De Kleine Mote

Zillebeke

Zillebeke is een groene deelgemeente van Ieper.

Geschiedenis

De naam komt van Sala (huis) en baki (beek), dus een woonplaats aan een beek. Tot Zillebeke behoorde ook de heerlijkheid Bellewaerde.

In de omgeving van Zillebeke lagen een aantal kastelen, zoals Kasteel ’t Hooge. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd rond Zillebeke, vooral bij ’t Hooge, hevig gevochten. Het dorp werd totaal vernietigd maar wederopgebouwd. Oorlogsbegraafplaatsen, bunkers, mijnkraters en dergelijke getuigen hier nog van.

Bezienswaardigheden

Themapark Bellewaerde

Bellewaerde is een dag met de hele familie vol fun, avontuur en spectaculaire ontdekkingen. Familieattracties, meer dan 300 exotische dieren, overweldigende natuur. https://www.bellewaerde.be/

Zillebekevijver

Zillebekevijverdreef , Zillebeke.

28 ha waar men kan wandelen, vissen en roeien.

De vijver ontstond in de 13de eeuw –door afdamming van de vallei van de Zillebeek– toen voor drinkwater, de lakennijverheid en het voeden van de stadsgrachten een vijftal vijvers werd aangelegd rond de stad Ieper.  Ook de Dikkebusvijver en Bellewaerdevijver zijn bewaard gebleven.

Provinciaal natuurdomein De Palingbeek

Palingbeekstraat 18, 8902 Zillebeke

https://www.west-vlaanderen.be/domeinen/palingbeek

240 ha, met bossen en de restanten van het Kanaal Ieper-Komen, en bovendien herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog

‘ComingWorldRememberMe’

Permanente installatie van kunstenaar Koen Vanmechelen

Het grote oerei staat centraal. Uit het oerei rollen de beeldjes, op een organische manier, bijna als tijdens een geboorte. Het geheel vormt de wereldkaart, waarbij alle continenten met elkaar verbonden worden. De beeldjes zelf vormen de sokkel. Ze ondersteunen elkaar, staan op elkaars schouders, de groten schragen de kleintjes.

Zillebeke Koen van Mechelen

Bunkers, kraters en restanten van loopgraven

Tijdens de oorlogsjaren 1914-1918 kwam de Palingbeek in de frontlinie te liggen. Het kasteel van de Palingbeek ‘The White Chateau’ was lange tijd een Duitse basis.

In Domein Palingbeek bevindt zich The Bluff en Caterpillar.

The Bluff

Palingbeekstraat, 8902 Zillebeke

Het hoogste punt van de Palingbeek was bij de Britten gekend als ‘The Bluff’, de Duitsers noemden het ‘Die grosse Bastion’.

The Bluf vormde het meest oostelijke punt van een smalle heuvelrug die ontstaan was rond 1870 door de uitgegraven aarde van het kanaal Ieper-Komen.

Britse troepen bezetten The Bluf. Dit was één van de weinige plaatsen langs het front waar de geallieerden hoger lagen dan de Duitse linies. Van op The Bluff konden de Britten de nabije Duitse linies observeren en beschieten.

Eind 1915 en in de loop van 1916 probeerden de Duitsers herhaaldelijk om de hoogte (Grosse Bastion) in te nemen via zware mijnexplosies.

Na drie explosies op 14 februari 1916 werd het verdedigende Britse peloton van 50 soldaten (de 17th Light Division), op 3 man na, uitgemoord. De loopgraven werden door de Duitsers veroverd.

Op 2 maart 1916 wisten de Britten (3rd Division) na een zorgvuldig voorbereide verrassingsaanval hun hoogte te heroveren. Helse mortierbeschietingen en dodelijke raids bleven dagelijkse kost.

Een nieuwe, enorme Duitse explosie op 25 juli 1916 sloeg de hele bult weg, maar de Britten hielden stand. Ze antwoordden op hun beurt met kleinere, zeer gerichte mijnexplosies eind december 1916. De Duitse en Britse explosies hadden de hoogte omgetoverd tot een diepte met brede kraters. Na 1916 luwde het strijdtoneel. Beide legers nestelden zich in de steile flanken van de diepe kraters. Talrijke ondergrondse barricades beletten het uitgraven van nieuwe mijngangen.

