De Kleine Mote

Niet-blanke mannen in WO1

De rol van ‘niet-blanke mannen’ in de Eerste Wereldoorlog blijft nog altijd onderbelicht.

Nochtans werden, alles samen, meer dan vier miljoen niet-blanke mannen in de Europese en Amerikaanse legers ingelijfd en er werd gevochten op plaatsen ver buiten Europa, van Siberië en Oost-Azië tot het Midden-Oosten, over Sub-Saharaans Afrika en zelfs de eilanden in de Stille Zuidzee.

Het Britse imperium rekruteerde tot 1,4 miljoen Indiase soldaten. Frankrijk bracht bijna 500.000 mannen uit zijn kolonies in Afrika en Indochina onder de wapens. Bijna 400.000 Afro-Amerikanen werden bij de Amerikaanse strijdkrachten ingelijfd.

Anderhalf miljoen gekleurde mannen uit Amerika, Afrika en Azië verbleven tijdens WOI in Europa. De meerderheid achter de slagvelden.

In onze contreien streden een half miljoen Afrikaanse soldaten mee, vooral in het Franse leger. In totaal sneuvelden ongeveer 86.500 Afrikaanse soldaten. Het merendeel komt uit de Maghreb maar ook soldaten uit West-Afrikaanse landen als Senegal en Guinee lieten het leven.

Daarnaast werden bijna 140.000 Chinese en Vietnamese contractarbeiders door de Britse en Franse overheid ingehuurd om de oorlogsinfrastructuur in stand te houden. Ook de Russen gebruikten een groot aantal Chinese arbeiders, de ramingen variëren van 200 tot 500.000 man.

Wijdverbreid blank racisme

Alle westerse mogendheden hielden in het begin van de 20ste eeuw een wereldwijde raciale hiërarchie in stand. Die was rond hun gezamenlijke plannen voor territoriale expansie opgebouwd.

De superioriteit van de blanke was de rechtvaardiging van het kolonialisme. “Alle Europeanen samen”, zegt Arendt, “ordenden de mensheid in rassen van meesters en slaven” toen ze Azië, Afrika en Amerika veroverden en plunderden.

Het sociaal Darwinisme leerde dat naties, als biologische organismen, gedoemd waren om uit te sterven of te degenereren, indien ze er niet in slagen om vreemde lichamen uit te stoten of tegen te houden, en levensruimte te vinden voor hun burgers.

De ideeën van eugenetici over rassenselectie waren overal algemeen aanvaard.

In alle Europese kolonies in Afrika gold een verbod op seksuele relaties tussen Europese vrouwen en zwarte mannen (maar niet tussen Europese mannen en Afrikaanse vrouwen).

Blank zijn was, zoals W.E.B. Du Bois schreef, “de nieuwe godsdienst”, een zekerheid te midden van de desoriënterende economische en technologische veranderingen en een belofte aan macht en gezag over een meerderheid van de menselijke bevolking.

Inzet van niet-blanken troepen

Het gebruik van inheemse troepen in de kolonies was, vanaf het midden van de negentiende eeuw, niet ongewoon voor koloniale mogendheden als Engeland en Frankrijk.

De inzet van “vuile negers” in Europa doorbrak echter een diepgeworteld taboe. In elk westers land, in elke politieke familie, heerste angst en haat tegenover de “gewapende negers”. Ook de paus en de Britse Labour Party protesteerden tegen hun aanwezigheid.

Toen in mei 1915 in The Daily Mail een foto verscheen van een Britse verpleegster die achter een gewonde Indiase soldaat stond, veroorzaakte dit een schandaal. Legerofficieren probeerden blanke verpleegsters te bannen uit de ziekenhuizen waar Indiërs werden verzorgd en het werd hen bovendien verboden om het ziekenhuisgebouw te verlaten zonder een blanke mannelijke metgezel.

Duitsland

Duitsland maakte bij de verdediging van zijn kolonies in Oost-Afrika wel gebruik van duizenden Afrikaanse soldaten, maar in Europa werden geen koloniale troepen ingezet. Duitsland beschouwde het ‘inzetten van wilden tegen blanken’ een verraad aan de solidariteit tussen ‘beschaafde’ landen (ook al voerden die een moordende oorlog onder elkaar). Duitsland wilde zich niet ingelaten met wat Wilhelm Solf, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken (en voormalige gouverneur van Samoa), omschreef als een “vanuit raciaal oogpunt schaamteloos gebruik van kleurlingen”.

