De Kleine Mote

Inhoud / Content / Contenu

Oorlogskerkhoven – bezoeken

Oorlogskerkhoven vindt u overal in de Westhoek, kleine en grote, en verschillende nationaliteiten. Er waren honderdduizenden doden te begraven. Mooi en stil zijn ze allemaal maar dit is een lijst van de kerkhoven die het meest verstillen en ontroeren.

Duizend Soldaten – Willem Vermandere

Oorlogskerkhoven

Amerikaanse oorlogskerkhoven

Flanders Field American Cemetery and Memorial te Waregem [60km]

Het enige Amerikaanse begraafplaats van de Eerste Wereldoorlog in België en het kleinste Amerikaanse militaire kerkhof op het Europese continent. 368 soldaten vonden er hun laatste rustplaats en nog eens 43 staan vermeld op de Muur van de Vermisten.

Op 30 mei 1927 -9 dagen na zijn historische vlucht over de Atlantische Oceaan- vloog Charles Lindbergh over deze begraafplaats in zijn Spirit of St. Louis om bloemen over de graven van zijn gevallen landgenoten uit te strooien.

Ieder jaar wordt op Memorial Day (de zondag dichtst bij 30 mei) een herdenkingsdag gehouden voor de Amerikaanse oorlogsslachtoffers; en telkens zingen de Waregemse schoolkinderen er het Amerikaanse volkslied.

Er is een bezoekerscentrum met informatie over de Amerikaanse betrokkenheid tijdens de Eerste Wereldoorlog in België en het ontstaan van de begraafplaats. Daarbij is er eveneens aandacht voor persoonlijke verhalen van de gesneuvelde soldaten.

https://www.waregem.be/amerikaansebegraafplaats

Britse oorlogskerkhoven

Tyne Cot Cemetery in Passendale [20km]

Ingang en parking: Vijfwegestraat, 8980 Passendale

Geen toerist kan er omheen. Het heeft met de macht van het getal te maken: het graf van meer dan elfduizend soldaten, ‘altijd iemands vader, altijd iemands kind’ zong Willem Vermandere. Bij Tyne Cot ben je nooit alleen en de mooiste begraafplaats is het ongetwijfeld niet. Maar zonder Passendale heb je de Westhoek niet gezien. (Zeven oorlogskerkhoven die je gezien moet hebben – De Morgen – Rik Van Puymbroeck, 7 augustus 2014)

De naam Passendale is gegrift in het collectieve geheugen van Groot-Brittannië en het Britse Gemenebest. De Slag bij Passendale kostte onnoemelijk veel mensenlevens. De Britten noemden het ‘Passiondale’ of ‘dal van het lijden’.

Oorspronkelijk was ’Tyne Cot’ een versterkte positie van de Duitse Flandern I-stelling, waar Australische troepen in oktober 1917 een eerste hulppost inrichtten. Er ontstond al snel een kleine begraafplaats met 340 bijzettingen van gewonden die ter plaatse bezweken. Tussen 1919 en 1921 brachten gespecialiseerde ’Exhumation Companies’ hier vanuit de omliggende velden de gesneuvelden samen. En zo werd Tyne Cot de grootste Commonwealth militaire begraafplaats ter wereld. Het graf van meer dan elfduizend soldaten, waarvan meer dan 8300 niet-geïdentificeerden.

De begraafplaats met ’Missing Memorial’ werd ontworpen door Sir Herbert Baker en in 1927 onthuld.

Op de muur achteraan de begraafplaats staan de namen gegrift van net geen 35.000 vermiste soldaten. Zij sneuvelden na 15 augustus 1917. De overige bijna 55.000 namen van vermisten gesneuveld tussen augustus 1914 en 15 augustus 1917 vind je op de Menenpoort in Ieper. Die Menenpoort, nog ontworpen tijdens de oorlog, was niet groot genoeg om alle vermisten te vermelden.

Het ”Cross of Sacrifice” werd op vraag van de Britse koning George bovenop de veroverde Duitse bunker gebouwd.

Het moderne bezoekerscentrum geeft een uitzicht op het slagveld en geeft meer inzicht en informatie over de slag.

’The Road to Passchendaele’

De begraafplaats Tyne Cot is door een 3 km-lang wandel- en fietstraject verbonden met het Passchendaele Memorial Park waarin ook het ‘Memorial Museum Passchendaele 1917’ gevestigd is. Dit traject wordt ook ’The Road to Passchendaele’ genoemd.

http://www.wo1.be/nl/db-items/tyne-cot-cemetery

Polygon Wood Cemetery, Zonnebeke [20 km]

Lange Dreve, Zonnebeke

Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, vlakbij het Polygoonbos.

Het bos was tijdens de Eerste Wereldoorlog strategisch gelegen aan de Ieperboog, op de Midden-West-Vlaamse Heuvelrug. Het werd afwisselend bezet door de Duitsers en de geallieerden en werd helemaal vernietigd. Er liggen 107 doden begraven: 46 doden uit het Verenigd Koninkrijk (waaronder 17 niet geïdentificeerde), 60 Nieuw-Zeelanders (waarvan 2 niet geïdentificeerde) en 1 Duitser.

http://www.wo1.be/nl/db-items/polygon-wood-cemetery

Buttes New British Cemetery, Zonnebeke [20 km]

Lange Dreve, Zonnebeke

Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog,

De begraafplaats ligt in het Polygoonbos, bijna twee kilometer ten zuiden van het dorpscentrum van Zonnebeke. Er worden 2.108 doden herdacht, waarvan meer dan 1.600 niet geïdentificeerde.

Deze toegangsweg ligt op dezelfde as als de toegangweg naar de Polygon Wood Cemetery dat zich net buiten de bosrand aan de overkant van de straat bevindt.

Voor de oorlog werd het Polygoonbos gebruikt als militair oefenterrein. Hier bevond zich een kunstmatige heuvel, “doel” of “butte” genoemd, om kogels op te vangen. Op deze heuvel, aan de noordoostkant van de begraafplaats, staat nu het Fifth Australian Division Memorial. Naast de heuvel staat centraal de Stone of Remembrance. Hier staat geen Cross of Sacrifice -deze staat op de Polygon Wood Cemetery.

Aan de zuidwestkant van de begraafplaats staat het Nieuw-Zeelands herdenkingsmonument Buttes New British Cemetery (N.Z.) Memorial, Polygon Wood, ter herdenking aan 378 militairen van de New Zealand Division zonder gekend graf.

http://www.wo1.be/nl/db-items/buttes-new-british-cemetery-polygon-wood

Essex Farm Cemetery (‘site John McCrae’), Boezinge [15 km]

Diksmuidseweg naast nr 148, 8904 Ieper (Boezinge)

Langs het kanaal Ieper-IJzer, net buiten Ieper, ligt Essex Farm Cemetery. De plaats is ook gekend als ‘site John McCrae’ omdat de Canadese arts hier op 2 en 3 mei 1915 zijn wereldberoemde gedicht ‘In Flanders Fields’ schreef.

De hoge kanaaldijk werd in de 17de eeuw door de Franse militaire architect Vauban aangelegd als een ’retranchement’, een grote verdediging langs het kanaal, die gedurende meer dan 50 jaar de noordgrens van het Franse rijk van Louis XIV vormde.

In april 1915 stonden hier stukken geschut van de ”1ste Canadese artilleriebrigade”, korte tijd later bouwden de ”Royal Engineers” een hele reeks ”shelters” en ”dug-outs”.

Om de slachtoffers van de eerste gasaanval (22 april 1915) te verzorgen werd een A.D.S. (Advanced Dressing Station, een vooruitgeschoven verpleegpost) uitgegraven in de kanaaldijk. Bij de schuilplaats kwam een begraafplaats.