De toestand bleef de laatste oorlogsjaren vrijwel onveranderd. In de lente 1918 moesten de Britten het terrein prijsgeven maar op 28 september werd het heroverd door de 14th Division.

http://www.wo1.be/nl/db-items/first-dcli-cemetery-the-bluff

Hedge Row Trench Cemetery, Zillebeke [15 km]

De begraafplaats ligt in het provinciedomein De Palingbeek en is via een 300 m lang graspad bereikbaar vanaf de Verbrandemolenstraat.

De naam heeft zijn oorsprong door een nabijgelegen boerderij die Hagereke heette.

Ontworpen door John Truelove: alle graven in een cirkel rond het Cross of Sacrifice.

Er liggen 96 Britten (waarvan 2 niet geïdentificeerd konden worden) en 2 Canadezen begraven maar het terrein werd door de hevige gevechten en artilleriebeschietingen zodanig beschadigd dat de oorspronkelijke graven niet meer gelokaliseerd konden worden. Daarom heeft men na de oorlog alle graven als Special Memorials (de grafstenen dragen als bijkomende tekst: Known to be buried in this cemetery) opgericht en deze in een cirkel rondom het Cross of Sacrifice opgesteld.

Vlakbij bevinden zich ook nog Woods Cemetery en First D.C.L.I. Cemetery, The Bluff.

http://www.wo1.be/nl/db-items/hedge-row-trench-cemetery

Caterpillar

Toegang via wandelpad ter hoogte van Zwarteleenstraat 75 Zillebeke, parallel met de spoorweg.

De langgerekte hoogte, ‘Caterpillar’ genoemd, ligt in domeingedeelte ‘de Vierlingen’ van het Provinciaal Domein De Palingbeek. Aan aan de overkant van de spoorlijn ligt ‘Hill 60‘.

Net als Hill 60 ontstaan deze hoogte rond 1850 als stortplaats van het overschot aan aarde bij de aanleg van de spoorweg tussen Ieper en Kortrijk.

Tijdens het grootste deel van de Eerste Wereldoorlog was Hill 60 in Duitse handen. De hogere ligging bood een uitzicht op Ieper en had een strategisch belang. Meerdere malen probeerden de geallieerden de heuvel te heroveren maar dit bleek onmogelijk zolang de nabijgelegen Caterpillar Duits bleef.

In augustus 1915 startten de geallieerden met een ambitieus project. Eenheden van het Britse leger gespecialiseerd in tunnelwerken startten met het graven van een mijngang onder de Duitse stellingen. Deze gang werd vervolledigd door eenheden van de Canadese en Australische ‘tunnelling companies’, eveneens militairen speciaal opgeleid voor het graven van tunnels onder vijandig gebied.

Toen de mijngang, de Berlin Tunnel genoemd, in oktober 1916 af was, leidde die naar twee mijnkamers. Die onder de Caterpillar was gevuld met 32 ton springstof. De andere onder Hill 60 was gevuld met 24 ton explosieven. De tunnel was 427 meter lang en bevond zich op 33 meter diep. Bij de start van de Tweede Slag om Mesen op 7 juni 1917 werden om 10 over 3 uur de mijnen tot ontploffing gebracht. Dit resulteerde in een grote kraters waaronder de Caterpillar. Vandaag is die gevuld met water.

Bij de Caterpillar is er een krater geslagen van 110 meter omtrek en 30 meter diep; aan de overkant van de spoorweg, op Hill 60 heeft de krater een omtrek van 80 meter en een diepte van 20 meter.

http://www.wo1.be/nl/db-items/krater-2-caterpillar

Hill 60

Zwarteleenstraat 40, Zillebeke.

Hill 60 is geen echte heuvel, maar ontstond door de grond die werd uitgegraven voor de spoorlijn Ieper-Komen.

