De Kleine Mote

St-Omaars [52 km]

Sint-Omaars is een regionaal verzorgings- en cultuurcentrum (met scholen, markt, musea) met enige industrie (onder andere textiel, voedingswaren, glas, machines).

Geklasseerd als Stad van Kunst en Geschiedenis van Noord Frankrijk is Saint-Omer echt een mooie stad om te bezoeken. Als u verder door de oude straatjes van de stad slentert komt u, behalve de voor de streek kenmerkende architectuur, ook de prachtige bloemrijke oevers van de Aa tegen.

Tip: bezoekt u de stad op zaterdag? Bezoek dan zeker ook de zaterdagochtendmarkt, die bekend staat om zijn gastronomische specialiteiten en vriendelijke sfeer.

St-Omer

Geschiedenis

Sint-Omaars is in de 7e eeuw ontstaan onder de naam Sithiu (Sithieu of Sitdiu), rond de Sint-Bertinusabdij, gesticht onder impuls van onder impuls van Audomarus (Omaar of Odemaar).

De abdij ontleent haar naam aan Bertinus van Artesië, die er als metgezel van Audomarus werkzaam was. In de 10e eeuw kreeg de plaats haar huidige benaming Sint-Omaars.

Heel Artesië kwam in 932 in het bezit van de graven van Vlaanderen en in de 12e en 13e eeuw bloeide de lakenindustrie ook in St-Omer. Het werd de eerste stad in het westen waaraan officieel stadsrechten verleend werden (1127). Later moest de stad haar leidinggevende positie in de lakenhandel afstaan aan Brugge.

Sint-Omaars maakt sinds 1212 definitief geen deel meer uit van het graafschap Vlaanderen, het werd een van de hoofdplaatsen van het graafschap Artesië. Niettegenstaande deze afsplitsing bleef de stad in belangrijke mate binnen het economische netwerk van de Nederlanden.

In 1384 kwam Sint-Omaars onder de hertogen van Bourgondië, maar bij de Vrede van Nijmegen (1678) werd de stad aan Frankrijk afgestaan.

Tussen 1787 en 1795 trokken enkele duizenden Noord-Nederlandse patriotten als bannelingen naar Sint-Omaars en de ruime omgeving. Patriotten waren burgers in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden die democratisering eisten en een einde wilden stellen aan het absolutisme van een stadhouder Willem V, prins van Oranje-Nassau. Zij begonnen zich te wapenen en drongen in steeds meer steden aan op een democratische verkiezing van de vroedschap, het stadsbestuur. In 1786 en 1787 escaleerde het conflict tot een korte burgeroorlog tussen de patriotten en prinsgezinden of orangisten. Een Pruisische inval in september–oktober 1787 bewerkstelligde de Oranjerestauratie. De patriottische vrijkorpsen werden verboden en duizenden patriotten vluchtten naar Frankrijk. Ze verlieten Frankrijk weer na de succesvolle revolutionaire Franse veldtocht in de Nederlanden (1792–1795), waar sommigen aan deelnamen in het Bataafs Legioen. Samen met Franse republikeinse leger kwamen deze patriotten hun land ‘bevrijden’. De Zuidelijke Nederlanden werden bij de Franse Republiek ingelijfd (de Bataafse Revolutie, waarin de oude Oranje stadhouderlijke Republiek werd vervangen door de pro-Franse revolutionaire Bataafse Republiek).

In de Eerste en Tweede Wereldoorlog werd de stad zwaar beschadigd.

Natuur

Het Marais Audomarois is een moeras- en poldergebied rond Sint-Omaars in het bekken van de Aa. Deze moerassen reiken voorbij het station tot in de stad.

In de 9e eeuw begon de ontginning door de monniken van de Abdij van Sint-Bertinus: het moerasgebied werd enigszins ontwaterd door de aanleg van een slotenstelsel welke het water afvoerden via de Aa. Er zijn tegenwoordig nog 160 km van deze sloten over. In de 11e eeuw werd het Canal de Neuffossé aangelegd, en via dit kanaal kon ook water naar de Leie worden afgevoerd.

