De Kleine Mote

Béthune [40 km]

Office de tourisme, 3 rue Aristide Briand, Béthune +33 (0)3 21 52 50 00

https://www.tourisme-bethune-bruay.fr/

De stad ligt ten zuidwesten van Rijsel aan de oever van de rivier de Lawe. Het is een van de belangrijkste steden van Artesië.

Geschiedenis

Sint-Vedastus, bisschop van Atrecht, liet rond 502 hier een kerk bouwen die in de 16e eeuw door keizer Karel V binnen de muren werd heropgebouwd.

Béthune, zoals andere steden in Frans-Vlaanderen, hoorde lange tijd bij het graafschap Vlaanderen; soms niet, dan weer wel… en uiteindelijk niet.

In de middeleeuwen (13 en 14de eeuw) was het een rijke stad, dankzij de lakenhandel. In de moderne tijd (19de eeuw) bloeide de stad door de kolenmijnen.

Het was altijd een versterkte stad en Vauban verstevigde de stadsvesten nog (1670). Maar van de oude verdedigingswerken resten nu enkel nog de Sint Ignatiustoren en het bastion Saint-Pry: na het sloopwerk door het Oostenrijkse leger in 1710 verdwenen de nutteloze vestingen voor de latere uitbreiding van de stad.

De loopgraven van Wereldoorlog 1 lagen op een paar kilometer van Béthune. De stad werd lang gespaard van grote vernielingen maar in mei 1918 werd ze voor 90% vernield. De bewoners bouwden hun stad opnieuw op, tussen 1920 en 1930, in een hedendaags tintje met zin voor traditie.

De stad leed ook in de tweede wereldoorlog veel schade.

Bezienswaardigheden

Historische gebouwen

Heel veel (90% van Béthune) werd vernietigd in de eerste Wereldoorlog.

Belfort

Grand’Place, Béthune.

Voor bezoek met gids, reserveren in het Office de Tourisme.

Een van de oudste belforts van Noord-Frankrijk, gebouwd in 1346 en hét symbool van de stad. Reeds in 1862 geklasseerd als monument historique.

In 1346 werd Béthune gedurende 21 dagen belegerd door Vlaanderen maar de stad hield stand. Voor hun trouw aan de Franse kroon mochten de schepenen van de stad Béthune een belfort bouwen met klokken en een gevangenis. Het eerste belfort is een houten constructie die afbrandt in 1388 en dan vervangen wordt door een stenen gebouw van twee verdiepingen, mét een lakenhalle. Het gebouw is opgetrokken in zandsteen, een zeer stevige steen die ook gebruikt werd in de funderingen. Het was duur materiaal maar dat toonde meteen ook de rijkdom van de inwoners.

In 1437 wordt een derde verdieping toegevoegd en in 1546 komt daar een beiaard met 6 klokken. In 1553 neemt Karel V de stad in, hij schenkt de klokken van Terwanen (stad die hij volledig vernietigde).

De lakenhalle brandde in 1664 volledig af en werd nooit herbouwd, rondom het belfort kwamen wel verschillende kleine gebouwen.

De beiaard met 6 klokken wordt in 1773 vervangen door een beiaard met 36 klokken, gegoten door Philippe le Corsin.

In mei 1918 wordt het belfort gebombardeerd, de klokkentoren wordt vernield maar het gebouw houdt stand: de kleine gebouwen rond het belfort hebben de voet van het belfort beschermd.

De restauratie gebeurt tussen 1921 en 1923, daarbij worden de stenen van de vroegere Sint-Vaast kerk (die wel helemaal werd vernield tijdens de oorlog) gebruikt.

Als je dicht bij het belfort komt dan zie je dat het gebouwd is op vier pijlers. Je kan er ook nog haken zien hangen aan het plafond. Daar werden vroeger de weegschalen aan gehangen om de handelswaar te wegen. Bovenaan het belfort waakt de draak over het charter met de stadsrechten.

Bij een bezoek kom je op het eerste verdiep in de Schepenzaal of de Salle de Garde. Hier werd het charter met de vrijheden en rechten van de stad Béthune bewaard. Op het volgende verdiep is de Salle du guetteur (bewaker). De laatste bewaker was Louis Clay, hij woonde hier met zijn gezin tot bij de bombardementen van mei 1918. Hij kon de stad van hieruit goed overzien en kon zo direct alarm slaan bij brand. Derde en vierde verdieping zijn voor het uurwerk en de beiaard met toegang tot de ‘rondgang’ vanwaar je een prachtig zicht over Béthune hebt.