Toen Frankrijk bij de naoorlogse bezetting van Duitsland soldaten uit Afrika inzette, was de ontzetting hierover bijzonder groot en wijdverspreid. De Franse historicus Jean-Yves Le Naour suggereert trouwens de mogelijkheid dat het sturen van zwarte troepen net bedoeld was om de Duitsers extra te vernederen.

“Deze wilden zijn een vreselijk gevaar voor de Duitse vrouwen”, zo waarschuwde het Duitse nationale parlement in een gezamenlijke verklaring uit 1920 en de Senegalezen werden uit het bezette Rijnland teruggetrokken.

Toen Adolf Hitler Mein Kampf schreef (in de jaren 1920), noemde hij de aanwezigheid van Afrikaanse soldaten op Duitse bodem een Joodse samenzwering om de blanken “van hun hoge culturele en politieke niveau” naar beneden te halen.

Het racistische nazisme rekende af met de ‘Rijnlandbastaarden’: de buitenechtelijke kinderen van Duitse vrouwen met Afrikaanse soldaten werden verplicht gesteriliseerd.

Groot Brittannië

Het Britse leger zette bij aanvang koloniale soldaten in: 140.000 Indische soldaten streden aan het Westers front maar in 1915 werden die allemaal teruggetrokken uit Europa. De Britse autoriteiten hadden liever niet dat niet-blanken streden tegen blanken; het zou de na-oorlogse overheersing kunnen bemoeilijken.

De koloniale troepen, ongeveer 1 miljoen man sterk, werden in het Midden-Oosten ingezet tegen de Duitse bondgenoot, het Ottomaanse rijk.

Een 20.000 Zuid-Afrikaanse zwarten werden in Frankrijk als arbeider ingezet, ze mochten (omwille van rassenpolitiek) niet strijden in Europa.

Verenigde Staten

Na de Amerikaanse Burgeroorlog werd de slavernij afgeschaft (1865: 13de amendement van de grondwet) en kregen de Afro-Amerikanen rechten (1868: 14de amendement “Geen Staat zal (…) aan een persoon binnen zijn jurisdictie de gelijke bescherming van de wetten ontzeggen”).

Na de terugtrekking van de bezettingstroepen uit de voormalige geconfedereerde staten stemde de revanchistische blanke elite er echter een aantal wetten (‘Jim Crow-wetten’) die discriminatie door zowel de lokale overheid als burgers opnieuw legaliseerde. Het Federale Hooggerechtshof keurde segregatie goed zolang de staten maar zorgden voor gelijkwaardige faciliteiten (‘separate but equal’). In praktijk waren de voorzieningen voor zwarte Amerikanen duidelijk van een lagere kwaliteit en meestal ondergefinancierd, als ze al bestonden. Pas in 1964 werden de Jim Crow-wetten onwettig met de invoering van de Civil Rights Act.

Ook binnen het AEF (American Expeditionary Force) heerste strikte “segregation”. Er waren zelfs een honderdtal Afro-Amerikaanse dokters, oorlogsvrijwilligers, die instonden voor de zieken en de gewonden van de ‘zwarte divisies’.

Het bewapenen en trainen van Afro-Amerikaanse soldaten was zeer omstreden: blank Amerika was doodsbang voor terugkerende soldaten die gelijke burgerrechten zouden opeisen.

De Amerikaanse legerleiding zette de zwarte troepen dan ook niet in voor de strijd aan het front, maar voor ondersteunende diensten. Ze verrichtten veelal zwaar lichamelijk werk en hielden zich o.a. bezig met de aanleg van (spoor)wegen en kanalen, het lossen van schepen of het graven van loopgraven. Na de oorlog moesten ze de rottende lijken van gesneuvelde soldaten herbegraven.

Er vochten wel zwarte Amerikanen onder Frans bevel.

700.000 Afro-Amerikanen meldden zich voor legerdienst en in totaal zouden zo’n 350.000 aan het Westelijk front dienen. Naar schatting zijn er zo’n 750 tot 800 Afro-Amerikanen in de Europese loopgraven omgekomen.

De zwarte soldaten kregen nooit erkenning van de Verenigde Staten. Zo mochten ze niet, anders dan de Britse en Franse zwarte soldaten, meelopen in de grote overwinningsparade van 14 juli 1919 in Parijs. Eén uitzondering: de fameuze Harlem Hellfighters mochten op 17 februari 1919 meelopen in de overwinningsparade in New York.

