De Kleine Mote

Poperinge

Toeristische Dienst Stadhuis – Grote Markt 1 B – 8970 Poperinge +32(0)57 34 66 76 https://www.toerismepoperinge.be/

poperinge

Geschiedenis

Pupurninga Villa dateert al van omstreeks 850.

De abten van de Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars waren de leenheer van Poperinge en bleven dat tot aan de Franse Revolutie. Ze speelden een belangrijke rol in het kerkelijke en economische leven van de Poperingenaars. Zo resideerde de proost, die de abt van de Sint-Bertinusabdij vertegenwoordigde, op het Vroonhof in de schaduw van de Sint-Bertinuskerk.

Diederik van de Elzas, graaf van Vlaanderen schonk, op verzoek van de abt van Sint-Omaars, in 1147 een eerste stadskeure.

De bloeitijd kwam in de 13e eeuw met de lakenindustrie. De stadsbevolking breidde uit en kreeg in 1290 toestemming van de bisschop van Terwaan en de abt van de Sint-Bertinusabdij om (naast de bestaande Sint-Bertinuskerk) twee nieuwe kerken te bouwen. Er schakelden zoveel landbouwers over naar de lakenindustrie dat landbouwers van elders werden gevraagd om de akkers te bewerken.

In Poperinge komen verschillende waterlopen samen: de Hipshoekbeek, de Bommelaarsbeek en de Vleterbeek (die op de Katsberg in Frankrijk ontspringt). Al dat water verlaat de stad via de Poperingevaart tot in Elzendamme waar ze in de IJzer uitmondt. Al in de 14e eeuw onderging de Poperingevaart enkele ingrepen om ze bevaarbaar te maken. De beek werd verbreed, er werd een sluizencomplex gebouwd, spaarkommen werden aangelegd en een drietal vijvers moesten zorgen voor voldoende voeding voor de beek. Zo werd de Poperingevaart vanaf 1366 bevaarbaar tussen de stadskern van Poperinge tot de monding in de IJzer.

In 1436 werd Poperinge tot op de grond platgebrand door het leger van hertog Humphrey van Gloucester. De aanleiding was het Beleg van Calais, een mislukte poging van Filips de Goede om met Vlaamse troepen Calais in te nemen op de Engelsen (de havenstad was sinds 1347, de beginfase van de Honderdjarige Oorlog, bezet door de Engelsen). Normaal liepen de Vlamingen niet warm voor een oorlog tegen de belangrijkste leverancier van hun lakennijverheid maar nu waren ze boos omdat de Engelse wolbelasting in stapelplaats Calais in 1429 fors was verhoogd. Om Calais te ontzetten, stak Humphrey van Gloucesters in juli het kanaal over met een leger van 8.000 man; de Vlaamse troepen verlieten hun positie en Filips de Goede moest zich uit de voeten maken. De hertog van Gloucester begon op 6 augustus 1436 aan een elfdaagse strooptocht door Picardië en Vlaanderen. Terwijl de Engelse vloot de kust tot in Cadzand afplunderde, legde zijn landleger een lange reeks plaatsen in puin: Drinkam, Kwaadieper, Bambeke, Haringe, Reningelst. In Poperinge riep hij zich op 15 augustus uit tot graaf van Vlaanderen om dan de stad tot op de grond te laten afbranden. Wanneer de Bourgondische mobilisatie op gang kwam, trok hij zich terug binnen de muren van Calais, na eerst nog een spoor van vernieling te hebben getrokken door Belle, Hazebroek, Moerbeke en Waalskappel. Op 24 augustus keerde hij terug naar Engeland.

in 1563 teisterde een grote brand Poperinge.

Toen de lakenindustrie in de 16e eeuw begon te tanen vond men nieuwe inkomsten in de hopteelt. In de omgeving wordt nog altijd veel hop geteeld. Dit levert een uniek landschap op.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Poperinge, samen met Veurne, de enige Belgische stad die niet door de Duitsers werd bezet. De stad werd wel geregeld geteisterd door bombardementen.

De stad groeit echt uit tot het zenuwcentrum van de Britse sector. De ringweg rond Poperinge wordt aangelegd door de geniesoldaten van het Britse leger. De Switch Road – in de volksmond Zwitserse route – moet de groote beweging uit het centrum van Poperinge halen.

Stadswandelingen

Poperinge – Stadswandeling   2,70 km  vlak

Poperinge was een stad van laken en is er nu een van hop. Dankzij de bloeiende lakennijverheid in de middeleeuwen verrezen drie imposante gotische kerken. Hun torens bepalen nog steeds het silhouet van Poperinge. Daarna groeide het gezellige grensstadje uit tot één van de belangrijkste centra van de hopteelt. Overal in de stad werden grote herenhuizen en hopmagazijnen gebouwd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag Poperinge op een betrekkelijk veilige afstand achter het front. Britse soldaten konden er weg van het oorlogsgeweld even op adem komen. Deze wandelroute neemt je mee op stap langs getuigen van de hopcultuur, de 18e-eeuwse luister van weleer en sporen van het leven achter het front. Startpunt aan Toeristische Dienst, Grote Markt; de route is bewegwijzerd met in de grond bevestigde klinknagels.