Kort na de wapenstilstand van 1918 deden de vele bunkers in de kanaaldijk ook dienst als eerste noodwoning voor de vele vluchtelingen die terug naar huis kwamen.

Naast de begraafplaats en de ”concrete shelters in the Canal Bank” kan ook de kanaaldijk zelf worden bezocht over een afstand van 450 meter.

Hoog op de kanaaldijk staat ook het monument van de ”49th West Riding Division” die hier in de zomer van 1915 voor het eerst werd ingezet en hoge verliezen leed.

https://www.cwgc.org/find/find-cemeteries-and-memorials/15800/essex-farm-cemetery

Abeele Aerodrome Military Cemetery

Dodemanstraat, nabij de Callicannesweg in Abele, bij Poperinge.

Rechts groeit de maïs en links grazen koeien en via die corridor van 100 meter over zacht gras bereik je het Abeele Aerodrome Military Cemetery in Abele, bij Poperinge. Het is zo klein als het er rustig is, de koeien krabben de jeuk van hun lijf tegen het muurtje dat de 104 gesneuvelde Britten van hen afschermt. Een paar bomen, die stenen en verder niks meer. Je moet het zoeken en je moet eigenlijk hopen dat niemand anders het vindt. Zo mooi en stil is het. (Zeven oorlogskerkhoven die je gezien moet hebben – De Morgen – Rik Van Puymbroeck, 7 augustus 2014)

http://www.wo1.be/nl/db-items/abeele-aerodrome-military-cemetery

Lijssenthoek Military Cemetery in Poperinge [15 km]

Er liggen 10.784 slachtoffers begraven; niet alleen Britse soldaten maar ook een Britse verpleegster, Chinezen, Amerikanen, Fransen en Duitsers.

Het Bezoekerscentrum vertelt het verhaal van deze unieke site.

www.lijssenthoek.be

Prowse Point Military Cemetery in Ploegsteert [8km]

Chemin du mont de la hutte, Komen-Waasten

Net buiten het dorp dat door Het Zesde Metaal werd vereeuwigd in muziek die herinnerde aan de betreurde Frank Vandenbroucke (“God es van ons p’rochie en riedt met de fiets”) sla je in de richting van Ieper een klein wegje in naar Prowse Point Military Cemetery. Het ligt er tussen de velden, bij een bos, het is helemaal niet groot en als je militair was en je had de keuze, dan lag je liefst hier. Maar die keuze heb je niet, er is alleen dat klein beetje geluk bij dat grote ongeluk dat de oorlog was. Geluk dat soms pas decennia later komt: private Harry Wilkinson werd in 2000 teruggevonden in een akker vlakbij en nadien met grote militaire eer hier herbegraven. 235 graven zijn er, twaalf ervan dragen een Duitse naam. (Zeven oorlogskerkhoven die je gezien moet hebben – De Morgen – Rik Van Puymbroeck, 7 augustus 2014)

http://www.wo1.be/nl/db-items/prowse-point-military-cemetery

Bedford House Cemetery, Zillebeke [15 km]

Rijselseweg 152, 8900 Ieper (Zillebeke)

De tuinarchitectuur maakt van Bedford House Cemetery een unieke WO I site.

De begraafplaats ligt op het voormalige domein van het kasteel Rosendael, door de Britten ook wel ‘Bedford House’ of ‘Woodcote’ House genoemd. Dit omwalde kasteel lag twee kilometer ten zuiden van de Ieperse Rijselpoort en deed tijdens Wereldoorlog I dienst als brigadehoofdkwartier en medische post. In de kasteeltuin ontstonden verschillende kleine begraafplaatsen.

Tijdens de hele duur van de Eerste Wereldoorlog bleef het domein achter het front en kwam dus niet in Duitse handen, maar toch raakte het uiteindelijk vernield door artillerie.

Deze begraafplaats is een van de grootste Britse begraafplaatsen in de Westhoek. Er liggen nu 4.425 Britten (gesneuveld in WOI en II), 390 Canadezen, 249 Australiërs, 36 Nieuw-Zeelanders, 21 Zuid-Afrikanen, 21 Indiërs en 2 Duitsers. Voor 20 militairen werden Special Memorials opgericht omdat hun graven niet meer gevonden werden en men aanneemt dat ze zich onder de naamloze graven bevinden. Vijfentwintig anderen worden herdacht met een Duhallow Block omdat zij eerder in andere begraafplaatsen lagen maar niet meer teruggevonden werden omdat hun graven door artillerievuur vernietigd waren. Voor nog twee andere militairen werden ook Special Memorials opgericht met de vermelding van hun oorspronkelijke begraafplaats.

http://www.wo1.be/nl/db-items/bedford-house-cemetery

Hooge Crater Cemetery, Zillebeke [15 km]

Meenseweg 479, Zillebeke

Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog.

Het kasteel ’t Hooghe lag midden in het strijdtoneel. Op 31 oktober 1914 werden de staff  van de 1st en 2nd Division hier door artilleriebeschietingen uitgeschakeld, slechts één officier kwam heelhuids uit de beschietingen.

Het soldatenkerkhof werd aangelegd begin oktober 1917 toen Hooghe bij het begin van de Derde Slag bij Ieper in geallieerde handen was gevallen.

Na de oorlog werd de begraafplaats sterk uitgebreid door de concentratie van geïsoleerde graven en de ontruiming van kleinere begraafplaatsen uit de slagvelden van Zillebeke, Zandvoorde en Geluveld. Er worden nu 5923 Commonwealthdoden op deze begraafplaats herdacht. Hieronder bevinden zich 3578 niet-geïdentificeerden.

‘Special memorials’ werden opgericht voor doden uit het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland “Known/Believed to be buried in this cemetery”.

Andere ‘special memorials’ dragen de namen van 12 militairen uit het Verenigd Koninkrijk begraven op La Chapelle Farm en twee op Kruiseecke German Cemetery van wie de graven door artillerievuur vernield werden.

Opmerkelijk is dat de Stone of Remembrance, vooraan op de begraafplaats, in een cirkelvormige diepte is geplaatst: een symbool voor de vele kraters die hier in de omgeving zijn geslagen.

c 1920 Aanleg van Hooge Crater Cemetary

Aan de overkant van de straat, in de oude school, bevindt zich het Hooge Crater Museum. Men kan er uniformen, foto’s en dergelijke bezichtigen, maar er is ook een archeologische site waar de opgravingen nog steeds aan de gang zijn.

http://www.wo1.be/nl/db-items/hooge-crater-cemetery

Railway Dugouts Cemetery in Zillebeke [15 km]

Komenseweg, ter hoogte van Zillebeke-vijver, naast de spoorweg, Zillebeke

Op 2 km van Zillebekedorp passeert de spoorweg bovenop een berm. Vanop deze berm keek men uit op een kleine boerderij door Britse troepen ‘Transport Farm’ genoemd (Pollepelhoeve).

De eerste bijzettingen op deze begraafplaats vonden plaats in april 1915. De begraafplaats bleef tot het einde van de oorlog in gebruik, vooral in 1916 en 1917. Toen werden Advanced Dressing Stations ingericht in dugouts in de spoorwegberm en in de boerderij. Bijzettingen vonden zonder planning in kleine groepjes plaats. Tijdens de zomer 1917 werden een aanzienlijk aantal graven door artillerievuur vernield.

Het terrein heeft een onregelmatige vorm met een oppervlakte van 17.395 m² en is door een ruwstenen muur omringd. Er zijn twee gelijkvormige toegangsgebouwen met een boogvormige doorgang. De begraafplaats is bijna als een halve cirkel rond een vijver aangelegd. Deze vijver is ontstaan door een bomkrater, zoals er nog meerdere in de omgeving te vinden zijn.

