De Kleine Mote

Inhoud / Content / Contenu

Oorlogskerkhoven

Oorlogskerkhoven vindt u overal in de Westhoek, kleine en grote, en verschillende nationaliteiten. Er waren honderdduizenden doden te begraven. Mooi en stil zijn ze allemaal maar dit is een lijst van de kerkhoven die het meest verstillen en ontroeren.

Oorlogskerkhoven

Gesneuvelden zonder gekend graf?

Het aantal gesneuvelden bij het begin van de Eerste Wereldoorlog was ontzettend hoog. De Franse generaal Joffre gaf bevel om tot 100 soldaten te begraven per sleuf, in lijn met een eeuwenoude traditie: soldaten kregen geen individueel graf. Een Franse wet van eind december 1915 verplichtte om individuele graven aan te leggen.

De Britten hielden het bij maximum 6 soldaten per graf, geschrankt.

De Duitsers kennen enkel individuele graven.

Van gewonden die naar een veldhospitaal werden gebracht en daar overleden, was de begraafplaats gekend maar soldaten die op het slagveld sneuvelden, werden vaak gewoon ter plaatse begraven. Op plaatsen waar de oorlog nog jaren verder woedde.

Veel van die individuele graven uit 1914 en 1915 raakten vernield bij de Derde Slag om Ieper (1917); ook wanneer men die graven terugvond was identificatie vaak niet meer mogelijk.

Waar begraaft een land zijn gesneuvelden?

Amerikaanse gesneuvelden werden, op wens van de nabestaanden, in het buitenland begraven of gerepatrieerd naar een militaire of gemeentelijke begraafplaats dichter bij huis.

De Britse overheid koos om de gesneuvelden niet te repatriëren. Na de oorlog werden honderden kleine begraafplaatsen (dichtbij het vroegere front) ontruimd en de doden verzameld op ‘collecting’ cemeteries. Ook nu worden nog gesneuvelden bijgezet. Zo is Prowse Point Military Cemetery (in Komen-Waasten) een zogenaamde “open cemetery”: daar worden de stoffelijke resten van Britse soldaten die in de omgeving nog steeds worden gevonden, begraven.

Franse gesneuvelden konden vanaf 1920 ook gerepatrieerd worden. Van de de circa 50 000 Franse soldaten die in België begraven lagen, werden er 38 000 gerepatrieerd. De 12 000 resterende Franse graven liggen verspreid over 39 verschillende kerkhoven, meestal burgerlijke kerkhoven maar ook Britse en Belgische militaire begraafplaatsen. Families die niet voor repatriëring kozen, konden één keer per jaar, op kosten van de Franse staat, het graf bezoeken.

In 1952 besloten de regering van België en de Bondsrepubliek om in Vlaanderen te komen tot vier grote Duitse begraafplaatsen (Vladslo, Hooglede, Menen en Langemark) door de kleine Duitse begraafplaatsen te ontgraven.

Elke nationaliteit zijn eigen stijl

De ‘nationaliteit’ van een begraafplaats (Brits, Frans, Duits en Belgisch) kan herkend worden aan onderhoud, aanleg en architectuur, grafstenen.

Onderhoud

Franse en Belgische begraafplaatsen worden terecht als ‘slecht onderhouden’ aanzien.

Aanleg en architectuur

De Belgische en Franse oorlogskerkhoven vallen op door de erg sobere aanleg en beplanting en het ontbreken van enig architecturaal element.

De Franse begraafplaatsen kan men het saaist noemen: er is geen indrukwekkende toegangspartij en de bijkomende architectuur wordt vaak beperkt tot een inspiratieloos monumentje bij een massagraf.

Architectuur speelt wel een rol op de Duitse oorlogskerkhoven. Zo is het indrukwekkende, maar erg gesloten poortgebouw van de Duitse begraafplaats in Langemark gebouwd in rode Wezerzandsteen. Tussen de grafstenen staan enkele groepen van drie kruisen in basalt, een zeer hard, donkergekleurd vulkanisch gesteente. Deze kruisen dienen louter als ornament en duiden geen graf aan.

Architectuur en aanleg spelen er een grote rol op oorlogskerkhoven van de Commonwealth. Dit is het werk van de bekendste Britse architecten uit hun tijd zoals Edwin Lutyens, Reginald Blomfield, Herbert Baker en Charles Holden. Voor de architectuur van de begraafplaatsen, meestal bestaande uit toegangspartij, ommuring en schuilhokje, wordt gebruik gemaakt van verschillende steensoorten, waarbij de combinatie van rode baksteen met Portlandsteen (of wit geverfde beton) het meest voorkomt.

Grafstenen

Op Franse oorlogskerkhoven zijn er geen grafstenen in de letterlijke betekenis van het woord. De graftekens (stèles voor moslims, joden en vrijzinnigen; kruisen voor christenen) waren oorspronkelijk vervaardigd in beton en sinds de jaren 1970 in een makkelijk te onderhouden composietmateriaal met marmerpartikels. Het grafplaatje vermeldt slechts de naam, voornaam, rang en eenheid, sterfdatum en stamnummer. Op vele Franse begraafplaatsen treft men een massagraf (ossuaire) aan.

De grafzerken op Belgische oorlogskerkhoven zijn imposant en zwaar. Aangezien het om een arduinsteen gaat van 100 x 52 x 15 cm met een gewicht van bijna 150 kilogram valt dit zowel letterlijk als figuurlijk te nemen. Arduin is een harde, blauwgrijze kalksteen die ook in België ontgonnen wordt.

Het ietwat barokke ontwerp van architect Simons uit 1920 – soms spreekt men schertsend van kleerkastmodel – is na heel wat discussie officieel aanvaard in 1924. Sinds 1925 is het gebruik van deze officiële Belgische grafsteen veralgemeend en vervangt hij de houten kruisen, de zogenaamde heldenhuldezerkjes en de privé-monumenten, tenzij de familie bezwaar aantekende en het behoud vroeg van de oorspronkelijke zerk.

De bronzen plaat op een Belgische grafzerk vermeldt veel gegevens: naam, eenheid, geboorteplaats en -datum, sterfdatum en de toegekende eretekens. De taalkeuze gebeurde door de nabestaanden. Niet-geïdentificeerden kregen een tweetalige tekst.