Aan de ingang staat het monument van de 1ste Australian Tunneling Company, die de schachten groeven voor het plaatsen van de explosieven onder de Hill. Op het terrein bevindt zich een bunker. Het is een Britse bunker die boven op een Duitse werd gebouwd. De Duitse heeft een bekisting die uit takken bestaat, de Britse een uit golfplaten.

Ook de krater die ontstond na de zware ontploffing onder de heuvel in juni 1917 is het bezoeken waard. Het terrein is eigenlijk ook een begraafplaats, want vele lichamen zijn niet teruggevonden door de omwoelde aarde tijdens de gevechten.

http://www.wo1.be/nl/db-items/krater-1-hill-60

Hill 62 & Sanctuary Wood

Canadalaan 26, Zillebeke .

Tijdens de oorlog was deze regio een uitwijkplaats (sanctuary) en veilig onderkomen voor oudere soldaten, maar tijdens het Duits offensief in 1916 kwam het terrein dichter bij de frontlinie te liggen en kwam het uiteindelijk in Duitse handen. De Canadezen zetten op 12 juni 1916 de tegenaanval in en enkele uren later was Hill 62 terug in geallieerde handen.

Museum met allerhande oorlogstuig (o.m. uitrustingsstukken en wapens). Vooral de driedimensionale foto’s over de oorlog, die via kijkkastjes bekeken kunnen worden, zijn populair.

Het is één van de weinige oorlogsmusea die sinds het ontstaan van het oorlogstoerisme na 1918 ononderbroken is blijven voortbestaan. In de museumtuin bevinden zich nog steeds de (deels authentieke) loopgraven met betonconstructies en schuilplaatsen, die deel uitmaakten van het ‘Vince Street’-complex uit 1916. Er zijn ook nog authentieke boomstronken te zien, die tijdens de oorlog werden stukgeschoten, evenals vroege Duitse grafzerken. Toen begin de jaren 1980 een bodemverzakking op het terrein werd vastgesteld, kwam een ondergrondse tunnel of overdekte loopgraaf aan het licht. De tunnel behoort mogelijk tot het uitgebreide netwerk van het ‘Crab Crawl’ tunnel complex, een Britse ondergronds schuilplaats, uitgebouwd in de periode 1916-17.

In het achterste deel van de museumtuin (dichtst bij landbouwgrond) ligt de loopgraaf ‘Hill street’ waarvan de authenticiteit op loopgravenkaarten en luchtfoto’s kan worden bevestigd. In de loop van de jaren werden wel herstellingen voor de consolidatie van de loopgraven uitgevoerd, hier en daar met extra opsmuk.

Bovenop Hill 62, van waarop men een panoramisch zicht heeft op de omgeving, staat het Canadees monument.

De Canadalaan is een esdoorndreef, ook ‘Maple Avenue’ genoemd, die slingerend naar Hill 62 toe loopt. De weg ligt op het tracé van de tweede geallieerde verdedigingslinie rond Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog. Langs de weg liggen verschillende militaire begraafplaatsen die opvallen door de witte grafstenen en de lage gebouwtjes op hoeken van de ommuringen.

De esdoorndreef maakt deel uit van dit herdenkingslandschap rond Hill 62. De esdoorns werden aangeplant ter herdenking van de Canadese soldaten die op deze locatie gevochten hebben (referentie naar esdoornblad op de Canadese vlag). De dreef maakt deel uit van een totaalontwerp met de verschillende begraafplaatsen en leidt onder andere naar Sanctuary Wood Cemetry, de loopgraven in Sanctuary Wood, om te eindigen aan het Canadese herdenkingsmonument ‘Hill 62 Memorial’. Door zijn ligging op een heuvelrug is de dreef een beeldbepalend element in het open landschap .

http://www.hill62trenches.be/nl

Hooge Crater Museum

Meenseweg 467, 8902 Zillebeke 

Om de Duitse stelling nabij het Hooge in Zillebeke uit te schakelen, graven de Britten in de zomer van 1915 een tunnel waarin ze 1700 kg springstof tot ontploffing brengen. De krater die zo ontstaat krijgt de naam ‘Hooge Crater’.

