De Kleine Mote

Een gemeente met minder dan 1.000 inwoners, die deel uitmaakt van het arrondissement Rijsel. Een plaatsje zonder historisch belang, behalve dat nabij Bouvines, in 1214, een veldslag werd geleverd tussen de Franse koning Filips August en de Duitse keizer Otto V. De slag eindigde op een Franse overwinning.

De slag was belangrijk omdat Île de France voor het eerst machtiger werd dan Vlaanderen en omdat het centraal gezag in Frankrijk hersteld werd.

Obelisk Bouvines

In 1863 werd de zes meter hoge obelisk opgericht, die als opschrift slechts het jaartal 1214 heeft.

Sint-Pieterskerk Bouvines

Rue Jeanne d’Arc 59830 Bouvines

In 1886 wordt deze neogotische parochiekerk gebouwd als gedachteniskerk aan de beroemde veldslag bij Bouvines. De stijl leunt aan bij wat in de 13de eeuw werd gebouwd en de architectuur is vooral gericht op de brandglasramen die in 1889 worden gerealiseerd.

Deze 21 brandglasramen zijn bijzonder: 5 keer zo duur als de kerk zelf, elk raam 8 meter hoog en 3.2 meter breed. Elk raam bestaat uit drie delen: bovenaan engelen, centraal een episode uit de veldslag en onderaan de wapens, zowel van steden (die milities stuurden in 1214 of centen in 1890) of van families (die deelnamen aan de strijd in 1214 of gift deden in 1890).

Bouvines vitraux du choeur de l'église Saint Pierre

Er is ook een prachtige wapengalerij met 173 blazoenen en een orgel uit 1906, neogotiek met 996 pijpen.

Propaganda-redenen om de Slag bij Bouvines te herdenken

Rond de veldslag vormde zich vrijwel onmiddellijk een nationale mythe. De Rijmkroniek, Philippidos, van de koninklijke kapelaan, Willem de Bretoen, vormde de eerst aanzet: de slag wordt voorgesteld als een Godsoordeel, een gerechtelijk tweekamp, het hoogtepunt van een eeuwigdurende Kruistocht waarin het Goede over het Kwade zegeviert. De Franse koning wordt opgevoerd als eeuwige wreker Gods, als helper van de kruisvaarders en de kerk terwijl de ondersteuners van de ketters (Jan zonder Land) en de in de ban gedane afgezanten van de Duivel (keizer Otto IV) worden verdoemd. Het Franse volk wordt, voor het eerst, geromantiseerd, het onderscheidt zich qua karakter en afstamming van andere volkeren en is boven deze andere volkeren verheven.

In de eerste helft van de 14e eeuw begon de herinnering aan de slag bij Bouvines te verbleken. De Engelsen waren nu de vijand terwijl men met de Duitse keizers goede betrekkingen onderhield. Bovendien werd de roem van Bouvines door de heiligenverering van koning Lodewijk IX en door de grote triomfen van Jeanne d’Arc op de Engelsen in de schaduw gesteld.

Na Franse nederlaag in de slag bij Waterloo (1814) vond de herinnering aan Bouvines een heropleving.

In 1863 werd de zes meter hoge obelisk opgericht. Die obelisk draagt als opschrift enkel het jaartal 1214, uit consideratie voor de in Frankrijk levende Vlamingen, omdat die -meer nog dan de Duitsers- de ware verliezers van deze slag waren.

Na de Franse nederlaag in de Duits-Franse oorlog van 1870/71 werd de Duitse keizer opnieuw de voornaamste vijand van de Fransen. De gedachtenis aan de slag bij Bouvines werd door de nationalistische propaganda ingepalmd: nu werd de slag, na het beleg van Alesia (het laatste gevecht van de Gallische chef Vercingétorix tegen Julius Cesar in 52 v.Chr.), als tweede manifestatie van Frans patriotisme beschouwd.

In 1886 wordt daarom te Bouvines een gedachteniskerk gebouwd. In de schoolboeken van de late 19e en vroege 20e eeuw werd de slag omschreven als een overwinning van het Franse volk over de feodaliteit die een rampzalige invloed op het nationaal bewustzijn had uitgeoefend.