Op de oorlogskerkhoven treft men ook nog enkele heldenhuldezerkjes aan. Deze betonnen zerken in de vorm van een Keltisch Kruis zijn ontworpen door Joe English en vanaf augustus 1916 door het Vlaamsgezinde Comité voor Heldenhulde geplaatst op graven van Vlaamse studenten en vrienden. De kostprijs is betaald door kameraden. De brede voet van het heldenhuldezerkje laat veel plaats voor gegevens. Bovenaan staan de letters AVV-VVK en de blauwvoet, twee verwijzingen naar de Vlaamse (studenten)beweging. Van de ca. 800 oorspronkelijke heldenhuldezerkjes blijven er nu nog zo’n 75 over.

De Duitse oorlogskerkhoven hebben liggende grijze grafstenen in gepolijst graniet met weinig gegevens: naam, soort militair of rang en sterfdatum. Graniet is een grijze kalksteen met kleine witte vlekjes van zeelelieresten. Het gebruik van sobere liggende grafstenen is wellicht ontleend aan protestantse kerkgenootschappen zoals de Hernhutters, die inderdaad die gewoonte hebben.

Blomfield, de architect van de Menenpoort, ontwierp ook het Offerkruis (Cross of Sacrifice), dat men op alle Britse begraafplaatsen aantreft.

De knappe en veelzijdige Lutyens ligt dan weer aan de basis van de Herdenkingssteen (Stone of Remembrance), die alleen gevonden wordt op begraafplaatsen met meer dan 400 doden. Lutyens’ Stone of Remembrance is een monoliet van perfecte afmetingen, die uitdrukking moet geven aan de idee van eeuwigheid (want wat is er eeuwiger dan een steen?).

De inscriptie ‘Their name liveth for evermore‘ kwam er op suggestie van Rudyard Kipling (nobelprijswinnaar literatuur 1907, auteur van ‘The Jungle Book’), wiens zoon in 1915 sneuvelde in de Slag bij Loos.

De klassieke ‘Standard Commission Headstone‘, die 81 x 38 x 7,5 cm meet, is een ontwerp van een groep architecten en kunstenaars onder auspiciën van de Imperial War Graves Commission.

Hun zerk beantwoordt aan de drie basisprincipes die de Commission reeds in februari 1918 bepaald heeft: de grafstenen moeten permanent en duurbaar zijn, ze moeten uniform zijn en er mag geen onderscheid gemaakt worden naar rang of stand.

Tegen de vorm van de Commission Headstone rijst aanvankelijk heel wat protest. Sommigen verkiezen een kruisvormig grafteken, terwijl anderen niet akkoord kunnen gaan met het feit dat dit ene ontwerp van overheidswege opgelegd wordt.

Op het overgrote deel van de Britse oorlogskerkhoven zijn de graftekens in Portlandsteen, een witte, vrij poreuze kalksteen waarin veel fossielen voorkomen. Deze steensoort is puur Brits en afkomstig van het eiland Portland (Dorset). De groeven zijn er nu nagenoeg uitgeput.

Ook Hopton Wood, de steensoort waaruit de graftekens van onder meer Lyssenthoek Cemetery bestaan, is een op en top Britse steensoort, oorspronkelijk afkomstig uit Hopton Wood, op de grens tussen Norfolk en Suffolk, maar nu vooral uit groeves in Derbyshire. Hopton Wood is grijzer en grover dan Portland, maar verweert minder snel.

Voor nieuwe grafstenen gebruikt de Commonwealth War Graves Commission de laatste jaren vooral Botticino, evenals voor het vervangen van verweerde of beschadigde graftekens in Portland. Botticino is een wit marmer uit Brecia in Noord-Italië. Het is veel gladder, niet poreus en dus veel beter weerbestendig dan Portland.

De Britse grafstenen vermelden heel wat gegevens: een embleem dat verwijst naar de eenheid of het land van herkomst, het rangnummer, de rang, de naam, eventuele eretekens, de eenheid, de sterfdatum, de leeftijd, een religieus symbool en mogelijk een onderschrift door de familie.

Vaak weet men dat een soldaat op een bepaald kerkhof werd begraven maar, omdat latere gevechten en granaatvuur het terrein overhoop haalden, kon met niet meer met zekerheid vaststellen welke soldaat op welke precieze plaats begraven lag, dan wordt op de grafsteen (special memorial genoemd) vermeld ‘Known to be buried in this cemetery‘ of ‘Buried elsewhere in this cemetery‘.

Als het gaat om een onbekende soldaat, staat op de grafsteen ‘Known unto God‘. Ook deze zin werd gekozen door Rudyard Kipling, die werkte tijdens WOI voor de Imperial War Graves Commission.

Alle doden worden herdacht, ook de circa 340 soldaten van het Gemenebest die werden geëxecuteerd na uitspraak van de krijgsraad. Op hun grafsteen staat ‘Shot at dawn‘.

Aantal slachtoffers in Wereldoorlog I

Er zijn weinig betrouwbare statistieken beschikbaar. Veel statistisch cijfermateriaal is vervuild door dubbeltellingen, onnauwkeurige administratie, onjuiste samenvoegingen en/of onnauwkeurigheden bij de rubricering van het verwerkte cijfermateriaal. In Duitsland werden lichtgewonden bijvoorbeeld niet in de statistieken opgenomen maar in Groot-Brittannië weer wel.

De doden van de oorlog tellen werd nog bemoeilijkt door de Spaanse griep die uitbrak in 1918-1919. De oorsprong van het virus lag trouwens niet in Spanje maar naar alle waarschijnlijkheid in de Verenigde Staten, de troepentransporten naar Europa zorgden voor de verspreiding. Toen de griep in 1920 eindelijk was uitgeraasd, was bijna een op de drie aardbewoners ziek geweest: dat wil zeggen 500 miljoen mensen op een wereldbevolking van 1,8 miljard. Van de zieken zijn er naar schatting 50 tot 100 miljoen overleden  –veel meer slachtoffers dan de Grote Oorlog zelf.