Op de grens met Saint-Omer ligt het natuurreservaat Romelaëre, een waterrijk natuurgebied, ontstaan uit een vroeger moeras- en veengebied. De veen-ontginning creëerde in Romelaëre 35 hectare vijvers.

Ten oosten van St Omer en ten zuidoosten van het dorp Clairmarais ligt het Forêt de Rihault-Clairmarais, een domeinbos van 1200 ha, een der grotere boscomplexen in het noorden van Frankrijk. Het is onderdeel van het Parc naturel régional des caps et marais d’Opale.

Bezienswaardigheden

De Grote Markt (Place Foch)

Sinds de middeleeuwen wordt hier echt markt gehouden. Geen charmant geheel maar enkele mooie gebouwen, gedomineerd door het vroegere stadhuis (bijgenaamd de koffiemolen) met het Italiaans theater (karakteristieken van een Venetiaans theater uit de 17e eeuw) uit 1840.

Onze-Lieve-Vrouwekathedraal

Enclos Notre-Dame, 62500 Saint-Omer

Begon als een bescheiden kapel in de 7e eeuw. Later werd het een collegiale kerk. De bouw van de gotische kathedraal begon met het koor in 1200, en ging verder tot 1561; het is één van de bekende gotische kathedralen in Vlaanderen met een 50m hoge westertoren.

De kathedraal bezit een interessant interieur onder meer

  • Kruisafneming door Peter Paul Rubens;
  • 12e-eeuwse vloertegels met bloemen en andere figuratieve motieven;
  • de Grand Dieu de Thérouanne, beeldengroep afkomstig van de voorgevel van de vroegere kathedraal van Terwaan (Terwaan was een Franse enclave in Artesië en werd in 1553 volledig verwoest door Keizer Karel V in zijn strijd met de Franse koning);
  • een cenotaaf (‘een leeg graf’: een grafteken opgericht ter nagedachtenis aan overledenen van wie het stoffelijk overschot elders verkeert of onvindbaar is) van de heilige Sint-Audomarus. Die werd, op eigen verzoek, in de O.-L.-Vrouwekerk  begraven; over zijn relieken werd lange tijd getwist tussen de kerk en de Sint-Bertijnsabdij (die hij stichtte) maar tijdens de Franse Revolutie werd zijn schrijn naar Parijs gebracht waar de relieken werden vernietigd en het schrijn werd omgesmolten;
  • een prachtige astronomische klok die uit 1555 dateert;
  • een zonnewijzer, gerealiseerd in 1610, aangebracht als ijkinstrument voor de astronomische klok. De zonnewijzer bevat drie aanduidingen: het zonneuur, de datum op de dierenriem, het Italiaanse uur (aantal uur sinds de vorige zonsondergang). Dit is de enige zonnewijzer in de regio Nord-Pas-De-Calais die de Italiaanse uuraanduiding weergeeft.

Ruïnes van de Sint-Bertinusabdij

1 Rue des Ruines Saint-Bertin, 62500 Saint-Omer

Restanten van de abdij zijn te bezichtigen op een site die als stadspark werd ingericht.

De abdij werd gesticht aan de oevers van de Aa in 648 op initiatief van Omer, de bisschop van Terwaan die de monniken Bertinus, Mommolinus en Ebertramnus naar de streek stuurde om er de heidenen te bekeren.

De abdij, oorspronkelijk met de naam Sint-Pieter (tot in de 12de eeuw) en met een kerk toegewijd aan de heilige Martinus, werd al snel door een honderdtal monniken bevolkt, wat aanleiding gaf tot de vestiging van een kleinere abdij, boven bij de Onze-Lieve-Vrouwkerk. Deze beide vestigingen gingen na een tijd elk hun weg, waarbij de beneden-abdij een benedictijnerabdij bleef en de boven-abdij een kanunnikenregel aannam en zich omvormde tot een seculier kanunnikenkapittel. Dit werd later de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Sint-Omaars.