In juni 1914 werd zelfs tot de bouw van een nationaal monument op het slagveld besloten. Het zou een monumentaal ruiterstandbeeld van koning Filips II Augustus worden. Dat was het Franse antwoord op het Völkerschlachtdenkmal in Leipzig, het kolossaal oorlogsmonument ter herdenking van de Slag bij Leipzig. Het besluit werd gedwarsboomd door de uitbraak van de eerste Wereldoorlog. Het monument werd nooit gebouwd: er waren na de eerste Wereldoorlog voldoende andere monumenten op te richten.

Völkerschlachtdenkmal Leipzig

In die Volkerenslag werd Napoleon in 1813 (met Franse, Italiaanse, Poolse en Rijnbond troepen) verslagen door het coalitieleger van Rusland, Pruisen, Oostenrijk en Zweden. Het was de grootste veldslag in Europa vóór de eerste Wereldoorlog: meer dan 500.000 soldaten, 110.000 doden en gewonden. Zoveel doden en gewonden dat die niet konden worden verzorgd, geborgen of begraven. Hierdoor brak in Leipzig tyfus en cholera uit, ziekten die zich snel verspreidden, eerst door Duitsland en vervolgens door heel Europa.

Na de Tweede Wereldoorlog verloor Bouvines aan belang als nationalistisch symbool. Nu ging de aandacht naar de Europese eenmaking en de verzoening met Duitsland. In Franse schoolboeken verdween de Slag bij Bouvines volledig, slechts in de leerboeken van de gymnasia werd de slag kort vermeld.

Slag bij Bouvines – belang voor Frankrijk

Het koningschap van de Karolingen en hun opvolgers, de Capetingen, was verzwakt. Het West-Frankische Rijk viel in de 9e en tot 10e eeuw uiteen in een groot aantal leenvorstendommen.

Het vorstendom Île-de-France was slechts een van velen. Formeel stond de vorst van Ile-de-France als koning en leenman boven de andere vorsten aan de top van een leenpiramide, de andere vorsten waren als leenmannen en vazallen aan hem onderhorig. Maar in feite waren deze vorsten zo machtig dat ze hun eigen politiek volgden, soms ook tegen de koning zelf gericht.

Het Franse leenverband werd voor de eerste maal echt in vraag gesteld toen Willem, de hertog van Normandië, in 1066 zijn veroveringstocht naar Engeland ondernam en tot koning van Engeland werd gekroond. Het “Anglo-Normandische Rijk” was zo groot dat het volledig aan de greep van de Franse koning dreigde te ontglippen.

Midden de 12e eeuw, toen Hendrik II van Anjou (het Huis Plantagenet), het Anglo-Normandische Rijk overnam en er het hertogdom Aquitanië aan toe voegde door zijn huwelijk met Eleonora van Aquitanië (nota bene de ex-vrouw van de Franse koning) werd die bedreiging nog groter. De Plantagenets beheersten het hele westelijk en zuidwestelijk deel van Frankrijk en waren tezelfdertijd als koningen van Engeland en opperheer van de Britse eilanden, zodat ze het Franse koningschap (het Huis Capet) in hun schaduw dreigden te stellen. Het geheel van de gebieden die de Engels koningen in Frankrijk bezaten, werd het Angevijnse Rijk genoemd.

Het conflict tussen de koning van Frankrijk (het huis Capet) en de koning van Engeland (het huis Plantagenet) was een conflict tussen een leenheer en zijn vazal.

De Franse koning Filips II August (1165 – 1223) slaagde er in het Franse koningschap tot enige wetgevende en uitvoerende macht in zijn koninkrijk uitbouwen door de macht van zijn sterkste vazallen (Vlaanderen en Normandië) te breken.

***

Toen Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen, in 1191 overleed (tijdens het beleg van de stad Akko, op kruistocht samen met de Franse koning en Richard Leeuwenhart) keerde Filips August onmiddellijk terug om de erfopvolging in Vlaanderen te regelen. De vrede van Atrecht (1191) regelde de kwestie: Mathildis van Portugal, weduwe van Filips van de Elzas, ontving een jaargeld; Boudewijn V, graaf van Henegouwen, bijgenaamd ‘de moedige’ (schoonbroer van Filips van de Elzas en schoonvader van de Franse koning) werd erkend als graaf van Vlaanderen (en betaalde 5000 marc aan zilver); het graafschap Valois en Vermandois ging naar Eleonora van Vermandois maar wel om bij haar overlijden toe te komen aan de Franse koning en de Franse koning ontving in naam van Lodewijk (de vierjarige zoon van Isabella en de Franse koning) het graafschap Artesië en Péronne.