Wat vast staat: het aantal dode militairen in Wereldoorlog I was hallucinant: 5.5 miljoen bij de geallieerden en 4.0 miljoen bij de centralen. Volgens een schatting zou er gemiddeld in Frankrijk 1 dode soldaat per 29 inwoners gevallen zijn, in Duitsland 1 dode soldaat per 35 inwoners, in Groot-Brittannië 1 dode soldaat per 66 inwoners, en in Rusland 1 gesneuvelde per 111 inwoners. Aan het einde van de oorlog waren er miljoenen oorlogsweduwen en een miljoenen kinderen die geen vader meer hadden.

In België vielen naar schatting ongeveer 600.000 dodelijke slachtoffers, militairen en burgers, van alle nationaliteiten. De meesten daarvan vielen in de Westhoek.

Wat opvalt, is het lage percentage gesneuvelden voor België en voor VS.

Het percentage voor de Verenigde Staten is verklaarbaar omdat de Amerikaanse troepen pas in juni 1918 inzetbaar werd geacht voor de gevechten in de frontlijn.

Tussen maart en november 1918 hebben in totaal 221.000 man Amerikaanse troepen daadwerkelijk aan de strijd deelgenomen. Generaal Jack Pershing, opperbevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten, heeft altijd geweigerd zijn troepen af te staan als versterkingen voor de Franse en Britse troepen. Dit tot grote ergernis van de betrokken bevelhebbers.

Naar verhouding zijn de Amerikaanse verliezen zelfs aan de hoge kant: hun onervarenheid als operationele eenheid heeft toch veel slachtoffers geëist.

Het officieel aantal Belgische gesneuvelden in de Eerste Wereldoorlog is een onderschatting. Het herziene cijfer komt op ca. 36 000, waarvan 1/3 overleed ten gevolge van ziekte.

De grootste verliezen werden geleden vóór het Belgisch leger half oktober 1914 in de Westhoek aankwam: zo’n 8.500 soldaten sneuvelden tijdens de eerste dag van de Slag om Luik, bij de gevechten in Oost-Brabant half augustus, de twee uitvallen uit Antwerpen en het beleg van de vesting Antwerpen.

Ook de tijdens eerste twee weken, tussen 18 en 31 oktober, tot de onderwaterzetting van de IJzervlakte, kwamen nog eens 3.765 Belgische militairen om.

Nadien,  tijdens de loopgravenoorlog, sneuvelen er relatief weinig Belgische militairen:  voor het Belgische leger is dit de periode van de zogenaamde “Heilige Wacht aan de IJzer”, vier jaar lang, tot het Bevrijdingsoffensief in 1918. De sector die de Belgen verdedigen is vrij klein en er vinden geen grote aanvallen plaats. Velen sterven niet door wapengeweld, wel door ziekte. [/bg_collapse_level2]

Amerikaanse oorlogskerkhoven

Flanders Field American Cemetery and Memorial te Waregem [60km]

Het enige Amerikaanse begraafplaats van de Eerste Wereldoorlog in België en het kleinste Amerikaanse militaire kerkhof op het Europese continent. 368 soldaten vonden er hun laatste rustplaats en nog eens 43 staan vermeld op de Muur van de Vermisten.

Op 30 mei 1927 -9 dagen na zijn historische vlucht over de Atlantische Oceaan- vloog Charles Lindbergh over deze begraafplaats in zijn Spirit of St. Louis om bloemen over de graven van zijn gevallen landgenoten uit te strooien.

Ieder jaar wordt op Memorial Day (de zondag dichtst bij 30 mei) een herdenkingsdag gehouden voor de Amerikaanse oorlogsslachtoffers; en telkens zingen de Waregemse schoolkinderen er het Amerikaanse volkslied.

Er is een bezoekerscentrum met informatie over de Amerikaanse betrokkenheid tijdens de Eerste Wereldoorlog in België en het ontstaan van de begraafplaats. Daarbij is er eveneens aandacht voor persoonlijke verhalen van de gesneuvelde soldaten.

https://www.waregem.be/amerikaansebegraafplaats

Britse oorlogskerkhoven

Tyne Cot Cemetery in Passendale [20km]

Ingang en parking: Vijfwegestraat, 8980 Passendale

De naam Passendale is gegrift in het collectieve geheugen van Groot-Brittannië en het Britse Gemenebest. De Slag bij Passendale kostte onnoemelijk veel mensenlevens. De Britten noemden het ‘Passiondale’ of ‘dal van het lijden’.

Oorspronkelijk was ’Tyne Cot’ een versterkte positie van de Duitse Flandern I-stelling, waar Australische troepen in oktober 1917 een eerste hulppost inrichtten. Er ontstond al snel een kleine begraafplaats met 340 bijzettingen van gewonden die ter plaatse bezweken. Tussen 1919 en 1921 brachten gespecialiseerde ’Exhumation Companies’ hier vanuit de omliggende velden de gesneuvelden samen. En zo werd Tyne Cot de grootste Commonwealth militaire begraafplaats ter wereld. Het graf van meer dan elfduizend soldaten, waarvan meer dan 8300 niet-geïdentificeerden.

De begraafplaats met ’Missing Memorial’ werd ontworpen door Sir Herbert Baker en in 1927 onthuld.

Op de muur achteraan de begraafplaats staan de namen gegrift van net geen 35.000 vermiste soldaten. Zij sneuvelden na 15 augustus 1917. De overige bijna 55.000 namen van vermisten gesneuveld tussen augustus 1914 en 15 augustus 1917 vind je op de Menenpoort in Ieper. Die Menenpoort, nog ontworpen tijdens de oorlog, was niet groot genoeg om alle vermisten te vermelden.

Het ”Cross of Sacrifice” werd op vraag van de Britse koning George bovenop de veroverde Duitse bunker gebouwd.

Het moderne bezoekerscentrum geeft een uitzicht op het slagveld en geeft meer inzicht en informatie over de slag.