Pas in 2021 werd de “Harlem Hellfighters Congressional Gold Medal Act” getekend, daarmee verleende president Biden de Hellfighters de Congressional Gold Medal.

https://abcnews.go.com/US/photos-back-courageous-harlem-hellfighters-wwi/story?id=75909298

Frankrijk

Frankrijk had, in tegenstelling tot de Verenigde Staten en veel andere landen, geen probleem om zwarte troepen in te zetten in de eerste linies om te vechten tegen blanken.

Voor de oorlog zag Frankrijk al de noodzaak om te rekruteren in de kolonies: de republiek had nood aan soldaten (om gelijke tred te houden met de veel grotere Duitse bevolking) en het zag, met zijn universele waarden, de rekrutering van ‘zwarten’ ook als een manier om ze te beschaven.

In het Franse leger vochten Afrikaans-koloniale soldaten vanaf het begin mee, later kwamen daar soldaten uit Indochina en Madagascar bij.

Vooral de Senegalese tirailleurs maakten (zelfs op Duitsers en Britten) heel wat indruk. Hun moedig optreden en het harde klimaat kostte zware verliezen: 30.000 tirailleurs sénégalais sneuvelden.

Toen het Amerikaanse expeditieleger in Frankrijk aankwam, wou de Franse maarschalk Philippe Pétain alle troepen op Franse bodem onder één bevel (het zijne). De opperbevelhebber van de American Expeditionary Forces, generaal John Pershing, zag dat niet zitten. Er werd een compromis gevonden: enkel de regimenten Afro-Amerikaanse soldaten (die in 1917 in Frankrijk aankwamen) zouden opgaan in het Franse leger; de andere regimenten bleven onder Amerikaans bevel.

De zwarte troepen van de 92ste, divisie 369ste tot 372ste Infanterie Regiment van het U(nited)S(tates) Army werden in speciale trainingskampen klaargestoomd voor de strijd en na hun opleiding naar het front gestuurd waar ze in de lijn dienden met de Franse koloniale troepen. Zij droegen het US Army uniform met de Franse helm (de casque adrien) en uitrusting. Deze troepen werden niet in de Ypres Salient ingezet.

Franse militairen apprecieerden de zwarte soldaten, omdat ze zich beter dan de blanke gedroegen. De manschappen werden wel streng gecontroleerd door hun Franse bevelhebbers, ‘om verkrachtingen te voorkomen’.

Het beroemdste regiment, de fameuze Harlem Hellfighters, werd in mei 1918 ingezet tegen de Duitse offensieven in de Champagne en bood succesvol tegenstand tijdens het laatste Duitse zomeroffensief. “The regiment ‘never lost a man through capture, lost a trench or a foot of ground to the enemy’. It was also the first to reach the Rhine River and provided the longest service of any regiment in a foreign army, they fought in the trenches for 191 days.”

Vanwege bewezen diensten ontvingen de Hellfighters later het Croix de Guerre van de Franse overheid. Ze mochten ook, uitzonderlijk, op 17 februari 1919 meelopen in de overwinningsparade in New York.

Niet-Blanke soldaten Harlem Hellfighters
WHEN THE HARLEM HELLFIGHTERS CAME HOME FROM WAR

De  aanvankelijke erkentelijkheid jegens de ‘zwarte zonen van het Empire’ was de republiek wel snel vergeten; de koloniale exploitatie ging voor. Toen een groep beambten, belast met het zoeken van een onbekende soldaat, aanvankelijk een zwarte man uit het massagraf haalden, stopten ze hem dan ook gauw terug. Onder de Arc de Triomphe in Parijs ligt een blanke.

België

België had in Congo een potentieel reservoir zwarte troepen maar die zijn nooit naar Europa gebracht. Zowel de toenmalige gouverneur-generaal als koning Albert was tegen.

De redenen zijn niet duidelijk. De klassieke redenen als klimaat, gebrek aan opleiding, kosten? Of de vaak vermelde schrik voor de aantrekkingskracht die de zwarte soldaat zou hebben op blanke vrouwen? Algemeen leefde het idee dat zwarte mannen een onverzadigbare seksuele potentie hadden, naar hartenlust vrouwen verkrachtten en voor geslachtsziekten zorgden.