Er worden 2.463 doden herdacht, waarvan 431 niet geïdentificeerd konden worden. Er zijn 261 ‘special memorials’ “Known/Believed to be buried in this cemetery”. Andere ‘special memorials’ dragen de namen van 42 Canadezen en 30 militairen uit het Verenigd Koninkrijk die oorspronkelijk op andere begraafplaatsen begraven lagen, maar waarvan de graven door artillerievuur vernield werden.

http://www.wo1.be/nl/db-items/railway-dugouts-burial-ground-transport-farm

R.E. Grave, Railway Wood Cemetery, Zillebeke [15 km]

Een unieke begraafplaats omdat ze zondigt tegen de ijzeren regels van de Commonwealth War Graves Commission: er staat een Cross of Sacrifice (wat enkel mag als er meer dan 40 graven liggen) alhoewel er maar 1 officier en 11 manschappen van de 177th Tunnelling Company (Royal Engineers) herdacht worden. Er staan ook geen grafzerken: de namen en regimenten staan op de basis van het Cross of Sacrifice gebeiteld.

Ook de volgende tekst is erop te lezen: Beneath this spot lie the bodies of an officer, three N.C.O.’s and eight men of or attached to the 177th Tunnelling Company, Royal Engineers, who were killed in action underground during the defence of Ypres between November, 1915 and August, 1917.

De heuvelrug waarop de begraafplaats ligt werd Bellewaerde Ridge genoemd en was door het strategisch belang bijna de hele oorlog lang toneel van hevige gevechten, zowel bovengronds als ondergronds.

De 177th Tunnelling Company was lange tijd in deze sector actief, waardoor zij veel manschappen verloor in deze ondergrondse oorlogsvoering. In de omgeving zijn nog vele kleine en grotere mijnkraters zichtbaar in het landschap. Railway Wood (gelegen aan het kruispunt Oude Kortrijkstraat / Begijnenbosstraat) werd in de jaren 20 volgens zijn oorspronkelijke vorm herbebost.

http://www.wo1.be/nl/db-items/re-grave-railway-wood

Hedge Row Trench Cemetery, Zillebeke [15 km]

De begraafplaats ligt in het provinciedomein De Palingbeek en is via een 300 m lang graspad bereikbaar vanaf de Verbrandemolenstraat.

De naam heeft zijn oorsprong door een nabijgelegen boerderij die Hagereke heette.

Ontworpen door John Truelove: alle graven in een cirkel rond het Cross of Sacrifice.

Er liggen 96 Britten (waarvan 2 niet geïdentificeerd konden worden) en 2 Canadezen begraven maar het terrein werd door de hevige gevechten en artilleriebeschietingen zodanig beschadigd dat de oorspronkelijke graven niet meer gelokaliseerd konden worden. Daarom heeft men na de oorlog alle graven als Special Memorials (de grafstenen dragen als bijkomende tekst: Known to be buried in this cemetery) opgericht en deze in een cirkel rondom het Cross of Sacrifice opgesteld.

Vlakbij bevinden zich ook nog Woods Cemetery en First D.C.L.I. Cemetery, The Bluff.

http://www.wo1.be/nl/db-items/hedge-row-trench-cemetery

Bailleul Communal Cemetery Extension

Bailleul Communal Cemetery Extension werd in oktober 1914 in de buurt van de gemeentelijke begraafplaats aangelegd om Britse, Franse en Duitse militaire slachtoffers een laatste rustplaats te geven.

De hospitaalstad Bailleul ontvangt tijdens de opeenvolgende slagen bij Ieper veel gewonden van de slagvelden. Eind 1915 wordt deze militaire begraafplaats uitgebreid met plaats voor meer dan 4.500 slachtoffers, voornamelijk Britten en soldaten uit landen van het Britse imperium, zoals Australië, Nieuw-Zeeland, Canada en India.

Na de wapenstilstand in 1918 worden de graven van kleine militaire begraafplaatsen rond Bailleul overgeplaatst naar het Communal Cemetery Extension en de houten kruisen worden vervangen door witte grafstenen. Aan de zuidoostkant van de begraafplaats omgeven twee indrukwekkende kapellen, die op Griekse tempels lijken, de Herdenkingssteen met het opschrift: Their name liveth for ever more.

Een kleinere Britse begraafplaats, Outtersteene Communal Cemetery Extension, ligt in een gehucht van Bailleul en bevat 1.397 graven.

V.C. Corner Australian Cemetery and Memorial, Fromelles [25 km]

91 Rue Delval, 59249 Fromelles, Frankrijk

Een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog en bijhorend herdenkingsmonument, twee kilometer ten noordwesten van het centrum van Fromelles.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag Fromelles aan het front. Tijdens de Slag bij Fromelles vielen op 19 en 20 juli 1916 een Australische en Britse divisie de Duitse posities aan. Het was de eerste grote actie waarbij in Frankrijk Australische troepen werden ingezet. De geallieerden stootten op een zware Duitse verdediging en leden zware verliezen, vooral de Australische troepen.

De begraafplaats werd aangelegd na de oorlog, in 1920 en 1921. Er liggen 410 Australische gesneuvelden begraven. Individuele graven maar omdat er geen enkele gesneuvelde kon worden geïdentificeerd, werden de graven niet met een individuele grafsteen gemarkeerd: de namen van zo’n 1.200 vermisten worden vermeld op het Memorial, een gedenkmuur achteraan op de begraafplaats.

Op het grasplein zijn twee grote betonnen kruisen geplaatst. Voor de gedenkmuur staat het Cross of Sacrifice. Het monument werd ontworpen door Herbert Baker en wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission.

Na historisch onderzoek door Australische en Franse onderzoekers werd in 2009 in Fromelles in opdracht van de Britse en Australische overheid een opgravingsactie gehouden. De lichamen van 250 Australische en Britse soldaten die begraven lagen in massagraven vlakbij het Bois des Faisans werden teruggevonden. Velen konden door DNA-onderzoek worden geïdentificeerd. Zij werden begraven in individuele graven op een in 2010 nieuw aangelegd begraafplaats: Fromelles (Pheasant Wood) Military Cemetery. Dergelijke begraafplaats werd in 50 jaar niet meer aangelegd.

200 m ten zuiden van de begraafplaats V.C. Corner Australian Cemetery wordt in 1998 het Australian Memorial Park met het standbeeld ““Don’t forget me, cobbers” ingehuldigd.

In 2014 werd het Musée de la Bataille de Fromelles geopend om de Slag te herdenken.

Chinese Oorlogskerkhof

Noyelles-sur-Mer Chinese Cemetery [130km, 2 uur]

Een begraafplaats voor Chinese arbeiders, gestorven terwijl ze in dienst waren van het Britse rijk. Het kerkhof wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission.

Men schat dat tussen 1917 en 1920 zo’n 2000 Chinese arbeiders door oorlogsgeweld en ziekten omkwamen. Vooral tijdens de Spaanse griep epidemie was de tol hoog.