’The Road to Passchendaele’

De begraafplaats Tyne Cot is door een 3 km-lang wandel- en fietstraject verbonden met het Passchendaele Memorial Park waarin ook het ‘Memorial Museum Passchendaele 1917’ gevestigd is. Dit traject wordt ook ’The Road to Passchendaele’ genoemd.

http://www.wo1.be/nl/db-items/tyne-cot-cemetery

Polygon Wood Cemetery, Zonnebeke [20 km]

Lange Dreve, Zonnebeke

Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, vlakbij het Polygoonbos.

Het bos was tijdens de Eerste Wereldoorlog strategisch gelegen aan de Ieperboog, op de Midden-West-Vlaamse Heuvelrug. Het werd afwisselend bezet door de Duitsers en de geallieerden en werd helemaal vernietigd. Er liggen 107 doden begraven: 46 doden uit het Verenigd Koninkrijk (waaronder 17 niet geïdentificeerde), 60 Nieuw-Zeelanders (waarvan 2 niet geïdentificeerde) en 1 Duitser.

http://www.wo1.be/nl/db-items/polygon-wood-cemetery

Buttes New British Cemetery, Zonnebeke [20 km]

Lange Dreve, Zonnebeke

Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog,

De begraafplaats ligt in het Polygoonbos, bijna twee kilometer ten zuiden van het dorpscentrum van Zonnebeke. Er worden 2.108 doden herdacht, waarvan meer dan 1.600 niet geïdentificeerde.

Deze toegangsweg ligt op dezelfde as als de toegangweg naar de Polygon Wood Cemetery dat zich net buiten de bosrand aan de overkant van de straat bevindt .

Aan de noordoostkant van de begraafplaats bevindt zich een hoge kunstmatige heuvel met daarop het Fifth Australian Division Memorial. Naast de heuvel staat centraal de Stone of Remembrance. Hier staat geen Cross of Sacrifice -deze staat op de Polygon Wood Cemetery.

Aan de zuidwestkant van de begraafplaats staat het Nieuw-Zeelands herdenkingsmonument Buttes New British Cemetery (N.Z.) Memorial, Polygon Wood, ter herdenking aan 378 militairen van de New Zealand Division zonder gekend graf.

http://www.wo1.be/nl/db-items/buttes-new-british-cemetery-polygon-wood

Essex Farm Cemetery (‘site John McCrae’), Boezinge [15 km]

Diksmuidseweg naast nr 148, 8904 Ieper (Boezinge)

Langs het kanaal Ieper-IJzer, net buiten Ieper, ligt Essex Farm Cemetery. De plaats is ook gekend als ‘site John McCrae’ omdat de Canadese arts hier op 2 en 3 mei 1915 zijn wereldberoemde gedicht ‘In Flanders Fields’ schreef.

De hoge kanaaldijk werd in de 17de eeuw door de Franse militaire architect Vauban aangelegd als een ’retranchement’, een grote verdediging langs het kanaal, die gedurende meer dan 50 jaar de noordgrens van het Franse rijk van Louis XIV vormde.

In april 1915 stonden hier stukken geschut van de ”1ste Canadese artilleriebrigade”, korte tijd later bouwden de ”Royal Engineers” een hele reeks ”shelters” en ”dug-outs”.

Om de slachtoffers van de eerste gasaanval (22 april 1915) te verzorgen werd een A.D.S. (Advanced Dressing Station, een vooruitgeschoven verpleegpost) uitgegraven in de kanaaldijk. Bij de schuilplaats kwam een begraafplaats.

Kort na de wapenstilstand van 1918 deden de vele bunkers in de kanaaldijk ook dienst als eerste noodwoning voor de vele vluchtelingen die terug naar huis kwamen.

Naast de begraafplaats en de ”concrete shelters in the Canal Bank” kan ook de kanaaldijk zelf worden bezocht over een afstand van 450 meter.

Hoog op de kanaaldijk staat ook het monument van de ”49th West Riding Division” die hier in de zomer van 1915 voor het eerst werd ingezet en hoge verliezen leed.

https://www.cwgc.org/find/find-cemeteries-and-memorials/15800/essex-farm-cemetery

Abeele Aerodrome Military Cemetery in Abele, bij Poperinge [17km]

Midden in de velden, 104 gesneuvelde Britten.

http://www.wo1.be/nl/db-items/abeele-aerodrome-military-cemetery

Lijssenthoek Military Cemetery in Poperinge [15 km]

Er liggen 10.784 slachtoffers begraven; niet alleen Britse soldaten maar ook een Britse verpleegster, Chinezen, Amerikanen, Fransen en Duitsers.

Het Bezoekerscentrum vertelt het verhaal van deze unieke site.

www.lijssenthoek.be

Prowse Point Military Cemetery in Ploegsteert [8km]

Het ligt er tussen de velden, bij een bos, het is helemaal niet groot en als je militair was en je had de keuze, dan lag je liefst hier. 235 graven zijn er, twaalf ervan dragen een Duitse naam.

http://www.wo1.be/nl/db-items/prowse-point-military-cemetery

Bedford House Cemetery, Zillebeke [15 km]

Rijselseweg 152, 8900 Ieper (Zillebeke)

De tuinarchitectuur maakt van Bedford House Cemetery een unieke WO I site.

De begraafplaats ligt op het voormalige domein van het kasteel Rosendael, door de Britten ook wel ‘Bedford House’ of ‘Woodcote’ House genoemd. Dit omwalde kasteel lag twee kilometer ten zuiden van de Ieperse Rijselpoort en deed tijdens Wereldoorlog I dienst als brigadehoofdkwartier en medische post. In de kasteeltuin ontstonden verschillende kleine begraafplaatsen.

Tijdens de hele duur van de Eerste Wereldoorlog bleef het domein achter het front en kwam dus niet in Duitse handen, maar toch raakte het uiteindelijk vernield door artillerie.

Deze begraafplaats is een van de grootste Britse begraafplaatsen in de Westhoek. Er liggen nu 4.425 Britten (gesneuveld in WOI en II), 390 Canadezen, 249 Australiërs, 36 Nieuw-Zeelanders, 21 Zuid-Afrikanen, 21 Indiërs en 2 Duitsers. Voor 20 militairen werden Special Memorials opgericht omdat hun graven niet meer gevonden werden en men aanneemt dat ze zich onder de naamloze graven bevinden. Vijfentwintig anderen worden herdacht met een Duhallow Block omdat zij eerder in andere begraafplaatsen lagen maar niet meer teruggevonden werden omdat hun graven door artillerievuur vernietigd waren. Voor nog twee andere militairen werden ook Special Memorials opgericht met de vermelding van hun oorspronkelijke begraafplaats.

http://www.wo1.be/nl/db-items/bedford-house-cemetery

Hooge Crater Cemetery, Zillebeke [15 km]

Meenseweg 479, Zillebeke

Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog.