Parcours: Grote Markt (Stadhuis, Dodencel, Ginger), Gasthuisstraat (Gasthuiskapel, Talbot House, Hoppemuseum), Duinkerkestraat, Werf, St Annastraat (Weeuwhof), Casselstraat (OLVKerk), OLV Kruisstraat, Boeschepestraat, Vroonhof (St Bertinuskerk), Ieperstraat, St Janskruisstraat (St Janskerk), Bruggestraat, Komstraat (Grauwzustersklooster), voetpad volgen langs Poperingevaart, Switchstraat, Veurnestraat, Grote Markt.

https://www.westtoer.be/sites/westtoer_2015/files/stadswandelroute_poperinge.pdf

App ‘Poperinge 14-18’

De mobiele applicatie Poperinge 14-18 presenteert een aantal wandel-, fiets- en autoroutes langs WO I-locaties met een verhaal. Download de app gratis via de App Store of Google Play.

Bezienswaardigheden:

Westhoek jaren 50 VRT (Poperinge)

https://ytcropper.com/cropped/hV5e7fd5d10011e

De Sint-Bertinuskerk

Garenstraat 1 (bij Grote Markt)

De decanale hoofdkerk en de oudste kerk van Poperinge.

Ze werd in 1147 in romaanse stijl gebouwd, ter vervanging van een kapel die aan de Heilige Katharina was toegewijd. Na de beschadigingen in 1419 door een brand en in 1436 door de Engelsen werd de kerk als hallenkerk in gotische stijl herbouwd.

De kerk zou een hoge, monumentale toren krijgen (te zien aan de massieve onderbouw) maar de bouw werd na de derde verdieping gestaakt. Eerst in de 18e eeuw werd de toren afgewerkt en de klokken opgehangen.

Zoals zovele kerkgebouwen kreeg de Sint-Bertinuskerk te maken met de Beeldenstorm. Het beeldhouwwerk in de portalen en het meubilair werden zwaar beschadigd.

De preekstoel, uit 1710, is afkomstig uit het Dominicanenklooster van Brugge. Hij wordt beschouwd als een van de mooiste in België. De kerkfabriek kocht de preekstoel in het begin van de 19e eeuw van een Brugs timmerman. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg hij in Parijs een veilig onderkomen.

Het doksaal in laatrenaissancestijl en de gebrandschilderde ramen zijn van hoog artistiek niveau.

De kerk toont een opvallend homogeen uitzicht ondanks de oudere elementen in de onderbouw van de noordgevel en is een mooi voorbeeld van de baksteengotiek in de Belgische kuststreek. In het portaal worden aanplakbrieven met rouwberichten opgehangen: dit gebruik bestaat in België op nog maar een paar plaatsen.

Vroonhof

De benaming verwijst naar het oude Vroonhof waar de proost, vertegenwoordiger van de abt van de Sint-Bertinusabdij van Sint-Omaars resideerde in de schaduw van de Sint-Bertinuskerk, binnen het vierkant gevormd door het huidige Vroonhof, de Ieperstraat, het Rekhof, de Deken De Bolaan en het Burgemeester Bertenplein..

Na afschaffing van de proosdij in 1796 werden gronden en gebouwen verkocht, en gedeeltelijk afgebroken in 1803. De resterende proosdijgebouwen (daterend van 1741) aan de Botermarkt, werden later benut door de Rijksmiddelbare school en als kapelanie van de Sint-Bertinuskerk. De voormalige stallingen en koetshuis werden in 1870 ingenomen door een brouwerij, inmiddels vervangen door schoolgebouwen..

Stadhuis in neogotische stijl uit 1911

Het Steehuus: gebouwd nadat de abt van Sint-Bertinus in 1630 toelating gaf en vergroot in 1752; wellicht gebruikte de stedelijke magistraat dit gebouw pas in 1744 omwille van een langdurig geschil met de abdij. Het gebouw was gelegen op de Grote Markt waar nu (sinds 1926) het oorlogsmonument staat.

De Groote Sint-Joris of de regency: in 1781 werd beslist om een nieuw stadhuis te laten optrekken, op de Grote Markt aan de kant van de toenmalige Schaalstraat (de huidige Guido Gezellestraat). Twee jaar later was het gebouw afgewerkt en kon de stedelijke administratie er haar intrek nemen. In 1793 werd het stadhuis echter door de Fransen als abdijgoed aangeslagen, waardoor de magistraat opnieuw naar het oude Steehuus moest uitwijken. Het duurde tot in 1840 vooraleer de stad de Groote Sint-Joris terug kon kopen en als stadhuis kon inrichten. Toenmalig eigenaar Justin Van Renynghe ontving bij deze verkoop 18.000 frank. Aan het begin van de 20ste eeuw was dit pand erg bouwvallig geworden.

In 1911 werd de Grote Sint-Joris afgebroken om op dezelfde locatie een nieuw stadhuis en postgebouw te laten optrekken. De plannen waren de Ieperse stadsarchitect Coomans; de aannemers waren Dupont uit Brugge en Vande Kerckhove uit Ingelmunster. Met het plaatsen van de vergulde draak op de toren werden de werken op 2 december 1912 afgerond.

Dodencel en executiepaal

Aan stadhuis.