Hier liggen 841 slachtoffers begraven. De rest ligt verspreid over de vele begraafplaatsen in Frankrijk en België.

https://www.ww1cemeteries.com/noyelles-sur-mer-chinese-cemetery.html

Duitse oorlogskerkhoven

Er zijn vier officiële Duitse militaire kerkhoven van de Groote Oorlog in de Westhoek, maar in schoonheid overtreffen deze twee alle Britse. Het is de eenvoud van de platte stenen op het gras, het zijn de bomen errond, de natte bladeren in de herfst, het zijn de Duitse namen: Joseph Bohmann, Albert Klotz, Erich Dittmar, Arthur Oppelt, August Friedel. Weemoediger kan de dood niet klinken en op de begraafplaatsen van Vladslo en Langemark-Poelkapelle is het verdriet om de Eerste Wereldoorlog wel heel erg verdrietig. En nergens treurt een ouderpaar zo diep als in het beeld van Käthe Kollwitz in Vladslo. Vlakbij rust haar gesneuvelde zoon Peter. (Bron: Zeven oorlogskerkhoven die je gezien moet hebben – De Morgen – Rik Van Puymbroeck, 7 augustus 2014)

Deutscher Soldatenfriedhof in Vladslo [45km]

Vladslo – Willem Vermandere

In het Praatbos hadden de Duitsers een verbandpost. Daar ontstond het Soldatenfriedhof Vladslo. Na de Eerste Wereldoorlog werd het uitgebreid, bijna 22.000 graven werden naar hier overgebracht vanuit 61 Belgische plaatsen. Onder de eiken rusten 25.638 Duitse doden.

Een van de indringendste oorlogskerkhoven.  Hier geen helden, geen roem; alleen een veelzeggende stilte, een stille aanklacht.

Het treurend ouderpaar van Käthe Kollwitz. Op een van de platen voor het beeld vindt men de naam Peter Kollwitz terug, haar zoon.

Tip 1: wandelen in Staatsbos van Koekelare

Bij hetPraatbos, waar het kerkhof ligt, is ook het staatsbos van Koekelare, een bijzonder mooi 70 hectare bos.  Op het eerste gezicht ligt het er wat versnipperd bij. Maar je staat er steevast in bewondering voor de machtige zomereiken van meer dan 200 jaar oud. Vervolgens ga er op zoek naar de bekendste inwoner van het bos: de Koekelare-den, een snelgroeiende variëteit van de Corsicaanse den.

Tip 2: Käte Kollwitz museum

Brouwerijstraat, Koekelare (5 tal km verder)

Het museum brengt het verhaal van Käthe Kollwitz als moeder van een gesneuvelde soldaat en laat zien hoe de kunstenares in opstand kwam tegen oorlog en armoede aan de hand van een verzameling van originele kunstwerken.

http://www.wo1.be/nl/db-items/duitse-militaire-begraafplaats-vladslo

Deutscher Soldatenfriedhof in Langemark-Poelkapelle [25 km]

Met beeldengroep ter herdenking van de gesneuvelde Duitse militairen van Emil Krieger.

Vier treurende militairen, heel sober uitgevoerd.

Deze begraafplaats zou in oktober 1914 ontstaan zijn uit een Britse begraafplaats maar na de gasaanval van 22 april 1915 kwam de begraafplaats tot in de zomer 1917 in Duits gebied te liggen. Tijdens de oorlog steeg het aantal bijzettingen zodat er in 1919 graven waren van Duitse, Franse, Britse en Belgische doden: in totaal 859, waaronder 627 Duitse.

Na de oorlog werd de begraafplaats verder uitgebreid door de Duitse Dienst voor Oorlogsgraven. In totaal kwamen er 10.143 individuele graven waaronder 6.313 geïdentificeerden en bijna 4.000 niet-geïdentificeerden.

Onder de gesneuvelden bevonden zich ook zo’n 3.000 vrijwilligers die stierven tijdens de Duitse bestorming op Langemark in het najaar 1914 (eerste slag om Ieper). Door het grote aantal studenten onder deze vrijwilligers, kreeg de begraafplaats de naam ‘Studentenfriedhof‘.

http://www.wo1.be/nl/db-items/duitse-militaire-begraafplaats-langemark

Deutscher Friedhof Menen [32 km]

Duits kerkhof – Willem Vermandere

Ook de Duitse doden werden vlak na de strijd begraven op tal van plaatsen, maar zijn later op enkele grote begraafplaatsen geconcentreerd.

Het Deutscher Friedhof Menen werd al in 1917 ingericht als Menen Wald, maar werd in het midden van de jaren vijftig aanzienlijk uitgebreid. Zo werd het, met 448.049 gesneuvelde Duitse soldaten (WO I), de grootste Duitse begraafplaats in België.

Deutscher Soldatenfriedhof Hooglede [37 km]

Beverenstraat, 8830 Hooglede

Hooglede was bezet gebied, wel in het ’Etappengebiet’ dus dicht tegen het front. Veel gewonden werden hier naartoe gebracht. Toen de begraafplaats van Hooglede niet meer volstond voor het toegenomen aantal doden, werd in 1917 het Soldatenfriedhof aangelegd.

Dit is de kleinste van de vier Duitse verzamelbegraafplaatsen en telt 8.247 doden.

De ’Ehrenhalle’ werd in 1937 gebouwd met stenen van het Duitse paviljoen dat in 1928 op de Wereldtentoonstelling in Parijs stond. Bij mooi weer heb je een prachtig uitzicht op de omgeving. Sinds december 2017 kan een onthaalpaviljoen worden bezocht.

Franse oorlogskerkhoven

Franse militaire begraafplaats Ossuaire, Kemmel [1 km]

Na de ‘Slag om de Kemmelberg‘ (april 1918) bleef een groot aantal Franse gesneuvelden op het slagveld achter. Van de meer 5.000 gesneuvelde officieren, onderofficieren en soldaten werden slechts 57 personen geïdentificeerd. Allen werden ten ruste gelegd in dit massagraf.

https://www.flandersfields.be/nl/doen/frans-monument-en-massagraf-kemmelberg

St. Charles de Potyze in Ieper (N332 Zonnebeekseweg, gehucht Potyze) [15 km]

Toegang

De grootste Franse begraafplaats in Vlaanderen. Vermoedelijk liggen hier 4.171 Franse militaire begraven, de meeste stierven tijdens de belangrijke Franse aanwezigheid tussen oktober 1914 en april 1915.

3.547 geïdentificeerde doden in individuele, dubbele en collectieve graven (69 met islamitische stèle) en 609 niet-geïdentificeerde doden in een ‘Ossuaire’.

Uitzonderlijk voor een Franse begraafplaats (meestal heel sober in aanleg en architectuur): er staat een mooie, moderne calvarie.

Bij aanvang was dit de begraafplaats bij een medische hulppost, geïnstalleerd in het Karelsschooltje van het gehucht “De Potijze”, vandaar de naam “Poste de secours de Saint-Charles de Potyze”.+

Vanaf 1919 werd dit kerkhof uitgebreid met graven uit de omliggende slagvelden. De dode lichamen bleven soms dagen en weken in ruwe houten kisten staan ergens in een hoek van de begraafplaats. Lichamen die niet meer te identificeren waren, werden in het massagraf geplaatst.

Nog steeds worden Franse gesneuvelden die tot een eeuw later worden teruggevonden in de vroegere slagvelden hier bijgezet. Zo zijn in het massagraf 616 vermisten bijgezet, 7 meer dan vermeld op de gedenkplaten. 15 stoffelijke overschotten werden nog begraven nadat ze door ‘The Diggers’ in 1998 langs het Ieperleekanaal, ter hoogte van de Yorkshire dug-out werden gevonden.

Bij een eerste indeling kregen alle graven een withouten kruis waarop in zwarte letters een aantal identiteitsgegevens van de gesneuvelden stonden. In de jaren dertig werden er betonnen kruisen geplaatst, die dan in 1975  vervangen werden door kruisen in witte kunststof.

Op 20 oktober 1922 werd er in het midden van de begraafplaats een stenen kruis opgericht met als opschrift: “Les habitants de la ville d’Ypres aux Français 1920”. 