Vier verdiepingen, 133 trappen, 33 meter hoog met daar boven een spitstoren van 17 meter met daar boven de draak Beffy. De toren stond model voor het logo van de regio Nord-Pas-de-Calais.

Béthune

Tour Saint-Ignace

rue du 11 novembre, 62400 Béthune

Een artillerietoren met kruitopslagplaats en wachterskamer, oorspronkelijk gebouw dateert van de 14de eeuw. Uitstekend bewaard, geleide bezoeken mogelijk. Mooi zicht over de stad en het belfort.

Dichtbij de toren was een Jezuïtencollege, begin  18e eeuw krijgt de toren de naam van de stichter van het college, Sint Ignatius van Loyola.

Bastion Saint-Pry

93 Boulevard Vauban, Béthune

Het bastion met een valbrug en een slotgracht dateert uit de 14e eeuw. Naast het bastion stond de ronde toren met de stadspoort Saint-Pry; deze werd afgebroken. Vlakbij was de kazerne van Saint-Pry.

Eglise Les Récollets

7 rue Delisse-Engrand, Béthune

De ruïnes van een kerk, gebouwd rond 1515 door de Franciscanen (ook Recolletten genoemd). Met de Franse revolutie worden de geestelijken uitgedreven en de gebouwen verkocht. Van 1818 tot 1832 wordt dit een suikerfabriek. De site is geklasseerd maar privé eigendom, zichtbaar van op straat. Er resten enkel delen van de centrale beuk.

Hôtel de Beaulaincourt

6 Rue du Tribunal, 62400 Béthune.

L’Hôtel de Beaulaincourt, een groot herenhuis, werd in 1750 gebouwd door Philippe-Alexandre de Beaulaincourt, graaf van Marles.

Tijdens de Franse Revolutie werd deze private woning in beslag genomen en werd de zetel van het gerecht. Het gebouw werd in 1970 gebruikt als museum, dan tijdelijk weer als gerechtshof, nog later voor de Direction des affaires culturelles en le service animation. Om uiteindelijk verkocht te worden aan een promotor die het bestemt als luxe hotel en restaurant.

Vooral de salons op de eerste verdieping, met prachtig bewaard houtwerk zijn bijzonder.

Rue de la Délivrance

De straat telt nog een paar historische gebouwen. Het huis nummer 21 dateert uit de 16de en 17de eeuw. Aan het oude klooster van de Zusters van Barmhartigheid was een weeshuis aan verbonden tot 1954; sedert 1980 is het in gebruik door verschillende verenigingen. Je mag de binnenplaats betreden.

Chapelle Saint-Pry

rue Saint-Pry / rue Gaston Defferre 62400 Béthune

De kapel Saint-Pry is het laatste overblijfsel van het oude hospitaal van Béthune. Het werd gebouwd van 1825 tot 1828. Volledig verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog, en herbouwd tussen 1918 en 1930. Sinds 2009 is de Saint-Pry-kapel een expositieruimte met verschillende tijdelijke collecties van Musée d’Ethnologie.

Wederopbouw van Béthune na WO1

Bij de wederopbouw na WO1 kiezen architecten niet enkel voor historische reconstructie, er komt ook moderniteit; vaak een ‘eigen stijl’ maar ook onmiskenbare art déco elementen in de decoratie van het stadhuis, de Banque de France of de St Vaastkerk.

Maar er zijn ook onmiskenbare art déco elementen in de gevels van het Justitiepaleis of een aantal woningen In de buurt van het station (avenue Poincaré, rue Prévost): driehoekige erkers, een mix van beton en baksteen, geometrie, friezen in bas-reliëf.

Moderniteit ontstond onder meerdere vormen na de eerste Wereldoorlog: Art Déco maar ook De Amsterdamse school en De Stijl in Nederland, Bauhaus in Duitsland… Op zoek naar een nieuwe esthetiek, een nieuwe taal voor de nieuwe wereld na de grote catastrofe.

De Grote Markt

De Grand’Place werd vanaf de jaren ’20 heropgebouwd onder de leiding van drie architecten: Jacques Alleman, Paul Dégez en Léon Guthmann. Ze gaven de Grote Markt een modern karakter die de stad meer uitstraling moest geven.

Zowel de regionale trapgevel, als klokgevel en gewone rechte gevel worden gebruikt, met alle soorten ornamenten (sommige met art déco invloed). Deze gevels bestonden niet vóór de oorlog, ze werden ‘uitgevonden’ door de architecten die hiervoor inspiratie vonden in Brugge, Brussel, Amsterdam,..