Privaat oorlogsmuseum met realistische reconstructies van oorlogstaferelen en een collectie wapens, uniformen en foto’s in het oog. Infopanelen in 4 talen zorgen voor achtergrondinfo en de filmzaal biedt een beeld van de slagvelden rond het Hooge en de Ieperboog.

Bezoek ook het themacafé waar zowel de streekbierenkaart als de menukaart niet te versmaden zijn.

https://www.hoogecrater.com/

Hooge Crater Cemetery, Zillebeke [15 km]

Meenseweg 479, Zillebeke

Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog.

Het kasteel ’t Hooghe lag midden in het strijdtoneel. Op 31 oktober 1914 werden de staff  van de 1st en 2nd Division hier door artilleriebeschietingen uitgeschakeld, slechts één officier kwam heelhuids uit de beschietingen.

Het soldatenkerkhof werd aangelegd begin oktober 1917 toen Hooghe bij het begin van de Derde Slag bij Ieper in geallieerde handen was gevallen.

Na de oorlog werd de begraafplaats sterk uitgebreid door de concentratie van geïsoleerde graven en de ontruiming van kleinere begraafplaatsen uit de slagvelden van Zillebeke, Zandvoorde en Geluveld. Er worden nu 5923 Commonwealthdoden op deze begraafplaats herdacht. Hieronder bevinden zich 3578 niet-geïdentificeerden.

‘Special memorials’ werden opgericht voor doden uit het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland “Known/Believed to be buried in this cemetery”.

Andere ‘special memorials’ dragen de namen van 12 militairen uit het Verenigd Koninkrijk begraven op La Chapelle Farm en twee op Kruiseecke German Cemetery van wie de graven door artillerievuur vernield werden.

Opmerkelijk is dat de Stone of Remembrance, vooraan op de begraafplaats, in een cirkelvormige diepte is geplaatst: een symbool voor de vele kraters die hier in de omgeving zijn geslagen.

c 1920 Aanleg van Hooge Crater Cemetary

Aan de overkant van de straat, in de oude school, bevindt zich het Hooge Crater Museum. Men kan er uniformen, foto’s en dergelijke bezichtigen, maar er is ook een archeologische site waar de opgravingen nog steeds aan de gang zijn.

http://www.wo1.be/nl/db-items/hooge-crater-cemetery

Railway Dugouts Cemetery in Zillebeke [15 km]

Komenseweg, ter hoogte van Zillebeke-vijver, naast de spoorweg, Zillebeke

Op 2 km van Zillebekedorp passeert de spoorweg bovenop een berm. Vanop deze berm keek men uit op een kleine boerderij door Britse troepen ‘Transport Farm’ genoemd (Pollepelhoeve).

De eerste bijzettingen op deze begraafplaats vonden plaats in april 1915. De begraafplaats bleef tot het einde van de oorlog in gebruik, vooral in 1916 en 1917. Toen werden Advanced Dressing Stations ingericht in dugouts in de spoorwegberm en in de boerderij. Bijzettingen vonden zonder planning in kleine groepjes plaats. Tijdens de zomer 1917 werden een aanzienlijk aantal graven door artillerievuur vernield.

Het terrein heeft een onregelmatige vorm met een oppervlakte van 17.395 m² en is door een ruwstenen muur omringd. Er zijn twee gelijkvormige toegangsgebouwen met een boogvormige doorgang. De begraafplaats is bijna als een halve cirkel rond een vijver aangelegd. Deze vijver is ontstaan door een bomkrater, zoals er nog meerdere in de omgeving te vinden zijn.