Het werd een van de meest invloedrijke kloosters in Noordwest-Europa naast de Abdij van Elnone (later Sint-Amandsabdij genoemd, in Saint-Amand-les-Eaux) en de Abdij van Sint-Vaast. De abdij bezat een aanzienlijke bibliotheek en ze had een aanzienlijke culturele en educatieve invloed.

De abdij kende haar grootste bloei vanaf haar ontstaan tot in het midden van de 13de eeuw: reeds in de 9de eeuw was er een priorij in de stad Poperinge waarvan de abt de leenheer was en vanaf de 12de eeuw bezat ze het patroonsrecht (het recht om de pastoor te benoemen) onder andere in Lissewege, Ruiselede, Steenkerke en Bulskamp. Vanaf de 9de eeuw was ze pionier in het droogleggen van duizenden ha moeras en gedurende het ganse ancien régime (1450 tot 1789) oefende de abdij nog een belangrijke economische invloed uit.

De abdij was zo belangrijk dat enkele graven van Vlaanderen er hun laatste rustplaats vonden.

De abdij bleef bestaan tot de Franse revolutie, ze werd afgeschaft in 1791 en de 40 resterende monniken werden verjaagd. De gebouwen werden aanvankelijk gebruikt als hospitaal voor het Franse leger. Op 5 november 1792 begon de ontmanteling: wat de monniken niet hadden meegenomen werd openbaar geveild (houtwerk, schilderijen, altaren, glasramen, marmer, meubilair, reliekschrijnen, gewijde vaten, tapijten, orgels, ijzerwerk, de klokken van de beiaard, enz). De gebouwen werden verkocht maar bleven gedeeltelijk overeind. In 1811 kocht het gemeentebestuur de gebouwen terug. Het schip van de kerk werd verder gesloopt en met de gerecupereerde bouwmaterialen werden het gemeentehuis van Sint-Omaars, een muziekschool en een slachthuis gebouwd. Vanaf 1840 werden de overgebleven muren en ruïnes als beschermd monument bewaard. De abdijtoren (58 m) stortte in 1947 in.

Voormalig Jezuïtencollege

40 rue Gambetta 62500 Saint-Omer

Na de beeldenstorm en de opkomst van het protestantisme, werkt de katholieke kerk aan de heropstanding. De bisschop van St Omer doet hiervoor beroep op Waalse jezuïeten. Vanaf 1566 verzorgen zij het onderwijs, tot ze in 1762 verjaagd worden.

In Engeland was, vanaf de 16e eeuw, elk katholiek onderricht verboden. Katholieke Engelsen stuurden hun kinderen daarom naar ‘Engelse colleges’ in de Spaanse Nederlanden, onder meer in Douai en in St Omer. Deze blijven actief tot de Franse revolutie en trekken zowel Engelse als Amerikaanse leerlingen aan. Het college van St Omer had zelfs een buitenverblijf gekocht in Blendecques waar de leerlingen hun vakantie konden doorbrengen.

Het Jezuïetencollege werd herbouwd in 1592 en is nu de Bibliothèque de l’Agglomération de Saint-Omer met zijn prachtige Salle du Patrimoine. Deze openbare bibliotheek bestaat er sinds 1805: 4000 m² met meer dan 90 000 documenten en een zeer rijk archief (boeken, DVD, CD, manuscripten, kaarten, plannen,…) onder meer afkomstig van de abdij.

https://www.tourisme-saintomer.com/nl/annuaire/bibliotheque-dagglomeration/

Kerk van het Jezuïtencollege

rue du Lycée, St Omer

De eerste kerk blijkt te klein, er wordt een grotere gebouwd van 1615 tot 1640 door architect Jean Du Blocq.

Stijl Italiaanse renaissance. Het gebouw vertrekt vanuit de gotische traditie. Zo heeft het schip van de kerk drie niveaus. Het wordt begrensd door steunberen waartussen zijkapellen zijn ondergebracht. Het geheel is bedekt met kruisribgewelven. Het koor bestaat uit vijf delen. Het wordt omlijst door twee torens. Anderzijds introduceert het nieuwigheden, geïnspireerd op de Italiaanse architect Serlio, met een terugkeer naar de oudheid: grote rollen sieren de steunberen en de uiteinden van de gevel, op elk niveau dragen de pilasters kapitelen van verschillende stijl, gecanneleerde kolommen en opgerolde frontons.

