen op gebeeldhouwde kraagstenen. Ook de spitsboogvensters hebben drielobtraceringen. Op de hoeken zijn twee arkeltorentjes te zien. Hun spitsen eindigen op een dubbele kruisbloem en dragen een windwijzer. Op het zadeldak, met enkele dakkapelletjes, staat een vorstkam. Het bijzondere dakgebinte is uitgevoerd in notelaar. Links en rechts zijn spuwers voorzien.

Sint-Pieterskerk

Na de wederopbouw, gotisch-romaans. Oorspronkelijk een bedehuis, gesticht in 1073 door Robrecht de Fries, graaf van Vlaanderen. In de 12e -13e eeuw werd het een romaanse kerk, toegewijd aan St Pieter. In de 16e eeuw werd die verbouwd tot een gotische hallenkerk. Tijdens de eerste wereldoorlog werd de kerk volledig vernietigd, enkel de gewelven bleven hierbij gespaard. Bij de wederopbouw werden de gespaard gebleven muurdelen geïntegreerd in de nieuwe kerk, de gotische bovenbouw van de toren werd vervangen door een romaanse toren.

Bellegodshuis

Rijselsestraat 38, 8900 Ieper

Door User:LimoWreck – Eigen werk

Een godshuis (of gasthuis, in het Frans Maison de DieuHôtel-DieuHospice, in het Engels Hospice) is een particuliere liefdadigheidsinstelling waar -om godswil- armen, zieken, ouderen en wezen worden verzorgd.

Pas met de Franse Revolutie wordt die caritas vervangen door de staat die zijn verantwoordelijkheid neemt voor de armenzorg met de oprichting van de Burgerlijke Godshuizen (Hospices Civils) en de Burelen van Weldadigheid. Beide instellingen werden na de Eerste wereldoorlog samengevoegd tot de Commissies van Openbare Onderstand, sinds 1976 de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn.

Het Bellegodshuis ontstond in de periode 1270-1274. Het exportverbod van Engelse wol naar Vlaanderen trof de lakennijverheid in Ieper toen hard. Christine van Guînes, weduwe van Salomon Belle, liet haar eigendommen ombouwen voor liefdadige doeleinden. Er kwam een ziekenzaal en een kapel. In 1616 werd een nieuwe kapel gebouwd aan de Rijselstraat (de oude kapel was toen geheel omsloten door het gebouwencomplex).

Chirurgijn Jan Yperman (ca 1260 – 1332) was aan de instelling verbonden. Hij was een een pionier en vernieuwer op vlak van chirurgie en geneeskunde. Het godshuis werd een van de belangrijkste hospitalen in de stad gedurende de middeleeuwen. Door giften groeide het steeds verder, tegen het eind van de 13de eeuw besloeg het de volledig huizenblok.

Het godshuis bleef onder de voogdij van de familie Belle en de nakomelingen tot het eind van het ancien régime. In 1796 kwam het te vallen onder de Burgerlijke Godshuizen die met bejaardenzorg waren belast.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het complex net als de hele stad Ieper verwoest. In de jaren 1920 en 1930 werd het zoveel als mogelijk wederopgebouwd naar de vooroorlogse toestand.

Tot 2018 was het een museum waar de mooiste stukken uit de rijke collectie van het Ieperse OCMW werden tentoongesteld. Nu is die collectie ondergebracht in het Yper Museum. Niet te missen is het schilderij van de Heilige Maagd, omringd door de schenkers Yolente Belle, Joos Bryde en hun kinderen; het werd in 1420 geschilderd en is daarmee één van de oudste schilderijen in België. Naast andere schilderijen van oude meesters bevat de collectie enkele opmerkelijke meubels zoals een unieke linnenpers uit de  17e eeuw en het enige ‘wandtapijt’ in Iepers openbaar bezit: een altaarvoorhangsel uit de 17e eeuw.

Sinds juli 2016 is het gebouw in erfpacht gegeven aan het psychisch revalidatiecentrum Hedera.