De gevangeniscellen dateren uit 1913. Tijdens de Eerste Wereldoorlog brengen heel wat Belgische, Britse en Franse soldaten hier een of meerdere nachten door. Ze zijn veroordeeld voor dronkenschap of voor het wegblijven uit hun soldatenkwartier. Ook wie betrapt wordt op cafébezoek tijdens verboden uren riskeert een celstraf. Sommigen laten een spoor achter in de vorm van graffiti: tekeningen van rondborstige dames, een naam of een datum, schunnige opmerkingen, een verwijzing naar het regiment, …

Voor een aantal soldaten is dit de dodencel. Hier brengen ze hun laatste uren door, wachtend op de executie. De terechtstelling vindt plaats op de binnenkoer van het stadhuis, bij het ochtendgloren. Zeker vier militairen zijn op dit binnenplein geëxecuteerd.

Standbeeld Ginger

Poperinge, Grote Markt, nabij het kruispunt van de Gasthuisstraat en de Vlamingstraat.

Veurne is een onbezette stad en wordt de rustplaats voor geallieerde troepen uit allerlei landen op zoek naar vertier, de Britten beschikten over de meeste centen. De zaken schieten als paddenstoelen uit de grond.

Bars en restaurants: Cyrill’s, Skindles, Take Five, The Savoy Restaurant, What ‘opes?, The Four Crowns… en vele andere kleinere etablissementen waar men fish & chips, thee & biscuits, koffie & cake, rum,… verkoopt.

Souvenir winkels met (valse) kant, goedkope polshorloges, kruisjes en rozenkransen, broches, Engelse kranten, tabakswaren (met de vermaarde ‘Woodbine’ sigaretten) en aanstekers, schrijfgerief en postkaarten,…

Meerdere cinema’s met zwart-wit films starring silly Charlie Chaplain of sexy Theda Bara.

De buurt ‘Petit Paris’ herbergde de prostitutées, meestal meisjes die naar Poperinge waren gevlucht. Prostitutie was niet verboden maar de dames moesten wel een attest hebben dat ze vrij waren van SOA’s. Gokhuizen waren wel verboden, dat werd streng gecontroleerd door de Military Police.

Er waren ook meer ‘spirituele’ clubs zoals de YMCA of Tubby Clayton’s Talbot House.

“Ginger’s” werd echter dé bekendste taverne achter “The Ypres Salient”.

Het gezin Cossey heeft vóór de oorlog een zaak op de Grote Markt: vader Elie was schoenmaker en moeder Silvie lingerieverkoopster. Als de oorlog begint trekken de twee oudste zonen als vrijwilliger naar het front.  De jongste drie zonen worden naar Frankrijk gestuurd, naar ‘de kolonie’, terwijl de drie meisjes thuisblijven.

De zaak wordt omgebouwd naar een ‘Officers Only’ café, ‘A la Poupée’. Een verzorgd café dat menig officier een huiselijk gevoel bezorgt met een honky-tonkpiano, een tingeltangel met ijzeren platen en de toelating om alcoholische dranken te verkopen. Er wordt gezongen en gedanst. Maar hét succes van de zaak was de jongste dochter, Eliane. Omdat ze ros haar had, noemden de soldaten haar Ginger en omdat “A la Poupée” onuitspreekbaar is voor Engelsen, werd het “Ginger’s”.

Eliane was een opvallend roodharig vroegrijp kind (bij aanvang van de oorlog is ze twaalf) met een betoverend effect op vele soldaten. Haar aantrekkingskracht is na te lezen in diverse dagboekfragmenten en in het Visitors Book met complimenten en tekeningen: Ginger komt in vrijwel elk officierendagboek voor van wie in de buurt gelegerd was.

Militairen komen van ver om haar te zien. De ultieme ‘tour de force’ was om door Eliane ten dans gevraagd te worden, Een gesigneerde foto van Ginger was één van de meest gezochte souvenirs onder soldaten. Officieren die een bestelling deden op het sluitingsuur, om 10 uur, mochten dansen met Ginger.

Moeder Silvy hield wel alles in de gaten en er was tucht in de zaak.

Toen de Britten tien jaar na de oorlog de burgemeester van Poperinge uitnodigden in Londen om hem te bedanken voor zijn gastvrijheid, lokte dit protest uit bij Britse oud-strijders. Als er één iemand die gastvrijheid vertegenwoordigde, was het Ginger en zo geschiedde: Eliane werd ontvangen op 8 december 1928 op Buckingham Palace en in de Albert Hall in de bloemen gezet.

Eliane huwde een zelfstandige uit Brugge waarmee ze naar Ierland en naar Londen trok. Ze liet het leven tijdens een bombardement in 1942, 40 jaar oud.

Een herdenkingsplaat maakt de toerist attent op de locatie en de historiek van Ginger’s.

Gasthuiskapel

Gasthuisstraat 3, 8970 Poperinge

Het Gasthuis was oorspronkelijk een “passantenliedengasthuis”, een soort hospitaal waar kloosterzusters instonden voor de opvang van noodlijdenden en vreemdelingen die door de stad trokken. Een eerste vermelding van 1413 betreft een bul met de vastlegging van de kloosterregel.