Veel oud-strijders vonden het de moeite om op 24 september 1924 op bedevaart naar Zonnebeke te komen: de nieuwe kerk werd ingezegend, daar werd ook gebeden voor de zielenrust van de gesneuvelden en er was een processie met fanfare en vaandeldragers…

Maar de bezoekers waren niet te spreken over de toestand van de Franse begraafplaatsen in Zonnebeke of Kemmel: omgevallen of scheef gezakte kruisen waarop de afgeregende tekst haast niet meer te lezen was,  verwelkte bloemen en weggewaaide kransen. En dat allemaal terwijl in de omgeving zoveel Britse  begraafplaatsen al volledig ingericht waren.

Dat de Franse staat de familie nog altijd toeliet om hun gesneuvelden op te graven en over te brengen naar hun woonplaats hielp natuurlijk niet. Pas in 1928 kreeg de begraafplaats een meer gestructureerd uitzicht. De bisschop van Rijsel deed de inwijding. Er waren veel militaire detachementen aanwezig, alsook een hele schare oud-strijders. De opschriften op de kruisen waren nog altijd nauwelijks leesbaar en enkel het middenpad was begaanbaar.

Bij deze gelegenheid werd ook een centrale ingangspoort geplaatst. Het model dat op alle Franse begraafplaatsen staat: smeedijzer, opgehangen aan stenen pijlers die symmetrisch zijn geplaatst met aan de bovenkant de afbeelding van een zwaard met de punt naar beneden, de strijd is gestreden. De zwaarden zijn versierd met laurierslingers, symbool voor het eeuwig leven.

Het centrale stenen kruis werd vervangen door een obelisk (ontwerp stadsarchitect Gits, realisatie Ieperse steenhouwers Beel en Verspeelt), geplaatst boven op het massagraf achteraan het kerkhof. De spitsnaald is driehoekig en bevat laurierkransen en festoenen. De tekst leest nu: “Hommage de la population Yproise 20-10-1922 – 18-5-1947”.

In 1968 werd de Bretoense Calvarie (Calvaire) van de hand van J. Fréour, geplaatst. In de compositie van dit beeldhouwwerk zit het dubbelkruis (Lotharings kruis), zoals het ook aanwezig is in het wapenschild van de stad Ieper.

Op zowat 100 meter van Saint-Charles, in de richting van Potyze, staat een demarcatiezuiltje dat aangeeft tot waar de Duitse troepen oprukten.

http://www.wo1.be/nl/db-items/franse-militaire-begraafplaats-st-charles-de-potyze

Belgische oorlogskerkhoven

Belgische gesneuvelden werden door hun kameraden begraven op gemeentelijke kerkhoven, op inderhaast aangelegde begraafplaatsen of gewoon ergens te velde, waar ze gevallen waren. Tijdens de loopgravenoorlog ontstonden achter het front nabij medische installaties gemengde militair-burgerlijke begraafplaatsen.

Pas begin van de jaren twintig werd over gegaan tot de aanleg van officiële militaire begraafplaatsen.

De bestaande kerkhoven boden toen een hallucinante aanblik. Vermogende nabestaanden hadden hier en daar individuele grafzerken laten plaatsen. Er stonden heldenhuldezerkjes en er waren vooral veel verloederde graven, tijdens de oorlog met alle mogelijke materialen aangelegd door kameraden van de gevallenen. Bovendien hadden nabestaanden op eigen initiatief hun gevallenen terug naar huis gehaald om op de eigen gemeentelijke begraafplaats ter aarde te bestellen.

Uiteindelijk zouden maar de helft van de 38.000 Belgische gesneuvelden een laatste rustplaats vinden op een Belgische militaire begraafplaats, de overgrote meerderheid in een graf met een standaard Belgische grafsteen.

De militaire begraafplaatsen kwamen waar tijdens de loopgravenoorlog begraafplaatsen waren ontstaan. Her en der begraven gesneuvelden werden er verzameld en teruggevonden gesneuvelden bijgezet.

Tijdens het interbellum en na de Tweede Wereldoorlog werden op die heringerichte begraafplaatsen overledenen bijgezet en speciale gedenkstenen opgericht voor oorlogsslachtoffers in de meest algemene betekenis: militairen van andere nationaliteiten, door Duitsland te werk gestelde krijgsgevangenen, slachtoffers van oorlogsgeweld, weerstanders, geëxecuteerde burgers, weggevoerden, opgeëisten, politieke gevangenen, enz… van de twee wereldoorlogen en de Koreaanse Oorlog (1950-1953).

Zo werden die begraafplaatsen symbool van de verschrikkingen van oorlogen in het algemeen eerder dan van de Eerste Wereldoorlog.

Belgische militaire begraafplaats Westvleteren [25 km]

Sint-Maartensstraat, 8640 Westvleteren

In het dorp Westvleteren rusten op de Belgische militaire begraafplaats 1.208 soldaten waarvan 1.175 geïdentificeerd en 33 ongeïdentificeerd. Door de opheffing van de begraafplaats van Reninge kwam er hier in 1968 een uitbreiding van de begraafplaats met 123 bijzettingen.

De begraafplaats verschilt van alle andere Belgische militaire begraafplaatsen door de aanwezigheid van een groot kruis. Belgische begraafplaatsen moesten neutraal zijn op levensbeschouwelijk gebied, de grondwettelijke scheiding tussen kerk en staat indachtig. Dus geen grote zichtbare religieuze symbolen, maximaal een klein pietluttig kruisje per graf.

Dit grote kruis, uitzondering op de regel, was er eerst niet. Het is meegekomen met de verhuis van de militaire begraafplaats van Reninge in 1968. Het was deze begraafplaats die aanvankelijk de uitzondering was. De reden hiervoor is niet gekend. Het kruisbeeld werd waarschijnlijk ooit door de militairen zelf op de begraafplaats van Reninge opgericht.

Het merkwaardigste zerkje is dat van Amé Fiévez, te vinden in de 14e rij onder nr. 379. Amé, niet Aimé zoals foutief op het zerk staat. Zijn lot is voor altijd zeer nauw verbonden met dat van de gebroeders Van Raemdonck.

Het verhaal is gekend: op 26 maart 1917, na een nachtaanval op het Stampkot in Steenstrate, sneuvelde Edward Van Raemdonck toen hij in het niemandsland zijn vermiste broer ging zoeken. De mythe wil dat hij sneuvelde in de armen van zijn broer. De werkelijkheid is dat Frans Van Raemdonck zeer waarschijnlijk in de armen van de Waal Amé Fiévez is gestorven en dat Edward op zijn beurt is gesneuveld enkele meters daar vandaan, zonder dat ooit duidelijk zal worden of hij één van hen, of beiden, nog levend gezien heeft.

Ze werden alle drie 19 dagen na hun dood begraven in een ondiepe obusput op de plaats waar ze sneuvelden (op de rechteroever van het kanaal Ieper-IJzer, ongeveer 2 km van Steenstraetebrug te Zuidschote, Ieper). De plaats situeerde zich toen in niemandsland en repatriëring was toen onmogelijk. Op het graf werden drie naamloze kruisjes geplaatst. Kort daarop verwijderden de Duitsers er twee. Het terrein bleef nog maanden het strijdtoneel en artilleriebeschietingen omwoelden het volledig.

In september 1917 werd het terrein veroverd door de Belgen. De stoffelijke overschotten van de drie werden verzameld en herbegraven.

In september 1918 plaatsten makkers van de 6de Compagnie van het 24ste Linieregiment een stenen kruis in de vorm van een boom met afgehouwen takken op de rustplaats. Daarrond kwam een houten omheining. De zerk bleef er staan tot hij in 1933 door het huidige monument werd vervangen.