Houten huis

Rijselstraat 204, Ieper

In het begin van de 19de eeuw telde Ieper nog meer dan negentig houten huizen; ten gevolge van saneringsmaatregelen verdwenen zij alle, op één na, vlakbij de Rijselpoort.

Voor de Eerste Wereldoorlog was dit het laatste voorbeeld van de Ieperse middeleeuwse houtarchitectuur, daterend uit het eerste kwart van de 16de eeuw. Het werd gerestaureerd door architect Jules Coomans in 1912 waarbij de oorspronkelijke houtverbindingen vervangen werden door gesmeed ijzeren nagels.

De reconstructie dateert van 1924. De eerste bouwlaag is uitgevoerd in gele baksteen waarboven houten puntgevel met verticale plankenbeschieting overkragend op de natuurstenen consoles van de bakstenen zijpuntgevels.

Vismarkt

Vismarkt, Iper (tussen Boterstraat en Kiekenmarkt)

Markt

Tot 1714 liep de westelijke arm van de Ieperlee hier in open lucht. Dat jaar werd ze overwelfd waardoor de Waterstraat die langs het riviertje liep, heel wat verbreedde. De visverkoop verhuisde naar hier (van de Boomgaardstraat) en de naam wijzigde naar Vismarkt.

Op de overwelfde Ieperlee kwamen enkele verkoopsstallen; de verkopers van zeevis kregen een overdekte toonbank, de toonbanken van de verkopers van riviervis stonden onder de blote hemel.

De elegante smeedijzeren vooroorlogse verkoopstallen werden in 1923 bij de wederopbouw vervangen door nogal logge arduinen constructies onder schilddaken.

Kort na Wereldoorlog Twee raakte de vismarkt in onbruik.

De Vispoort of Neptunuspoort

Boterstraat, Ieper

Na de overwelving van Ieperlee kreeg de toegangsweg vanaf de Boterstraat naar de Vismarkt een monumentale poort met een bas-reliëf uitgevoerd door de Ieperse beeldhouwer Louis Ramaut. Het stelde de zeegod Neptunus voor, die op een wagen, getrokken door twee onstuimige paarden, vertoornd uit de stormachtige zee opduikt. Bovenaan wordt het stadswapen geflankeerd door twee monumentale dolfijnen.

Eind 19de eeuw was het heel bouwvallig geworden en in 1907 restaureerde stadsarchitect Jules Coomans, samen met beeldhouwer Kamiel Cornillie, het geheel. Vernietigd in de Eerste Wereldoorlog.

Pas in 1938 gebeurde de wederopbouw (door beeldhouwer Deraedt). Ondertussen had het  huis ernaast in de Boterstraat er een verdieping bijgekregen. De reconstructie werd dus hoger en smaller. Het model voor de kwade zeegod vond Deraedt in badmeester Van Uxem.

Minckhuisje

Er kwam ook een lokaal voor de “minckmeester” (veilingmeester en de viskeurders): het minckhuisje; hier moesten de visverkopers tol betalen.

In 1898 werden 3 huizen van de Kiekenmarkt onteigend om meer ruimte te bieden aan de Vismarkt en in 1899 kwam er een nieuw Minckhuisje, ontworpen door architect Jules Coomans in neogotische stijl, met een fraaie smeedijzeren omheining.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontsnapte het minckhuisje wonderbaarlijk aan de eerste beschietingen, maar later werd het toch vernietigd. In 1923 werd het identiek herbouwd.

Herbergen

De Vismarkt was en is een populaire vestigingsplaatsen voor herbergen. Zo heette het café op de hoek met de Kiekenmarkt “Poissonnerie Yproise”, het huidige café “ ’t Fenomeen” heette “De Karper”, en “De Vage Belofte” was “De Vischmijn”. Het meest bekende (en beruchte) café was “Au Saumon – In den Zalm”, dat zich bevond waar nu “In Companie” is. “Gasthof Den Zalm” werd reeds genoemd in 1530. Dit lokaal had op het einde van de 20ste eeuw naam en faam als het alternatieve jongerencafé en “Onafhankelijke republiek De Vort’n Vis”.