Er worden 2.463 doden herdacht, waarvan 431 niet geïdentificeerd konden worden. Er zijn 261 ‘special memorials’ “Known/Believed to be buried in this cemetery”. Andere ‘special memorials’ dragen de namen van 42 Canadezen en 30 militairen uit het Verenigd Koninkrijk die oorspronkelijk op andere begraafplaatsen begraven lagen, maar waarvan de graven door artillerievuur vernield werden.

http://www.wo1.be/nl/db-items/railway-dugouts-burial-ground-transport-farm

R.E. Grave, Railway Wood Cemetery, Zillebeke [15 km]

Een unieke begraafplaats omdat ze zondigt tegen de ijzeren regels van de Commonwealth War Graves Commission: er staat een Cross of Sacrifice (wat enkel mag als er meer dan 40 graven liggen) alhoewel er maar 1 officier en 11 manschappen van de 177th Tunnelling Company (Royal Engineers) herdacht worden. Er staan ook geen grafzerken: de namen en regimenten staan op de basis van het Cross of Sacrifice gebeiteld.

Ook de volgende tekst is erop te lezen: Beneath this spot lie the bodies of an officer, three N.C.O.’s and eight men of or attached to the 177th Tunnelling Company, Royal Engineers, who were killed in action underground during the defence of Ypres between November, 1915 and August, 1917.

De heuvelrug waarop de begraafplaats ligt werd Bellewaerde Ridge genoemd en was door het strategisch belang bijna de hele oorlog lang toneel van hevige gevechten, zowel bovengronds als ondergronds.

De 177th Tunnelling Company was lange tijd in deze sector actief, waardoor zij veel manschappen verloor in deze ondergrondse oorlogsvoering. In de omgeving zijn nog vele kleine en grotere mijnkraters zichtbaar in het landschap. Railway Wood (gelegen aan het kruispunt Oude Kortrijkstraat / Begijnenbosstraat) werd in de jaren 20 volgens zijn oorspronkelijke vorm herbebost.

http://www.wo1.be/nl/db-items/re-grave-railway-wood

Memorial Liverpool Scottisch Stone

Te bereiken via de Oude Kortrijkstraat, via een smal pad uit kasseien, vlakbij R.E. Grave, Railway Wood Cemetery.

Gelegen op een hoogte, de zogenaamde ‘Bellewaarde Ridge’ met mooi panoramazicht op de omgeving.

Gedenkteken ontworpen door de Ieperse stadsarchitect Anja Schepers en onthuld op 29 juli 2000.

De rechtopstaande steen was de sluitsteen van de voormalige inrijpoort van de kazerne van ‘The Liverpool Scottish’ (10th King’s Battallion) in Liverpool. Nadat hun kazerne werd afgebroken, werd de steen met het kenteken van de ’10th Bn Liverpool Scottish’ geschonken aan Stad Ieper.

Medewerkers van het ‘In Flanders Fields Museum’ stelden voor om deze sluitsteen te plaatsen op de kop van ‘Bellewaarde Ridge’, de plaats waar de ‘Liverpool Scottish’ op 16 juni 1915 bij een aanval ruim 400 man verloren (waarvan ongeveer de helft doden). Het was de bedoeling dat deze sluitsteen als een soort ‘headstone’ van een groot graf fungeerde.

De vorm van het horizontale gedeelte zou als het ware bepaald worden door de schaduw die de sluitsteen in de ondergaande zon werpt. Door de positie van de sluitsteen zouden de aanvalspositie van de ‘Liverpool Scottish’ op 16 juni 1915 en het silhouet van de Stad Ieper op een lijn, pal west van het monument liggen. De sluitsteen zou zo georiënteerd zijn dat op 16 juni de schaduw ervan in de ondergaande zon over de tekst heen zou vallen. Aldus zou symbolisch gerefereerd worden naar de dag waarop de slag plaats had, alsook naar de uitdrukking ‘gone west’, dat in het soldatenjargon van 1914-1918 ‘gesneuveld’ betekende. De oriëntatie van het grafmonument dient echter nog aangepast te worden. Het is eveneens de bedoeling om de zwartgekleurde tekstplaat uit te voeren in cortenstaalplaat. Het smalle pad van de landweg naar het monument bestaat uit kasseien afkomstig uit Liverpool.

http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Liverpool_Scottish_Stone

Bedford House Cemetery, Zillebeke [15 km]

Rijselseweg 152, 8900 Ieper (Zillebeke)

De tuinarchitectuur maakt van Bedford House Cemetery een unieke WO I site.

