De Kleine Mote

Sint-Janskappel [12 km]

Een Vlaamse gemeente in de Franse Westhoek (Flandre Maritime) die grenst aan Westouter (Heuvelland).

Door het grondgebied van Sint-Janskappel vloeit de Grote Beke, die ontspringt aan de Zwarteberg en in Steenwerk uitmondt in de Leie. De gemeente heeft bijna 1500 inwoners.

Geschiedenis

Het is mogelijk dat hier een klooster heeft gestaan dat in de 13e eeuw gesloopt zou zijn. In 1560 werd de plaats vermeld als Sancti Joannis Capella als parochie van het bisdom Terwaan. Het behoorde tot het ambacht Belle (Bailleul) maar had een zekere mate van zelfstandigheid. In 1790 (na de Franse revolutie) werd het een zelfstandige gemeente.

De Franse Revolutie heeft verder weinig sporen nagelaten. Weliswaar werd de kerk gesloten en het meubilair verkocht, maar dit werd deels teruggekocht door de parochianen. Ook verhinderde men dat de kerk voor profane doeleinden zou worden gebruikt. Na het Concordaat van 15 juli 1801 werd de kerk weer geopend.

Sinds oktober 1914 en tijdens de gehele Eerste Wereldoorlog bleef de Zwarteberg in geallieerde handen, zelfs bij het Duitse lenteoffensief van 1918. In Sint-Janskappel was een militair kamp waar geallieerde militairen van diverse landen konden herstellen van de dienst aan het front.

Toen de Duitsers in 1918 het Lenteoffensief begonnen bombardeerden zij ook het dorp waarbij de meeste huizen werden vernield.

Bezienswaardigheden

De Sint-Jan-de-Doperkerk

De parochiekerk, gebouwd in 1557 als tweebeukige kerk, vernield tijdens de beeldenstorm en gerestaureerd als driebeukige kerk met voorgebouwde westtoren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de kerk beschadigd om in 1922 gerestaureerd te worden.

Mont Noir Military Cemetery

Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog op de zuidelijke flanken van de Zwarteberg, ongeveer een halve kilometer van de Belgische grens.

De begraafplaats werd aangelegd in de periode van april tot september 1918. Op het eind van de oorlog lagen hier 91 Britten en 33 Fransen. De begraafplaats werd na de oorlog nog uitgebreid met Franse en Britse graven uit de slagvelden ten zuiden van de Zwarteberg en met graven uit de ontruimde Wolfhoek British Cemetery in Sint-Janskappel. Nu rusten er 149 Britse gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog (waarvan 15 niet geïdentificeerd), 2 onbekende Britse gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog en 84 Franse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog.

Mariagrot

Zijwegje van de D318 Rue de Metteren, schuinweg aan de overkant van huis nr. 833. Dichtbij wandelknooppunt 73 en 99.

Een grot met binnenin een kapel voor Onze Lieve Vrouw; die van Lourdes en die van La Salette.

Prachtige ligging, nabij het “Parc du Mont-Noir” oftewel domein Marguerite Yourcenar.
Afgelegen maar toch bezocht en onderhouden met vele prachtige bloemen en kaarsen.

Sint-Janskappel

Museum Marguerite Yourcenar

55 rue Marguerite YOURCENAR, Saint-Jans-Cappel

Open van 1 maart tot 30 november; van woensdag tot en met vrijdag:  van 14h tot 16h30 en op zondag: van 15h30 tot 17h30

Auteur

Marguerite Yourcenar (Brussel, 1903 – Mount Desert Island, 1987).

Geboren te Brussel als Marguerite Antoinette Jeanne Marie Ghislaine Cleenewerck de Crayencour. Haar vader behoort tot de Franse burgerij, haar moeder is van Belgische adel. Ze verwerft de Amerikaanse nationaliteit in 1947.

Haar nom de plume, Yourcenar, is een bijna-anagram van Crayencour. Ze schreef romans, korte verhalen en autobiografieën en was daarnaast ook dichter, vertaler, essayist en literair criticus.