Midden de Rijselstraat staat Het Steen. Dit is het enige bewaarde stenen huis van Ieper dat dateert van eind 13de eeuw.

De vestingen

De best bewaarde vesten van België. Zie Vestigingsroute.

Geschiedenis van de vesten

Rijselpoort

De stadspoort in het zuiden (vroeger de Mesenpoort genoemd), de oudste en enige nog bewaarde stadspoort die twee bewaarde delen van de Ieperse vestingen verbindt.

De poort stamt uit de 14de eeuw en is afgewerkt met Bourgondische torens. Ze werd meerdere malen verbouwd. In de 17de eeuw liet Vauban de toren verlagen en de hoofdwal verbreden. Na vernielingen in de Eerste Wereldoorlog werd de poort weer heropgebouwd.

De Rijselpoort is een combinatie van een water- en landpoort. Rechts van de poort vinden we de sluiskamer met de sluisdeuren van de beken en vestigingswateren, links van de Rijselpoort is de ingang van de overwelfde zaal. Via deze poort komt de Ieperlee de stad binnen maar de Ieperlee is niet de voedingsbeek voor de vestigingsgrachten.

Leeuwentoren en de Predikherentoren

Arsenaalstraat, Ieper

Deze torens maken deel uit van de 14de-eeuwse vestingen.

In de Franse tijd werden de torens verlaagd en omgebouwd als geschutplatform. De Leeuwentoren dankt zijn naam aan zijn stevigheid: de muren zijn 2,4 meter dik. Een gemetselde tunnelgang door de aarden wal verbindt de toren met de binnenstad. Onderaan de smalle boogschuttervensters werd een ronde opening gemaakt om er de eerste primitieve kanonbuizen te plaatsen.

De Predikherentoren is genoemd naar het (verdwenen) Predikherenklooster dat hier tegen de vestingen aan lag.

In de vestingen liggen de oude Rijselpoort en de Menenpoort. Nabij de Rijselpoort ligt op de vestingen het Ramparts Cemetery, een Brits militair kerkhof.

Poterne trap

Ingang tegenover St Jacobsstraat 66, Ieper

Via deze trap kon men van de vesten naar de gracht, om zo per boot de voorversterkingen te bereiken.

Het Kruitmagazijn

Esplanade, 8900 Ieper

Een magazijn gebouwd in 1817 door het Nederlandse leger op de fundamenten van een Frans poedermagazijn, die dateerde van 1684. De muren van het bomvrije gebouw zijn 2.5 tot 3 meter dik. Tussen dak en koepelplafond was een buffer van leem aangebracht.

Het kruitmagazijn werd gebruikt om buskruit op te slaan, vandaar ook de naam. De binnenruimte bestond uit 2 verdiepingen en kon in totaal 75 000 kilogram buskruit bevatten. Men stopte het kruit in houten tonnen van elk zo een 57 kilogram. Om vonken te vermijden waren de spijkers, deurhengsels en sloten van brons.

Het kruitmagazijn overleefde de Eerste Wereldoorlog en werd prachtig gerestaureerd. Vandaag wordt het gebruikt als vergaderzaal en opvangplaats voor toeristen.

Pill Boxes (Moir bunkers)

Opde vestigingswallen, bij het Kruitmagazijn (op het laatste demibastion) bevinden zich twee Britse Moir bunkers, ze konden via een ondergrondse tunnel die onder de vestingen liep, bereikt worden.

Ze werden gebouwd in 1918 toen het voorjaarsoffensief de Duitse legers op ruim een kilometer van de Ieperse stadsmuren bracht.