Weinig erkentelijkheid na de oorlog

Het liberalisme van Woodrow Wilson op de Vredesconferentie van Parijs in 1919 kon in Cairo, Peking en Teheran kort op bijval rekenen, maar verloor snel zijn glans toen duidelijk werd dat dit liberalisme eigenlijk een dekmantel voor de blanke suprematie.

Aziatische en Afrikaanse tegenstanders van het koloniale systeem – onder meer Mahatma Gandhi– die de oorlogsinspanningen van hun blanke overheersers ten volle hadden gesteund in de hoop na afloop een waardige beloning voor hun landgenoten te kunnen losweken, kwamen bedrogen uit. Hun vraag om zelfbeschikkingsrecht werd op deze conferentie minachtend van de hand gewezen en zelfs Japan, een bondgenoot van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, zag zijn oproep voor rassengelijkheid afgewezen.

Zwarte schrijvers als Du Bois (stichter van het NAACP) vroegen zich na het einde van de oorlog steeds duidelijker af: “Waar passen wij in het plaatje?”

Het antwoord was duidelijk: er kwam een vloedgolf van massale aanvallen op zwarten overal in de Verenigde Staten; in 1919 slachtten de Britse troepen honderden ongewapende Indiase demonstranten af in Amritsar (wat er mee voor zorgde dat Gandhi van een medestander in een tegenstander van het Britse rijk veranderde) en in 1920 sloegen Britse kolonialen een revolte in Irak neer met de eerste volgehouden luchtbombardementen uit de geschiedenis.

Rassenrellen bij terugkeer in VS

Afro-Amerikanen hadden tijdens de eerste Wereldoorlog hun patriotisme getoond en bewezen dat zij bijdroegen tot de veiligheid en de vooruitgang van het land. Zij verwachtten, bij hun terugkeer, meer gelijkheid in verloning en kansen. De National Association for the Advancement of Colored People moedigde deze beweging, the New Negro Movement, aan.

Die verwachting werd niet ingelost. Integendeel.

President Woodrow Wilson – de eerste president uit het zuiden sinds de burgeroorlog en een aanhanger van segregatie met affiniteit voor de Ku Klux Klan- maakte zich zorgen omdat “de Amerikaanse zwarte die uit het buitenland terugkwam” het bolsjewisme wel eens zou kunnen binnensmokkelen.

Blanken vreesden dat de teruggekeerde zwarte soldaten in Frankrijk waren “besmet” met Europese waarden en normen. ‘How’re you gonna keep ’em down on the farm after they’ve seen Paree?’ zo luidde een passage uit een populair lied uit die tijd.

Ze vreesden dat zwarten nu het ‘voorrecht’ zouden opeisen op seksuele omgang met blanke vrouwen. Volgens een zuidelijke senator moest de regio daarom gezuiverd worden van ‘French-women-ruined niggers’. In de meeste Amerikaanse staten was rassenvermenging bij wet verboden.

In de noordelijke industriesteden was er de massale concurrentie van de (terugkerende) zwarte én blanke arbeiders.

De angst leidde tot gruwelijke lynchpartijen. Het aantal lynchpartijen nam al vanaf 1917 toe en veel van de gerapporteerde lynchpartijen betroffen teruggekeerde zwarte soldaten, soms enkel en alleen omdat ze een Amerikaans legeruniform aanhadden.

Er was blank ressentiment voor de (weinige) erkenning van de zwarte soldaten die hadden deelgenomen aan de oorlog.

Die zenuwachtigheid van de blanken bij de terugkeer van de zwarte soldaten leidde tot de Red Summer of 1919, de ergste rassenrellen uit de geschiedenis Verenigde Staten (“red” refereerde aan vermeende communistische betrokkenheid).

Op 27 juli 1919 werd Eugene Williams, een zwarte jongen uit Chicago, door een woedende blanke menigte gestenigd. Zijn misdaad: hij was al zwemmend afgedreven naar het blanke gedeelte van het strand. Vervolgens reden duizenden blanke mannen de zwarte wijken in en begonnen daar te schieten op alles wat bewoog. De rellen zouden vijf dagen aanhouden, waarbij 38 doden vielen en ruim 500 gewonden.

Eén van de grootste rellen brak uit op 1 oktober 1919 in Elaine, Arkansas. Zwarte pachters wilden zich verenigen om betere arbeidsomstandigheden af te dwingen. Het verzet liep compleet uit de hand met vijf doden aan blanke kant en tussen de 100 en 200 zwarte pachters.

De rassenrellen duurden tot ver in het najaar 1919.