Graaf Boudewijn IX (zoon van Boudewijn V de Moedige) van Vlaanderen nam enkele jaren later het grootste deel van het graafschap Artesië (grondgebied dat zijn vader had afgestaan aan de Franse koning) weer in en hij had het graafschap Namen verworven in 1199. Met de Vrede van Péronne (1200) had hij bovendien een voordelige overeenkomst gesloten met de Franse koning, zo werd onder meer Béthune teruggegeven aan Vlaanderen.

Maar in 1205 verdwijnt Boudewijn onder geheimzinnige omstandigheden als hij als keizer van Constantinopel een veldtocht tegen de Bulgaren onderneemt. Bij zijn verdwijning schiet de Franse koning Filips August onmiddellijk in actie.

Boudewijns broer, Filips, markgraaf van Namen, was in 1202 (toen Boudewijn op kruistocht vertrok) aangesteld als regent van het graafschap Vlaanderen en voogd voor de kinderen van Boudewijn. Hij wordt nu gedwongen om trouw te zweren aan de koning van Frankrijk en om Boudewijns dochters als beschermelingen aan de koning over te dragen. Bovendien moet hij met Maria, de dochter van de Franse koning met Agnes van Meranië (zijn derde echtgenote) trouwen.

Boudewijns oudste dochter Johanna (toen nog geen 10 jaar oud) en erfgename wordt door koning Filips August naar Parijs overgebracht (om haar te beschermen van anti-Franse invloeden) en aan de Portugese prins Ferrand gekoppeld, in wie Filips August een gemakkelijk te manipuleren graaf van Vlaanderen zag.

Johanna en Ferrand traden in januari 1212 te Parijs in het huwelijk en trekken naar het graafschap Vlaanderen om er het bestuur over te nemen. Onderweg worden ze door de Franse kroonprins Lodewijk gevangen genomen in Peronne. Lodewijk neemt ook de steden Sint-Omaars (Saint-Omer) en Ariën (Aire-sur-la-Lys) in. Filips II Augustus eist, in ruil voor hun vrijlating, dat ze het verdrag van Pont-à-Vendin (1212) tekenen waarmee ze de twee veroverde steden aan Frankrijk afstonden.

***

Toen ook Richard Leeuwenhart onverwachts overleed in 1199 greep koning Filips August zijn kans: Richards jongere broer, Jan zonder Land, slaagde er niet in om zijn gezag over zijn eigen vazallen te handhaven, hij stond dus zwak. Tegelijkertijd had Jan meermaals het Franse feodale recht met voeten getreden. En zo kon Filips II met leenrechtelijke argumenten tegen hem optreden: op 28 april 1202 verklaarde hij, door een gerechtelijk vonnis, Jan zonder Land vervallen van al zijn gebieden in Frankrijk; hij zette dit besluit tot in 1204 om in militaire successen.

Reinoud van Dammartin groeide op aan het Franse hof waar hij een jeugdvriend was van de kroonprins Filips II. Onder diens druk huwde hij met Ida van Boulogne en werd hij graaf van Boulogne. In 1204 benoemde de Franse koning hem ook tot graaf van Aumale en na de verovering van Normandië in dat jaar verkreeg hij ook Mortain. Maar toen Reinoud in 1211 weigerde voor het hof van Filips te verschijnen (omwille van een geschil met bisschop Filips van Beauvais) ging Filips II onmiddellijk over tot het offensief: hij ontnam Reinoud alle bezittingen en nam Mortain, Aumale en Dammartin in. Reinoud van Dammartin vluchtte naar Engeland.