Een pillbox is een kleine, cilindervormige bunker (diameter: 230 cm) met een stalen dak waarop beton was gegoten. Het dak werd op acht kleine stalen pootjes geplaatst op de gemetselde wanden zodat er een opening was waardoor de schutter 360° zicht had. De bunker werd voorzien van een machinegeweer, geplaatst op een draagstel met as, zodat de schutter rondom kon richten.

pillbox

Menenpoort & Last Post

De Poort

Een Romeinse triomfboog, opgericht waar de middeleeuwse oostelijke stadspoort naar Menen stond, als Brits oorlogsmonument met de namen van 54.896 vermiste Britse soldaten, toch al wie vermist werd tot en met 15 augustus 1917 (Slag bij Langemark). De vermisten vanaf 16 augustus 1917 staan vermeld bij het Tyne Cot Memorial.

De Menenpoort staat eigenlijk als het algemene symbool voor de Eerste Wereldoorlog. De Commonwealth War Graves Commission is eigenaar en beheerder van het monument, ontworpen door Sir Reginald Blomfield.

Last Post

Al sinds 1928 wordt elke avond om 20u stipt de “Last Post” geblazen onder de machtige gewelven van de Menenpoort. Van 1 januari tot 31 december, in alle weersomstandigheden.

De Britten brachten, tijdens de inhuldiging van de Menin Gate Memorial in 1927, de eerste uitvoering van de Last Post. Dat maakte grote indruk op de Belgische autoriteiten die een manier zochten om de gesneuvelden blijvend te eren.

In 1928, met de tienjarige herdenking van de oorlog, kwam het Royal British Legion terug naar Ieper, tesamen met heel wat oud-strijders, weduwen en wezen van gesneuvelden en hun familieleden. De hele zomer werd elke avond de Last Post gespeeld.

In 1929 werd uiteindelijk de Last Post Association opgericht en sindsdien klinkt de Last Post elke avond -met een onderbreking tijdens de Duitse bezetting in Wereldoorlog II.

De Last Post is oorspronkelijk het klaroengeschal dat het einde van de werkdag aankondigde, die van oorsprong Nederlandse gewoonte zou zijn overgenomen door Engelse troepen die in de 17e eeuw in de Noordelijke Nederlanden verbleven. De taptoe groeide uit tot een eresaluut, de laatste groet aan de gesneuvelden. Verschillende landen hebben een eigen versie, zoals de Nederlandse Taptoe of het Amerikaanse Taps. De Belgische versie werd in 1919 gecomponeerd door Honoré Hendrickx.

In Ieper wordt de Britse versie uitgevoerd, op ‘Duty Bugles’, instrumenten afkomstig uit het Britse leger, ter ere van de soldaten van het toenmalige Britse Rijk en van de geallieerden die in Wereldoorlog I in de ‘Ypres Salient’ gesneuveld zijn.

De dagelijkse Last Postplechtigheid is vrij en gratis toegankelijk voor iedereen, zonder reservatie vooraf. Het is geen ’toerist attractie’ maar een ingetogen eresaluut.

http://www.wo1.be/nl/db-items/menenpoort

Musea

In Flanders Fields Museum

Grote Markt, Ieper.

Gevestigd in de Lakenhallen.

Reeds in 1932 werd hier het eerste oorlogsmuseum opgericht, het Oorlogsmuseum van de Ieperschen Uitsprong door de Brit Murphy.

In Flanders Fields Museum is de ideale aanloop voor een bezoek aan de frontstreek. De museumindeling geeft aan de hand van nieuwe invalshoeken en persoonlijke verhalen een inleiding op het verhaal van de Eerste Wereldoorlog.

De belforttoren maakt een verbinding tussen het binnen- en buitenverhaal. Als bezoeker ontdek je bovenop de toren het landschap als laatste getuige van de oorlog.

http://www.inflandersfields.be

Yper Museum

Grote Markt 34, Ieper (in een vleugel van de Lakenhallen) +32 57 239 220

Elf eeuwen geschiedenis van Ieper: Lakenstad, Middeleeuwse grootstad, Vestingstad, Bisschopsstad, Militaire stad, Verwoeste en wederopbouwstad, Kattenstad, Vredesstad, Westhoekstad,.. Ieper was en is het allemaal.