De begraafplaats ligt op het voormalige domein van het kasteel Rosendael, door de Britten ook wel ‘Bedford House’ of ‘Woodcote’ House genoemd. Dit omwalde kasteel lag twee kilometer ten zuiden van de Ieperse Rijselpoort en deed tijdens Wereldoorlog I dienst als brigadehoofdkwartier en medische post. In de kasteeltuin ontstonden verschillende kleine begraafplaatsen.

Tijdens de hele duur van de Eerste Wereldoorlog bleef het domein achter het front en kwam dus niet in Duitse handen, maar toch raakte het uiteindelijk vernield door artillerie.

Deze begraafplaats is een van de grootste Britse begraafplaatsen in de Westhoek. Er liggen nu 4.425 Britten (gesneuveld in WOI en II), 390 Canadezen, 249 Australiërs, 36 Nieuw-Zeelanders, 21 Zuid-Afrikanen, 21 Indiërs en 2 Duitsers. Voor 20 militairen werden Special Memorials opgericht omdat hun graven niet meer gevonden werden en men aanneemt dat ze zich onder de naamloze graven bevinden. Vijfentwintig anderen worden herdacht met een Duhallow Block omdat zij eerder in andere begraafplaatsen lagen maar niet meer teruggevonden werden omdat hun graven door artillerievuur vernietigd waren. Voor nog twee andere militairen werden ook Special Memorials opgericht met de vermelding van hun oorspronkelijke begraafplaats.

http://www.wo1.be/nl/db-items/bedford-house-cemetery

Andere Britse militaire begraafplaatsen

  • Tuileries British Cemetery
  • Spoilbank Cemetery
  • Birr Cross Roads Cemetery
  • Woods Cemetery
  • Blauwepoort Farm Cemetery
  • Maple Copse Cemetery
  • Zillebeke Churchyard
  • Larch Wood (Railway Cutting) Cemetery
  • Chester Farm Cemetery
  • Perth Cemetery (China Wall)
  • First D.C.L.I. Cemetery, The Bluff
  • Sanctuary Wood Cemetery

Kanaal Ieper – Komen

Geschiedenis

Ieper had reeds in de middeleeuwen de ambitie om de draaischijf van een regionale en zelfs internationale handel te zijn.

Via de Ieperlee en de IJzer had Ieper toegang tot de Noordzee maar dat was een grote en gevaarlijke omweg naar de Schelde.

In de 11de en 12de eeuw werden de goederen over land naar Mesen gebracht om daar via de Douve de Leie en Schelde te bereiken.

Tijdens de 12de-13de eeuw werd Komen de Iepers Leiehaven: het was de kortste landverbinding met de Leie en er werd het minst hinder ondervonden van het heuvellandschap. Later werd dit Waasten.

Maar toen, in de 15de eeuw, de stedelijke textielindustrie instortte kon Ieper niet concurreren met Gent om te profiteren van de transit-handel tussen Brugge (onbetwistbaar handelsknooppunt tussen Noordwest-Europa en de Middellandse Zee) en de regio’s die via de Leie te bereiken waren (Henegouwen, Rijsels Vlaanderen en Artesië). Zonder een rechtstreekse aansluiting op de Leie was de stad veroordeeld om vanaf de late middeleeuwen te vegeteren als regionaal centrum.

Met de scheiding tussen de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden op het einde van de 16de eeuw voorzagen de aartshertogen Albrecht en Isabella in een groot programma met als doel de Vlaamse havens te herstellen en het achterliggende waterwegennet te ontwikkelen maar inmiddels werd dit kanalennet door Brugge en Gent beheerst en Ieper verkreeg enkel  het (opnieuw) kanaliseren van het stuk Ieper-IJzer (vanaf 1636, verbinding met Nieuwpoort).