In 1212 wordt het Verdrag van Lambeth (eigenlijk twee) gesloten tussen koning Jan zonder Land, graaf Reinoud van Dammartin en Boulogne en graaf Ferrand van Vlaanderen. Samen een coalitie tegen Filips II August, koning van Frankrijk. Ieder wil zijn bezittingen terug. In ruil voor verscheidene lenen in Engeland en een jaargeld beloofden beide graven geen aparte vrede te zullen sluiten met Filips II of zijn zoon Lodewijk zonder de instemming van Jan.

Dit verdrag zou er ook voor zorgen dat beide graven zouden meevechten in de Slag bij Bouvines waarin beiden werden gevangen genomen.

In 1213 zag Filips August een nieuwe kans: Jan zonder Land had af te rekenen met opstandige baronnen (omwille van zijn belastingheffingen) en hij had een conflict met de paus (omwille van zijn afwijzing van Stephen Langton als aartsbisschop van Canterbury). De paus plaatste Engeland in 1208 onder interdict (een schorsing van kerkelijke bedieningen), deed Jan in 1209 in de ban en verklaarde hem in januari 1213 zelfs van de troon vervallen.

In april 1213 besloot koning Filips II August tot een offensief tegen Jan zonder Land. Hij riep daartoe al zijn grote leenmannen bijeen te Soissons en droeg zijn zoon Lodewijk op een expeditie te leiden tegen Engeland. Hij kreeg de steun van al zijn vazallen, behalve die van Ferrand, graaf-gemaal van Vlaanderen: deze vroeg de teruggave van Sint-Omaars en Ariën-aan-de-Leie in ruil voor zijn deelname en toen zijn eisen niet werden ingewilligd, stapte hij op.

De invasie van Engeland ging uiteindelijk niet door. In mei 1213 onderwierp Jan zich aan het pauselijk gezag, hij hield zijn land voortaan van de paus in leen. De steun van de paus aan Engeland en het feit dat de invasievloot eind mei 1213 bij Damme door de vijandige coalitie werd aangevallen en ten dele werd vernietigd, dwarsboomden Filips oorlog over zee.

*****

In Duitsland was een troonstrijd tussen Filips van Zwaben (van het huis Hohenstaufen) en Otto van Brunswijk. Jan zonder Land was een bondgenoot van zijn neef Otto: Engeland en Duitsland konden Frankrijk in de tang nemen. Daarom was koning Filips II een bondgenoot van Filips van Zwaben.

Maar Filips van Zwaben werd in 1208 te Bamberg vermoord; zo werd Otto IV erkend als rechtmatige koning en ontving hij in 1209 in Rome van de paus de keizerskroon.

Keizer Otto IV veroverde direct na zijn keizerskroning echter delen van Italië. Nu nam paus Innocentius III contact op met koning Filips II van Frankrijk. Die greep de kans om aan de dreigende omsingeling van zijn koninkrijk te ontsnappen: samen met de paus ondersteunde hij de afvalbewegingen van Staufen-gezinde vorsten, deze hadden in 1211 in Neurenberg de jonge Siciliaanse koning Frederik II van Hohenstaufen tot koning verkozen.  Frederik betrad in 1212 Duitse bodem en in november 1212 volgde in Vaucouleurs de vernieuwing van de alliantie tussen Frankrijk en de Staufen. Dit zinde keizer Otto uiteraard niet.

En zo was Jan zonder Land met zijn neef keizer Otto IV, een gecombineerde aanval op Frankrijk overeengekomen met als doel het Capetingische koningschap definitief te vernietigen.

Aanloop naar de Slag bij Bouvines

In plaats van Engeland, vallen koning Filips II en kroonprins Lodewijk in 1213 de graafschappen Boulogne en Vlaanderen aan. Kassel, Ieper en het gebied tot Brugge wordt ingenomen. Gent wordt belegerd.

Ferrand roept de hulp in van zijn Engelse bondgenoot die de graaf van Salisbury stuurt en Renaud van Dammartin. Het expeditieleger landt in Damme (waar Ferrand trouw zweert aan de Jan zonder Land) maar moet zich terugtrekken; de haven van Damme wordt vernietigd, Rijsel en uiteindelijk ook Gent wordt ingenomen. Ferrand vlucht naar het eiland Walcheren, keizerlijk territorium.

De Franse troepen trekken zich terug en de graaf herovert Gent, belegert Doornik en doet uiteindelijk zijn intrede in Rijsel, waar de inwoners hem hartelijk onthalen.