Ook de collectie van het vroegere Bellegodshuismuseum is hier ondergebracht. Niet te missen is het schilderij van de Heilige Maagd, omringd door de schenkers Yolente Belle, Joos Bryde en hun kinderen; het werd in 1420 geschilderd en is daarmee één van de oudste schilderijen in België. Naast andere schilderijen van oude meesters bevat de collectie enkele opmerkelijke meubels zoals een unieke linnenpers uit de  17e eeuw en het enige ‘wandtapijt’ in Iepers openbaar bezit: een altaarvoorhangsel uit de 17e eeuw.

Toen het Onderwijsmuseum sloot werden de topstukken verhuisd naar dit stadsmuseum, ‘waar ook het belang van Ieper als onderwijsstad zou belicht worden’.

https://www.ypermuseum.be/

Museum A. Merghelynck

Merghelynckstraat 2, 8900 Ieper

Reconstructie van het gebouw uit 1174. In prachtig geklede salons en boudoirs met originele Franse stijlmeubelen, schilderijen en zilverwerk, gered uit de branden van de Eerste Wereldoorlog. Enkel op reservatie, verplicht met een gids.

http://www.merghelynckmuseum.be

Boezinge

Yorkshire Trench

Bargiestraat, Ieper (Boezinge)

Dit stukje loopgraaf uit 1915 kwam in de jaren ‘90 aan het licht bij de aanleg van een nieuw industrieterrein langs het kanaal Ieper-IJzer. Hier werden de lichamen van 205 soldaten (Engelsen Fransen en Duitsers) opgegraven.

De ‘Yorkshire Trench’ ontstond na de eerste gasaanval in 1915 en werd later uitgebreid met een ‘deep dug out’ of een ondergrondse schuilplaats.

De loopgraaf werd gerestaureerd met in- en uitgangen en een ‘deep dug-out’ uit 1917. Een reeks informatiepanelen en het grondplan van de dug-out uitgetekend op het terrein maken de loopgravenoorlog aanschouwelijk voor de bezoeker. In de loopgraaf zelf kan je de toegangen van deze ondergrondse constructie ontdekken.

Site is permanent en gratis toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang.

Vredeskruis (Verzoeningskruis)

Diksmuidseweg tegenover nr 530, 8904 Ieper (Boezinge), op de linkeroever van het kanaal Ieper-IJzer.

Op 22 april 1915, in de buurt van Steenstrate (nabij Houthulst) lieten de Duitsers in de namiddag, bij gunstige wind, 150 ton dodelijk mosterdgas ontsnappen uit 5730 gascilinders. Een enorme geelgroene gifwolk dreef vervolgens over de Franse loopgraven. De Franse troepen, territoriale zoeaven, werden meteen bevangen door het gas.

Het oorspronkelijke monument

Franse veteranen richtten in 1929 een gedenkteken op in Steenstrate, ter herdenking van de eerste grootschalige aanval met chloorgas. Het stelde een soldaat vóór een kruis voor, die getroffen werd door het gas en met de beide handen naar de keel greep, terwijl twee andere soldaten reeds dodelijk getroffen waren. Op het monument stond gebeiteld “Aux morts du 418e Reg. d’Infanterie et aux premières victimes des gaz asphixiants”. De architect was Robert Bourin. 

Het werd onthuld op 28 april 1929 in aanwezigheid van koning Albert. Er werden toespraken gehouden o.a. door de Franse generaal Gourand en fr Belgische minister van Landsverdediging Ch. de Broqueville, tijdens de Eerste Wereldoorlog trouwens regeringsleider en minister van Oorlog.