Pas later zouden de zusters zich met ziekenzorg beginnen bezighouden, om zich in de 18e eeuw uitsluitend nog hierop toe te leggen. Ook tijdens de eerste Wereldoorlog blijven de zusters zich ontfermen over zieke en gewonde burgers. Het stadsbestuur stelt hiervoor middelen ter beschikking, ook nu de patiënten van buiten de stad komen. Als enig burgerhospitaal in de streek wordt het Gasthuis verplicht alle tyfuslijders op te nemen (de burgemeester had dit eerst geweigerd: het is een besmettelijke ziekte en het aantal bedden is veel te krap).

Sinds 1990 fungeert de Gasthuiskapel als tentoonstellingsruimte.

De huidige gebouwen dateren uit het vierde kwart van de 17de eeuw(?), de 18de eeuw en de 20ste eeuw.

De oude kern van de kapel dateert van 1606-1608 (heropbouw van het bedehuis na brand van 1558) met straatgevel uit het vierde kwart van de 18de eeuw

Laat-barok altaar (hout) van 1719 met schilderij ‘Hemelvaart van Maria’, en aansluitend bij de koorlambrisering. Overige lambrisering met erin opgenomen biechtstoel, uit de tweede helft van de 18de eeuw. Gesmeed ijzeren communiebank uit de tweede helft van de 18de eeuw.

Talbot House

Gasthuisstraat 43, 8970 Poperinge

Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakt Poperinge deel uit van het kleine stukje onbezet België. Weg van het krijgsrumoer van de Ieperse frontstreek, groeit de stad uit tot het zenuwcentrum van de Britse sector.

Midden in die drukke stad openen de aalmoezeniers Neville Talbot en Philip “Tubby” Clayton in december 1915 een Clubhuis. Zonder onderscheid van rang kunnen soldaten er drie jaar lang terecht voor een zeldzaam moment van rust en ontspanning. Vandaag is de plek, net als toen, een vredige halte langs het parcours van de “Grote Oorlog” in de Westhoek.

Picknick in Talbot House

Je kan in Talbot House ook een picknick reserveren: een mand vol streeklekkers uit de Westhoek, in de prachtige tuin.

https://www.talbothouse.be/nl/museum/home

Hopmuseum

Gasthuisstraat 71, Poperinge

Dit gebouw was oorspronkelijk het weeghuis voor de hop. Poperinge is de hoofdstad van de hopteelt. In het Hopmuseum nemen typische personages zoals De Neus en De Zakker je mee langs de Belgische hop- en biercultuur. In dit complex, waar hop vroeger werd gewogen, gekeurd en gestapeld, kom je alles te weten over de geschiedenis van de hopplant, de veldwerken, de hopoogst en de toepassingsvormen. Bewonder er dé Belgische biercollectie met meer dan 2000 bieren, verzameld in één lange muurkast en gedigitaliseerd in de ‘biertafel’.

Elke laatste zondag van de maand brengt het museum leven in de brouwerij. Boeiende rondleidingen met daarbovenop een lekker biertje van een gastbrouwerij, heerlijke streekhapjes, workshops, masterclasses, animatie…

Weetje: hop is een tweehuizige plant; dit betekent dat de plant ofwel mannelijke ofwel vrouwelijke bloemen draagt. De hopteelt gebruikt enkel vrouwelijke planten want brouwers willen enkel onbevruchte, hopbellen: als bloemen bevrucht zijn, wordt er zaad gevormd dat een onaangename, harde bitterheid geeft aan het bier. En zo is het in België verboden om mannelijke planten in een straal van 5Km rond een hopveld te planten, het is zelfs verplicht om deze uit te roeien, mochten ze er toch voorkomen.

Engelse bieren gebruiken wel bevruchte hopbellen en dat zou mede verklaren waarom die bieren geen mooie schuimkraag hebben.

http://www.hopmuseum.be/

Weeuwhof

Sint-Annaplein en de Sint-Annastraat

Huisjes, opgetrokken rond een binnenplein, niet voor begijntjes maar om alleenstaande vrouwen en weduwen (weeuwen) onderdak te geven. Ze kwamen vroeger aan de kost met kantklossen. Kanunnik Proventier liet het hof tussen 1769 en 1782 bouwen. De pomp op het binnenplein vermeldt de namen van de stichters. Nu heeft het hof een sociale woonfunctie.

Grauwzustersklooster

Komstraat

In 1413 werd het klooster gesticht onder impuls van de adellijke familie de Montmorency, volgens de regel der derde orde of orde der penitentie. De zusters legden zich vermoedelijk aanvankelijk toe op de verzorging van pestlijders. Later volgden ook de algemene ziekenzorg aan huis, de verzorging van krankzinnige vrouwen van begoede stand en bejaarden, en onderwijs. Dit laatste resulteerde in de uitbouw van het huidige schoolcomplex, het Sint-Franciscusinstituut.

In de periode 1749-1781 kreeg het complex een vernieuwd elan onder het bestuur van Maria-Carolina Farvacques,

Na de Franse revolutie volgde in 1797 de openbare verkoop van de kloostergebouwen, gevolgd door sloping van de kapel. Vanaf 1802 kochten de zusters geleidelijk hun vroegere bezittingen terug en hervatten ook het onderwijs. In 1835 volgde de wederopbouw van de kapel.

Het eigenlijke kloostergebouw is voornamelijk 18e eeuws, en toont de jaartallen 1720 en 1751.

