De Kleine Mote

Je winkelwagen

Westouter

Geschiedenis

Een grensgemeente met beboste heuvels, onder meer de Vidaigne- (137 m), de Bane- (143 m) en de bekendste, de Rodeberg (benaming afgeleid van bruin-rood ijzerhoudend zand).

Oudste vermelding (1089): Wistaltare, etymologisch te verklaren als “altaar naar het westen gericht” (wat ongewoon is voor een Rooms katholieke kerk waar het altaar typisch op het oosten staat).

Voormalig leen gehouden van heerlijkheid Belle; bestuurlijk en fiscaal geïntegreerd in kasselrij Belle, die in Franse handen kwam in 1678 (Vrede van Nijmegen). Bij decreet van 11 oktober 1781 werden Westouter en de heerlijkheid Vleminckhove naar Vlaanderen overgeheveld.

Hoewel het dorp tijdens WO I onbezet gebied was, werd het fel beschoten en grotendeels vernield.. Wederopbouw grosso modo teruggaand op vooroorlogs patroon.

Hellegatbos

Tussen de Vidaigne- en Rodeberg strekt zich het Hellegat uit, 8 ha grote beboste ravijn met variërende boomsoorten en rijk bronnengebied, met ontspringende Hellegatbeek.

De naam Hellegat is niet duivels: in de toponymie betekent ‘helle’ laagte of poel, en ‘gat’ staat voor waterdiepte of waterkom.

Rodebergvolkje

Tot aan de Eerste Wereldoorlog woonde het “Rodebergvolkje” in Westouter. Ze woonden in de bossen aan ’t Hellegat, in huisjes van “plak en stak”: bescheiden huisjes opgetrokken uit stro en leem rond houten vlechtwerk en konden overleven op een paar kippen, konijnen en een schaap of een geit voor de melk, boter en kaas. Ze leefden een beetje teruggetrokken; in de nabijgelegen dorpen waren de mensen zelfs een beetje bang van die mysterieuze bosbewoners.

Zientje Heusel voor haar woning

Eén van die bewoners was Zientje Heusel (Régina Vramaut); ze woonde tot haar overlijden in 1915 in het Hellegatbos op een lapje grond van de Openbare Onderstand (nu OCMW) op de ‘Tombe’ waar ze overleefde met wat de natuur (en de lochtng) te bieden had en met te schooien (bedelen). Het huis is verdwenen en het perceel is nu bebost met lorken.

Een stukje van het Hellegatbos kreeg de bijnaam “Kotje Piepersbos” omdat Kotje er woonde en omdat iedereen die het bos in wilde, hem een kus moest geven, of een “pieper” in het dialect.

Blauwers (smokkelaars)

Om een beetje extra geld in het laatje te krijgen, werd er regelmatig wat over de nabijgelegen Franse grens gesmokkeld, door het grensbos. Vanuit België smokkelde men vooral tabak de grens over. In de andere richting was het vooral drank. Maar er werd nog heel wat meer stiekem de grens over gesmokkeld.

De vrouw van Kotje Piepers, Maria, was een botersmokkelaar die zakken in haar onderbroek naaide en die vulde met boter om ongezien Frankrijk te bereiken. In de zomerversie van de legende smolt de boter tijdens de tocht, met beboterde billen tot gevolg. In de winterversie onderschepten de douaniers Maria. De mannen mochten de vrouw niet fouilleren en brachten haar daarom naar het plaatselijke grenscafé. Ze plaatsen haar naast de kachel, gooiden wat extra kolen op het vuur en wachtten tot de boter langs haar benen naar beneden droop. Vandaar haar bijnaam Maria Butterbille. 

Net over de grens, in het Franse Godewaersvelde, heeft het Musée de la Vie Frontalière een grote smokkelcollectie.

Kerk Sint-Eligius

In 1089 was Westouter al een zelfstandige parochie. De kerk was aanvankelijk een romaanse kruiskerk die in de loop der eeuwen gotisch was verbouwd tot een driebeukige hallenkerk.

In 1794 werd de kerk geteisterd door een brand. In de periode 1805-1807 vatte men de herstellingswerken aan waarbij men de kerk ook vergrootte.

Tijdens WO I werd de kerk zwaar beschadigd. Enkel de achthoekige romaanse toren bleef enigszins bewaard.

De huidige neogotische kerk kwam tot stand in 1922-23 (architect J. Coomans) op de oude grondvesten. Het werd herbouwd als een driebeukige hallenkerk in typische gele polderbaksteen.

Tympaan

Het basrelief in het kerkportaal is een keramisch werk van de Poperingse kunstenaar Lucien De Gheus. Het herinnert aan de veilige terugkeer van alle Westouterse gedeporteerden na de Tweede Wereldoorlog. Pastoor Albert Ghesquière schonk het in 1957 aan de kerk naar aanleiding van zijn gouden priesterjubileum.

Laatste avondmaal

‘Het Laatste Avondmaal’ van de Oostenrijker Hans-Heinz Göll werd in 1958 in het keramiekatelier ‘Perignem’ in Beernem als voorpaneel voor een altaar gecreëerd. In 2008 schonk Elisabeth Vandeweghe het aan de parochiekerk.