Stadhuis

Grand-Place, 62400 Béthune

Het stadhuis werd gebouwd tussen 1926 en 1928 (architect Jacques Alleman) in een ‘eigen stijl’ op de ruïnes van het oude stadhuis (het idee om het nieuwe stadhuis rond het belfort te plaatsen haalde het uiteindelijk niet).

Vooral het Art Deco-gedeelte van het gebouw (binnen) is een bezoek waard met fascinerende glaspartijen, mozaïeken en smeedwerk.

Het glas werd uitgevoerd door Auguste Labouret, de uitvinder van de techniek van gehamerde gegoten glasplaten. Het motief dat het vaakst naar voren komt, is de ster.

Het smeedwerk is van de hand van een plaatselijke kunstenaar genaamd Agache. De Art Deco-stijl is nog niet erg uitgesproken, behalve in de centrale kroonluchter.

Église Saint-Vaast

Oorspronkelijk gebouw dateert van 1547, gebouwd op bevel van keizer Karel V. Totaal vernield tijdens de Eerste wereldoorlog en herbouwd tussen 1924 en 1927 door architect Louis Marie Cordonnier 1927 in een neogotische stijl. Vooral de decoratie met byzantijnse en art déco elementen is een bezoek waard. Mooie glasramen die het leven van Saint-Vaast uitbeelden; deze glasramen van 1930 zijn van de hand van Charles Champigneulle en de schilder Henri Pinta. Prachtige mozaïeken.

De kerk is vooral een gedenkplaats voor de slachtoffers van de oorlog en de mensen die de gekwetsten hielpen en de doden begroeven. Zelfs dit thema komt terug in de glasramen.

Versierde gevels Rue d’Arras – Rue de Treilles

De vroegere boekhandel Fournier

42 Rue Grosse Tête / Rue de Treilles 62400 Béthune

Opgetrokken tijdens de wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog (1923, architect Jacques alleman). Het pand werd in 2001 ingeschreven als monument historique.

Gelegen op kruispunt van de belangrijkste handelsstraten, met monumentale symmetrische gevels, identiek in beide straten. Gewapend beton en baksteen. Een ‘eigen stijl’ met verrassende motieven in bas reliëf zoals grote dennenappels, Sint-Jacobsschelpen. Balkon in art déco.

Librairie Levaast & Beuvry-Berthe

Architecte Marcel Gillon ontwierp de huizen op de onpare kant van de rue d’Arras, onder meer de Librairie Levaast (uithangbord in mozaïek en bloemenmandmotief op het balcon) en de Librairie Beuvry-Berthe, ook al met uithangbord in mozaïek.

Art Déco in rue Prévost

rue Prévost  n°63

Een typische Art Deco-huis, zonder overdreven veel middelen, zoals er andere te zien zijn in deze straat. Eenvoudige kleine elementen maken toch dat de moderniteit van dit huis opvalt: hoogteverschillen dankzij het fronton en de aparte garage, het gelijkvloers in baksteen en de verdiepingen in beton, een zeer geometrische (driehoekige) erker…

rue Prévost  n°93

Une autre petite demeure bien sympathique qui exploite d’autres éléments typiques de la période comme les bas-reliefs floraux et les pans coupés. Le garage est ici surplombé d’une balustrade en brique. Les caractéristiques déjà développées ne seront pas répétées.

Een leuk huisje met andere elementen uit die periode, zoals bas-reliëfs met bloemen en uitgesneden zijkanten. De garage hier wordt bekroond met een bakstenen balustrade.

rue Prévost  104

Veel eenvoud hier, maar let op de houten deur die de uitgesneden zijkanten van het frame respecteert en versierd is met smeedwerk met spiraalvormige patronen.

rue Prévost  116

Een heel eenvoudig huis met enkele interessante elementen in de gevel en twee kleuren baksteen.Maison Art Déco

rue Prévost  124

Beton (enigszins blauwachtig van toon) afgewisseld met gele baksteen (in de regio werd meestal met rode baksteen gewerkt).

rue Prévost  136

Een huis met meer aanzien, geen rijhuis met eenvoudige straatgevel maar een veranda, erkers die uitgeven op een terras op de bovenverdieping, een volledig dakterras. Een voordeur met zonnestralen-motief. Een woning met hoge moderniteit.

rue Prévost  145

Een heel mooie woning met afwisselende volumes van verschillende groottes. Een zigzagfries zorgt voor de eenheid van de drie delen.

Palais de Justice

161 Place Lamartine, 62400 Béthune

Dit gerechtshof dateert uit 1930. De architect Paul Decaux heeft gekozen om het neo-neoclassicisme te mengen met Art Deco. De strengheid van het geheel en de gecanneleerde pilasters zijn van klassieke stijl, waarbij de deur en het frame, het fronton en de bas-reliëfs in medaillon Art Deco zijn.