Het kasteel ’t Hooghe lag midden in het strijdtoneel. Op 31 oktober 1914 werden de staff  van de 1st en 2nd Division hier door artilleriebeschietingen uitgeschakeld, slechts één officier kwam heelhuids uit de beschietingen.

Het soldatenkerkhof werd aangelegd begin oktober 1917 toen Hooghe bij het begin van de Derde Slag bij Ieper in geallieerde handen was gevallen.

Na de oorlog werd de begraafplaats sterk uitgebreid door de concentratie van geïsoleerde graven en de ontruiming van kleinere begraafplaatsen uit de slagvelden van Zillebeke, Zandvoorde en Geluveld. Er worden nu 5923 Commonwealthdoden op deze begraafplaats herdacht. Hieronder bevinden zich 3578 niet-geïdentificeerden.

‘Special memorials’ werden opgericht voor doden uit het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland “Known/Believed to be buried in this cemetery”.

Andere ‘special memorials’ dragen de namen van 12 militairen uit het Verenigd Koninkrijk begraven op La Chapelle Farm en twee op Kruiseecke German Cemetery van wie de graven door artillerievuur vernield werden.

Opmerkelijk is dat de Stone of Remembrance, vooraan op de begraafplaats, in een cirkelvormige diepte is geplaatst: een symbool voor de vele kraters die hier in de omgeving zijn geslagen.

c 1920 Aanleg van Hooge Crater Cemetary

Aan de overkant van de straat, in de oude school, bevindt zich het Hooge Crater Museum. Men kan er uniformen, foto’s en dergelijke bezichtigen, maar er is ook een archeologische site waar de opgravingen nog steeds aan de gang zijn.

http://www.wo1.be/nl/db-items/hooge-crater-cemetery

Railway Dugouts Cemetery in Zillebeke [15 km]

Komenseweg, ter hoogte van Zillebeke-vijver, naast de spoorweg, Zillebeke

Op 2 km van Zillebekedorp passeert de spoorweg bovenop een berm. Vanop deze berm keek men uit op een kleine boerderij door Britse troepen ‘Transport Farm’ genoemd (Pollepelhoeve).

De eerste bijzettingen op deze begraafplaats vonden plaats in april 1915. De begraafplaats bleef tot het einde van de oorlog in gebruik, vooral in 1916 en 1917. Toen werden Advanced Dressing Stations ingericht in dugouts in de spoorwegberm en in de boerderij. Bijzettingen vonden zonder planning in kleine groepjes plaats. Tijdens de zomer 1917 werden een aanzienlijk aantal graven door artillerievuur vernield.

Het terrein heeft een onregelmatige vorm met een oppervlakte van 17.395 m² en is door een ruwstenen muur omringd. Er zijn twee gelijkvormige toegangsgebouwen met een boogvormige doorgang. De begraafplaats is bijna als een halve cirkel rond een vijver aangelegd. Deze vijver is ontstaan door een bomkrater, zoals er nog meerdere in de omgeving te vinden zijn.

Er worden 2.463 doden herdacht, waarvan 431 niet geïdentificeerd konden worden. Er zijn 261 ‘special memorials’ “Known/Believed to be buried in this cemetery”. Andere ‘special memorials’ dragen de namen van 42 Canadezen en 30 militairen uit het Verenigd Koninkrijk die oorspronkelijk op andere begraafplaatsen begraven lagen, maar waarvan de graven door artillerievuur vernield werden.

http://www.wo1.be/nl/db-items/railway-dugouts-burial-ground-transport-farm

R.E. Grave, Railway Wood Cemetery, Zillebeke [15 km]

Een unieke begraafplaats omdat ze zondigt tegen de ijzeren regels van de Commonwealth War Graves Commission: er staat een Cross of Sacrifice (wat enkel mag als er meer dan 40 graven liggen) alhoewel er maar 1 officier en 11 manschappen van de 177th Tunnelling Company (Royal Engineers) herdacht worden. Er staan ook geen grafzerken: de namen en regimenten staan op de basis van het Cross of Sacrifice gebeiteld.

Ook de volgende tekst is erop te lezen: Beneath this spot lie the bodies of an officer, three N.C.O.’s and eight men of or attached to the 177th Tunnelling Company, Royal Engineers, who were killed in action underground during the defence of Ypres between November, 1915 and August, 1917.

De heuvelrug waarop de begraafplaats ligt werd Bellewaerde Ridge genoemd en was door het strategisch belang bijna de hele oorlog lang toneel van hevige gevechten, zowel bovengronds als ondergronds.

De 177th Tunnelling Company was lange tijd in deze sector actief, waardoor zij veel manschappen verloor in deze ondergrondse oorlogsvoering. In de omgeving zijn nog vele kleine en grotere mijnkraters zichtbaar in het landschap. Railway Wood (gelegen aan het kruispunt Oude Kortrijkstraat / Begijnenbosstraat) werd in de jaren 20 volgens zijn oorspronkelijke vorm herbebost.

http://www.wo1.be/nl/db-items/re-grave-railway-wood

Hedge Row Trench Cemetery, Zillebeke [15 km]

De begraafplaats ligt in het provinciedomein De Palingbeek en is via een 300 m lang graspad bereikbaar vanaf de Verbrandemolenstraat.

De naam heeft zijn oorsprong door een nabijgelegen boerderij die Hagereke heette.

Ontworpen door John Truelove: alle graven in een cirkel rond het Cross of Sacrifice.