Onze-Lieve-Vrouwekerk

Casselsestraat

De bouw startte in 1290 maar de kerk kreeg pas in 1490 haar uiteindelijk uitzicht: een gotische driebeukige hallenkerk met een spitse toren van 70 meter hoog.

De bouw van de kerk vond einde 13e en in de 14e eeuw plaats. Waarschijnlijk werd eerst het middenschip en het hoofdkoor gebouwd, waarna een transept en de zijkoren volgden. Omstreeks 1400 zou dan de westtoren zijn gereedgekomen.

Gedurende de 2e helft van de 16e eeuw vond de Beeldenstorm plaats waarbij wel de kerkinventaris, maar niet het gebouw werd vernield.

In 1640 was er een brand in de kerk, waarbij vooral het dak getroffen werd. In 1682 werd, na blikseminslag, de toren hersteld en in 1692 was er aardbevingsschade. In 1780 werd een nieuwe spits aangebracht. Van 1837-1838 werd, onder leiding van J. Lernould, het interieur verbouwd in neoclassicistische stijl. In 1905 werd een nieuwe bakstenen torenspits gebouwd.

Het bouwwerk is opgetrokken in gele bakstenen op een sokkel van Atrechtse zandsteen. Een 70 meter hoge vierkante voorgebouwde westtoren heeft vier geledingen, hoektorentjes op de trans en een hoge bakstenen spits.

Het kerkmeubilair is hoofdzakelijk 18e-eeuws. Een schilderij, voorstellende de Opwekking van Lazarus is uit de 1e helft van de 17e eeuw. Het orgel is van 1715 en wordt toegeschreven aan J. van den Eynde uit Ieper.

Sint-Janskerk

Sint-Janskruisstraat.

Gebouwd in 1300, overwegend in gotische stijl.

Vieringtoren, koor en schip werden gebouwd eind 13e en gedurende de 14e eeuw. Aanvankelijk was sprake van een driebeukige basilicale kerk. Midden 14e eeuw werden twee transeptarmen gebouwd en begin 15e eeuw werd het koor vergroot. In 1479 zou een Mariawonder hebben plaatsgevonden (Onze-Lieve-Vrouw van Sint-Jan), waardoor veel bedevaartgangers toestroomden. Hieraan ligt de jaarlijkse Maria-ommegang ten grondslag. Omstreeks 1500 werd de kerk vergroot en werden zijkoren aangebouwd. De koren werden overwelfd met houten tongewelven.

De Beeldenstorm, in de 2e helft van de 16e eeuw, richtte aan het gebouw niet veel schade aan. In het eerste kwart van de 17e eeuw werd de spits van de vieringtoren vervangen door een achtzijdige koepel met daarop een lantaarn.

In de jaren 30 van de 19e eeuw werd een neogotische doopkapel aangebouwd. In de loop van de 19e eeuw werden diverse restauratiewerkzaamheden uitgevoerd en wijzigingen aangebracht, onder meer in het interieur. In 1877 werd een nieuwe sacristie aangebouwd. Enige oorlogsschade werd in 1921-1924 hersteld, waarbij het neoclassicistisch pleisterwerk van 1830 in het interieur werd verwijderd en – mogelijk laatgotische – muurschilderingen werden ontdekt.

De inventaris omvat een schilderij, voorstellende het Oordeel van Salomo, van 1630. Uit de 17e eeuw zijn verder de schilderijen: Doopsel van Jezus, Onthoofding van Johannes de Doper en Vermenigvuldiging der broden en vissen. Uit 1733 is een Tenhemelopneming van Maria.

Uit midden 18e eeuw stamt een grafmonument, dat een Sint-Barbara in beschilderd hout omvat. Mogelijk 18e-eeuws zijn enkele heiligenbeelden aan de vieringpilaren en een Onze-Lieve-Vrouw van Smarten.

Het kerkmeubilair is voornamelijk 17e- en 18e-eeuws, terwijl het hoofdaltaar -in neogotische stijl- van omstreeks 1900 is. In het noordelijk zijkoor bevindt zich een portiekaltaar van 1670. Hierin is het -mogelijk 15e-eeuws- mirakelbeeld geplaatst. Het zuidelijk portiekaltaar, gewijd aan Sint-Laurentius, is van 1768. In het noordertransept is een altaar van 1670, gewijd aan de Heilige Familie. In het zuidertransept is een altaar, gewijd aan Sint-Sebastiaan, eveneens van 1670.

Het koorgestoelte, van 1776, is in rococostijl. De lambrisering, van het derde kwart der 18e eeuw, is in classicistische stijl. De communiebank is 18e-eeuws. De preekstoel en vier biechtstoelen zijn van 1780 en in rococostijl. Het doksaal en de orgelkast zijn van 1765 en het orgel is van hetzelfde jaar en gebouwd door J.J. vander Haegen. Dit orgel werd in de Franse tijd vernield en daarna hersteld, maar in 1921 werd in de oude orgelkast een nieuw orgel ingebouwd, vervaardigd door Jules Anneessens.