De (overigens onterechte) insinuatie dat de Duitsers de eersten waren om gas te gebruiken, werd door de Trofeeënkompagnie tijdens de Duitse bezetting in WOII niet op prijs gesteld: een plaatselijke aannemer kreeg de opdracht om de tekst weg te beitelen. Hij nam de opdracht licht op en beperkte zijn ingreep tot het cosmetische wegcementeren van de tekst. Waarop de Duitse bezetter het gedenkteken op 8 mei 1941 gewoon dynamiteerde.

Het nieuwe monument

In 1954 werd onder impuls van kanunnik E. Lancrenon van de Notre-Dame te Parijs het Comité d’Entente de la Croix de Steenstraete opgericht. Er zou een kruis komen in het teken van de Frans-Belgisch-Duitse verzoening.
De Fransen en de Belgen brachten het geld samen. De wijding van het nieuwe verzoeningskruis had plaats op zondag 25 juni 1961. Onder de aanwezigen was de Franse minister van de Oud-strijders.

Het geheel bestaat uit een platform met drie treden dat gedeeltelijk bedekt is met hardstenen platen en gedeeltelijk met kiezel.  De omheining bestaat uit twaalf rechtopstaande stèles. Op het platform is een ronde grasheuvel aangelegd die afgezet is met rechtopstaande muurplaten uit hardsteen. Vooraan is een brede rechthoekige gedenkmuur.

Op de grasheuvel staat een hardstenen voetstuk met een 15 meter hoog aluminium kruis. Ironisch, gezien een van de twee Franse divisies, die op 22 april 1915 de volle klap van de gasaanval kregen, de 45ste Algerijnse Divisie was.

Op de rechthoekige gedenkmuur staat in vlakreliëf:
“Het monument door het 418de regiment der Franse infanterie in 1929 opgericht om de eerste slachtoffers van de op 22 april 1915 gebruikte stikgassen te gedenken werd in 1942 door de Duitsers vernield”
“De Franse en Belgische oud-strijders hebben het door dit kruis vervangen in een gemeenschappelijke wil tot vrede en verzoening in de wereld”

In het midden is een nis een bronzen olielamp met als opschrift “Fraternitas lumen“.

http://www.wo1.be/nl/db-items/verzoeningskruis

Essex Farm Cemetery (‘site John McCrae’)

Diksmuidseweg naast nr 148, 8904 Ieper (Boezinge)

Langs het kanaal Ieper-IJzer, net buiten Ieper, ligt Essex Farm Cemetery. De plaats is ook gekend als ‘site John McCrae’ omdat de Canadese arts hier op 2 en 3 mei 1915 zijn wereldberoemde gedicht ‘In Flanders Fields’ schreef.

De hoge kanaaldijk werd in de 17de eeuw door de Franse militaire architect Vauban aangelegd als een ’retranchement’, een grote verdediging langs het kanaal, die gedurende meer dan 50 jaar de noordgrens van het Franse rijk van Louis XIV vormde.

In april 1915 stonden hier stukken geschut van de ”1ste Canadese artilleriebrigade”, korte tijd later bouwden de ”Royal Engineers” een hele reeks ”shelters” en ”dug-outs”.

Om de slachtoffers van de eerste gasaanval (22 april 1915) te verzorgen werd een A.D.S. (Advanced Dressing Station, een vooruitgeschoven verpleegpost) uitgegraven in de kanaaldijk. Bij de schuilplaats kwam een begraafplaats.

Kort na de wapenstilstand van 1918 deden de vele bunkers in de kanaaldijk ook dienst als eerste noodwoning voor de vele vluchtelingen die terug naar huis kwamen.

Naast de begraafplaats en de ”concrete shelters in the Canal Bank” kan ook de kanaaldijk zelf worden bezocht over een afstand van 450 meter.

Hoog op de kanaaldijk staat ook het monument van de ”49th West Riding Division” die hier in de zomer van 1915 voor het eerst werd ingezet en hoge verliezen leed.

https://www.cwgc.org/find/find-cemeteries-and-memorials/15800/essex-farm-cemetery

Gedenkteken voor de Gebroeders Van Raemdonck en Amé Fiévez

Van Raemdonckstraat, Zuidschote (toegangspad vanaf het Ieperleekanaal)

Gedenkteken ter herinnering aan de broers Van Raemdonck en de Waalse korporaal Fiévez, die er in de omgeving in maart 1917 het leven lieten. Geplaatst op initiatief van het IJzerbedevaartcomité en (sinds de tweede wereldoorlog) onderhouden op kosten van het gemeentebestuur van Temse.