Er liggen 96 Britten (waarvan 2 niet geïdentificeerd konden worden) en 2 Canadezen begraven maar het terrein werd door de hevige gevechten en artilleriebeschietingen zodanig beschadigd dat de oorspronkelijke graven niet meer gelokaliseerd konden worden. Daarom heeft men na de oorlog alle graven als Special Memorials (de grafstenen dragen als bijkomende tekst: Known to be buried in this cemetery) opgericht en deze in een cirkel rondom het Cross of Sacrifice opgesteld.

Vlakbij bevinden zich ook nog Woods Cemetery en First D.C.L.I. Cemetery, The Bluff.

http://www.wo1.be/nl/db-items/hedge-row-trench-cemetery

Bailleul Communal Cemetery Extension

Bailleul Communal Cemetery Extension werd in oktober 1914 in de buurt van de gemeentelijke begraafplaats aangelegd om Britse, Franse en Duitse militaire slachtoffers een laatste rustplaats te geven.

De hospitaalstad Bailleul ontvangt tijdens de opeenvolgende slagen bij Ieper veel gewonden van de slagvelden. Eind 1915 wordt deze militaire begraafplaats uitgebreid met plaats voor meer dan 4.500 slachtoffers, voornamelijk Britten en soldaten uit landen van het Britse imperium, zoals Australië, Nieuw-Zeeland, Canada en India.

Na de wapenstilstand in 1918 worden de graven van kleine militaire begraafplaatsen rond Bailleul overgeplaatst naar het Communal Cemetery Extension en de houten kruisen worden vervangen door witte grafstenen. Aan de zuidoostkant van de begraafplaats omgeven twee indrukwekkende kapellen, die op Griekse tempels lijken, de Herdenkingssteen met het opschrift: Their name liveth for ever more.

Een kleinere Britse begraafplaats, Outtersteene Communal Cemetery Extension, ligt in een gehucht van Bailleul en bevat 1.397 graven.

Chinese oorlogsslachtoffers

Chinese Labour Corps

De legerleiding beseft dat, met de hallucinante verliezen, er veel meer manschappen nodig zullen zijn om de ongeziene uitputtingsslag winnen. Op het thuisfront worden die schaars na de invoering van de dienstplicht: de oorlogsindustrie en de landbouwsector hebben zelf nood aan extra handen en de vrouwen zijn al massaal in de gapende bres gesprongen.

Het vele volk , nodig voor het werk aan en achter het front, wordt in het neutrale China gevonden. In 1915 haalde Frankrijk al 40.000 Chinezen; tussen 1916 en 1917 komen er daar +90.000 bij in Britse dienst: het Chinese Labour Corps. De meeste rekruten zijn voornamelijk boeren en arbeiders, aangetrokken door een loon dat 4 keer hoger ligt. Ze ondertekenen ze een contract van 3 jaar en krijgen ze een identificatienummer. Er werd compensatie voor de familie voorzien in geval van blijvend letsel of overlijden; voeding, huisvesting, medische zorg en repatriëring werd gegarandeerd.

De Chinezen worden ingezet voor het begraven van gesneuvelde soldaten en de aanleg of het herstel van wegen en loopgraven,  constructie- en afbraakwerken, werken aan spoorwegen, laden en lossen van schepen en treinen, arbeid op het land, opruimen van slagvelden waaronder onontplofte granaten, aanvoer van munitie en ander oorlogsmateriaal.

Na de oorlog werden ze ook nog ingezet bij het ontgraven van slachtoffers, het aanleggen van oorlogsbegraafplaatsen en opruimen van de talrijke ruïnes: pas in de loop van 1919 worden de Chinese compagnieën één voor één teruggetrokken en gerepatrieerd. Hoewel zij niet voor militaire taken werden ingezet, liepen zij door de aard van hun werk soms grote risico’s omdat zij zich dikwijls dicht in de buurt van het front of in het bereik van de artillerie bevonden.

Zelfs wanneer China in 1917 partij kiest voor de Entente, mogen de arbeiders nog steeds niet bewapend en als strijders ingezet worden. Maar nu voeren ze dichter bij het front werkzaamheden uit en staan ze vaker bloot aan artillerievuur en oorlogsgeweld.

Wanneer ze bij die werken het leven laten, worden ze dikwijls bijgezet op de militaire begraafplaatsen in de buurt. Dat is wat gebeurde met nr 1301 (Chang Chi Hsuen) die begraven ligt op CROONAERT CHAPEL CEMETERY.

Nr 43913 (Wὺ Ēnlύ, Zhāng Hόng’ān) ligt begraven op WESTOUTRE BRITISH CEMETERY en stierf op kerstdag 1917. Hij werd doodgeschoten door de Royal Welch Fusiliers die de orde kwamen herstellen bij een massale vachtpartij tussen Chinezen en dronken Nieuw-Zeelandse soldaten. Officieel heet dit “a fracas at Zwarteberg/Mont Noir”.

Niemand weet hoeveel Chinezen in Franse dienst het leven lieten: de Fransen hielden geen bestand bij van de Chinese slachtoffers, hun graven liggen of lagen her en der verspreid over kerkhoven in Frankrijk.

De Chinezen in Britse dienst kwamen terecht op de grote Britse Commonwealth begraafplaatsen in Noord-Frankrijk en België, hun grafstenen dragen de vermelding ‘Chinese Labour Corps’, in de regel gevolgd door het registratienummer van de overleden arbeider en diens datum van overlijden.

Chinese herdenkingssite Busseboom

Hoek Visserijmolenstraat / St.-Jansstraat, 8970 Poperinge

In Poperinge staan twee monumenten die de inzet van de Chinese arbeiders tijdens de Eerste Wereldoorlog herdenken. Het zijn de eerste en wereldwijd voorlopig de enige monumenten die hulde brengen aan deze specifieke groep WO 1-arbeiders.

Het eerste monument is het beeld ‘de sjouwer’, een bronzen sculptuur van Jo Bocklandt en zijn shelter, een subtiel uitgekiend houten paviljoen van de hand van designer Stefan Schöning. Het beeld is zo geplaatst dat het uitkijkt over de voormalige begraafplaats van dertien Chinese arbeiders. Zij kwamen om tijdens een bombardement op het kamp nabij Busseboom, op 15 november 1917.

Het tweede monument is een kunstwerk dat aansluit bij de Chinese culturele traditie, een bronzen beeldengroep met drie Chinese arbeiders, ontworpen door kunstenares Yan Shufen en geschonken door de Chinese ambassade.