Museum huis Lucien De Gheus

Westouterstraat 80, Poperinge

De woning en tuin van beeldhouwer-keramist Lucien De Gheus – Druant biedt een verrassende inkijk in de leefwereld van het kunstenaarskoppel. Keramiek, meubels, gebrandschilderd glas en beeldhouwwerk zijn in het huis verwerkt tot een persoonlijk geheel. Een architecturaal hoogtepunt en een niet te missen belevenis.

www.luciendegheus.be

Kasteeldomein De Lovie

Krombeekseweg 82, 8970 Poperinge (Proven)

Kasteeldomein met weelde aan rust en groen waar ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking en zorg voor erfgoed hand in hand gaan.

Het kasteel dateert van 1856, opgetrokken in neoclassicistische stijl als zomerverblijf voor Jules van Merris, een vooraanstaande Poperingenaar, voormalig schepen van de stad en liberaal volksvertegenwoordiger.

Na privé-gebruik door Jules van Merris (1856-1899) werd het kasteeldomein eerst (1912 tot 1922) het zomerverblijf van een aristocratische Brusselse familie (Graaf de Brouchoven de Bergeyck), dan (1929-1960) een sanatorium voor tbc-patiënten en tenslotte een woonpark voor personen met een handicap. Nu worden herbestemmingsscenario’s voor het kasteel zelf onderzocht.

Het kasteelpark (63 ha) werd volgens het concept van de Engelse landschapstuin aangelegd. Een aantal belangrijke elementen van het Engelse landschapspark zijn nog duidelijk zichtbaar: de gedeeltelijk bewaarde dreef van rode beuken, de waterpartijen met brug, diverse zichtlijnen, bosjes en hagen, een aantal merkwaardige bomen.

Het park is beschermd als dorpsgezicht en verschillende parkelementen zijn beschermd als monument: jagersgrot, herdenkingskapel, prieel op Drogenbroodberg, tuinpaviljoen, Chinese Poort, ijskelder, veldhospitaalbarak, kasteel.

Het park wordt verder ontwikkeld als ‘open erfgoed’ waarbij de beschermde monumenten, de natuurlijke context en de rijke belevingsgeschiedenis van het domein samen met de interactie tussen de bewoners van het park en het ruime publiek centraal staan.

https://www.delovie.be/locations/kasteeldomein-de-lovie/

Chinese herdenkingssite Busseboom

Hoek Visserijmolenstraat / St.-Jansstraat, 8970 Poperinge

In Poperinge staan twee monumenten die de inzet van de Chinees Labour Corps tijdens de Eerste Wereldoorlog herdenken. Het zijn de eerste en wereldwijd voorlopig de enige monumenten die hulde brengen aan deze specifieke groep WO 1-arbeiders.

Het eerste monument is het beeld ‘de sjouwer’, een bronzen sculptuur van Jo Bocklandt en zijn shelter, een subtiel uitgekiend houten paviljoen van de hand van designer Stefan Schöning. Het beeld is zo geplaatst dat het uitkijkt over de voormalige begraafplaats van dertien Chinese arbeiders. Zij kwamen om tijdens een bombardement op het kamp nabij Busseboom, op 15 november 1917.

Het tweede monument is een kunstwerk dat aansluit bij de Chinese culturele traditie, een bronzen beeldengroep met drie Chinese arbeiders, ontworpen door kunstenares Yan Shufen en geschonken door de Chinese ambassade.

Beide monumenten werden op 15 november 2017 onthuld, honderd jaar na het bombardement op Busseboom. De twee monumenten worden via een wandelpad met elkaar verbonden. Dertien hoogstambomen verwijzen op hun beurt naar de dertien omgekomen Chinese arbeiders.

De site is voorzien van informatieborden met historische foto’s en kaartmateriaal. Zo kom je meer te weten over het Chinese WO 1-verhaal.

https://www.toerismepoperinge.be/nl/chinese-herdenkingssite-busseboom

Abeele Aerodrome Military Cemetery

Dodemanstraat, nabij de Callicannesweg in Abele, bij Poperinge.

Rechts groeit de maïs en links grazen koeien en via die corridor van 100 meter over zacht gras bereik je het Abeele Aerodrome Military Cemetery in Abele, bij Poperinge. Het is zo klein als het er rustig is, de koeien krabben de jeuk van hun lijf tegen het muurtje dat de 104 gesneuvelde Britten van hen afschermt. Een paar bomen, die stenen en verder niks meer. Je moet het zoeken en je moet eigenlijk hopen dat niemand anders het vindt. Zo mooi en stil is het. (Zeven oorlogskerkhoven die je gezien moet hebben – De Morgen – Rik Van Puymbroeck, 7 augustus 2014)

http://www.wo1.be/nl/db-items/abeele-aerodrome-military-cemetery

Lijssenthoek Military Cemetery

Boescheepseweg 35A, 8970 Poperinge

De grootste hospitaalbegraafplaats: 10 784 graven, 30 nationaliteiten. Niet alleen soldaten maar ook een Britse verpleegster en Chinese labour corps.

Van 1915 tot 1920 was op het gehucht Lijssenthoek het grootste evacuatiehospitaal van de Ieperboog gevestigd. Lijssenthoek Military Cemetery is de indrukwekkende getuige van meer dan vier jaar oorlogsgeweld.