Zowel in België als Frankrijk krijgt ze erkenning voor haar bijdragen aan het literaire veld. In 1971 wordt ze toegelaten tot de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique. In 1980 wordt Yourcenar – als eerste vrouw – toegelaten als lid van de veel oudere en gerenommeerde Franse tegenhanger, de Académie Française.

Tien dagen na haar geboorte, overleed haar moeder aan kraamvrouwenkoorts.Haar vader – dan al vijftig – blijkt niet bijzonder blij met de geboorte van “nog een kind”. Ze wordt opgevoed door bedienden en privé-onderwijzers, buiten het reguliere schoolsysteem.

Marguerite Yourcenars eerste gedicht, Le jardin des Chimères (1921), wordt op kosten van haar vader uitgegeven.

Acht jaar later verschijnt haar eerste – en meteen succesvolle – boek, Alexis ou le Traité du vain combat (1929). In hetzelfde jaar overlijdt haar vader.

Dankzij de erfenis is ze financieel onafhankelijk. Zij leidt een echt nomadenbestaan, reist overal rond in Europa en de mediterrane landen en blijft ondertussen schrijven.

In 1937 is het geld van de erfenis op, waarop Yourcenar besluit The Waves (1931) van Virginia Woolf te vertalen. Ze reist van Parijs naar Londen om Woolf zelf te ontmoeten. Terug in Parijs ontmoet ze de Amerikaanse vertaalster Grace Frick.

Het is 1939 en de Tweede Wereldoorlog staat voor de deur. Op uitnodiging van Frick trekt Yourcenar naar de Verenigde Staten om er – uiteindelijk 10 jaar – vergelijkende literatuurwetenschap, Frans en Italiaans te doceren aan het Sarah Lawrence College in Bronxville, New York. Later zal Yourcenar ook lesgeven aan het Hartford Junior College in Connecticut. Het zich moeten plooien naar een strikt uurrooster als docente valt de globetrotter zeer zwaar.

In deze periode als docent beschrijft ze haar lesbische relatie met Grace Flick in Le Coup de Grâce (1939). De roman, haar achtste, valt in de smaak, zelfs bij de critici die over het algemeen haar stijl pompeus en overschat noemen.

In 1950 kocht zij samen met Grace Frick een houten landhuis, Petite Plaisance, op Mount Desert Island voor de kust van Maine. Daar schreef zij het belangrijkste gedeelte van haar oeuvre. Terwijl Yourcenar schrijft en lezingen geeft, organiseert Flick alle praktische kanten van hun leven.

Steunend op haar cultuurhistorische kennis kon zij haar geliefde thema’s vormgeven: zelfstandig en kritisch aanwenden van de rede en een humanistisch geloof in de mens.

In haar romans is het opvallend dat de helden bijna altijd mannelijke homoseksuelen zijn die in opstand komen tegen de seksuele, sociale en morele normen van de samenleving.

Wanneer Yourcenar L’Oeuvre au noir (1968) publiceert, breekt een nieuw tijdperk aan. Voor deze publicatie mag ze de Prix Femina in ontvangst nemen, een bekende Franse literatuurprijs. De jaren zeventig van de twintigste eeuw zullen dan ook de echte gloriejaren voor Marguerite Yourcenar als auteur blijken te zijn.

De band met Vlaanderen

De familie Cleenewerck de Crayencour bezat een landgoed in Sint-Jans-Cappel, aan de voet van de Zwarteberg op de grens Frankrijk – België. Het kasteel van de familie De Crayencour ging tijdens de Eerste Wereldoorlog in vlammen op. Als kind brengt de schrijfster in spe daar haar vakanties door.

Volgens eigen zeggen keek zij graag naar de wereld door een Vlaamse bril. In een interview uit 1986 met Jozef Deleu zei ze in dit verband: “Hoewel ik Française ben en de Franse taal mij van kindsbeen af vertrouwd is en het instrument van mijn schrijverschap is, kan ik mij mezelf niet voorstellen zonder Vlaanderen, zonder de streek waar ik voor het eerst in mijn bestaan werd geconfronteerd met de zuiverheid en de kracht van de grote dingen: het water, de lucht en de aarde.”