Tussen 1762 en de 21e eeuw diende de kerk als magazijn, als militair hospitaal, als werkplaats, zelfs als garage. Maar na een grote restauratie die in 2017 eindigde, is het vandaag een plaats voor cultuur en kunst.

Gerechtshof

3 Rue des Tribunaux, St Omer

Voormalig bisschoppelijke residentie, sinds de Franse revolutie gerechtshof geworden.

Heilig-Grafkerk

Enclos Saint-Sépulcre, St-Omer

Deze kerk werd gebouwd ter ere van drie heren uit St Omer die deel namen aan de kruistochten. De bouwwerken gebeurden van de eerste helft van de 13° eeuw tot eind 14e eeuw.

Musée de l’Hôtel Sandelin

14, Rue Carnot, Saint-Omer. +33 (0)3 21 38 00 94

Het classicistische Hôtel Sandelin werd in 1766 gebouwd door de rijke weduwe Sandelin (op de plaats van de vroegere verblijfplaats van de gouverneur van de stad Sint-Omer) en aangekocht door de stad in 1899 om er een museum te vestigen.

De collectie bestaat onder andere uit edelsmeedwerk, keramiek, Vlaamse schilderkunst

  • Geschiedens van de stad met maquetten;
  • Schilderijen uit 16e, 17e en 18e eeuw van onder meer François Boucher, Jean-Baptiste Greuze, Jean-Marc Nattier (Madame de Pompadour), Nicolas-Bernard Lépicié (le Lever de Fanchon), Louis-Léopold Boilly (cinq tableaux), Thomas de Keyser, Gerard ter Borch, Jacob van Ruisdael, Jan Steen, Jan Brueghel de Oudere, Pieter Bruegel de Jongere, Joos de Momper, Hendrick van Balen, François Chifflart et Pierre-Paul Prud’hon;
  • Belangrijke verzameling faïence, porcelein en keramiek van Saint-Omer, Lunéville, Rouen, Delft, etc.  (4 000 stukken) ;
  • Verzameling munten (meer dan 16 000 stuks).

http://www.patrimoines-saint-omer.fr/Les-musees-et-oeuvres/Musee-de-l-hotel-Sandelin

Stadspark

Boulevard Vauban, St-Omer

Van de hand van architect Guinoiseau (20e eeuw), gelegen in de grachten van de Vauban fortificaties.

Kerk van Saint-Denis

Enclos Saint-Denis, 62500 Saint-Omer

De kerk staat in het hart van de stad, halverwege de abdij Saint-Bertin en de OLV kathedraal, op de oude processie-as. Oorspronkelijk een statie (een plaats waar tijdens deze processies werd gestopt en gebeden), werd daar een van de oudste parochiekerken van de stad gebouwd om de snelle groei van de stadsbevolking op te vangen.

De kerk werd ingewijd in 1088 en een aantal keren verbouwd. De oudste delen van het gebouw dateren uit de 13 e eeuw: de gotische toren (de oudste in de regio) en gebeeldhouwde elementen in een noordelijke kapel. Een zuil uit de noordkapel en het koor dateren uit de 15 e eeuw. Rond 1705 stortte tijdens een orkaan de torenspits in en vernielde het schip in. Dit werd herbouwd in 1706-1714 als een hallenkerk (3 beuken met de zelfde hoogte).

Sinds de middeleeuwen was dit de kerk van adellijke families en ambachten: in de kerk zijn er kapellen en begrafenissculpturen aan gewijd.

Cisterciënzer abdijhoeve in het gehucht Cloquette

Ferme de l’Abbaye, 62500 Clairmarais, Frankrijk

Cloquette abdijhoeve

In de moerassen ligt een kleine gemeente, Klaarmares (Clairmarais), gehucht Cloquette.

Daar werd in 1140 een cisterciënzer abdij werd opgericht door Diederik van de Elzas, de monniken kwamen van Clairvaux. Het werd een rijke en belangrijke abdij, Thomas Becket aartsbisschop van Cantorbury is er op bezoek geweest.