Op 29 oktober 1919 werd het graf opengelegd met de bedoeling de stoffelijke resten later te repatriëren. Van de drie lijken trof men enkel nog wat resten aan : vier schoenen met voeten en kousen, een schedel, een dij- en een heupbeen en enkele kleinere beenderen. Identificatie was volkomen uitgesloten. Daarop besloot men de resten te laten waar ze waren en geen aanvraag te doen om ze naar hun geboortedorp terug te brengen.

In 1924 werden de lijkresten van de broers Van Raemdonck en Fiévez op bevel van de militaire overheid ontgraven. Omdat hun gebeente niet meer te scheiden was, werden ze samen in één kist gedeponeerd en overgebracht naar de Belgische militaire begraafplaats van Westvleteren. Ze kregen elk een zerk, de kist werd bijgezet onder de middelste van de drie officiële grafzerken, dat van Fiévez.

In 1932 werden de broers opnieuw ontgraven en overgebracht naar de crypte van de eerste IJzertoren als martelaren van de Vlaamse beweging. Ongewild werd Fiévez mee overgebracht naar het ‘heilige der heiligen’ van de Vlaamse beweging.

Bij de dynamitering van de IJzertoren op 16 maart 1946 werd de zerk vernield en bij de opruiming enkele jaren later niet meer teruggevonden.

En zo staat de zerk van Amé Fiévez wel in Westvleteren maar hij is hier niet begraven. En waar hij begraven is, in de crypte van de eerste IJzertoren, is zijn naam niet vermeld.

Belgische Militaire Begraafplaats in Houthulst [30 km]

Aan het Staatsbos in Houthulst, in de Poelkapellestraat, werd in 1923 een Belgisch Militair Kerkhof opgericht. Er liggen 1826 Belgen en Fransen begraven, en ook enkele tientallen Italianen.

Deze door de Duitsers gevangengenomen Italiaanse soldaten werden gebruikt als dwangarbeiders in het Duitse leger. Hier in Houthulst sleepten ze munitie door het bos. Tijdens het geallieerde eindoffensief op 28 september 1918 werden ze, als bescherming, door de Duitsers in de vuurlinie geplaatst en neergeschoten door de Belgische militairen.

De begraafplaats wordt getypeerd door de graven die zijn gegroepeerd in de vorm van een davidster.

Tip: bezoek de Vredesmolen in Klerken, de molen biedt een prachtig panorama over de voormalige frontstreek.

Belgische militaire begraafplaats Oeren [38 km]

Oerenstraat, (St.-Pietersbandenkerk), Oeren, Alveringem

De begraafplaats werd tijdens de oorlog aangelegd rond het laatgotische kerkje (16de eeuw) in gele baksteen. Er liggen 642 Belgische doden begraven.

De begraafplaats telt nog slechts 5 heldenhuldezerkjes met een Keltisch kruis, een meeuw of Blauwvoet en de letters AVV VVK, ontworpen door frontsoldaat, schilder en tekenaar Joe English. Ooit stonden er meer van die zerkjes in Oeren, maar in de nacht van 9-10 februari 1918 hebben grafschenners er 38 besmeurd: de letters AVV VVK werden met cement dichtgesmeerd. De Vlamingen reageerden prompt en de nacht erop overschilderden frontsoldaten de gedichte letters met zwarte verf.

Later werd afgesproken elk jaar samen te komen “waar populaire Vlaamse doden begraven lagen”. In 1923 vindt de vierde IJzerbedevaart plaats in Oeren onder het thema “Eerherstel aan de geschonden graven”.

http://www.wo1.be/nl/db-items/belgische-militaire-begraafplaats-oeren

Belgische militaire begraafplaats Hoogstade [32 km]

Brouwerijstraat, 8690 Hoogstade (Alveringem)

Omdat er veel Belgische militairen sterven in het veldhospitaal dat gevestigd is in het Gasthuis Clep in Hoogstade, wordt in april 1915 een nieuwe begraafplaats aangelegd langs de Brouwerijstraat bij de dorpsplaats.

In 1968 breidt deze begraafplaats uit met 117 Belgische graven van op de opgeheven militaire begraafplaats
in Reninge. Er liggen nu 806 Belgische militairen begraven, afkomstig uit 370 gemeenten.

Deze begraafplaats telt nog zes heldenhuldezerkjes. Daarnaast staan er ook 20 Britse grafstenen.

http://www.wo1.be/nl/db-items/belgische-militaire-begraafplaats-hoogstade

Belgische militaire begraafplaats Diksmuide (Keiem) [45 km]

De IJzer maakt een bocht ter hoogte van Tervate. Aan de rechteroever ligt Keiem. Daar ligt een Belgische begraafplaats met 628 graven, waarvan meer dan de helft naamloos.

Veel van deze soldaten sneuvelden in gevechten op 19 oktober 1914 tijdens een verwarde Belgische terugtocht naar de IJzer. De ijzeren draaibrug werd op 19 oktober 1914 opgeblazen. In de nacht van 21 op 22 oktober slaagden de Duitsers er toch in om ter hoogte van de huidige brug over de IJzer te komen.

Deze begraafplaats werd na de oorlog aangelegd.

http://www.wo1.be/nl/db-items/belgische-militaire-begraafplaats-keiem

Belgische militaire begraafplaats Veurne (Steenkerke) [45 km]

Op de Belgische militaire begraafplaats van Steenkerke liggen 534 Belgische doden begraven. Deze begraafplaats werd tijdens de oorlog aangelegd. Op deze begraafplaats liggen ook Britten begraven. Negen graven dragen nog het heldenhuldezerkje dat door Joe English ontworpen werd. Deze frontsoldaat die in Vinkem stierf, was oorspronkelijk hier begraven. De allereerste IJzerbedevaart vond hier in 1920 plaats bij zijn graf. In 1930 werd hij bijgezet in de crypte van de IJzertoren.

http://www.wo1.be/nl/db-items/belgische-militaire-begraafplaats-steenkerke

Belgische Militaire Begraafplaats in De Panne [50 km]

De grootste Belgische Militaire Begraafplaats (3152 graven). De aanleg van deze begraafplaats startte tijdens de oorlog. Na de oorlog waren er nog heel wat bijzettingen door ontruiming van kleinere begraafplaatsen in de Westhoek.

http://www.wo1.be/nl/db-items/belgische-militaire-begraafplaats-de-panne

Belgische militaire begraafplaats van Ramskapelle [50 km]

Begraafplaats met uitsluitend Belgische gesneuvelde soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Er liggen 632 gesneuvelden, meer dan 400 niet geïdentificeerd.

De begraafplaats heeft een driehoekig grondplan en ligt ingeklemd tussen de Ramskapellestraat en de Frontzate, de vroeger spoorwegbedding van Diksmuide naar Nieuwpoort. De graven staan in negen halfcirkelvormige rijen rond de ingang.

Tijdens de oorlog lag Ramskapelle aan het IJzerfront, waar in de tweede helft van oktober 1914 de Slag om de IJzer werd gestreden. Hier werd het oprukkende Duitse leger tot staan gebracht toen na hevige gevechten het gebied tussen de IJzer en de spoorwegbedding onder water werd gezet. Op 30 en 31 oktober werd er nog gevochten in Ramskapelle en konden de Belgen en Fransen het dorp heroveren op de Duitsers.

Een groot aantal van de geïdentificeerde soldaten sneuvelde tijdens de gevechten van 1914.