Het bezoekerscentrum vertelt het verhaal van deze unieke site.

www.lijssenthoek.be

Gwalia Cemetery

Nine Elms British Cemetery

Poperinghe New Military Cemetery

Poperinghe Old Military Cemetery

Watou

Wóatou, deelgemeente van Poperinge aan de Franse grens, staat in de lijst van de 50 mooiste dorpen van Vlaanderen.

Watou werd voor het eerst schriftelijk vermeld in 1123, als Wathewa, wat moerassige weide betekent.

Bezienswaardigheden

Sint-Bavokerk

De huidige hallenkerk is een 16e eeuwse verbouwing in gotische stijl van de oorspronkelijk romaanse kerk uit de tweede helft van de 12e eeuw. Het bakstenen gedeelte van de middenbeuk en het onderste deel van de toren zijn resten van de oude kerk.

De pseudo-romaanse geveltop met roosvenster en een deel van de achthoekige vieringstoren zijn 19e-eeuws.

In de kerk vindt men de praalgraven van de eerste graven van Watou, Karel van Ydeghem (+ 1630) en Maria van Cortewyle en van de mysticus Karel Grimminck (1676-1728).

Kasteel van Watou

In 1620 werd een kasteel gebouwd door Johannes van Ydeghem, heer van Watou. Dit kasteel werd in 1793 verwoest door de revolutionaire Fransen. Enkel de toegangsbrug en de poort (in de stijl van de late renaissance) bleven gespaard. Omstreeks 1810 werd op de plaats van het voormalige kasteel een herenhuis in neoclassicistische stijl gebouwd. Een conciërgewoning met koetshuis is aangebouwd.

Kunstwerken

De kunstmanifestaties leverden een aantal kunstwerken op: Mozaïekproject (1988) van H. Heyrman; Clausmonument (1993) van R. Raveel; Kommunikatiepaal (1985) van Beeckman; Brouwersmonument (1982) van A. Vandroemme.

Kunstmanifestaties

Kunstenfestival

Van 1980 t.e.m. 2008 werd jaarlijks De Poëziezomer Watou georganiseerd door Gwy Mandelinck – zelf een dichter – en zijn echtgenote Agnes Hondekyn. Het vormde al die jaren gedurende twee zomermaanden een unieke dialoog tussen internationale beeldende kunst en poëzie.

Vanaf 2009 wordt het jaarlijks Kunstenfestival Watou georganiseerd door vzw P’ART, in nauwe samenwerking met vzw Ku(n)st en onder leiding van Jan Moeyaert.

In 2019 haakte Jan Moeyaert af wegens de aanhoudende budgettaire onzekerheid. De stad Poperinge weigerde de handdoek in de ring te gooien en sprokkelde fondsen bijeen. Een curatorenteam, met Klara-nethoofd Chantal Pattyn als centrale figuur, maakte zich op om een jubileumeditie klaar te stomen. De pandemie gooide roet in het eten.

De traditie van Watou­zomers: het publiek meelokken naar ­gehavende plekken, Vlaamse koterijen en donkere zolders. En altijd duiken de dichters op.

https://www.kunstenfestivalwatou.be/nl/

Gregoriaans festival

Het driejaarlijks Internationaal Gregoriaans Festival van Watou lokt zo’n 10 000 toeschouwers. De editie 2021 werd omwille van covid veplaatst naar mei 2022.

https://www.festivalwatou.be/

Brouwerijen

Watou telt twee brouwerijen, Brouwerij Van Eecke en Brouwerij Sint-Bernardus.

Brouwerij Van Eecke, ook bekend als Brouwerij Gouden Leeuw.

Een familiebrouwerij, ontstaan in 1624 als kasteelbrouwerij voor de Graaf van Watou.

De brouwerij kreeg na de Tweede Wereldoorlog bekendheid met haar lijn abdijbieren Kapittel. Het paradepaardje is het Poperings Hommelbier, een blond bovengistend bier van 7,5%; een goedgehopt bier, vandaar ook de naam: hommel betekent hop in de plaatselijke streektaal.

Brouwerij Van Eecke heeft een zeer nauwe samenwerking met brouwerij Het Sas van Boezinge, beide brouwerijen werken onder de overkoepelende naam Leroy Breweries.

Brouwerij Sint-Bernardus

Brouwerij Sint-Bernardus werd pas in 1946 opgericht. De geschiedenis is nauw verbonden met de pater Trappisten.

Bij aanvang met Trappisten van de Abdij op de Katsberg (Noord-Frankrijk). Die paters ontvluchtten, begin de jaren 1900 Frankrijk omdat ze er belastingen moesten betalen op de inkomsten uit hun kaasproductie. In België was dat nog niet het geval en daarom namen ze hun intrek in boerderij ‘Patershof’’ in Watou. De boerderij werd omgedoopt tot ‘Réfuge de Notre Dame de St.Bernard’.

Toen vanaf 1930 de verhouding tussen de Franse overheid en de geestelijkheid verbeterde, besloten de paters hun activiteiten in België stop te zetten en terug te keren naar Frankrijk. Evarist Deconinck nam de kaasmakerij in Watou over van de paters (in 1959 werd de kaasproductie stopgezet).