Arnoud, graaf van Guînes, stichtte hier in 1261 een klooster, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth. De kloosterlingen verhuisden in 1457 echter naar Houtkerke en in 1468 naar Noordpene.

De Franse revolutie dwong de laatste abt, Omer de Schodt, om de abdij te verlaten op 29 augustus 1791. De gebouwen werden verkocht en de abdij werd volledig afgebroken (de  ruïnes werden in 1946  ingeschreven als monument historique). De cisterciënzer abdijhoeve met duiventoren bleef bewaard. De gevel en het dak van een paviljoen uit 1777 werden in 1991 ingeschreven als monument historique.

Met de abdij verdween ook het belang van Clairmares: St Omer was enkel via de kanalen of over land met een omweg langs Arques te bereiken. Pas in 1862 wordt een rechtstreekse verbinding met St Omer aangelegd, door door het moeras. Nabij de abdijruïnes werd in 1873 een nieuwe kerk opgetrokken.

Maison du Marais

Avenue du Maréchal Joffre,  62500 St Martin-Lez-Tatinghem Saint-Omer + 33 (0)3 21 11 96 10

Het Maison du Marais heeft een toeristische maar ook educatieve roeping. Het opzet is om de geschiedenis van les marais te vertellen en het gereedschap en de techniek die gebruikt werden om de moerassen te ontginnen, te bewaren voor het nageslacht.

Deze moerassen werd droog gelegd door de monikken van de Abdij van Clairmarais n er werd turf gestoken. Sinds de 19e eeuw wordt er aan groententeelt gedaan, het laatste moeras in Frankrijk waar dat nog gebeurt: andere moerassen werden droog gelegd voor akkerbouw.  Er worden meer dan 50 verschillende groenten gekweekt.

Er zijn boottochtjes met gids op “bacôve”, typische grote boten met platte bodem die vee en groenten vervoerden in de Marais Audomarois.

http://www.maison-du-marais.fr/

La Coupole

Rue André Clabaux, 62570 Wizernes  +33 (0)3 21 12 27 27 (vijf km ten zuiden van Saint-Omer).

Museum rond de geheime wapens van het Derde Rijk,  de concentratiekampen, de bevrijding van Noord-Frankrijk, het dagelijks leven tijdens de WOII, het verzet, maar ook van de ontwikkeling van de ruimtevaart en van de mens op de maan enzovoort. Alle informatie wordt aangeboden in vier talen: Frans, Engels, Nederlands en Duits.

Vooral: bezoek van het onderaards complex, beschermd met een koepel van 71 meter doorsnede en vijf meter dik gewapend beton, gebouwd tijdens Wereldoorlog Twee voor de opslag en het lanceerklaar maken van 50 V2 raketten per 24 uur.

Het nog zichtbare bouwwerk (de koepel, de onderaardse ruimtes en de muren van de zaal voor het lanceerklaar maken) werd in negen maanden gebouwd. De bouw begon in oktober 1943 en er werd dag en nacht gewerkt door gemiddeld 1300 arbeiders: 60% Duitsers aangevuld met jonge Fransen en Russische krijgsgevangenen, bewaakt door Belgen collaborateurs (in dienst van Organisation Todt).

In de zaal voor het lanceerklaar maken – achthoekig, 41 m breed en 25 m hoog – zouden de raketten horizontaal binnenkomen en dan in twee parallelle gangen met 14 tegelijkertijd verticaal op wagentjes geplaatst, afgesteld en van brandstof worden voorzien. De raketten zouden vervolgens naar buiten worden gereden in de steengroeve, via twee lanceersporen, Gustav en Gretchen genaamd.

Toch slaagden de Duitsers er nooit in een V2 vanuit de basis te lanceren. De RAF voerde herhaalde luchtaanvallen uit tijdens de bouw van La Coupole. Er werden meer dan 3000 ton bommen werden gedropt, tweemaal zelf een Tallboy, een bom van meer dan 5 ton.

https://www.lacoupole-france.com/