Na de oorlog werd in de jaren 20 de verzamelbegraafplaats aangelegd met militaire graven die werden overgebracht uit de omliggende slagvelden van de sectoren Ramskapelle en Nieuwpoort en uit civiele begraafplaatsen.

In 1952 werd hier nog het lichaam bijgezet van Louis Notaert, die bij het ploegen werd teruggevonden in Stuivekenskerke.

Oorlogskerkhoven – achtergrond

Zoveel gesneuvelden zonder gekend graf

In lijn met een eeuwenoude traditie werden, bij het begin van de Eerste Wereldoorlog, massagraven gebruikt: soldaten kregen geen individueel graf, enkel de officieren. Echt schokkend was dat niet: gemeenschappelijke kuilgraven voor armen waren gewoon tot Jozef II, keizer van de Oostenrijkse Nederlanden, dit in 1784 per decreet verbood. 

Bovendien was het aantal doden bij het begin van de oorlog ontzettend hoog. En zo gaf de Franse generaal Joffre bevel om tot 100 soldaten per sleuf te begraven. De Britten hielden het bij maximum 6 soldaten per graf, geschrankt. Pas eind december 1915 kwam een Franse wet die oplegde op dat elke gesneuvelde een eigen en eeuwig graf moest hebben

Van gewonden die naar een veldhospitaal werden gebracht en daar overleden, verder achter het front, is de begraafplaats nu vaak nog gekend. Maar soldaten die op het slagveld sneuvelden, werden meestal ter plaatse begraven… een individueel graf op het slagveld waar de oorlog nog jaren verder woedde. Veel van die graven uit 1914 en 1915 raakten dan ook vernield bij de Derde Slag om Ieper (1917) of bij het Lenteoffensief (1918); zelfs wanneer men die graven terugvond was identificatie meestal niet meer mogelijk.

Waar begraaft een land zijn gesneuvelden?

Amerikaanse gesneuvelden werden, op wens van de nabestaanden, in het buitenland begraven of gerepatrieerd naar een militaire of gemeentelijke begraafplaats dichter bij huis.

De Britse overheid koos om de gesneuvelden niet te repatriëren. Na de oorlog werden honderden kleine begraafplaatsen (dichtbij het vroegere front) ontruimd en de doden verzameld op ‘collecting’ cemeteries. Ook nu worden nog gesneuvelden bijgezet. Zo is Prowse Point Military Cemetery (in Komen-Waasten) een zogenaamde “open cemetery”: daar worden de stoffelijke resten van Britse soldaten die in de omgeving nog steeds worden gevonden, begraven.

Franse gesneuvelden konden vanaf 1920 ook gerepatrieerd worden. Van de de circa 50 000 Franse soldaten die in België begraven lagen, werden er 38 000 gerepatrieerd. De 12 000 resterende Franse graven liggen verspreid over 39 verschillende kerkhoven, meestal burgerlijke kerkhoven maar ook Britse en Belgische militaire begraafplaatsen. Families die niet voor repatriëring kozen, konden één keer per jaar, op kosten van de Franse staat, het graf bezoeken.

In 1952 besloten de regering van België en de Bondsrepubliek om in Vlaanderen te komen tot vier grote Duitse begraafplaatsen (Vladslo, Hooglede, Menen en Langemark) door de kleine Duitse begraafplaatsen te ontgraven.

Elke nationaliteit zijn eigen stijl

De ‘nationaliteit’ van een begraafplaats (Brits, Frans, Duits en Belgisch) kan herkend worden aan onderhoud, aanleg en architectuur, grafstenen.

Onderhoud

Franse en Belgische begraafplaatsen worden terecht als ‘slecht onderhouden’ aanzien.

Aanleg en architectuur

De Belgische oorlogskerkhoven vallen op door de erg sobere aanleg en beplanting. Er zijn weinig architecturaal element, vaak enkel een imposante voormuur, opgetrokken uit rode baksteen, afgewerkt met natuursteen en verfraaid met diverse sierelementen. Verder een vlaggenmast voor de Belgische driekleur en een houten schuilhuisje met het grondplan, register en bezoekersboek. Zelden een gedenkkruis of een ander religieus symbool.

De rijen graven zijn vrij strak en symmetrisch aangelegd in grasperken, die meestal afgewisseld worden met paden uit steenslag.

Verzamelbegraafplaatsen, die na de oorlog zijn ingericht, zijn aangelegd volgens een geometrisch patroon. Regelmatig zijn de graven in dubbele rijen, rug-aan-rug opgesteld. De haagjes, die oorspronkelijk achter of tussen de rijen graven waren aangeplant, zijn vaak verdwenen.

De Franse begraafplaatsen kan men het saaist noemen: er is geen indrukwekkende toegangspartij en de bijkomende architectuur wordt vaak beperkt tot een inspiratieloos monumentje bij een massagraf.

Architectuur speelt wel een rol op de Duitse oorlogskerkhoven. Zo is het indrukwekkende, maar erg gesloten poortgebouw van de Duitse begraafplaats in Langemark gebouwd in rode Wezerzandsteen. Tussen de grafstenen staan enkele groepen van drie kruisen in basalt, een zeer hard, donkergekleurd vulkanisch gesteente. Deze kruisen dienen louter als ornament en duiden geen graf aan.

Architectuur en aanleg spelen er een grote rol op oorlogskerkhoven van de Commonwealth. Dit is het werk van de bekendste Britse architecten uit hun tijd zoals Edwin Lutyens, Reginald Blomfield, Herbert Baker en Charles Holden. Voor de architectuur van de begraafplaatsen, meestal bestaande uit toegangspartij, ommuring en schuilhokje, wordt gebruik gemaakt van verschillende steensoorten, waarbij de combinatie van rode baksteen met Portlandsteen (of wit geverfde beton) het meest voorkomt.

Blomfield, de architect van de Menenpoort, ontwierp het Offerkruis (Cross of Sacrifice), dat men op alle Britse begraafplaatsen aantreft (in wisselend formaat).

Lutyens ontwierp de Herdenkingssteen (Stone of Remembrance), die alleen zou geplaatst worden op begraafplaatsen met meer dan 1.000 doden (wat overigens niet strikt werd gerespecteerd): een monoliet uit Portlandsteen van ongeveer 8 ton, altijd 3,5 meter lang en 1,5 meter hoog, op drie treden. De vorm is abstract bedoeld, zonder naar enige religie te verwijzen.

Geen enkele zijde van de Stone is perfect recht (toepassing van het entasisprincipe: subtiele curve om optische indruk van het “doorbuigen” tegen te werken).

De inscriptie ‘Their name liveth for evermore‘ (een citaat uit het Boek Ecclesiasticus) kwam er op suggestie van Rudyard Kipling (nobelprijswinnaar literatuur 1907, auteur van ‘The Jungle Book’), wiens enige zoon in 1915 sneuvelde in de Slag bij Loos.

Grafstenen

De klassieke Britse ‘Standard Commission Headstone‘, die 81 x 38 x 7,5 cm meet, is een ontwerp van een groep architecten en kunstenaars onder auspiciën van de Imperial War Graves Commission.

Hun zerk beantwoordt aan de drie basisprincipes die de Commission reeds in februari 1918 bepaald heeft: de grafstenen moeten permanent en duurbaar zijn, ze moeten uniform zijn en er mag geen onderscheid gemaakt worden naar rang of stand.

Tegen de vorm van de Commission Headstone rijst aanvankelijk heel wat protest. Sommigen verkiezen een kruisvormig grafteken, terwijl anderen niet akkoord kunnen gaan met het feit dat dit ene ontwerp van overheidswege opgelegd wordt.