Volgens de Vlaamsgezinde traditie zijn beide broers in mekaars armen gestorven, als ultiem teken van broederliefde. Ze groeiden uit tot IJzersymbolen, symbolisch belangrijke figuren binnen de Vlaamse Beweging. De tweede IJzerbedevaart van 1921 trok naar deze plek, waar ze toen nog begraven lagen.

Het gedenkteken uit 1933 werd ontworpen door kunstschilder Karel De Bondt. Duidelijke art deco kenmerken, gebruik van betonnen brokstukken van de Duitse stelling bij het Stampkot (doelwit van de nachtelijke aanval waarbij beide broers en Fiévez om het leven kwamen), de armen van beide grote kruisen die elkaar raken als symbool van de broederliefde.

Sinds 2003 wordt hier jaarlijks, op de laatste zondag van augustus, de IJzerwake georganiseerd door de radicaal rechtse vleugel van de Vlaamse Beweging. De aanleiding was de hertaling, door het IJzerbedevaartcomité, van de oorspronkelijke boodschap van Nooit meer oorlog, Zelfbestuur en Godsvrede hertaalde naar VredeVrijheid en Verdraagzaamheid.

De IJzerwake geeft altijd al veel plaats aan optredens van minderheidsgroepen met steunbetuigingen uit o.m. Catalonië, Schotland en Zuid-Afrika. De laatste jaren krijgt de identitaire beweging meer aandacht.

Verhaal Edward en Frans Van Raemdonck

Edward en Frans Van Raemdonck, respectievelijk geboren in 1895 en 1897, waren twee broers uit Temse die lid waren van de katholieke Vlaamse studentenvereniging ‘Temsche Voorwaarts’.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldden beiden zich als oorlogsvrijwilligers.

Eind 1916, tijdens de loopgravenoorlog, werden beide broers lid van Vlaamse studiekringen en begonnen ze mee te werken aan het frontblaadje ‘Onze Temschenaars’.

In de nacht van 25 op 26 maart 1917 voerde het 24ste Linieregiment (waarvan de broers deel uitmaakten) een raid uit op de Duitse stellingen nabij het Stampkot (ten noordoosten van Steenstrate). Het verhaal wil dat Frans na de aanval niet kwam opdagen, waarop Edward zijn broer in het niemandsland ging zoeken. Geen van beide keerde nog terug. Achttien dagen later werden de lijken van de broers ontdekt, samen met het lijk van de Waalse korporaal Amé Fiévez. Omdat de lichamen al te zeer ontbonden waren, besloot men ze ter plekke te begraven, wat de volgende nacht (13 april 1917) gebeurde. Boven het graf werden drie kruisjes geplaatst zonder opschrift. Kort daarop verdwenen twee van de drie kruisjes. De oppervlakkig begraven lichamen werden tijdens daaropvolgende artilleriegevechten totaal stuk geschoten.

In september 1917, toen het terrein heroverd werd door Belgen, werden de stoffelijke resten verzameld en herbegraven. In september 1918 plaatsten makkers van het 24ste Linieregiment een stenen kruis in de vorm van een boom met afgehouwen takken op de rustplaats.

Volgens de Vlaamsgezinde versie stierven de broers in elkaar armen. Dit werd onder meer zo vastgelegd in de pentekening “Broederliefde” van Joe English. Andere versies spreken dit echter tegen: Frans zou in de armen van de Waal Fiévez gestorven zijn, maar omwille van de sterk symbolische waarde van de broederliefde, zou dit stilgehouden zijn. Nog decennialang zouden rond deze verschillende versies hevige polemieken gevoerd worden.