Beide monumenten werden op 15 november 2017 onthuld, honderd jaar na het bombardement op Busseboom. De twee monumenten worden via een wandelpad met elkaar verbonden. Dertien hoogstambomen verwijzen op hun beurt naar de dertien omgekomen Chinese arbeiders.

De site is voorzien van informatieborden met historische foto’s en kaartmateriaal. Zo kom je meer te weten over het Chinese WO 1-verhaal.

https://www.toerismepoperinge.be/nl/chinese-herdenkingssite-busseboom

Chinese Oorlogskerkhof

Noyelles-sur-Mer Chinese Cemetery [130km, 2 uur]

Een begraafplaats voor Chinese arbeiders, gestorven terwijl ze in dienst waren van het Britse rijk. Het kerkhof wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission.

Men schat dat tussen 1917 en 1920 zo’n 2000 Chinese arbeiders door oorlogsgeweld en ziekten omkwamen. Vooral tijdens de Spaanse griep epidemie was de tol hoog.

Hier liggen 841 slachtoffers begraven. De rest ligt verspreid over de vele begraafplaatsen in Frankrijk en België.

https://www.ww1cemeteries.com/noyelles-sur-mer-chinese-cemetery.html

Duitse oorlogskerkhoven

Deutscher Soldatenfriedhof in Vladslo [45km]

In het Praatbos hadden de Duitsers een verbandpost. Daar ontstond het Soldatenfriedhof Vladslo. Na de Eerste Wereldoorlog werd het uitgebreid, bijna 22.000 graven werden naar hier overgebracht vanuit 61 Belgische plaatsen. Onder de eiken rusten 25.638 Duitse doden.

Een van de indringendste oorlogskerkhoven.  Hier geen helden, geen roem; alleen een veelzeggende stilte, een stille aanklacht. De eenvoud van de eindeloze rijen platte, grijze grafstenen op het gras, de bomen errond, de natte bladeren in de herfst.

Nergens treurt een ouderpaar zo diep als in het beeld van Käthe Kollwitz. Op een van de platen voor het beeld vindt men de naam Peter Kollwitz terug, haar zoon.

Tip 1: wandelen in Staatsbos van Koekelare

Bij hetPraatbos, waar het kerkhof ligt, is ook het staatsbos van Koekelare, een bijzonder mooi 70 hectare bos.  Op het eerste gezicht ligt het er wat versnipperd bij. Maar je staat er steevast in bewondering voor de machtige zomereiken van meer dan 200 jaar oud. Vervolgens ga er op zoek naar de bekendste inwoner van het bos: de Koekelare-den, een snelgroeiende variëteit van de Corsicaanse den.

Tip 2: Käte Kollwitz museum

Brouwerijstraat, Koekelare (5 tal km verder)

Het museum brengt het verhaal van Käthe Kollwitz als moeder van een gesneuvelde soldaat en laat zien hoe de kunstenares in opstand kwam tegen oorlog en armoede aan de hand van een verzameling van originele kunstwerken.

http://www.wo1.be/nl/db-items/duitse-militaire-begraafplaats-vladslo

Deutscher Soldatenfriedhof in Langemark-Poelkapelle [25 km]

Met beeldengroep ter herdenking van de gesneuvelde Duitse militairen van Emil Krieger.

Vier treurende militairen, heel sober uitgevoerd.

Deze begraafplaats zou in oktober 1914 ontstaan zijn uit een Britse begraafplaats maar na de gasaanval van 22 april 1915 kwam de begraafplaats tot in de zomer 1917 in Duits gebied te liggen. Tijdens de oorlog steeg het aantal bijzettingen zodat er in 1919 graven waren van Duitse, Franse, Britse en Belgische doden: in totaal 859, waaronder 627 Duitse.

Na de oorlog werd de begraafplaats verder uitgebreid door de Duitse Dienst voor Oorlogsgraven. In totaal kwamen er 10.143 individuele graven waaronder 6.313 geïdentificeerden en bijna 4.000 niet-geïdentificeerden.

Onder de gesneuvelden bevonden zich ook zo’n 3.000 vrijwilligers die stierven tijdens de Duitse bestorming op Langemark in het najaar 1914 (eerste slag om Ieper). Door het grote aantal studenten onder deze vrijwilligers, kreeg de begraafplaats de naam ‘Studentenfriedhof‘.

http://www.wo1.be/nl/db-items/duitse-militaire-begraafplaats-langemark

Deutscher Soldatenfriedhof Hooglede [37 km]

Beverenstraat, 8830 Hooglede

Hooglede was bezet gebied, wel in het ’Etappengebiet’ dus dicht tegen het front. Veel gewonden werden hier naartoe gebracht. Toen de begraafplaats van Hooglede niet meer volstond voor het toegenomen aantal doden, werd in 1917 het Soldatenfriedhof aangelegd.

Dit is de kleinste van de vier Duitse verzamelbegraafplaatsen en telt 8.247 doden.

De ’Ehrenhalle’ werd in 1937 gebouwd met stenen van het Duitse paviljoen dat in 1928 op de Wereldtentoonstelling in Parijs stond. Bij mooi weer heb je een prachtig uitzicht op de omgeving. Sinds december 2017 kan een onthaalpaviljoen worden bezocht.

Franse oorlogskerkhoven

Franse militaire begraafplaats Ossuaire, Kemmel [1 km]

Na de ‘Slag om de Kemmelberg‘ (april 1918) bleef een groot aantal Franse gesneuvelden op het slagveld achter. Van de meer 5.000 gesneuvelde officieren, onderofficieren en soldaten werden slechts 57 personen geïdentificeerd. Allen werden ten ruste gelegd in dit massagraf.

https://www.flandersfields.be/nl/doen/frans-monument-en-massagraf-kemmelberg

St. Charles de Potyze in Ieper (N332 Zonnebeekseweg, gehucht Potyze) [15 km]

De grootste Franse begraafplaats in Vlaanderen met zo’n 4.800 doden waarvan ruim 1.300 niet geïdentificeerd konden worden.