Op het overgrote deel van de Britse oorlogskerkhoven zijn de graftekens in Portlandsteen, een witte, vrij poreuze kalksteen waarin veel fossielen voorkomen. Deze steensoort is puur Brits en afkomstig van het eiland Portland (Dorset). De groeven zijn er nu nagenoeg uitgeput.

Ook Hopton Wood, de steensoort waaruit de graftekens van onder meer Lyssenthoek Cemetery bestaan, is een op en top Britse steensoort, oorspronkelijk afkomstig uit Hopton Wood, op de grens tussen Norfolk en Suffolk, maar nu vooral uit groeves in Derbyshire. Hopton Wood is grijzer en grover dan Portland, maar verweert minder snel.

Voor nieuwe grafstenen gebruikt de Commonwealth War Graves Commission de laatste jaren vooral Botticino, evenals voor het vervangen van verweerde of beschadigde graftekens in Portland. Botticino is een wit marmer uit Brecia in Noord-Italië. Het is veel gladder, niet poreus en dus veel beter weerbestendig dan Portland.

De Britse grafstenen vermelden heel wat gegevens: een embleem dat verwijst naar de eenheid of het land van herkomst, het rangnummer, de rang, de naam, eventuele eretekens, de eenheid, de sterfdatum, de leeftijd, een religieus symbool.

De familie kon een tekst toevoegen (en betalen per letter).

Vaak weet men dat een soldaat op een bepaald kerkhof werd begraven maar, omdat latere gevechten en granaatvuur het terrein overhoop haalden, kon met niet meer met zekerheid vaststellen welke soldaat op welke precieze plaats begraven lag. Dan wordt op de grafsteen (special memorial genoemd) vermeld ‘Known to be buried in this cemetery‘ of ‘Buried elsewhere in this cemetery‘.

Ook de Duhallow Block herdenkt soldaten wiens graf verloren ging. Het is een steen die steeds meerdere gesneuvelden (officieel, minstens 6) herdenkt, letterlijk naast (niet in de plaats van) de individuele special memory grafstenen. De steen vermeldt steeds de namen van het kerkhof waar deze soldaten oorspronkelijk werden begraven. ‘Their glory shall not be blotted out’ werd door R. Kipling geschreven. De steen wordt Duhallow Block genoemd omdat hij voor het eerst werd geplaatst op het Duhallow A.D.S. Cemetery in Ieper.

Als het gaat om een onbekende soldaat, staat op de grafsteen ‘Known unto God‘. Deze zin werd gekozen door Rudyard Kipling, die werkte tijdens WOI voor de Imperial War Graves Commission.

Sommige soldaten werden, conform hun traditie, verbrand en niet begraven. Ook zij krijgen een grafsteen met vermelding “The following soldier … is honoured here”

Alle doden worden herdacht, ook de circa 340 soldaten van het Gemenebest die werden geëxecuteerd na uitspraak van de krijgsraad. Op hun grafsteen staat ‘Shot at dawn‘.

De familie had de mogelijk een onderschrift toe te voegen, hier leest dit:

ONE OF THE FIRST TO ENLIST
A WORTHY SON
OF HIS FATHER

Nu wordt algemeen aangenomen dat het overgrote deel van de geëxecuteerden leed aan het Post Traumatische Stress Syndroom. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd ‘shell shock’ door de militaire autoriteiten nauwelijks erkend als verzachtende omstandigheid.

In 2007 kregen alle 306 Britse militairen die in de Eerste Wereldoorlog wegens desertie of lafheid gefusilleerd werden, eerherstel. In Alrewas, Staffordshire staat het The Shot at Dawn Memorial om hun nagedachtenis te eren.

De Duitse oorlogskerkhoven hebben liggende grijze grafstenen in gepolijst graniet met weinig gegevens: naam, soort militair of rang en sterfdatum. Het gebruik van sobere liggende grafstenen is wellicht ontleend aan protestantse kerkgenootschappen zoals de Hernhutters, die inderdaad die gewoonte hebben.

Onder elk van de duizenden vierkanten, grauwe stenen liggen de stoffelijke resten van twintig personen. Het enige persoonlijke op de steen is de naam, rang en overlijdensdatum. In het namenboek van de begraafplaats staat dan ook nog de eenheid vermeld.

Op Franse oorlogskerkhoven zijn er geen grafstenen in de letterlijke betekenis van het woord. Christenen kregen kruisen en moslims, joden en vrijzinnigen stèles. De graftekens waren oorspronkelijk vervaardigd in beton en sinds de jaren 1970 in een makkelijk te onderhouden composietmateriaal met marmerpartikels. Het grafplaatje vermeldt slechts de naam, voornaam, rang en eenheid, sterfdatum en stamnummer. Op vele Franse begraafplaatsen treft men een massagraf (ossuaire) aan.

De Stèle voor moslims is een opstaande steen die bovenaan overgaat in een hoefijzervormige boog. In het boogsegment vind je de halve maan, een vijfpuntige ster en een tekst in het Arabisch. De maansikkel is een algemeen symbool voor de islam en de ster verwijst naar de 5 verplichtingen waaraan de moslim zich dient te houden: het belijden van het geloof, het dagelijkse gebed, de aalmoezen, de ramadan en de bedevaart naar Mekka. De islamitische tekst betekent ‘Moge Allah zijn genade schenken’. De moslimgraven liggen wel gewoon in de rijen, dus niet noodzakelijk parallel aan de richting van Mekka.

Stèles Franse soldaten

Joden liggen begraven onder een opstaande stèle, bovenaan afgerond en op het front de afbeelding van een davidster. De driehoek met een hoekpunt naar boven wijst naar het hemelse, deze met een hoekpunt naar beneden, wijst in de richting van het aardse.

De stèle voor vrijzinnige vermeldt niets, behalve het grafplaatje en “Mort pour la France”.

De grafzerken op Belgische oorlogskerkhoven zijn imposant en zwaar. Aangezien het om een arduinsteen gaat van 100 x 52 x 15 cm met een gewicht van bijna 150 kilogram valt dit zowel letterlijk als figuurlijk te nemen. Arduin is een harde, blauwgrijze kalksteen die ook in België ontgonnen wordt.

Het ietwat barokke ontwerp van architect Simons uit 1920 – soms spreekt men schertsend van kleerkastmodel – is na heel wat discussie officieel aanvaard in 1924. Sinds 1925 is het gebruik van deze officiële Belgische grafsteen veralgemeend en vervangt hij de houten kruisen, de zogenaamde heldenhuldezerkjes en de privé-monumenten, tenzij de familie bezwaar aantekende en het behoud vroeg van de oorspronkelijke zerk.

De bronzen plaat op een Belgische grafzerk vermeldt veel gegevens: naam, eenheid, geboorteplaats en -datum, sterfdatum en de toegekende eretekens. De taalkeuze gebeurde door de nabestaanden. Niet-geïdentificeerden kregen een tweetalige tekst. Boven de plaat zit een rond geëmailleerd plaatje met de nationale driekleur en meestal een symbool (zoals kruis of leeuw).

Op de oorlogskerkhoven treft men ook nog enkele heldenhuldezerkjes aan. Deze betonnen zerken in de vorm van een Keltisch Kruis zijn ontworpen door Joe English en vanaf augustus 1916 door het Vlaamsgezinde Comité voor Heldenhulde geplaatst op graven van Vlaamse studenten en vrienden. De kostprijs is betaald door kameraden. De brede voet van het heldenhuldezerkje laat veel plaats voor gegevens. Bovenaan staan de letters AVV-VVK en de blauwvoet, twee verwijzingen naar de Vlaamse (studenten)beweging. Van de ca. 800 oorspronkelijke heldenhuldezerkjes blijven er nu nog zo’n 75 over.

toen