Onder impuls van hun neef Clemens De Landtsheer werd de mythevorming en verheerlijking van beide broers bewerkstelligd. Frans en Edward Van Raemdonck groeiden algauw uit tot één van de symbolen voor de Vlaamse strijd aan de IJzer. De Landtsheer slaagde erin om op zondag 18 september 1921 de ‘Tweede Bedevaart naar de Graven van de IJzer’ te organiseren op de plaats waar de broers teruggevonden waren.

In 1924 werden de stoffelijke resten van de broers Van Raemdonck en Fiévez overgebracht naar de Belgische militaire begraafplaats van Westvleteren. De kist werd bijgezet onder de middelste van de drie officiële grafzerken.

Op 21 augustus 1932 werd hun kist bijgezet in de crypte van de IJzertoren, tijdens de dertiende IJzerbedevaart, samen met de stoffelijke overschotten van andere IJzersymbolen.

Militaire begraafplaatsen

In ‘groot Ieper’ zijn er heel veel oorlogskerkhoven. Zeker een bezoek waard: Saint-Charles de Potyze, het grootste Frans oorlogskerkhof (uitzonderlijk: mét een mooie, moderne calvarie) en Bedford House Cemetery (Zillebeke), één van de grootste Britse begraafplaatsen in de Westhoek, met een unieke tuinarchitectuur.

Saint-Charles de Potyze

Bedford House Cemetery

Andere

Tientallen Britse militaire begraafplaatsen liggen in de verschillende Ieperse deelgemeenten, maar ook het stadscentrum telt een aantal Britse begraafplaatsen:

  • Aeroplane Cemetery
  • Belgian Battery Corner Cemetery
  • Duhallow A.D.S. Cemetery
  • Menin Road South Military Cemetery
  • Potijze Burial Ground Cemetery
  • Potijze Chateau Grounds Cemetery
  • Potijze Chateau Lawn Cemetery
  • Potijze Chateau Wood Cemetery
  • Ramparts Cemetery
  • Ypres Town Cemetery
  • Ypres Town Cemetery Extension
  • Ypres Reservoir Cemetery

Tortelbos

Pannenhuisstraat, Ieper

Het Tortelbos ligt op een terrein waar zich in de 19de eeuw twee kasteeldomeinen uitstrekten: ten oosten het domein Beau Séjour en ten westen het Sint-Pieterskasteel. In deze omgeving bevonden zich trouwens nog meer kastelen. Ze werden allemaal vernield tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het bos werd heraangeplant en is nu een echt speelparadijs waar kinderen vrij op avontuur kunnen trekken buiten de aangelegde paden en zonder toelating van de boswachter.

Er zijn vier open plekken die dienen als speelweide, tunnels en speelheuvels.

Sneukelpad: langs het Sneukelpad aan de rand van het bos staan allerlei struiken met eetbare vruchten: mispel, vlier, aalbes, stekelbes en framboos. Ook de wilde bramen leveren lekkere zomervruchten op.

Speurtochten: ontdek het Tortelbos door plezante doe-opdrachten en leuke weetjes. De doelgroep zijn kinderen van 4 tot 12 jaar. Deze speurtocht (en nog vele andere) zijn te verkrijgen in bezoekerscentrum De Palingbeek.

De bodem van het Tortelbos kan erg drassig zijn in de winter en droog in de zomer. Op de drogere plaatsen groeien zomereik, haagbeuk, beuk en winterlinde en op de nattere grond wilgen, populieren, zwarte els, zachte berk, gewone es en zoete kers.

In het jonge Tortelbos huizen veel zangvogels en zoogdieren. Ook roofvogels en uilen voelen er zich thuis. Het domein bevat  ook een mooie poel met zacht hellende oevers. Dit is een mooi biotoop voor allerlei waterdiertjes. Rondom de poel is voldoende ruimte voor een bloemrijk hooiland.

https://www.natuurenbos.be/tortelbos