Biechtstoel

Links achteraan de kerk bevindt zich de oudste van de drie aanwezige biechtstoelen. Deze 17de-eeuwse eikenhouten biechtstoel schittert in zijn eenvoud. De twee andere dateren uit 1924.

Vier evangelisten

De vier evangelisten afgebeeld in het houtsnijwerk zijn – samen met de Christus uit de lezenaar – restanten van de preekstoel uit 1925, die in 1970 werd ontmanteld. Van links naar rechts ontmoeten we Marcus (leeuw), Matheus (engel), Lucas (stier) en Johannes (arend).

Zonnelied

In zes schilderijtjes geeft de Westouterse kunstenares Jenny Heyman haar interpretatie van het ‘Zonnelied’ van Franciscus van Assisi.

Orgel

Het orgel werd gebouwd door Jules Anneessens (1920-29).

’t Schelleken

Met ‘Je fus fet en lan 1597’ vertelt het oudste en kleinste klokje van de kerk dat het in 1597 werd gegoten. Het is te oud en te broos geworden om nog naast haar jongere zus en broers Maria-Rosa (1929), Eligius (1929) en Donatus (1977) te functioneren.

Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Czestochowa

Kruispunt Bellestraat/Schomminkelstraat, Westouter.

Westouter werd op 6 september 1944 bevrijd door de Eerste Poolse Pantserdivisieter. Ter nagedachtenis van de bevrijding werd een bergstenen kapelletje opgericht in het centrum.

In de kapel bevindt zich een halfverheven reliëf (keramiek) met voorstelling van zogenaamde “Zwarte Madonna van Czestochowa”, vervaardigd door Bruno Recki, een Poolse beeldhouwer die als soldaat aan de bevrijdingsoperatie deelnam.

Lourdesgrot

Rodebergstraat, bereikbaar via wegje links van nr. 25

De Lourdesgrot (1875) van wijlen pastoor Louis Nollet, op de oostelijke top van de Rodeberg, is nog steeds een bedevaartsoord waar OLV van de 7 weeën (7 smarten) wordt aanbeden.

Het grootste deel is gebouwd in keistenen (poudingues, een compact sedimentair gesteente met grove eivormige kiezels gemengd zijn in een natuurlijk cement, hier ijzerzandsteen) gekocht op de Catsberg. Aan de binnenzijde van de grot kan men er nog veel prachtige bewonderen, maar de schoonste zitten in het voorste van de eerste grot en zijn nu grotendeels onzichtbaar, door het gedeelte dat later aan de grot werd aangebouwd (‘het nuttige kwam het schone bederven’)

De grot is privé-eigendom maar publiek toegankelijk. Drie keer per jaar wordt er nog een mis opgedragen bij de grot: op 1 mei, Hemelvaart en 15 augustus. Jaarlijks zijn er twee bedevaarten: één in de meimaand en één in de oktobermaand.

Hotel Kosmos

Rodebergstraat 53, Westouter

Hotel gelegen op de Rodeberg met een panoramisch zicht op de vallei van de Hellegatbeek en de dorpskom van Westouter.

Tijdens het interbellum ontluikt het toerisme op de Rodeberg, om na de tweede wereldoorlog een hoge vlucht te nemen.

Het gasthof Kosmos startte klein, in 1934, als jeugdhotel, in toen nog volledig landelijke omgeving: een modernistisch gebouw van drie bouwlagen onder platdak, naar ontwerp van architect J. De Brabandere (Ieper). Twee jaar (1936) later werd het gebouw in noordelijke richting uitgebreid met een eetzaal . In de jaren 1960 en 1970 werd het gebouw verschillende malen vergroot door toevoeging van café/restaurant en veranda. Het gebouw werd in 2004 geklasseerd als beschermd monument.

De site werd  een recreatiegebied op de Rodeberg; behalve hotel Kosmos kwam er ook Home Zeewind (4 ruime slaapzalen, kamers, en een sanitair blok), Home Boskant (48 kamers), een muziekcafé, tennisveld, voetbalveld en  openluchtzwembad.

De Kosmos was zeer gekend en genoot een goede naam, een heel bekende plaats voor jongeren, CM-kampen, jeugdbewegingen of bosklassen – voornamelijk geliefd om z’n openluchtzwembad.

Dit zwembad werd gebouwd in de jaren 60 en telde na enkele verbouwingen drie zwembaden, bubbelbad, twee glijbanen, fonteinen, springplank, cafetaria en ligweide. Een unieke ligging op de helling van de Rodeberg, omgeven door bos en met panoramisch zicht.

Maar de unieke ligging van het zwembad werd ook de doodslag voor het complex: in 2002 werd de vergunning van het zwembad ingetrokken wegens “niet toegankelijk voor hulpdiensten”. De sluiting van het zwembad werd voor het hotel fataal, het aantal overnachtingen daalde en in 2005 legde de uitbater de boeken neer.

Het complex werd aan haar lot overgelaten en verloederde. In 2008 was er zelfs brandstichting in het beschermde torengebouw. Uiteindelijk, in 2009, werd De Vlaamse Land Maatschappij (VLM) eigenaar (ondertussen Agentschap Natuur en Bos).