In 1946 sloot Evarist Deconinck een contract afgesloten met de paters Trappisten van de Sint-Sixtusabdij van Westvleteren, die hadden besloten hun bier niet meer zelf verder te commercialiseren. In de abdij werd enkel nog kleinschalig gebrouwen voor eigen gebruik. In 1992 werd deze overeenkomst stopgezet omdat enkel bieren gebrouwen binnen de muren van de abdij het Authentic Trappist Product label kregen.

Sindsdien wordt gebrouwen onder de naam St. Bernardus.

Rondleidingen in de brouwerij vinden plaats op de dagen dat Bar Bernard open is, de indrukwekkende rooftop bar waar bezoekers en bierliefhebbers verwelkomd worden, met mogelijkheid om te lunchen of te dineren.

http://www.sintbernardus.be/

Reningelst

Deelgemeente van Poperinge.

Geschiedenis

In 1107 werd Reningelst voor het eerst schriftelijk vermeld.

Er was ook een heerlijkheid waarvan het kasteel rond 1100 werd gebouwd, ten zuiden van de kerk. Door de eeuwen heen breidde dit kasteel uit maar op 6 september 1793 werd het door de Fransen werd verwoest, afgebrand op bevel van Generaal Van Damme.

De parochie werd in 1161 gesticht door graaf Diederik van de Elzas, de Sint-Vedastuskerk werd omstreeks 1200 gebouwd.

Reningelst werd in 1344 getroffen door verwoestingen door de stad Ieper, die in de lakennijverheid van Poperinge en omgeving concurrentie voor de eigen lakenhandel zag.

De beeldenstorm en godsdienstoorlog woedde hevig in de regio: in 1568 werden de pastoor, de onderpastoor en de koster vermoord; in 1583 werd de Sint-Vedastuskerk in brand gestoken door Ieperse Geuzen. Na de herstelling (omstreeks 1623) kreeg de kerk haar huidig uitzicht.

De kerk werd nogmaals verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog. De dorpskern kreeg het toen zwaar te verduren maar werd niet totaal verwoest: het dorp lag buiten het front en werd nooit bezet door het Duitse leger. Het was wel een tussenstop op weg naar of van het front voor vele geallieerde soldaten.

Bezienswaardigheden

De kern van Reningelst is een beschermd dorpsgezcht.

Sint-Vedastuskerk

Sint-Vaast of Vedastus van Atrecht was rond 500 bisschop van Atrecht.

Oorspronkelijk (1200) een romaans basilicaal kerkgebouw, waarvan de basis van de vieringtoren en de westgevel nog overblijfselen zijn, uitgevoerd in ijzerzandsteen.

Later uitgebouwd tot een gotische hallenkerk. Omstreeks 1500 werd een laatgotisch koor en zijbeuken aangebouwd. In 1583 werd de kerk door de beeldenstormers in brand gestoken. In 1623-1624 was de kerk weer hersteld. In 1754 werd een zeskantig traptorentje aangebouwd. In 1896 werd een sacristie aangebouwd en werd een zijkoor vergroot.

Verschillende stukken uit het kerkmeubilair behoren tot de belangrijkste kunstschatten in de Westhoek, alle dateren uit de 18de eeuw.

  • Sint-Jozefaltaar en het zuidelijk zijaltaar;
  • preekstoel, de communiebank en de lambrisering;
  • buffetorgel gebouwd  door J.J. vander Haeghen, zijn zoon en P.H. Gobert.

Het marmeren doopvont is 17e-eeuws, marmeren platen gedenken de moord op de pastoors in 1567 door de beeldenstormers.

Schilderijen:

  • Onze-Lieve-Vrouw met Kind schenkt de rozenkrans aan de Heilige Dominicus Guzman (1640);
  • De Marteldood van de Heilige Sebastiaan(vierde kwart 17e eeuw) uit de school van Frans Francken;
  • Heilige Sebastiaan wordt met pijlen doorboord (1695) van Desremaux;
  • Aanbidding der Wijzen (1e kwart 18e eeuw) uit de school van Quellin;
  • Een De Evangelisten (4e kwart 17e eeuw) is uit de school van Rubens.

Er is een 16e eeuw beeld van de heilige Paphnutius, een beeld van de Heilige Jozef met Kind (1e kwart 18e eeuw) en een buste van Sint-Vedastus (18e eeuw).

Kinderbrouwerij

Reningelst; Brouwerij St.-Joris.

Reningelstplein, hartje Reningelst,  open op zaterdag en zondag van 14u tot 18u30.

Tot in de jaren zestig (20ste eeuw) werd in het dorp nog een bier (rookop) gebrouwen door Brouwerij-Mouterij St.-Joris (brouweij Six).

Nu wordt Rookop (terug) gebrouwen door Brouwerij De Plukker uit Poperinge en in de voormalige brouwerij zijn “OC De Rookop” en “De Kinderbrouwerij” gevestigd.

De Kinderbrouwerij St.-Joris en een plek waar jong en oud het kind in zich naar boven kan laten komen.

Gratis toegang, wel de bedoeling om iets te eten of te drinken in de familiekroeg.

Volksspelen, bordspelletjes en gezelschapsspelletjes, binnen of op de koer.

In grote en kleine theaterzalen, en ‘s zomers op de koer of in de weide worden gezinsvoorstellingen geprogrammeerd met muziek, toneel, dans, film, …

http://kinderbrouwerij.com