De Klijte
Het dorp telt ruim 500 inwoners en ligt aan de voet van de Scherpenberg, een van de vele getuigenheuvels in Heuvelland.
De Klijte was een heerlijkheid tijdens het feodale tijdperk. In 1465 werd er een proosdij-kapel gebouwd.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd De Klijte verwoest, en daarna weer herbouwd.
De Klijte was nooit een zelfstandige gemeente, het was een gehucht van Reningelst. In 1923 werd de kapel wel tot parochiekerk verheven. Met de fusies van 1977 werd De Klijte ondergebracht bij de nieuwe fusiegemeente Heuvelland (Reningelst werd deelgemeente van Poperinge).
Bezienswaardigheden
Onze-Lieve-Vrouw Bezoeking kerk
Hoewel de officiële naam van de kerk ‘Onze-Lieve-Vrouw Bezoeking’ is, is Blasius de patroonheilige.
Van de 15e eeuwse laat-gotische Onze-Lieve-Vrouwekapel restten slechts enkele muurpartijen na WO1.
De kerk bezit wel nog enkele voorwerpen die niet verloren gingen in de brand van 1918: een vroeg-17e eeuws beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind, een 18e-eeuws, aan beide zijden beschilderd, lederen schilderij (St.-Blasius), een buste (verguld hout) van Sint-Blasius uit het 1e kwart van de 18e eeuw en een 18e-eeuwse communiebank.



De herbouw vond plaats in 1921 naar een ontwerp op basis van de oorspronkelijke kapel maar met wijzigingen en vergrotingen, waaronder de aanbouw van een halfrond torentje tegen de noordgevel.
In het metselwerk werden metselaarstekens aangebracht en het wapenschild van de familie Buteel (een belangrijke familie van heren van De Klijte). Een metselaarsteken is een decoratieve figuur in het metselwerk, door gebruik van afwijkend gekleurde bakstenen, meestal zonder af te wijken van het metselwerkverband.
In de kerk is een grafzerk met de volgende tekst:
“Bewonderingsvolle nagedachtenisse van den eerweerdigen Heer Albrecht-Lodewijk Horael in 1761 ’t Alveringhem geboren, in 1786 ’t Yper priester gewijd en kapelaan te Dickebusch benoemd binst den beloken tijd in een schure gestorven en hier ’s nachts voor Onze-Lieve-Vrouw altaar begraven. Zalig zij die vervolging lijden om de rechtvaardigheid want hunner is het Rijk der Hemelen Matth. V. 10.“
De beloken tijd (1796 – 1801) was de periode na de Franse revolutie, toen de katholieke geestelijken die hun ambt wilden blijven uitoefenen de eed van trouw aan de Republiek moesten aflegden (1).
Ik Zweere haet aen het Koningdom en aen de regeerings-loosheyd, aengekleeftheyd en de Getrouwigheyd aen de Republiek en aen de Constitutie van het Jaer Dry.
Veel priesters doken onder en zetten hun werk ondergronds voort. Ze werden steeds strenger vervolgd. Weigeraars riskeerden gevangenneming en deportatie naar Cayenne (Frans-Guyana). De goederen van kerkfabrieken van onbeëdigden werden geïnventariseerd en verbeurd verklaard.
(1) In Frankrijk was, vanaf 12 juli 1790, de Rooms-Katholieke Kerk onderworpen aan de Franse staat; pas met het Concordaat van 15 juli 1801 tussen de Kerk en de napoleontische staat, werd de verhouding tussen Kerk en Staat geregeld en werd de vrijheid van eredienst hersteld en gegarandeerd.
La Clytte Military Cemetery.
Britse militaire begraafplaats.
In het gehucht “De Klijte” waren tijdens de oorlog enkele brigadehoofdkwartieren gevestigd.
De begraafplaats werd door eenheden van de infanterie, artillerie en genie gebruikt van november 1914 tot april 1918. Aan het einde van de oorlog lagen er bijna 600 doden begraven. Later werd ze nog uitgebreid tot 1.028 doden met geïsoleerde doden uit de omringende slagvelden en enkele kleinere begraafplaatsen.
Special Memorials
Voor 20 slachtoffers werden Special Memorials opgericht omdat men aanneemt dat ze zich onder de naamloze graven bevinden. Op deze grafzerken werd de tekst: Known to be buried in this cemetery of Buried elsewhere in this cemetery gebeiteld.
Twee namen op één graf
Op één graf, afkomstig van het ontruimde Leicester Camp Cemetery, staan 2 namen gebeiteld, terwijl maar 1 militair in het graf begraven ligt. Het gaat om de stoffelijke resten van een van twee militairen van eenzelfde regiment, die beiden op hetzelfde moment gedood werden. Hun kameraden konden echter slechts één onherkenbaar lijk terugvinden. Vandaar dat beide doden nu op één grafsteen herdacht worden met de tekst: one of whom is buried in this grave.
Gefusilleerde militair
Soldaat Leonard Mitchell van het 8th Bn. York and Lancaster Regiment, werd wegens desertie gefusilleerd op 19 september 1917. Alle Britse gefusilleerden uit de Eerste Wereldoorlog werden bij Koninklijk Besluit op 8 november 2006 gerehabiliteerd, behalve degenen die werden veroordeeld wegens moord of muiterij.