Behalve het geklasseerde hoofdgebouw, werd alles gesloopt: de site werd natuurgebied, van het zwembad rest alleen een aardevlakte op de bergflank.

Maar voor de bovensite -het hotel- bleef het lang zoeken naar een herbestemming. De site staat als recreatiezone in de bestemmingsplannen; permanente bewoning kan niet, enkel een invulling van verblijfsrecreatie en toerisme is mogelijk.

De beperkingen van een geklasseerd gebouw en de hoge kostprijs om het verloederde gebouw op te knappen, schrikt de nieuwe eigenaars niet af: het pand wordt eindelijk, na bijna 20 jaar van verval en vandalisme, gerestaureerd. De nieuwe Kosmos wordt een mix van horeca, kunst, cultuur en natuur met waterpartijen die doen denken aan het openluchtzwembad van weleer. De eerste steen wordt in 2024 gelegd en een eerste openstelling van het nieuwe complex wordt verwacht tegen 2028.

Standaardmolen Lijstermolen

Lijstermolendreef, Westouter

De Lijstermolen is een windmolen op de top van de Baneberg, vlakbij het restaurant “landhuis ’t Molenhof”.

Elke eerste zondag van de maand in de periode mei tem oktober, kan je gratis de vernieuwde Lijstermolen bezoeken tussen 14u en 17u.

De houten windmolen is een staakmolen. Hij werd rond 1801–1805 opgericht op de Lijsterhoek in Beernem en was tot 1947 actief. Opdrachtgever was Augustijn Van Haecke die als pachter-molenaar uit de Beernemse Walmolen werd gezet omwille van een stropershistorie.

In 1957 kocht de gemeente Westouter de molen, de opbouw gebeurde van 1958 tot 1960 en op 21 juli 1961, de feestdag van Sint Victor (de patroonheilige van de molenaars) werd de molen ingehuldigd. De molen draaide weliswaar bij die inhuldiging, maar hij werd nooit effectief in gebruik genomen.

Op de kap kwam geen windhaan maar een nieuwe koperen haas als windvaan, een creatie van de Ieperse kunstenaar Adhémar Vandroemme. Dit verwees naar zowel de stroperij van de eerste molenaar als naar ‘berghazen’, de bijnaam van de bewoners van de Rodenberg in Westouter (de bewoners van het centrum kregen dan weer de bijnaam ‘platse keuns’).

Tijdens een storm in 1990 raakte de molen beschadigd, de gemeente voerde toen slechts de meest noodzakelijke herstellingswerken uit. De staart was krom getrokken en de molen kon niet meer gebruikt kan worden. De molen werd op 2004 beschermd als monument, samen met de omgeving als dorpsgezicht. Sindsdien werden er voor molen en omgeving plannen en studies gemaakt.

In 2020 werden de nodige subsidies voorzien, nu is de restauratie een feit. De gemeente hoopt voldoende vrijwilligers te vinden om de molen weer tot leven te wekken en de werking ervan uit te bouwen.

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/32734

Zetellift Cordoba

Unieke attractie: de téléférique tussen de Vidaigneberg en de Baneberg, gebouwd door Oostenrijkse Alpenspecialisten in 1957.

Een paar minuten zweven, boven de Rodebergstraat, de wijngaarden van Entre-Deux-Monts, de Schomminkelstraat, de minigolf en de pit-pat. Bij start en aankomst helpen twee mannen je in en uit de stoeltjes.

Wie start op de Baneberg (bij de Lijstermolen) kan bij het keerpunt op de Vidaigneberg even uitstappen om op het terras van de Cordoba een picon drinken.

La petite histoire: voor de opening werd de kabelbaan uiteraard getest. Volgens de overlevering gebeurde dat met zakken aardappelen. Toen dat goed verliep, werd getest met een lokale vrijwilliger: Richard Huys, melkvoerder, durfal en avonturier, de allereerste passagier. Piet Vandeweghe claimt ook de eerste rit te hebben gemaakt. Hij was zes toen hij met zijn ouders op de Rodeberg kampeerde. Met de broers was hij aan het keerpunt van de zetellift aan het spelen. Om de beurt gingen ze op een stoeltje zitten, maar ineens kwam de installatie in beweging. Hij kwam veilig aan de andere kant aan, waar het verbaasde feestcomité net klaarstond om de kabelbaan officieel te openen.

Gedachtenistuin vluchtelingen

Hellegatstraat, op 300 meter van de kerk van Westouter.

Ter herinnering aan de vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog en in andere oorlogen.

Het is een mooie plek midden in de natuur waar bezoekers tot rust komen en even kunnen nadenken. Op een wand in kastanjepalen zie je een kaart met een aantal algemene vluchtroutes, een dertigtal persoonlijke vluchtroutes van families en een gedicht van Charles Ducal over vluchtelingen vandaag.

Oorlogskerkhoven Westouter

  • Westoutre British Cemetery, Poperingestraat
  • Westouter Churchyard & Extension, Poperingestraat