Église du Sacré-Cœur

103 rue d’Amiens, Béthune

De Engelse luchtbombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de wijk Saint-Pry en het station van Béthune weggeveegd. De parochie Saint-Vaast deed een plechtige belofte om, na de oorlog, in die wijk een kerk te bouwen ter nagedachtenis van de slachtoffers. De kerk werd gebouwd tussen 1950 en 1953 (architect Paul Degez) maar nooit afgewerkt naar de originele plannen.

Musea

Labanque

44 place Georges Clemenceau – Béthune +33(0)3.21.63.04.70

“Centrum voor de productie en verspreiding van beeldende kunst” in een opmerkelijke gebouw.

Aan het begin van de 20e eeuw bouwde de Banque de France in tientallen steden een filiaal, ook in Béthune. De architect slaagt erin om de macht en de status van de instelling vast te stellen en daarbij strikt de streng beveiligde specificaties na te leven. De directeur van de plaatselijke Banque de France was een belangrijk persoon, in het gebouw kreeg hij een appartement van 514 m² met twee verdiepingen aan onthaalruimte, zowel voor sociale activiteiten als voor raden van bestuur. En de afwerking is luxueus: marmer, parket, monumentale trap. Bovendien heeft het gebouw zijn kleine geheimen:  trillingsdetectiesystemen,  ondergrondse loopbruggen, het appartement van de directeur was zelfs rechtstreeks verbonden met het naburige politiebureau.

Aan het begin van de 21ste eeuw sloot de Banque de France vele filialen, ook dat van Béthune. De aanpassingswerken namen meerdere jaren in beslag maar het gebouw werd, zonder aan de architectuur te raken, omgevormd tot een expositieruimte voor hedendaagse kunst.

De tentoonstellingen hebben plaats in de weelderige Art Deco architectuur van het appartement, in de imposante gewelfkamer, in de vroegere kluiskamer.

Er worden ook workshops, rondleidingen, zelfs murder mysteries georganiseerd.

www.lab-labanque.fr

Chapelle Saint-Pry

rue Saint-Pry / rue Gaston Defferre 62400 Béthune  +33 (0)3 21 64 07 11

De kapel Saint-Pry is het laatste overblijfsel van het oude hospitaal van Béthune. Het werd gebouwd van 1825 tot 1828. Volledig verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog, en herbouwd tussen 1918 en 1930. Sinds 2009 is de Saint-Pry-kapel een expositieruimte met verschillende tijdelijke collecties van Musée d’Ethnologie. U kan er vele getuigen ontdekken van een vergeten ambachten: gereedschap; huishoudelijke, agrarische, ambachtelijke of technische voorwerpen die hebben bijgedragen tot de vorming van onze regio.

Cité des Electriciens

Rue Franklin, 62700 Bruay-la-Buissière   +33 (0)3 21 01 94 20

Sinds het mijnbekken van Noord-Frankrijk in 2012 op de Unesco-lijst kwam te staan, zijn steeds meer plekken in de streek beschermd (ook de ‘mijnbergen’) en krijgen ze nieuwe bestemmingen. En zijn veel inwoners trotser dan ooit op dit verleden.

Vlak bij Béthune werd een vroegere mijnwerkerswijk uit 1861 helemaal opgeknapt en ‘geopend’ voor publiek. Er wonen echt mensen maar er is een bezoekerscentrum (thema: architectuur en het sociale leven uit de mijntijd) en er worden regelmatig evenementen en exposities georganiseerd om zo meer te weten te komen over het mijnverleden van deze streek. Elke 1e zondag van de maand zijn er rondleidingen door de wijk, waarbij acteurs het dagelijks leven van de vroegere mijnwerkers naspelen.

In de 19e eeuw was er zo’n grote vraag naar arbeiders voor de bloeiende mijnindustrie, dat de kolenmaatschappijen tegen elkaar opboden om de aantrekkelijkste woonwijken te bouwen voor hun werknemers, om zo meer krachten te trekken. Die wijken bestonden in diverse stijlen en verschillende formaten: van eenvoudig (de bakstenen rijtjeswoningen in de corons) tot redelijk luxe (les cités-jardin), met vrijstaande huizen met tuinen. De woonomstandigheden waren in de meeste Noord-Franse mijnwerkerswijken relatief goed en vooral de sociale verbondenheid was zeer groot. Alle kinderen gingen samen naar school, iedereen bezocht dezelfde kerk, alle arbeiders zaten in dezelfde fanfare…

https://www.citedeselectriciens.fr/fr