In een interview met Mathieu Galley: “Les plus forts souvenirs sont ceux du Mont-Noir parce que j’ai appris là à aimer tout ce que j’aime encore : l’herbe et les fleurs sauvages mêlées à l’herbe ; les vergers, les arbres… “

Dit schrijft Marguerite Yourcenar aan het begin van Archieven uit het Noorden (Archives du Nord, p. 11), het tweede deel van ’s Werelds Doolhof (Le Labyrinthe du Monde): 

” … Bergen die men elders heuvels zou noemen, de Kasselberg, in het noorden voortgezet door de viervoudige golf van het Vlaamse heuvelland, de Katsberg, de Kemmelberg, de Rodeberg en de Zwarteberg, welke laatste ik meer van nabij ken dan de andere omdat ik daar als kind heb gewoond, verrijzen als buten op deze lage gebieden…

Museum

In 1977 zond Louis Sonneville, een inwoner van Sint-jans-Cappel en fervent bewonderaar van Marguerite Yourcenar, een pakje hyacintenbollen met wat bosgrond van de Zwarteberg naar de schrijfster als herinnering aan haar kindertijd op het Vlaamse platteland.

Het werd het begin van een lange correspondentie die aan de basis lag van een aantal realisaties onder meer het museum in 1985.

Het museum stelt zich tot doel om met respect en genegenheid de band te tonen tussen Marguerite Yourcenar en de streek van haar kindertijd. Het museum wil op een didactische manier de hulde van Vlaanderen brengen aan de prestigieuze schrijfster van Archieven uit het Noorden.

De eerste zaal is gewijd aan de kindertijd van Marguerite Yourcenar tussen 1903 en 1913. Ze brengt de jonge jaren van de schrijfster in herinnering aan de hand van foto’s en archiefstukken.

De tweede zaal is een imitatie van Yourcenar’s bureau in Petite Plaisance, haar huis in Maine in de Verenigde Staten van Amerika.

In de derde zaal kan men onder meer de video-docu Van de Zwarteberg tot Mount Desert Island bekijken die verschillende aspecten belicht van de Académicienne en haar omgeving.

https://www.museeyourcenar.fr/nederlands/

Villa Marguerite Yourcenar (Villa Mont-Noir)

Het kasteel van de familie De Crayencour ging tijdens de Eerste Wereldoorlog in vlammen op. In de jaren twintig werd in deze prachtige omgeving een landhuis gebouwd, pal op de grens tussen Vlaanderen en Noord-Frankrijk.

In 1997 heeft de Conseil Général du Nord een internationaal schrijvershuis gevestigd in de Villa Mont-Noir in het Parc Yourcenar. Dit centrum ontvangt auteurs uit heel Europa. Ze verblijven gedurende een bepaalde tijd in de Villa, ontvangen een werkbeurs en kunnen in alle rust een manuscript afwerken. Ze worden geselecteerd door een jury, die zijn keuze bekendmaakt tijdens het festival ‘Par Monts et par Mots’, dat elk jaar in juni plaatsheeft in de tuin van het schrijvershuis.

De Villa Mont-Noir biedt plaats aan drie schrijvers. De auteurs treden tijdens hun verblijf ook op in de Villa en geven er werkcolleges aan Noord-Franse leerlingen en studenten. Fragmenten van het werk dat ze in de Villa gerealiseerd hebben, worden ook gepubliceerd in Les annales de la Villa Mont-Noir, die om de twee jaar verschijnen. Er werden ook Nederlandstalige auteurs geselecteerd voor een verblijf in de Villa, onder meer Kader Abdolah, Stefan Hertmans en Luuk Gruwez.

Wandelpad

Op initiatief van de Conseil Général du Nord en de Vrienden van het Museum Marguerite Yourcenar, werd een wandelpad ontworpen : het Hyacintenpad.

Het pad is 6 km lang en verbindt symbolisch het museum met de plaats van de kinderjaren van Marguerite Yourcenar. Langs de dorpswegen en op de hellingen van de Zwarteberg ontdek je door middel van aquarellen onderweg het Vlaamse landschap, de tradities van de Westhoek, de rijkdom van de natuurlijke omgeving en de folklore van deze streek.