De plannen voor de aanleg van een kanaal Ieper – Komen werden opgeborgen, gezien de hoge kosten. Toch bleef de middeleeuwse droom van goede verbindingen met de zee en met de Leie levendig. In de 18de en 19de eeuw volgden meerdere projecten maar het zou nog tot 1859 duren vooraleer de Ieperse volksvertegenwoordiger Alphonse Vandenpeereboom de goedkeuring van een kanaalontwerp Ieper-Leie kon afdwingen.

Schaakmat in Hollebeke

Onder de leiding van de hoofdingenieur Debrock werd gekozen voor het tracé via de scheidingskruin te Hollebeke. Een complex project: 15 sluizen, 17 bruggen, 5 aquaducten en vooral, een tunnel van 1.330 meter lang te Hollebeke (waterscheidingskam tussen het Leie- en het IJzerbekken).

Zillebeke kanaal Ieper Komen

De bouw werd goedgekeurd in 1859 en op 21 juli 1863 wordt de Compagnie du Canal de la Lys à l’Yperlée opgericht.

Van Ieper naar Hollebeke en van Komen naar Hollebeke bood de aanleg van het kanaal geen bijzondere problemen. De waterscheidingskam tussen het Leie- en het IJzerbekken te Hollebeke doorsteken was een ander paar mouwen.

De eerste spadesteek voor het graven van de tunnel aan de Hollebeekse hoogte werd gegeven in november 1864. Men dolf een achttal verticale toegangsschachten tot op een diepte van 17 meter.

Die schachten moesten met elkaar verbonden worden door een galerij, van waaruit verder kon gewerkt worden aan de tunnel.

In februari 1865 stortte een verticale schacht in maar op 22 juli 1865 waren de werkgalerijen af en kon het metselwerk aangevat worden. Drie maanden later was men slechts een tiental meter opgeschoten met het metselwerk en de vervormingen waren reeds duidelijk merkbaar.

De maatschappij nam daarop de ervaren Luikse tunnelbouwer ir. Borguet in dienst. Deze liet over heel het tunneltraject een draineer- en werkgalerij graven met het oog op het droogtrekken van de grond.

IJdele hoop: toen de tunnel over een lengte van 63 meter was voltooid, stortte het bouwwerk in.

Na het mislukken van het tunnel-experiment kreeg de maatschappij van de overheid de toestemming om de tunnel te vervangen door een sleuf. De graafwerken voor de sleuf vingen aan in 1867 en de werken vorderend goed…. Tot in 1868 de eerste grondafschuivingen plaats grepen.

Uiteindelijk stopte de maatschappij de werkzaamheden. Tussen 1873 en 1886 lagen de werkzaamheden aan het kanaal stil, de aandeelhouders waren tot het besluit gekomen dat de kosten van de aanleg van het kanaal sterk onderschat waren. Ze staakten de werken en onderhandelden met de Staat opdat deze de titels en obligaties van de vergunninghouders zou overnemen tegen uitgifteprijs. Deze overeenkomst kwam er in 1882 en werd geconcretiseerd bij KB van 9 juni 1886.

Ingenieur Leboucq van de Dienst  Bruggen en Wegen werd  belast met de studie van de voltooiingswerken. In 1889 liet hij in het diepste gedeelte van het tracé, in Hollebeke, een 250 meter lange tunnel graven. De werken vorderden maar in 1890 vertoonde het voltooide gedeelte van de tunnel ernstige beschadigingen over een afstand van ongeveer 60 meter. In 1893 stortte de tunnel opnieuw in. Op 3 november 1910 werden de restanten van de tunnel gedynamiteerd.

In 1909 werd een wedstrijd onder de aannemers uitgeschreven. Het voorstel Monnouer haalde het. Het gevolgde tracé was dat van 1889 maar het voorzag de  verhoging van het kanaalpeil met vijf meter. Dat vergde de aanleg van twee bijkomende kanaalpanden en twee aanvullende sluizen. Aan de Sint-Elooiweg kwam een stalen brug. Ook de bekleding van de taluds werd aangepast.