Maar de Franse koning komt terug en herovert Rijsel. In zijn woede laat hij een groot deel van de stad vernielen en een aantal inwoners in slavendom wegvoeren (al wordt dat historisch betwist). Graaf-gemaal Ferrand vlucht naar Engeland waar hij in januari 1214 – net als Reinoud – tegenover Jan zonder Land leenhulde deed voor zijn Engelse lenen en daarmee volgens de koning van Frankrijk leenbreuk (en dus hoogverraad) beging.

Begin 1214 neemt kroonprins Lodewijk Bailleul en Steenvoorde in. Ferrand is terug in Vlaanderen, plundert Artesië en neemt Sint Omer en Hesdin in. De kroonprins wordt teruggeroepen om Jan zonder Land te bestrijden: die heeft Poitou veroverd en trekt op naar Angers maar wordt verslagen bij La Roche-aux-Moines en moet zich terugtrekken.

Keizer Otto was in Valanciennes aangekomen, met de hertog van Brabant en de graven van Namen en Limburg. Filips August vertrekt met zijn leger vanuit Sant Denis naar Péronne. De legers raken slaags in Bouvines op 27 juli 1214.

Slag bij Bouvines – belang voor Vlaanderen

Dit was historisch een belangrijke slag: Frankrijk werd voor het eerst machtiger dan Vlaanderen dat meer en meer betrokken geraakte bij de Frans-Engelse tegenstellingen en afhankelijker werd van de Franse kroon.

Ferrand van Portugal, graaf-gemaal van Vlaanderen had met zijn hommage aan Jan zonder Land leenbreuk begaan tegen de koning van Frankrijk. Hij werd in de strijd gevangen genomen en verdiende de doodstraf maar werd veroordeeld tot een kerkerstraf van onbepaalde duur, in kettingen door te brengen.

Vlaanderen kwam onder bestuur van de jonge gravin Johanna van Constantinopel. Zij moest het verdrag van Parijs ondertekenen: de muren en vestingen van de voornaamste Vlaamse steden zouden worden gesloopt en ze regeerde onder Frans toezicht.

Pas in 1226, na twaalf jaar krijgsgevangenschap, kwam de graaf-gemaal Ferrand van Portugal vrij, met de Vrede van Melun. De edelen en steden van Vlaanderen werden verplicht een eed van trouw aan de Franse kroon af te leggen. Dit gebeurde in Rijsel, Ieper, Brugge, Sint-Winoksbergen en Gent.  Ook Damme werd gevraagd de vredesvoorwaarden te aanvaarden. Het verdrag voorzag dat de volgende tekst:

Wij, schepenen en de hele gemeente laten weten dat wij op het Evangelie deze eed hebben gezworen: moest het gebeuren – God spare er ons voor – dat onze graaf van Vlaanderen de overeenkomst van Melun niet naleeft, dan zullen wij de graaf niet bijstaan, noch hulp of raad verstrekken, maar daarentegen de koning en zijn erfgenamen uit al onze krachten ondersteunen en hem trouw dienen tegen onze graaf, totdat het onverschil door het Hof van de Pairs wordt beslecht.

Johanna ging de geschiedenis in als een wilskrachtige en vrome vrouw. Zij begunstigde het kloosterleven, steunde de bestaande hospitalen en stichtte er nieuwe, onder meer de Hospice Comtesse in Rijsel. Onder haar bewind namen de economische macht en welvaart van de Vlaamse steden aanzienlijk toe. Nadat Ferrand overleden was (1233), onderhield zij goede relaties met Frankrijk én Engeland.

Regeling geschil Frankrijk – Engeland na slag bij Bouvines

In 1217 (tweede verdrag van Lambeth, ook gekend als het verdrag van Kingston) verplichtte Prins Lodewijk zich ertoe Engeland nooit meer te zullen aanvallen en stemde er (in ruil voor 10.000 marken) mee in om publiekelijk te erkennen dat hij nooit de rechtmatige koning van Engeland was geweest.

In 1259 gaf de Engelse koning Hendrik III zijn aanspraak op Franse lenen op in het Verdrag van Parijs.