Uitzonderlijk voor een Franse begraafplaats (meestal heel sober in aanleg en architectuur): er staat een mooie, moderne calvarie.

Bij aanvang was dit de begraafplaats bij de medische hulppost, “Poste de secours de Saint-Charles de Potyze”.

Vanaf 1919 werd de uitgebreid met graven uit de omliggende slagvelden. Nog steeds worden Franse gesneuvelden die tot een eeuw later worden teruggevonden in de vroegere slagvelden hier bijgezet.

http://www.wo1.be/nl/db-items/franse-militaire-begraafplaats-st-charles-de-potyze

Belgische oorlogskerkhoven

Belgische militaire begraafplaats Westvleteren [25 km]

Sint-Maartensstraat, 8640 Westvleteren

In het dorp Westvleteren rusten op de Belgische militaire begraafplaats 1.208 soldaten waarvan 1.175 geïdentificeerd en 33 ongeïdentificeerd. Door de opheffi ng van de begraafplaats van Reninge kwam er hier in 1968 een uitbreiding van de begraafplaats met 123 bijzettingen.

Het kruisbeeld, uniek voor een Belgische militaire begraafplaats, werd waarschijnlijk ooit door de militairen zelf op de begraafplaats van Reninge opgericht en is met de overgebrachte graven meegekomen in 1968.

Belgische Militaire Begraafplaats in Houthulst [30 km]

Aan het Staatsbos in Houthulst, in de Poelkapellestraat, werd in 1923 een Belgisch Militair Kerkhof opgericht. Er liggen 1826 Belgen en Fransen begraven, en ook enkele tientallen Italianen.

Deze door de Duitsers gevangengenomen Italiaanse soldaten werden gebruikt als dwangarbeiders in het Duitse leger. Hier in Houthulst sleepten ze munitie door het bos. Tijdens het geallieerde eindoffensief op 28 september 1918 werden ze, als bescherming, door de Duitsers in de vuurlinie geplaatst en neergeschoten door de Belgische militairen.

De begraafplaats wordt getypeerd door de graven die zijn gegroepeerd in de vorm van een davidster.

Tip: bezoek de Vredesmolen in Klerken, de molen biedt een prachtig panorama over de voormalige frontstreek.

Belgische militaire begraafplaats Oeren [38 km]

Oerenstraat, (St.-Pietersbandenkerk), Oeren, Alveringem

De begraafplaats werd tijdens de oorlog aangelegd rond het laatgotische kerkje (16de eeuw) in gele baksteen. Er liggen 642 Belgische doden begraven.

De begraafplaats telt nog slechts 5 heldenhuldezerkjes met een Keltisch kruis, een meeuw of Blauwvoet en de letters AVV VVK, ontworpen door frontsoldaat, schilder en tekenaar Joe English. Ooit stonden er meer van die zerkjes in Oeren, maar in de nacht van 9-10 februari 1918 hebben grafschenners er 38 besmeurd: de letters AVV VVK werden met cement dichtgesmeerd. De Vlamingen reageerden prompt en de nacht erop overschilderden frontsoldaten de gedichte letters met zwarte verf.

Later werd afgesproken elk jaar samen te komen “waar populaire Vlaamse doden begraven lagen”. In 1923 vindt de vierde IJzerbedevaart plaats in Oeren onder het thema “Eerherstel aan de geschonden graven”.

http://www.wo1.be/nl/db-items/belgische-militaire-begraafplaats-oeren

Belgische militaire begraafplaats Hoogstade [32 km]

Brouwerijstraat, 8690 Hoogstade (Alveringem)

Omdat er veel Belgische militairen sterven in het veldhospitaal dat gevestigd is in het Gasthuis Clep in Hoogstade, wordt in april 1915 een nieuwe begraafplaats aangelegd langs de Brouwerijstraat bij de dorpsplaats.

In 1968 breidt deze begraafplaats uit met 117 Belgische graven van op de opgeheven militaire begraafplaats
in Reninge. Er liggen nu 806 Belgische militairen begraven, afkomstig uit 370 gemeenten.

Deze begraafplaats telt nog zes heldenhuldezerkjes. Daarnaast staan er ook 20 Britse grafstenen.

http://www.wo1.be/nl/db-items/belgische-militaire-begraafplaats-hoogstade

Belgische militaire begraafplaats Diksmuide (Keiem) [45 km]

De IJzer maakt een bocht ter hoogte van Tervate. Aan de rechteroever ligt Keiem. Daar ligt een Belgische begraafplaats met 628 graven, waarvan meer dan de helft naamloos.

Veel van deze soldaten sneuvelden in gevechten op 19 oktober 1914 tijdens een verwarde Belgische terugtocht naar de IJzer. De ijzeren draaibrug werd op 19 oktober 1914 opgeblazen. In de nacht van 21 op 22 oktober slaagden de Duitsers er toch in om ter hoogte van de huidige brug over de IJzer te komen.

Deze begraafplaats werd na de oorlog aangelegd.

http://www.wo1.be/nl/db-items/belgische-militaire-begraafplaats-keiem

Belgische militaire begraafplaats Veurne (Steenkerke) [45 km]

Op de Belgische militaire begraafplaats van Steenkerke liggen 534 Belgische doden begraven. Deze begraafplaats werd tijdens de oorlog aangelegd. Op deze begraafplaats liggen ook Britten begraven. Negen graven dragen nog het heldenhuldezerkje dat door Joe English ontworpen werd. Deze frontsoldaat die in Vinkem stierf, was oorspronkelijk hier begraven. De allereerste IJzerbedevaart vond hier in 1920 plaats bij zijn graf. In 1930 werd hij bijgezet in de crypte van de IJzertoren.

http://www.wo1.be/nl/db-items/belgische-militaire-begraafplaats-steenkerke

Belgische Militaire Begraafplaats in De Panne [50 km]

De grootste Belgische Militaire Begraafplaats (3152 graven). De aanleg van deze begraafplaats startte tijdens de oorlog. Na de oorlog waren er nog heel wat bijzettingen door ontruiming van kleinere begraafplaatsen in de Westhoek.

http://www.wo1.be/nl/db-items/belgische-militaire-begraafplaats-de-panne