In februari 1910 werden de werken opnieuw opgestart. Opeenvolgende grondverschuivingen en barsten in de betonnen taludbekledingen schrokken de aannemer niet af. Op 29 november 1912 kon Monnoyer aan de bevoegde minister laten weten dat zijn opdracht vervuld was.

Enkele dagen later deden zich verontrustende verschuivingen voor aan de Sint-Elooibrug en op 10 juni 1913 stortte de stalen brug in.

Kanaal Ieper Komen, brug St elooi

De geologische omstandigheden waren onvoldoende gepeild:  ter hoogte van de waterscheidingskam tussen het Leie- en IJzerbekken schoof de zandige bodem (een laag Paniseliaans zand) voortdurend weg op de ondergrond van een laag Ieperiaanse klei. Alle werkzaamheden leden schipbreuk op die onstabiele grondlagen.

Met de komst van de Eerste Wereldoorlog werden de plannen van het kanaal Ieper-Komen opgeborgen. Na de wederopbouw van de Eerste Wereldoorlog kwam het project wel heel even in de belangstelling: in 1962 werd de vaart voor de laatste maal bij de toenmalige minister van Openbare Werken J.J. Merlot ter sprake gebracht.

Belangrijke rol in beide Wereldoorlogen

Tijdens beide wereldoorlogen speelde de vaart een belangrijke rol als onderdeel van de frontlinie.

Gedurende W.O.I volgde de kanaalsleuf te Hollebeke gedeeltelijk het tracé van de Britse defensiegordel, de Ypres Salient.

Op 27 en 28 mei 1940 hielden de Britten de Duitse troepen aan de vaart tussen Zillebeke en Komen. De harde strijd die hier werd gevoerd, maakte de veilige inscheping van het Britse leger in Duinkerke mogelijk: 516 Britten en 411 Duitsers lieten hier het leven.

Natuur

Het kanaal Ieper – Komen, wat ooit de Ieperse droom was, werd een economische mislukking  maar een echt succes voor de natuur.

De overblijfselen van de sluizen langs de Oude Vaart getuigen nog van de ambitie en de ijver om ooit scheepvaart tussen Ieper en Komen mogelijk te maken. Er werden niet minder dan zestien sluizen gebouwd! Op de inmiddels behoorlijk verweerde muren van baksteen en kalkmortel vinden nu heel wat fraaie muurplanten hun stek. Op de sluismuren vinden we onder andere tripmadam en scherpe fijnstraal. Langs het Kanaal vindt men een grote verscheidenheid aan planten, bloemen en dieren.

Rietmoerassen met grote en kleine lisdodde, zwanenbloem en moerasrolklaver vormen een kraag tussen land en water. In de rietmoerassen nestelen typische rietvogels als rietgors, bosrietzanger en kleine karekiet. Regelmatig worden ook zeldzamere soorten, zoals dodaars, waterral of ijsvogel waargenomen.

Het wandelpad loopt langs bloemrijke bermen en hooilandjes. Wilde margriet, knoopkruid en nog veel meer zorgen voor een mooi zomers kleurenpalet. Heel wat insecten doen zich eraan te goed. Op zonnige dagen kun je in de bloemrijke bermen ook heel wat vlinders ontdekken: landkaartje, kleine vuurvlinder en verschillende soorten zandoogjes.

In het struweel en de hoge bomen broeden zeldzame vogelsoorten zoals ransuil, wielewaal, gekraagde roodstaart en soms nachtegaal.

In het resterende open water krioelt er ook heel wat leven. In de zones met open water leven veel amfibieën: groene kikker, alpenwatersalamander en kleine watersalamander. De bruine kikker en de pad, die vooral op het land leven, zijn telkens in het voorjaar enkele weken te gast om er hun eitjes af te zetten.

Langs het Kanaal Ieper-Komen vind je volgende wandelknooppunten (Ieperboog): 13, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 47 en 75.

Langs het Kanaal Ieper-Komen vind je volgende knooppunten (Westhoek): 17, 98, 48 en 47.